Werfpop

Ik ben niet zo’n festivalmeisje. Daar heb ik een aantal redenen voor, en die zou ik bij dezen graag in willekeurige volgorde presenteren: ik verbrand snel als de zon schijnt, ik hou niet van kou of regen, ik haat modder, ik dans niet in het openbaar (omdat ik denk dat iedereen mij dan uitlacht – en ja, ik weet heus wel dat iedereen het dan te druk heeft met het zelf leuk hebben om rond te kijken op zoek naar iemand om te bespotten, maar je hebt irrationele angsten of je hebt ze niet), ik kan er niet tegen als mensen meezingen met liedjes die ik leuk vind en ik drink liever uit glas dan uit plastic. Oh ja, en ik schat Dixie-toiletten in op het niveau van de derde cirkel van de hel. Met deze last aan vooroordelen ben ik dus nog nooit (met uitzondering van een uurtje op Bevrijdingspop in Maastricht in 1992 omdat ik er langs liep) op een festival geweest. Opgegroeid in Limburg en nog nooit naar Pinkpop geweest, ik maak dat soort dingen mogelijk.

20140721-173948-63588707.jpgMaar toen werd ik raadslid met de portefeuille cultuur, en dat had tot gevolg dat ik door Werfpop, een van de Leidse buitenfestivals, werd uitgenodigd om een keer te komen kijken. En daar kan een welwillend mens dat alle vormen van cultuur in de stad een warm hart toedraagt toch geen nee tegen zeggen? Dus ik heb volledig geprofiteerd van het VIP-arrangement, dat bestond uit een rondleiding over het terrein (als ik naar dan toch naar zo’n manifestatie ga, dan wil ik natuurlijk gelijk backstage) en een t-shirt, in ruil daarvoor hoefde ik alleen maar een uurtje kassadienst te draaien. En terwijl ik alles bekeek en consumptiebonnen verkocht, kon ik mooi genieten van het muzikale aanbod.

20140721-173842-63522999.jpgTijdens de rondleiding mocht ik met mijn gastenpas achter alle schermen en hekken kijken, en kon ik dingen zien die voor de gewone Werfpopganger niet weggelegd zijn: de backstage-tenten, het VIP-podium en het psychedelisch geschilderde busje van Chef’s Special. Dat was al mooi, maar het uur bonnetjes verkopen vond ik eigenlijk nog veel mooier: ik had mijn eigen kassala, ik heb leren pinnen (nu eens een keer als degene bij wie gepind wordt, de andere kant van de transactie beheers ik als geen ander), en ik heb ontzettend veel mensen gesproken. Het viel me op dat de mensen van wie je het minst verwacht dat ze aardig zijn, omdat ze onder de agressieve tattoos zitten en prikkeldraadpiercings door hun lip hebben, ontzettend beleefd zijn, terwijl de keurige huismoeders met kinderen bij zich de eenvoudige kassavrijwilligers als stront behandelen. Zo leer je als amateursocioloog weer eens wat nieuws over de medemens.

20140721-173843-63523245.jpgEn de muziek? Daar heb ik dan weer weinig van meegekregen. Ik heb, terwijl ik in de kassakeet zat, wel wat gehoord, maar ik had natuurlijk na afloop zelf ook wat consumptiebonnen moeten kopen en naar een van de drie podia moeten lopen en even luisteren. Maar dat kon helaas niet, want ik ging nog een kookworkshop geven. Volgend jaar doe ik het anders. Dan wil ik zeker weer vrijwilliger zijn, en dan blijf ik zeker hangen. En vooruit, dan doe ik misschien ook wel een dansje.