Film,  LIFF

LIFF

Ik heb in het kader van het Leiden International Film Festival de afgelopen 10 dagen maar liefst 12 films gezien. Ik geloof dat ik daarmee niet eens uitzonderlijk hardcore ben, qua bioscoop-binge, maar in het licht van het feit dat ik er ook nog allerlei banen op na houd ben ik toch best trots op deze prestatie. Ik heb van alles bekeken, met een uiteenlopende thematiek, maar ik ga toch mijn best doen om hier een zo geordend mogelijk overzicht te geven. Om te beginnen is er de categorie ‘onderwijsfilms’. De Sloveense film Class Enemy leek een tamelijk gewone in zijn soort, want hij speelt in een klaslokaal op een school, maar door de enorme rust die genomen werd om het verhaal (leerlingen geven nieuwe docent Duits de schuld van zelfmoord van een klasgenootje en de situatie giert volledig uit de klauwen) te vertellen, zal hij me toch lang bijblijven. En ik voel me gesterkt in de gedachte dat je, als een groep leerlingen zich tegen je keert, ook al is het onterecht, geen schijn van kans maakt. Ook Whiplash, de openingsfilm, gaat over hoe je met leerlingen omgaat en wat er geoorloofd is aan grensoverschrijdend gedrag in naam van de beoogde resultaten. Zeer indrukwekkend. In de categorie ‘hier moet ik echt nog even over nadenken’ zag ik Her, over een man die een relatie krijgt met zijn Operating System (vreemd, interessant en hier en daar ondanks de bizar hoge broeken van Joaquin Phoenix ook best sexy), Camp X-Ray, een lekkere feel-goodmovie over Guantanamo Bay (en ja, dat is ironisch – ik ging er een beetje overstuur vandaan, maar goed, dan heb je als filmmaker ook iets bereikt) en The One I Love, een verhaal over een echtpaar dat op een weekend weg verwoede pogingen doet om de relatie te redden, maar die pogingen ontaarden in iets dat bijna science fiction is.

liffposterEr was dit jaar ook een speciale categorie, namelijk ‘films waar ik M mee naartoe heb weten te krijgen’. M is namelijk helemaal geen bioscoopganger, maar het uitgangspunt van The Disappearance of Eleanor Rigby, zowel Him als Her, dat je een verhaal vanuit beide perspectieven kunt vertellen, vond hij ook wel interessant (en dat was het ook: voldoende stof tot napraten, ondanks de beide perspectieven worden niet alle vragen beantwoord, en achteraf was het eerder een film over hoe mensen zich dingen herinneren dan over hoe mensen de werkelijkheid beleven), en voor 20.000 Days On Earth, een nepdocumentaire over Nick Cave, was hij qualitate qua wel te porren. En terecht, want Nick Cave is een prachtige man, die heel mooi kan vertellen, en de montage aan het eind, waarbij in een optreden allerlei beelden van oudere optredens werden gemonteerd, was op zich al de kosten van het kaartje waard. De volgende categorie is ‘fijne films’, met voor mij als absolute winnaar Pride, met de onverwachte combinatie homo’s en stakende mijnwerkers, en My Old Lady, met Parijs en bejaarden, ook altijd leuk. En tot slot is er helaas altijd de categorie ‘jammer’: St. Vincent, flinterdun, met als enige pre Bill Murray, maar niet echt in een goeie rol, en Love is Strange, met wat mij betreft geen enkele pre. Zo snel mogelijk weer vergeten dan maar.

liffbannerInmiddels heb ik begrepen dat Whiplash de American Indie Competition gewonnen heeft – ik heb lang niet alle films in dat programma gezien, maar ik vond het wel een van de allerbeste films van het festival, en ook van het jaar wat mij betreft. Dat Pride bovenaan de audience award lijst stond, kan ik me ook heel goed voorstellen; ik vond hem leuk, grappig, ontroerend, lief en informatief. Ik denk dat ik ze allebei, met dank aan de Cinevillepas, nog wel een keer ga kijken. En het festival als zodanig? Ik had echt het gevoel dat het leefde in de stad: overal hingen posters (waar ik tot mijn trots ook op stond) en woeien vlaggen, en op Twitter werd er flink over gesproken, waarbij ook heel vaak gezegd werd dat films uitverkocht waren. Wat mij betreft faciliteren ze volgend jaar nog dat we ook buiten het weekend overdag naar de film kunnen – dan kan ik gelijk mijn moyenne omhoog krikken, en ik weet zeker dat er markt voor is. Maar ook als dat niet gebeurt is het LIFF echt iets waar de stad trots op kan zijn.

De laatste foto is weer van Coen Bastiaanssen, de ongekroonde koning van de LIFF-fotografie.