Echt gebeurd,  Optreden,  Praatjes,  Verhaal,  woorden

Dikke tieten

Gisteren heb ik opgetreden bij Echt Gebeurd, in Toomler in Amsterdam. Het is de bedoeling dat je uit je hoofd een verhaal vertelt, en dat heb ik ook gedaan. De tekst hieronder is dus niet letterlijk wat ik heb verteld, maar een uitgeschreven versie van mijn verhaal. Het onderwerp was borsten, en die heb ik. En ik vertel er ook graag over.

Screen-Shot-2013-09-15-at-8.48.41-AMIk heb er een speciaal detectiesysteem voor ontwikkeld: steigers en bouwputten. Ik kan van grote afstand waarnemen dat er ergens nieuwe ramen worden geplaatst, of dat er aan een huis geklust wordt, of dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Ergens in de verte hoor ik 100% NL of SkyRadio net iets te luid opstaan, afgewisseld met het geluid van een boor of zo’n straataanstamper, en dan zet ik me vast schrap.

Ik heb namelijk dikke tieten. Je kan er lang of kort over praten, maar het is wat het is. Of ze zijn wat ze zijn: fors. Mensen schatten ze soms in op cup DD of E, maar dat stadium was ik al gepasseerd voordat ik voor het eerst gezoend had. Het ging ook snel: het ene moment zag ik eruit als een kind, het volgende moment begonnen mijn borsten in hoog tempo te groeien. Om mijn lievelingshobby, paardrijden, te kunnen blijven uitvoeren, moest ik me al gauw in een strakker harnas hijsen dan de paarden om kregen, en zelfs dan zag het er obsceen uit. En die krengen bleven maar groter worden. Dat het bij mij eerder begon dan bij mijn klasgenootjes was nog tot daaraan toe, maar het ging ook veel langer door. Op een gegeven moment vroeg ik me af of en wanneer het zou ophouden – het leek wel een horrorfilm, iets als The Incredible Growing Boobs Of Doom. Veel dingen hebben in de loop van de jaren, ook nadat ik verder uitgegroeid leek, mijn cupmaat beïnvloed: ik ging aan de pil, plus 1, mijn vriendje dumpte me en ik at een maand lekker veel, plus 1, ik stopte met de pil, plus 1, ik viel 10 kilo af, en alles werd kleiner behalve mijn boezem: plus 1. Inmiddels zit ik tamelijk ver in het alfabet, en heb ik bijna letters bereikt waar Marlies Dekkers niet meer mee schrijft.

Even voor de duidelijkheid: ik vind ze hartstikke leuk. Ze zijn alleen volslagen zinloos – mijn vriend is niet zo’n borstenman, zegt hij, en ik heb geen kinderen. Het is op zich wel leuk om te zijn hoe blij ik baby’s kan maken met mijn tieten, maar ze komen er al snel achter dat het twee hele grote dooie mussen zijn. Een beetje alsof je in een geweldig café komt en dan niks kunt bestellen omdat de tap niet is aangesloten. Nee, mijn borsten hebben geen enkele functie. Ik heb verder ook niet echt een beroep waarbij zo’n flink paar tieten voordelig is: ik ben docent Grieks en Latijn op een keurige school in Voorburg, en daarvoor is het niet per se nodig om er uit te zien, zoals mijn moeder een keer zei, als een pornoster op haar vrije dag.

En omdat mijn boezem zich nogal prominent in de openbare ruimte begeeft, is hij ook van iedereen. Allerlei mensen, dus niet alleen mijn moeder, vinden het totaal gerechtvaardigd om er opmerkingen over te maken of er opzichtig naar te kijken. Maar ach, ze worden er niet minder van – sterker nog, als ze daar minder van zouden worden zou ik nu helemaal niks op de plank hebben. Mijn borsten zijn in zekere zin heel egalitair: op het opleidingsniveau, geslacht of de sociale achtergrond van de mensen die er wat van menen te mogen zeggen valt geen peil te trekken. Tijdens een vergadering op de universiteit werd gevraagd naar punten voor de rondvraag, en een man met een dikkere academische titel dan ik zei ‘Ja, Susannah heeft er wel twee.’ Ik heb de indruk dat veel mensen die zich geconfronteerd zien met borsten van een bepaalde omvang heel makkelijk in contact treden met de oermens die ze in zich hebben – en zich dan ook niet schamen om de holbewoner voor hen te laten spreken. Soms is het grappig, soms is het obsceen, vaak heb ik de opmerking al eens gehoord. Ik kies er meestal voor het als een compliment te zien, uit consideratie met de ander en als bescherming van mezelf.

Toen ik voor het eerst positieve feedback kreeg uit een bouwput was ik een jaar of 13. Ik ben met een ruime C-cup naar de brugklas gegaan, en in de buurt van mijn school werd langdurig aan de weg gewerkt. Op de heen- en terugweg werd ik enthousiast door de heren begroet. Aanvankelijk moest ik de neiging onderdrukken om tegen ze te vertellen dat ik echt nog lang geen leeftijd had waarop het gepast was dat een volwassen man een ranzige opmerking tegen me mocht maken, maar al gauw ging ik over tot de standaardstrategie waarmee ik me in de jaren daarna consequent heb weten te redden: rug recht, minzaam glimlachen, eventueel ‘goedemiddag’ terugzeggen (ik ben netjes opgevoed), en doorlopen. Zij konden tenslotte ook niet weten hoe jong ik was, en dat ik er zoveel volwassener uitzag dan ik was, was ook niet hun schuld; als je in een veel te grote auto gaat rondrijden, moet je ook niet zeuren als andere weggebruikers tegen je toeteren.

Naarmate ik ouder werd en meer in mijn lichaam groeide, raakte ik gewend aan de enthousiaste kreten van de mannen vanaf de steigers. Soms maakte ik zelfs een grapje terug. Ik liep een keer langs een bouwvakker die mij vertelde dat hij mijn boezem mooi vond om naar te kijken – en toen ik zei dat ik dat een mooi compliment vond in het licht van de concurrentie die ik duidelijk had van het indrukwekkende achterdecolleté waardoor dat de hele buurt al twee middagen de bilnaad van zijn collega kon bewonderen. Ik had een nieuwe vriend gemaakt.

Maar meestal zei ik niks. Ik liep langs, incasseerde wat ze te zeggen hadden zonder mijn snelheid aan te passen, en vervolgde mijn route. Ik zal niet zeggen dat ik me een slachtoffer voelde van ongewenste verbale intimiteiten, maar ik deed altijd een beetje alsof ik, door als muze voor de heren van de bouw op te treden, een soort maatschappelijke plicht vervulde. En we waren er altijd voor elkaar: of het zomer of winter was, of ik me die dag lekker voelde of dik en lelijk, of het Nederlanders of Polen waren. Het maakte niet uit.

Tot die ene dag. Ik was op weg naar mijn werk. Alle ingrediënten voor een standaardcontact met de bouwende klasse waren aanwezig: de zon scheen, dus mijn boezem was nog eens extra zichtbaar, er schalde een Hollandse hit uit de bouwput en het rook naar shag en eerlijk mannenzweet. Ik haalde diep adem, deed mijn schouders nog een beetje naar achteren en liep langs de kuil in de grond. De mannen keken op, zagen me, en gingen weer verder met hun werk. Ze zeiden helemaal niets. Niets. Ik vertraagde nog even, voor het geval ze me niet goed hadden gezien, of even wat tijd nodig hadden om een mooie gevatte opmerking te formuleren, maar al hun aandacht ging naar de kabels die ze in een richel aan het leggen waren. Ik heb nog nooit zo’n intensieve stilte beleefd, en dan was dit nota bene nog een stilte waarbij Marco Borsato de soundtrack verzorgde.

Even overwoog ik het initiatief te nemen en ‘goedemorgen’ tegen de mannen te zeggen, maar dat leek me een beetje sneu. Niet half zo sneu als mijn volgende opwelling overigens: mijn jas opendoen, mijn shirt iets omlaag trekken en tegen de heren roepen: ‘He gasten, hebben jullie wel gezien wat voor enorme hooters ik heb?’ Nee. Ineens drong het tot me door: er zit een houdbaarheidsdatum aan. Niet aan mijn tieten, die gaan nog wel even mee, maar wel aan het soort lekkerheid waarover mensen opmerkingen maken.

Terwijl de stilte in mijn oren doorklonk alsof iemand keihard tegen een gong had geslagen liep ik door. Ineens was er een nieuwe fase in mijn leven aangebroken: in een klap was ik veranderd van een lekker wijf met een indrukwekkende voorgevel in een vrouw op leeftijd met een zinloos paar veel te grote tieten. Een acteur die speelt in een zaal zonder publiek is tenslotte gewoon een aansteller – en als mijn borsten niemand inspireren om er iets van te vinden zijn ze meteen helemaal nutteloos. Ik zou een nieuwe functie voor mijn borsten moeten verzinnen. Gelukkig kan ik nogal wat dingen kwijt in mijn decolleté. Sommige vrouwen hebben een kittig mapje voor in het zogeheten tietenmandje, waarin ze tijdens het uitgaan wat geld doen en misschien hun telefoon – ik kan makkelijk de hele huishoudportemonnee en zo nodig een iPad kwijt. Plek zat. Vanaf dat moment waren mijn borsten alleen nog maar voor mij. Terwijl de heren achter me elkaar een vuurtje gaven alsof er niets aan de hand was, liep ik met een verpulverd zelfbeeld en een zwaar gevoel van voren naar mijn werk. De magie was voorbij.

borst-500x300

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *