Categorie archief: Dieren

Berichten uit de keuken

Toen M en ik vorige week in Nunspeet waren, hebben we, behalve heerlijk chillen en slapen in een B&B, ook een wandeling gemaakt over de Veluwe. Een van mijn grote frustraties van de natuur (naast dat ik me na een uur begin te vervelen) is dat ik nog nooit een stoer beest in het wild heb zien lopen. Ja, in de omgeving van Rhenen zag ik hertjes, maar daar stond een hek om, en verder heb ik bijna 3000 kilometer door Noorwegen gereden, met om de 5 kilometer een verkeersbord dat me waarschuwde voor loslopende elanden, wat natuurlijk enorm hoopwekkend is, maar in de realiteit heeft zich welgeteld 0 van de gigantische elandenpopulatie van dat land zich aan mij voorgedaan. En daar baal ik van. Ik denk dat ik de natuur een stuk leuker zou vinden als de natuur ook eens wat met mij zou delen. Het gaat beide kanten op, hoor. Om die teleurstelling te kanaliseren heb ik, toen we na de wandeling iets warms aan het drinken waren, even onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om op de Veluwe geschoten wild te kopen om op te eten. Op die manier kon ik toch nog een soort van tastbaar bewijs van de aanwezigheid van al die dieren die zich onmiddellijk verstoppen als ik in de buurt kom krijgen, en vooruit, lekker eten is ook niet verkeerd. Bij een slager in Apeldoorn (een omrit van 20 kilometer) kochten we hertenbiefstuk, wildzwijnstoof (kant en klaar, handig voor als we een keer haast hebben) en een stuk hertenschouder.

hert1De hertenbiefstuk hebben we gelijk vrijdag opgegeten, maar voor de hertenschouder wilde ik iets meer rust hebben. Ik had dat namelijk nog nooit bereid, en de voor de hand liggende optie (in blokjes snijden en stoven) viel wat mij betreft meteen af, want ik vind stoofvlees een beetje saai.* Gelukkig hadden we zaterdag een workshop bij Las Palmas, zodat ik aan de bron van culinaire kennis kon vragen wat ze adviseerden – zorgen voor een kerntemperatuur van rond de 60 graden, luidde het advies, en daar kon ik wel wat mee. Ik heb het stuk een beetje opengesneden, ingesmeerd met truffeltapenade, daar kleingesneden paddenstoelen op gedaan, toen de boel opgerold en opgebonden in wat ergens tussen een rollade en een SM-spelletje leek. Toen heb ik de unit aangebraden en met een flinke scheut wijn erover in de oven gedaan. Na ongeveer 50 minuten op 180 graden had ik trek, en dat kwam goed uit, want toen ik de thermometer erin prikte gaf hij een temperatuur van 58 graden aan. Wij eten ons vlees graag rosé, dus ik heb de rollade eruit gehaald en hem even laten rusten, terwijl ik wat gnocchi kookte. Toen ik de rollade in plakken sneed, zag het er precies zo uit als ik me had voorgesteld, en de rode kool die ik had gemaakt was ook heel prima,** dus het was een zeer geslaagde maaltijd. Kennelijk vind ik hert op mijn bord net zo leuk als hert in het wild.

hert2* Dat ligt er niet aan dat ik niet weet hoe ik het moet bereiden, dat weet ik wel, en het smaakt ook altijd prima, maar de gedachte dat je begint met een mooi stuk vlees in brokken snijden vind ik al demotiverend, en het eindproduct is nooit zo bijzonder als je denkt. Ja, dat geldt ook voor jouw fantastische stoofschotel. Sorry.

** Overigens was die rode kool 3 dagen later nog veel lekkerder. Dat had ik beter kunnen plannen.

Een familie-uitje

Het feit dat mijn vader, die in Frankrijk woont, en zijn zus, die in Australië woont, tegelijkertijd in Maastricht waren was een mooie reden voor M en mij om ook naar Limburg af te zakken; we konden in een keer zo goed als de hele familie zien. En Maastricht natuurlijk, ook geen straf. Tijdens het diner bij mijn moeder thuis (mijn ouders zijn gescheiden, maar mijn moeder had mijn tante te logeren en ze kan het best goed met mijn vader vinden) nodigde mijn broertje M en mij uit om mee te gaan naar de Gaia Zoo. In de tijd dat ik daar woonde, was er in Limburg nog geen Bijenkorf en moest je een half uur rijden om naar MacDonald’s te kunnen, laat staan dat er een dierentuin was, maar er is veel veranderd in de 18 jaar sinds ik naar Leiden ben verhuisd. In Kerkrade was kennelijk een schitterende zoo ingericht, waar mijn broertje, zijn vriendin C en de kleine Louis een abonnement op hebben. M houdt heel erg van dierentuinen, maar hoewel we ons elk jaar voornemen er een te bezoeken, komt het er in de praktijk vaak niet van. Het zou mooi weer worden en het was op zich een goede gelegenheid om wat tijd door te brengen met de mannen van de familie (C moest helaas werken en mijn moeder en tante waren niet zo enthousiast), dus ik liet mijn zo geliefde Bijenkorf een dagje voor wat hij was. Louis wilde heel erg graag naar de aapjes – dat zei hij doorlopend, maar de manier waarop de dierentuin was ingericht leidde ertoe dat we eerst een heleboel andere beesten te zien kregen.

gaiazoo1

Het assortiment van de Gaia Zoo loopt uiteen van Livar varkens tot giraffen, met een boel vogels, grootoorvossen en beesten die ik nog nooit live had gezien. In Noorwegen zagen we het vel van een veelvraat (een wolverine), in Kerkrade liep hij rond. Er waren 2 nijlpaarden op klein formaat, zebra’s en cheeta’s, en ik zag voor het eerst in mijn leven een capibara, of eigenlijk zag ik er een paar, inclusief jongen en een exemplaar die onder het kroos zat. Er waren inderdaad ook plenty aapjes voor Louis en een weliswaar opgezette ijsvogel voor M. Ik weet eigenlijk niet welk dier mijn broertje het mooist vindt, en mijn vader heeft een tamelijk korte concentratiespanne, dus die was er op een gegeven moment wel klaar mee. Ik zie het liefst pinguïns, maar die waren er niet, maar ik vind stokstaartjes altijd wel grappig. Bovendien vond  ik het ook echt erg leuk om met de familie op pad te zijn – zo vaak zie ik ze niet en Louis weet niet eens hoe M en ik heten (hij noemt ons vooralsnog ‘die’ en ‘deze’). En hoe erg kan het nou eigenlijk zijn om met een bejaarde, een blije peuter, je broertje en je partner in de stralende zon door de dierentuin te lopen? Helemaal niet erg dus; het was een leuke dag, en hij zal me langer bijblijven dan het zoveelste bezoek aan de Bijenkorf.

gaiazoo2

Huisdieren van vroeger

Ik heb, met uitzondering van de eerste 3 jaar dat ik in Leiden in een studentenwoning woonde, al mijn hele leven huisdieren. Het begon met een konijn, maar er waren ook vogels, schildpadden, een cocker spaniel en een rat die Harry heette, naar Harry Mulisch. Maar er waren eigenlijk altijd ook katten, want ik ben echt een kattenmens en mijn ouders zijn dat gelukkig ook, want katten zijn prettig gezelschap: ze trekken hun eigen plan, lossen het zelf op als ze moeten plassen en komen bij je op schoot liggen als je zielig bent. Of langer dan 20 seconden zit. Ik herinner me overigens niet alle huisdieren even goed, maar ze waren ook niet allemaal even leuk. Schildpadden zijn namelijk gewoon saai, vogels maken vooral herrie en de ene kat is de andere niet. Onze rooie kater Hamish was bijvoorbeeld echt een topkat, volledig geschift, zo bol dat hij op een gegeven moment bijna niet meer door het poezenluikje paste, maar zo lief en gezellig dat het altijd leuk was als hij uit het niets met al zijn 6 kilo op je schoot sprong. Jammer genoeg had hij zichzelf binnen acht jaar helemaal opgeleefd (It’s better to burn out than to fade away was kennelijk zijn devies), maar dat waren wel acht hele mooie jaren.

hamish

Een ander topdier was de vorige hond van B, Willem, een Friese stabij met meerdere steekjes los. Hij was permanent vrolijk, maar het probleem was dat hij een nieraandoening had, waardoor hij om de 8 minuten moest pissen, wat in een flat nogal voor problemen kon zorgen. Ik herinner me een avond dat ik anderhalf uur op hem moest passen en uiteindelijk huilend met hem in het park ben gaan zitten omdat hij steeds in de ene kamer piste, en als ik hem in een andere kamer zette om de ene kamer te dweilen daar piste, en dat ook vice versa en de hele tijd zo verder. Voor B was het ook geen doen, dus uiteindelijk heeft hij Willem naar Friesland gebracht om te gaan wonen bij zijn broer (die van Willem dus) op een boerderij, waar hij buiten kon rondrennen en een lichte incontinentie geen enkel bezwaar zou zijn. Ik heb jaren niet aan hem gedacht, tot ik vanmorgen gebeld werd door een dierenartsenpraktijk in Oostwolde, of ik een hond had die Willem heette, want mijn telefoonnummer stond bij de chipgegevens van een hond die (en ik hield mijn adem in want ik hoopte zo dat hij niet dood was) daar was komen aanlopen (en ik ademde weer uit). Ik heb uitgelegd dat hij niet van mij was en ik kon zowaar het telefoonnummer van zijn nieuwe eigenaren vinden, dus toen waren we klaar. Behalve dan dat ik nog een vraag had: ‘Is hij nog steeds zo’n blije eikel?’ De dierenartsassistente moest een beetje lachen (het blijven Friezen natuurlijk), maar gelukkig, ‘hij is een vrolijk beest inderdaad’. Je zou hem bijna gaan missen.

willem

Op visite bij de koe

Een van de bijkomende voordelen van post krijgen die je zelf via internet bestelt is dat je ook nieuwsbrieven krijgt. Ik begrijp best dat het de bedoeling is dat je door de nieuwsbrief meer spullen bij het bedrijf bestelt, maar ik vind het gewoon gezellig; post is post tenslotte. De nieuwsbrief van koopeenkoe.nl is een prettige: hij komt niet al te vaak, er staan handige dingen in (BBQ tips bijvoorbeeld, informatie over de koeienrassen en dat je ook een varken kan kopen), en de toon is ook aangenaam. In de meest recente nieuwsbrief stond dat ze het leuk vonden als de lezers een keer langs zouden komen – en dat vond deze lezer ook wel leuk. Daarom leende ik een auto en toog ik met M naar Baambrugge, waar het hoofdkwartier van Koop een koe zich bevindt. We maakten kennis met Rebecca, die de operationele dingen binnen het bedrijf regelt (en die vriendelijke nieuwsbrieven schrijft dus), en Yvo, die het concept bedacht heeft en de zakelijke aspecten regelt. Het bedrijf heet officieel Crowdbutching en bestaat nu uit Koop een koe en Koop een varken, maar binnenkort (‘Zeg maar oktober. Of november.’) komt er ook Koop een kip, dus dan ben je zo’n beetje voor je hele vleesbehoefte onder de pannen*.

koopeenkoe1

We mochten van Yvo en Rebecca alles vragen, en dat was fijn, want we wilden veel weten. Bijvoorbeeld hoe Yvo op het idee van Koop een koe was gekomen: hij had bij de supermarkt een stukje vlees gekocht, en wilde weten waar het vandaan kwam. Nou is ieder stukje vlees op zich traceerbaar, maar Yvo wilde meer openheid van zaken, waardoor hij teruggreep naar het ouderwetse principe van met een aantal mensen samen een hele koe kopen en dan het vlees verdelen, maar dan met het supermarkt-gemak, dus voorverpakt en geportioneerd. Er zijn 2 koeienpakketten: van een dubbeldoelkoe (die eerst melk geleverd heeft en daarna voor vlees bedoeld is) en van koeien die speciaal voor vlees zijn. Dat laatste pakket is iets duurder, maar er zitten ook iets meer fancy stukjes vlees in. M en ik bleken perfect in de doelgroep te passen, want het merendeel van de klandizie is boven de 35, met een interesse in goed, traceerbaar, vlees en de behoefte aan het gemakt van een pakket dat thuis afgeleverd wordt. Yvo vertelde ook nog dat hij ook pakketten verkoopt aan oudere mensen, die zich het eerdergenoemde ouderwetse samen een koe kopen-principe herinneren. Ik wilde graag weten wat er met het orgaanvlees gebeurt, want dat zit niet in het pakket, en het hele beest zou gebruikt worden, en wat blijkt: als je een pakket bestelt en je stuurt een mailtje, kan je orgaanvlees krijgen**. Reden te meer om nog een keer een koe te kopen dus.

koopeenkoe2

Rebecca leidde ons rond door de slagerij, waar het werk voor de dag al was afgelopen (jammer, ik zie graag slagers aan het werk, wat een mooi vak is dat). Koop een koe slacht niet zelf; de koeien die verkocht zijn gaan op vrijdag naar de slachter, die ze vervolgens een paar dagen rust geeft (het slachten is op maandag of dinsdag), zodat ze niet stijf van de stress door de reis geslacht worden, want los van het feit dat dat zielig is, is het ook slecht voor het vlees. Vervolgens rijpt het vlees 2 weken en dan gaat het naar de slagerij, de slagerij van de Lindenhoff in Baambrugge. De varkens staan bij een biologische varkenshouder in Winterswijk, maar de koeien wonen dichtbij Crowdbutching HQ, en Yvo bood ons een tochtje naar de stal aan – en daar zeiden we natuurlijk geen nee tegen. De koeien hebben een mooie grote stal, die aan alle kanten open is en waar ze naar eigen behoefte in en uit kunnen. Hoewel het een mooie dag was, was de behoefte van veel koeien die dag kennelijk om binnen een beetje te gaan staan chillen, maar dat zag er dan ook heel ontspannen uit.

koopeenkoe3

Ik vond het heel leuk om te zien hoe open Yvo vertelde over het bedrijf en de gang van zaken en hoe hij met de koeien omgaat. Hij benadert ze echt als dieren en niet als handelswaar, en dat is prettig. Ik heb verder geen ervaring met andere boeren en koeien, laat staan met koeien die alleen maar als pre-biefstuk gezien worden, maar dit vind ik in elk geval een aangename manier. Op een gegeven moment moest Yvo weg (tja, sommige mensen moeten natuurlijk ook werken), maar wij mochten gewoon blijven, en dat hebben we gedaan, zodat ik me uitgebreid kon verbazen over hoe grof de oude stier geschapen was***, M de verschillende koeiensoorten die Yvo hem geleerd had nog even rustig de revue kon laten passeren en ik schaamteloos foto’s kon maken van koeien en kalfjes. En een boel koeienkwijl op mijn hand kon incasseren, want koeien likken, met flink speeksel. Buiten in het veld stonden nog een boel koeien vrolijk gras te eten, dus die zijn we gaan bekijken, en toen was het bezoek tot een einde gekomen. Het was leerzaam en overtuigend: ik ga geen vegetariër worden, dat zit er gewoon niet in, maar als ik dan toch vlees eet, dan liever dit vlees. Want koeien die zo goed behandeld worden smaken gewoon beter.

*Koop een lam. Dat zou mooi zijn.

**De huid gaat naar Polen om tot leer verwerkt te worden en de uiers gaan in de frikandellen. En de restjes die echt helemaal niemand wil hebben gaan in het hondenvoer. Alles gaat dus inderdaad op.

***Dat had ik ook al gedaan waar Yvo bij was, maar stilletjes.

Liever wortel

Hoe lekker moet het zijn, om gewoon op je rug te liggen en voorgesneden stukjes groente te eten. En dan kan ik me gewoon helemaal voorstellen dat je een voorkeur hebt voor de wortel boven de onduidelijke groene stukken. Wat een heerlijk beest. Ik adviseer je dit drie keer achter elkaar te kijken, daar wordt een mens rustig van.

Vrijdag de 13de

Ik ben niet bijgelovig. Althans, ik heb een heleboel ritueeltjes waaraan ik me van mezelf moet houden omdat anders misschien de wereld vergaat (dat mijn shampoo van hetzelfde merk moet zijn als mijn conditioner bijvoorbeeld), maar ik loop zonder enig bezwaar onder een ladder door, of open een paraplu in huis, en vrijdag de 13de betekent voor mij alleen maar dat het zaterdag de 14de is, en dat betekent op zich natuurlijk helemaal niets. Deze week had ik al een pechdag gehad, want op dinsdag de 9de mocht ik een hele dag rapportvergaderingen meemaken, en de massage die ik mezelf had gegund (en die heerlijk was) was volledig tevergeefs, want bij aankomst thuis bleek onze zwarte kater Lou te zijn verdwenen. We hadden hem maandagavond nog gezien, maar daarna niet meer, en in het licht van het feit dat Lou doorgaans maximaal een uurtje buiten is en zelden of nooit een maaltijd mist, was een afwezigheid van 24 uur zorgwekkend. M had hem al via de chipdienst als kwijt aangemeld en een postertje gemaakt voor achter het raam, en ik ben de sociale media ingedoken om te proberen hem zo terug te krijgen.

Poster_LouEr bleken enorme netwerken voor mensen die een dier kwijt zijn te bestaan, en iedereen was heel behulpzaam. Het bericht dat Lou weggelopen was werd aan alle kanten geretweet en een aardige dame deed een melding in diverse Facebook-groepen. Ik heb ook nog een melding gedaan bij de Dierenambulance en de stichting Amivedi, en gisteren ben ik samen met N langs de buren gegaan om te vragen of ze in hun schuur wilde kijken of daar een dikke zwarte unit nietsvermoedend naar binnen was gelopen en vervolgens opgesloten was geraakt. Inmiddels leken de mogelijkheden mij tot drie te zijn teruggebracht: of hij was dood, of hij had de lente in zijn bol en lag ergens ondanks zijn castratie ergens te ketsen, of hij had een ongeluk gehad en was met pijn ergens in een hoekje gekropen. Optie 1 zou ik jammer vinden, maar dan had hij in elk geval geen pijn, optie 2 is hem natuurlijk van harte gegund, maar optie 3 leek me het minst verkieslijk, en daar was ik heel erg bang voor. Maar alle angst bleek voor niks, want toen ik net even op bed lag te lezen (ja het is vrijdagmiddag, maar ik werk hard, en ik had even vrij, dus don’t judge me) met Lou zijn zusje Maus, kwam hij binnenkakken alsof er niks aan de hand was. Wat mij betreft leidt een zwarte kater op vrijdag de 13de dus juist tot extreme geluksgevoelens.

Louthuis