Danton’s Dood

Er waren tijden dat M en ik vaak naar het theater gingen – op een gegeven moment haalden we een gemiddelde van een voorstelling per 3 weken. We hielden van die theaterbezoeken ook plakboeken bij, met folders, recensies, kaartjes en wat we verder nog aan informatie konden vinden. Hartstikke leuk natuurlijk, maar daar is wel de klad in gekomen: in eerste instantie in het bijhouden van de plakboeken, en later in het bezoeken van de schouwburg (of het gezellige vlakke-vloertheater, of de tochtige loodsen in the middel of nowhere, want daar zijn we ook best vaak terecht gekomen). We lezen veel recensies van voorstellingen waar we in eerste instantie heel graag heen willen, maar dan komt het er niet van of dan past het niet in de agenda (met banen, bedrijven, yoga en D66 hebben we al een overvol leven), en dan blijkt het achteraf ineens overgegaan. En dat vinden we vaak eigenlijk best jammer. Dus toen ik een mooie recensie las van het stuk ‘Danton’s Dood‘,  een voorstelling van de Toneelgroep Amsterdam (een gezelschap dat wij ooit actief volgden), leek het ons een mooie gelegenheid om door te zetten, gewoon kaartjes te kopen en echt te gaan.

3x-dantons-dood

Danton’s Dood is een stuk van Georg Büchner over de nadagen van de Franse revolutie. M had het stuk eerder al eens gezien, nog voor mijn tijd, dus toen was het nog actueel, maar ik nog nooit, dus ik heb me van tevoren maar even ingelezen. Het gaat over de laatste dagen van Danton, die ooit een van de grote idealisten achter de revolutie was, maar inmiddels geen fut meer heeft en cynisch is geworden. Dat in tegenstelling tot Robespierre, die nog wel gelooft in de nieuwe mens en de betere maatschappij, maar dat dan wel ten koste van een flinke hoeveelheid bloedvergieten. De revolutie, die begon als een beweging die voor iedereen veelbelovend was, lijkt tot stilstand gekomen, en de guillotine lijkt als enige nog vooruitgang te boeken. Aan het eind van het stuk is zo’n beetje iedereen dood.

danton's dood

Het was voor mijn gevoel een typische TGA-voorstelling. Groots opgezet, met een fascinerend eigentijds decor (een buurthuis, inclusief de geur van tomatensoep en koffie) dat contrasteerde met de kleding (ook eigentijds, maar dan uit de tijd van de revolutie), het gebruik van een videoscherm (een groot deel van de voorstelling werden er beelden van op het toneel op geprojecteerd, maar het verslag van de beul over zijn guillotine was echt prachtig en heel erg mooi gespeeld), en topacteurs, die soms een grote hoeveelheid dubbelrollen hadden gekregen. Alle vrouwenrollen en een mannenrol werden gespeeld door Halina Reijn, die dat natuurlijk uitstekend kan, en er was op slimme wijze door subtiele aanpassingen van haar jurk een visueel onderscheid tussen de verschillende rollen gecreëerd, maar na afloop bleek er toch een dame meer in het stuk te hebben gezeten dan ik had kunnen onderscheiden. Dat was verder niet heel erg, overigens, de revolutie was in dit stuk duidelijk iets waar de heren over gaan. Ik vond het in eerste instantie niet echt nodig dat Reijn ook nog een mannenrol moest spelen (alsof de TGA niet een grote hoeveelheid voortreffelijke acteurs heeft), maar het werd op een gegeven moment wel gelegitimeerd, doordat het voor haar op een emotioneel moment erg moeilijk leek om de zakelijke jurk van monsieur St. Just weer aan te trekken.

©Cigdem-Yuksel-10_1200x800Er stonden nog wel meer grote namen in het buurthuis: Hans Kesting speelde een mooi vermoeide Danton, die aan het eind van zijn leven toch emotioneel betrokken bleek, en de Robespierre van Gijs Scholten van Aschat vond ik goed zakelijk en onsympathiek. Dragan Bakema en Bart Slegers verzorgden de kleinere ex-revolutionairen, allebei prima, al had ik nogal wat moeite met het Brabantse accent van Slegers (ik heb niks tegen brabo’s, maar als je als regisseur kiest om 1 persoon met een mega-accent tussen de ABN-sprekers te zetten, wil ik eigenlijk wel weten waarom – vermoedelijk kan een professioneel acteur een accent ook uitzetten als dat nodig is). Benny Claessens, die we alleen op het scherm zagen, was de burger en de beul, en deed dat dus prachtig.

dantons_dood_13_14©_Jan_Versweyveld-kopie1-435x300

Er waren nog wat gastrollen: 100 mensen uit Amsterdam, die het volk vertegenwoordigden. Op een gegeven moment kwamen ze op en liepen met zijn allen het toneel op – zoveel volk was niet alleen voor Danton, Robespierre en de mannen overweldigend. Aan het eind van de voorstelling nam het volk niet alleen de revolutie, maar ook het podium over. Het was een project van Adelheid Roosen, de Oversteek, en volgens de informatie zouden de wijkbewoners die in de voorstelling als burgers waren ingezet ook op het podium blijven slapen, maar ik heb er na afloop van het stuk nog wel een paar zien ontsnappen.

Al met al hebben we een prachtavond gehad. Het was een moeilijke, maar mooie voorstelling. Lekker politiek natuurlijk – het lijkt wel alsof M en ik zelfs onze vrije avonden het liefst aan politieke discussies besteden. En dat is helemaal niet erg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *