Maandelijks archief: maart 2014

In geval van twijfel wende men zich tot de rector

Gisteren hoorde ik dat Miel Veuger is overleden. Hij was de rector van het Huygenslyceum in Voorburg, de school waaruit het Gymnasium Novum, waarop ik nu werk, mede is voortgekomen. Miel was een neerlandicus met een zwak voor poëzie, in het bijzonder de poëzie van Rutger Kopland. Hij was compromisloos in zijn waardering voor Kopland: als hij vond dat het tijd was voor ‘Jonge sla’, was het tijd voor ‘Jonge sla’, of hij nou in de les voor een klas met leerlingen die wat over poëzie wilden leren stond of bij de diplomauitreiking voor een zaal vol VMBO-ers die maar het een stom gedicht vonden. Ik vond dat eigenlijk wel stoer van hem: soms is het feit dat leerlingen geen zin hebben om iets te leren geen reden om ze de stof niet aan te bieden – en dat heb ik dan weer van Miel geleerd.
Wij hadden soms een wat moeizame relatie. Dat lag een beetje aan hem, een beetje aan mij, en een beetje aan de onderlinge chemie. Maar soms had ik de indruk dat hij wel waardering op kon brengen voor mijn licht subversieve gedrag. Ik vond het bijvoorbeeld belachelijk dat er op het Huygenslyceum een aparte wc voor de rector was, en het was een langdurig project van mij en een running gag tussen ons dat ik daar een keer gebruik van wilde maken. Dat mocht nooit, hoewel ik allerlei pogingen gewaagd heb. Uiteindelijk, tijdens het feest op de laatste dag dat wij in het gebouw waren voordat het verbouwd zou worden, gaf Miel, met een beetje een besmuikte glimlach op zijn gezicht, mij toestemming om het rectorale toilet te betreden.
Toen hij met pensioen ging mocht ik op zijn afscheidsbijeenkomst Jan Siebelink interviewen. Ik vond het een heel bijzondere gelegenheid en ik was er erg trots op dat ik daar deel van mocht uitmaken. Ik had hem een lange, gezonde pensioentijd gegund, maar het heeft niet zo mogen zijn.
Zelf houd ik niet zo van Rutger Kopland, maar dit gedicht van C. Buddingh’ doet mij, hopelijk om begrijpelijke redenen, aan Miel denken.

 

kloppen s.v.p.

van september ’35 tot juni ’38
studeerde ik middelbaar engels a.
de lessen werden gegeven
in het gymnasium
aan de laan van meerdervoort te den haag.
de stortbak van de wc
had dan ook twee deftige trekkers,
er hing een stukje ivoorkarton naast
waarop in deftige drukletters stond:
‘voor grote spoeling gebruike men de lange trekker’
‘voor kleine spoeling gebruike men de korte trekker’
een vermoedelijk iets minder deftig
iemand had eronder geschreven:
‘in geval van twijfel
wende men zich tot de rector’

moraal:

ga niet bij het onderwijs,
en als u toch bij het onderwijs gaat
word dan liever geen rector

Zondag zindag

Even de week evalueren – en omdat ik van categoriseren houd, doe ik het nu op basis van zintuigen!

Proeven: de Susannah 2 van Chocstar (pure chocola met frambozen, peper, goji bessen en cacao nibs). Heel goed te doen. Vrijdag at ik met B côte de boeuf bij Las Palmas, als je toch even uit de voedselzandloper valt moet je dat ook goed doen, vind ik. Zaterdag aten M en ik bij nog 2 M’s, en die hadden zalm gevuld met een soort pesto, en dat vond ik heel erg lekker.

Horen: ik ben van alles aan het luisteren in een poging tot een soundtrack voor de lente te komen. Voor Stromae ben ik niet hip genoeg, Jacqueline Govaert doet mij weinig, The War On Drugs klinkt mij teveel als Dire Straits. Dus ik val toch steeds terug op Elbow. Suggesties zijn derhalve nog steeds welkom.

Ruiken: mijn neus zit verstopt. Het kan zijn dat ik de Hongaarse griep die de 2 M’s op hun vakantie hebben opgedaan heb overgenomen, maar misschien is het gewoon doodordinaire hooikoorts. En het goede nieuws van hooikoorts is dat het betekent dat het echt lente aan het worden is, dus laten we daar maar op hopen.

Zien: de installatie van de nieuwe gemeenteraad vanaf een bankje in de prachtige raadzaal. Ik heb ook The Grand Budapest Hotel gezien. Mooie plaatjes, maar ik moet bekennen dat ik in slaap ben gevallen.

Voelen: ik mis Sofie. En van de weeromstuit ook Hamish. Het huis is leeg als ik thuis kom, en elke keer als ik de slaapkamer inloop kijk ik of Sofie op bed ligt. Niet dus.

De zindag is geïnspireerd op de Friday Roundups op de blog van Rosie Molinary, die die weer geïnspireerd heeft op die van Teacher Goes Back to School, die die ook weer op iemand geïnspireerd heeft. Maar op het internet is uiteindelijk niemand origineel.

Geen flauwekulletjes, Fie

Een maand of acht geleden hadden M en ik twee katten: Hamish, die ruim 8 was, en Sofie, ruim 17. Hamish was een malle dikke rode kater (nou ja, je-weet-wel), die constant op zoek was naar eten en avontuur. In september werd hij ineens ziek, zo ziek dat we hem moesten laten inslapen. Sofie had weer het rijk alleen, en dat vond ze helemaal niet erg, want Sofie was een kat met een gebruiksaanwijzing. Ze was altijd een beetje chagrijnig, en ze hield er niet zo van om te knuffelen. Althans, niet als het niet voor 100% op haar voorwaarden was. Ze ging liever bij je in de buurt zitten dan op je schoot, maar als ze besloot dat jou de eer ten deel was gevallen om haar te mogen aaien, dan moest dat ook gebeuren. Net zo lang tot zij er geen zin meer in had, en dan moest het ook snel afgelopen zijn, want anders kon je een haal krijgen. Mijn type kat dus.

fie flauwekulletjeIk had Sofie al sinds ze 6 weken oud was. Ik heb haar opgehaald in Lisse, op de dag van het bloemencorso, waardoor ik er 2,5 uur over gedaan heb om met haar in het openbaar vervoer naar huis te komen. Mijn toenmalige vriend had niet zoveel met haar, zodat Sofie het minst bevochten item in de boedelscheiding was toen wij uit elkaar gingen en ik met haar bij M in kon trekken. M en Sofie, of Fie, zoals M haar placht te noemen, konden het heel goed met elkaar vinden. Toen we er een tweede kat bij namen, Hamish dus, had Sofie daar wat moeite mee – ze was eigenlijk wel tevreden met haar leven zoals het was, en vond de toevoeging van het rode gevaar vooral heel lastig. Uiteindelijk heeft ze wel van Hamish geleerd dat een beetje aanhankelijkheid best gezellig kan zijn, al zat ze op schoot alsof ze op een beginnerscursus was geweest en nooit tot het gevorderdenniveau was doorgedrongen. Sofie had ook haar speelse momenten: dan ging ze ineens rondrennen door de woonkamer of met een pluisje spelen. Dan zeiden we ‘Geen flauwekulletjes, Fie’, en dan ging ze gewoon weer op de bank zitten en kreeg ze van ons een Catisfaction.

fie flauwekulletje 2

Maar ze werd wel heel oud, de laatste tijd. Ze maakte elke dag hetzelfde rondje: van de slaapkamer naar het voerbakje, via de kattenbak weer naar boven, ’s avonds beneden eten en met ons op de bank tot het bedtijd was. Ze kwam heel soms nog buiten, alleen om even aan de bosjes te ruiken en dan ging ze gauw weer naar binnen. En toen ging ze steeds slechter zien: ze liep tegen dingen aan (de poef, de kachel, mij) en ze viel van de trap. Dinsdag bleek ze een heel eng troebel oog te hebben. M is met haar naar de dierenarts gegaan en heeft spul voor haar extreem bloeddruk meegekregen. Vanmorgen lag ze op het kleed en ze kon niet meer opstaan: haar achterpootje deed niks meer. We hebben onze lamme, blinde kat naar de dierenarts gedragen, en we wisten toen we de deur uit gingen al dat we zonder Sofie thuis zouden komen. En dat was ook zo. Ze was een prachtpoes en ik mis haar nu al.

De 10 van woensdag

Mensen, de zon schijnt. Het lijkt me tijd voor 10 reden om blij te zijn dat het lente wordt.

  1. Meerkoetkuikens. Ik vind de meerkoet, op de pinguïn na, de belachelijkste vogel die er is, en dan hebben de kuikens van de meerkoet ook nog een ontroerende stompzinnigheid over zich. Schitterend.
  2. Bloemen. Ik ben zelf niet zo’n fan van bloemen in een vaas (dan ga je toch een beetje zitten kijken hoe ze langzaam afsterven), maar al die tulpen en narcissen zijn toch wel heel mooi. En als ik in de trein langs de bollenvelden rijd, word ik ook altijd  een beetje vrolijk.
  3. Lammetjes. Zowel in het veld als op het bord. Verse shoarma in de wei – hoera!
  4. Terrasjes. Iedereen zit nu nog te kleumen voor de cafés, maar ja, er is zon, en je bent echt een sukkel als je nu binnen gaat zitten. Dus dat heb ik het een beetje koud met mijn witte wijn in dat smalle streepje zon. Geen ramp – elke dag wordt het warmer.
  5. Kleren. Twee keer per jaar haal ik mijn volledige klerenkast overhoop en wissel ik de wintergarderobe in voor de zomergarderobe of andersom. Het maakt bij mij qua kleuren niet zo heel veel uit (alles is namelijk zwart), maar ik heb toch het gevoel dat ik een heleboel nieuwe kleren heb.
  6. Plantjes. Mijn tuin is eigenlijk een beetje treurig, ik zou het liefste heel veel planten hebben, maar het komt er nooit van om ze te kopen en in de tuin (of eigenlijk op het plaatsje) te zetten. Als ik nu uit het raam kijk, zie ik dat verrassend veel de winter heeft overleefd, en de gouden regen staat in bloei (lees: 6 gele bloemetjes). Ik mag dan geen groene vingers hebben, ik bedoel het goed. En dit jaar wil ik groente verbouwen. 1 courgette en ik ben tevreden.
  7. Eten. Ik verheug me nu al op alle groente en fruit waar ik de komende maanden van kan genieten. Technisch gezien valt dat allemaal onder de zomer, maar de voorpret begint nu.
  8. Muziek. Als de zon schijnt, luister ik andere muziek. Ik heb de soundtrack van de vroege lente nog niet geselecteerd, dus alle suggesties zijn welkom.
  9. Daglicht. Ik ga om 7.22 de deur uit als ik moet lesgeven en ik kom pas laat thuis. In de donkere maanden van het jaar zie ik alleen natuurlijk licht als ik door het raam van het klaslokaal naar buiten kijk. Als je ’s ochtends in het natuurlicht naar de bus loopt en aan het eind van de dag voor het donker thuis bent, voelt je leven gelijk niet zo kansloos.
  10. Vrolijke mensen. Iedereen is blij dat het lente wordt. En dat wrijft natuurlijk op mij af.

Exploding-Snowman

Een man, een gitaar, een boel liedjes

Vorige week maandag namen M en ik een avond vrij van het verkiezingsgeweld en gingen we weer eens ouderwets naar een concert. In de Leidse Schouwburg nog wel, dus we voelden ons extra cultureel. Het was een optreden van Nick Lowe, die vooral bekend is van de tophits als ‘I love the sound of breaking glass‘, in Nederland gebruikt als soundtrack van een glasbak-reclame, en ‘Cruel to be kind‘, maar ik ken hem vooral als producer van Elvis Costello, van wie ik echt enorm fan ben. Ze werkten samen bij Stiff Records, ‘the world’s most flexible record label’ (met als alternatieve slogan ‘We came. We saw. We left’).

nicklowe2

M en ik hebben een systeem waarin we onze gehechtheid aan een artiest bepalen aan de hand van de vraag hoe ver we bereid zijn te reizen voor een concert (zo zouden we voor Nick Cave, wijlen Lou Reed en ome Elvis zonder probleem naar een buitenland gaan, maar vinden we Amsterdam ver genoeg voor bijvoorbeeld Joe Jackson). Als we maar 5 minuten hoeven te fietsen voor een concert, is dat natuurlijk een kleine moeite, en soms levert dat een hele bijzondere avond op: we herinneren ons met veel plezier twee lang niet uitverkochte concerten van John Cale in het LVC, gewoon op de Breestraat. Nick Lowe kenden we eigenlijk niet zo heel goed, dus de mogelijkheid wat onbekende liedjes te horen in combinatie met een minimale reisafstand was bij voorbaat een garantie op een mooie avond.

nicklowe1En het viel zeker niet tegen: Nick Lowe is inmiddels grijs, en in uitstekende vorm, zowel mentaal als fysiek. Hij maakte allerlei grapjes, over zichzelf, zijn oeuvre en de geringe opkomst (‘It looks like you all came in the same car.’), en wist iedereen te boeien, hoewel het concert minimaal was opgetuigd. Op het podium stond een man, met een gitaar, en een grote verzameling liedjes, waarvan sommige uit de jaren ’70 dateerden, en andere veel recenter waren. Het liedje ‘Where’s my everything‘, waarmee hij het concert opende, vond ik al prachtig, en er volgden er nog veel meer van vergelijkbaar niveau. Nick Lowe is niet de man van de epische symfonisch opgezette rocknummers; ieder nummer duurde ongeveer 2.30 minuut, zodat hij er veel kon spelen, en dat deed hij ook. Het was zo’n prettig en ontspannen concert dat ik hier en daar een beetje afdwaalde, maar ik vond dat zelf helemaal niet zo erg. Het absolute hoogtepunt was het toegiften-blokje, want toen speelde hij maar liefst die ik zelf van Elvis Costello ken, maar die op platen staan die Nick Lowe geproduceerd heeft, ‘What’s so funny ‘bout peace, love and understanding?’ en ‘Alison’. Volgende keer dat Nick Lowe in Nederland is, wil ik wel tot Utrecht reizen om hem te zien.

De foto’s heb ik gevraagd aan en gekregen van Robert Kloosterman. Waarvoor heel veel dank!

 

Zondag zindag

Even de week evalueren – en omdat ik van categoriseren houd, doe ik het nu op basis van zintuigen!

Proeven: deze week heb ik veel buiten de deur gegeten: dinsdag Chinees bij het politiek café van D66, woensdag had ik in mijn lunchbox broccoli en gemarineerde zalm mee naar de pre-uitslagenavond (er werd pizza geserveerd, en dat is nogal lastig in het voedselzandlopersysteem) en donderdag fish ’n salad (in plaats van chips) bij Van der Werff. Er zijn weken dat je heel graag een keer gewoon rustig thuis zou willen eten…

Horen: nog steeds Elbow on repeat, nog steeds prachtig. En het geschreeuw van N en E, toen de verkiezingsuitslag bekend werd. Dat blijft me nog wel even bij.

Ruiken: the sweet smell of success. En tot mijn schande ook een beetje the sour smell of vomit, van de kater naar aanleiding van de overwinning. De bruisbal die ik op een onverwachte avond voor mezelf inzette rook dan wel weer heel lekker.

Zien: ter afwisseling van de politiek waarmee ik me deze week omringd zie ben ik Netflix eens ingedoken. Gewoon lekker als ontspanning een leuke serie kijken. Het is House of Cards geworden – helemaal niet politiek ofzo…

Voelen: ik heb allerlei lichamelijke ongein deze week: die kater dus, en ik heb een onduidelijke wond en een blauwe plek op mijn been. Geen idee hoe ik eraan gekomen ben, maar het doet pijn. Desondanks ben ik natuurlijk ook heel erg blij.

De zindag is geïnspireerd op de Friday Roundups op de blog van Rosie Molinary, die die weer geïnspireerd heeft op die van Teacher Goes Back to School, die die ook weer op iemand geïnspireerd heeft. Maar op het internet is uiteindelijk niemand origineel.

Na de verkiezingen

De verkiezingsuitslag in Leiden: 12 zetels voor D66, een geweldig resultaat waar we allemaal heel trots op zijn. We hadden niet verwacht dat er nog zoveel groei mogelijk was. Van 10 naar 12 van de 39 zetels – Leiden is echt een D66-stad! Ik had 310 stemmen, wat ontzettend veel is (ik was in dat opzicht nummer 6 van D66), maar niet genoeg voor een voorkeurszetel. Het komt waarschijnlijk ook voor mij wel goed, want als onze lijsttrekker wethouder wordt (en daar is goede hoop op), schuif ik door. Vooralsnog word ik op 10 april geïnstalleerd als duo-raadslid. Ik ben heel tevreden en dankbaar voor al die mensen die op mij gestemd hebben.

En dan kan een mens over tot de orde van de dag. Woensdag heb ik een lijstje gemaakt van dingen die ik ging doen na de verkiezingen. Tot mijn grote trots kan ik vertellen dat ik nummer 3, het opruimen van de walk-in closet gestyled door Osama Bin Laden, heb voltooid. Hierbij twee foto’s van voor en na de behandeling.

20140321-120835.jpg20140321-120858.jpg

Je kan je afvragen waarom een mens zou willen coquetteren met haar eigen slordigheid, maar wat zal ik zeggen? Zo ben ik.

Ik heb van de weeromstuit ook mijn werktafel opgeruimd:

20140321-120908.jpgEn ja, ik heb ook het plantje water gegeven!

 

De 10 van woensdag

Vandaag is het verkiezingsdag. En ik zou allerlei lijstjes kunnen maken: 10 redenen om op D66 te stemmen, 10 redenen om op #lijst1nummer13 te stemmen, 10 redenen om niet op Leefbaar Leiden te stemmen, noem maar op. Maar ik kies iets anders: 10 dingen die ik ga doen als de verkiezingen voorbij zijn.

  1. Uitslapen. Dat kan ik sowieso al niet zo goed (ik heb bijvoorbeeld niks aan een schoolvakantie van een week, omdat ik pas na 6 dagen langer door kan slapen dan tot half negen ’s ochtends).
  2. Naar de Marcel Wanders-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Begonnen op 1 februari, al sinds januari in de ‘wil ik zien’-lijst, niets aan gedaan.
  3. Het tussenkamertje boven opruimen. Het is een kamertje waar mijn klerenkast in staat, maar nu is het een walk-in closet; overal kleren.
  4. Naar de pedicure. Ik heb nog nooit zo lang gestaan en gelopen als tijdens deze campagne, en mijn voeten waren al niet heel indrukwekkend. Die hebben dus een beetje zorg nodig.
  5. American Hustle zien in de bioscoop. Het lukt me maar niet en nu draait hij bijna nergens meer. Maar het gaat lukken, al moet ik ervoor naar Den Bosch. Of dan eigenlijk niet, maar ik ga mijn uiterste best doen.
  6. Bloed geven. Ik heb nu alle fut die ik heb (en nog wat extra overigens) nodig, maar ik vind het nu toch echt wel tijd om de A+ die ik heb te delen.
  7. De badkamer schoonmaken met de nog aan te schaffen stoomreiniger (die waar ik vorige week ook al over zeurde). Dat lijkt me ineens een uitermate bevredigende klus.
  8. Acquisitie plegen voor spooons at home. Ik heb wel weer eens zin in een leuke catering-klus. Lekker koken en mensen blij maken met fijn eten.
  9. Meer dan het absolute minimum aan yoga-lessen volgen. Ik moet verplicht twee keer per week naar yoga, maar voordat ik aan de opleiding begon ging ik drie keer per week. Nu haal ik er net aan twee, en ik merk gewoon achteruitgang. En dat vind ik jammer.
  10. Een borrel geven voor iedereen die op een of andere manier heeft bijgedragen aan de #lijst1nummer13-campagne. Of ik nu in de raad kom of niet: de steun, de energie, de stemmen en het enthousiasme waarmee ik me de afgelopen weken omringd heb gezien is wel een flinke schaal bitterballen waard.

En misschien ook wel dit:

drinking