Een toetje

Ik heb heel veel kookboeken. Echt schunnig veel. Dat komt doordat ik het leuk vind om te koken, en ik heb een cateringbedrijf, dus ik kan ook altijd zeggen dat ik ze voor de zaak nodig heb, en ik houd enorm van lezen. Dus dan kom ik weleens op Amazon, en Amazon adviseert mij dan weer nieuwe kookboeken (Amazon is een slet), en dan koop ik er een, omdat ik ineens overtuigd raak van de noodzaak me te verdiepen in de curry, of het veganisme, of de Spaanse keuken. Uiteindelijk betaalt het zichzelf ook altijd uit, want ik heb inmiddels workshops in alle drie de onderwerpen gegeven, maar intussen loopt mijn huis vol met culinair proza. Die situatie wordt nog verergerd doordat ik een hang naar complete verzamelingen heb, zodat ik nu alles wat Jamie Oliver, Ottolenghi, Nigel Slater en Gizzi Erskine geschreven hebben op de plank (nou ja, planken) heb staan. En natuurlijk ook het volledige oeuvre van Nigella Lawson.

20140428-103404.jpg

Uiteindelijk blijkt dan toch dat je altijd terugkeert naar je eerste liefde. Ik weet niet zeker of ‘How to eat’ (in het Nederlands op nogal banale wijze vertaald als ‘Hoe te eten’, maar dit is niet het moment om me druk te maken over slechte vertalingen – dat moment komt ongetwijfeld nog wel) mijn eerste kookboek was, maar het is in elk geval het eerste kookboek dat ik zelf heb uitgezocht en waaruit ik het meest, het vaakst en het liefst kook. Los van het feit dat Nigella Lawson zo’n beetje in ieder opzicht mijn grote voorbeeld is, behalve dan in het uitzoeken van mannen (in het openbaar gewurgd worden door stinkend rijke kunsthandelaren is niet helemaal mijn ding), is het gewoon een geweldig boek. Het leest lekker weg en de instructies zijn ontzettend duidelijk. En er staan geen foto’s in, wat ik altijd een pré vind in een kookboek, want dan hoef ik me ook geen faler te voelen als wat ik heb gemaakt niet op het in de studio met haarlak volgespoten en professioneel belichte gerecht lijkt. Mijn Christmas turkey is al jaren de turkey van Nigella, maar dan wel met de stuffing van mijn oma overigens, als ik een kip uit de oven maak volg ik haar recept, en als ik even niet weet wat ik wil eten laat ik vaak de hele kookbibliotheek links liggen en pak ik ‘How to eat’ erbij. Dat is inmiddels ook wel te zien: de bladzijden plakken aan elkaar en het boek heeft minstens een keer in de fik gestaan. Maar dat is niet erg, want het is een gebruiksvoorwerp.

Ik weet ook zeker dat Nigella het helemaal niet erg vindt als ik aan haar recepten klus. Soms heb ik trek in iets dat lijkt op een gerecht uit ‘How to eat’, maar dan anders, en dan pas ik het gewoon aan. Zaterdag kwamen T en A eten, en ik had zin om even flink te koken, dus na de oesters (deels gestoomd op de Big Green Egg, deels met citroen of azijn met sjalotjes), het kalf (tartaar, zwezerik en lever), de lamsbout (ook van de Big Green Egg) met lavendelhollandaise en asperges, wilde ik ook een dessert serveren.

20140428-103517.jpg

Het is een citroenpavlova met aardbeien geworden. Hiervoor heb ik een lemon curd gemaakt door het recept uit ‘How to eat’ letterlijk te volgen (dat doe ik meestal niet, want ik haak altijd op een gegeven moment af als ik kook volgens een boek en dan ga ik freestyle verder, maar dit leek me zulk eng spul om te maken dat ik braaf heb geluisterd naar Nigella – dan zou ik in elk geval niet met een pestbui en een citroenomelet eindigen), en de helft ervan te plamuren over een merengue die lijkt op het pavlovarecept uit Het Boek, maar dan met een aanpassing: ik heb 4 eiwitten (de dooiers gingen in de hollandaise) stijf geslagen met 250 gr basterdsuiker, daar wat vanille-essence, 2 theelepels maïzena en 1 theelepel witte-wijnazijn doorheen geschept en tot slot heb ik het klassieke recept gepimpt door er de geraspte schil van 1 citroen bij te doen. Alles ging in een mooie cirkel op een bakplaat in een op 180º voorverwarmde oven, die dan direct naar 150º moest worden teruggebracht, en toen heeft hij 75 minuten gebakken. Het enige wat ik niet moest vergeten was dat hij in de oven moest afkoelen, en dat ik dus niet de oven op een gegeven moment weer aan moest gooien, want dan ging alles mis. Maar alles ging niet mis: bovenop de lemon curd ging nog wat ongezoete maar wel stijfgeslagen slagroom, en daar gingen dan weer aardbeien en nog een beetje citroenschil bovenop. Ik hou zelf niet zo van zoete desserts (het gevolg van lang koolhydraatvrij leven), maar dit was wel heel lekker. En M, die ‘niet zo’n toetjesman’ is, nam 2,5 porties. Net als T, maar zijn porties waren wel groter. Aan het eind van de avond was alles op – en als the proof of the pudding in the eating is, dan is het nut van dit dessert bij dezen aangetoond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *