Categorie archief: Gemeenteraad

Raad staat voor Leiden

Een paar maanden geleden heb ik een fotoshoot gehad met Hans van Egdom, een Leidse fotograaf, die een serie aan het maken was met gemeenteraadsleden. Vanaf vandaag (tot 30 mei) zijn foto’s uit die reeks te zien in de hal van het stadhuis, wat natuurlijk al heel erg leuk is, maar ik mocht een column voorlezen ter gelegenheid van de tentoonstelling. Dit is die column, met daarbij drie foto’s die op de tentoonstelling te zien zijn. Die zijn dus van Hans.

Ik ben echt een vrouw van woorden. Als ik iets aan iemand duidelijk moet maken, gebruik ik daar het liefste gewoon een heleboel tekst voor: ik begin te praten, of te schrijven, en ik hou pas op als ik het gevoel heb dat ik mijn punt gemaakt heb, dat alle potentiële vragen bij voorbaat beantwoord zijn, en dat mijn gesprekspartner precies doorheeft wat ik wil. En waarom. En hoe. En als dan later blijkt dat het toch niet allemaal over is gekomen, dan begin ik gewoon weer opnieuw – ik ben echt de beroerdste niet. Tijdens de campagne  voor de gemeenteraadsverkiezingen vond ik het ook bijna jammer dat ik aan de voorkant van mijn persoonlijke flyer alleen maar een plaatje en een kekke slogan kon afdrukken, want waarom zou je maar aan een kant van je flyer tekst opnemen als je twee kanten tot je beschikking hebt? Gelukkig kan ik me als D66’er ook in dit opzicht thuis voelen bij mijn partij, want daar is eigenlijk helemaal niemand vies van een praatje. Sinds ik in de gemeenteraad zit, is het me overigens duidelijk geworden dat dat niet per se iets is dat bij D66 hoort: alle politici hebben de neiging om eerder veel dan weinig te zeggen, en we grijpen vaak de kans om dat daadwerkelijk te doen.

frederik-81-EditDaarom was ik, toen ik op Facebook de foto’s zag die Hans van Egdom van Frederik Zevenbergen gemaakt had, gefascineerd door het project ‘Daar sta ik voor. Leidse politici in beeld’. Leidse politici werden uitgedaagd iets uit de stad te zoeken waarbij ze zonder woorden het belangrijkste punt dat ze willen maken letterlijk in beeld brengen, en dan ging het ook nog om iets waar je voor bent, en niet iets waar je boos over bent, of wat je wilt veranderen. Ik wilde ook wel aan dat project meedoen, maar al met al was het helemaal niet zo gemakkelijk om een beeld te vinden bij wat ik te zeggen heb: als raadslid met als enige portefeuille cultuur (en dat is ‘enig’ in iedere zin van het woord overigens) kan je wel voor een museum gaan staan, of voor een schilderij, maar ik wilde meer dan dat. Daar komt nog bij dat ik een lichte vorm van camera-angst heb, dus ik vond het allemaal extra spannend, maar toen ik de foto’s zag die Hans van mij gemaakt had, kon ik me goed vinden in het ‘politieke programma zonder woorden’.

Susannah-7Het is natuurlijk een cliché: a picture says more than a thousand words. En als je per foto die hier tentoongesteld is 1000 woorden rekent, dan kun je, als je ons raadsleden een beetje kent, misschien net het eerste half uur van een raadsvergadering dekken. Maar deze foto’s zeggen meer dan veel van die vergaderpraat. Als je de tentoonstelling overziet, dan kun je echt zien waar we voor staan: we staan voor molens, voor asfalt, voor werk, voor bomen, voor industrieel erfgoed, voor sportvelden, voor leerwerkbedrijven, voor zwembaden, voor de politie, voor de hortus, voor de werelderfgoedlijst, voor nieuwe wijken, voor kleine winkeliers, voor de Kooi en voor de groene ruimte. En ik? Ik sta voor een van de vele ‘Muurgedichten’ in de stad. Behalve breedsprakig ben ik namelijk ook behoorlijk eigenwijs, dus ik heb het voor elkaar gekregen om niet alleen voor toegankelijke cultuur voor iedereen te staan, maar ook voor woorden. Want daar sta ik ook voor.

Susannah-10

Maiden speech

Gisteren heb ik mijn maiden speech gehouden. Het is mogelijk om via de website van de gemeente Leiden de hele raadsvergadering ook na afloop te kijken, maar het is misschien makkelijker om de tekst van mijn eerste optreden in de raad te lezen. Tijdens je maiden speech mag je zeggen wat je wilt en word je in principe niet geïnterrumpeerd. Voor mij een mooie gelegenheid om eens even uitgebreid mijn visie op cultuur in het algemeen en in Leiden in het bijzonder te presenteren. 

maiden speech

Leiden is een ambitieuze stad en in die ambitie claimen we regelmatig een cultuurstad te zijn. Met dergelijke claims komt natuurlijk wel de verplichting om de daad bij het woord te voegen en ervoor te zorgen dat het culturele leven in de stad goed geregeld is. Want laten we eerlijk zijn: er is nog genoeg te doen. Dat onze musea ontzettend veel bezoekers trekken is prachtig, maar daarmee zijn we er nog lang niet. We willen een cultuurstad zijn, en niet alleen maar een museumstad.

Er worden mooie plannen gemaakt om het bioscoopaanbod te moderniseren en ervoor te zorgen dat we niet alleen tijdens het Leiden International Film Festival een belangrijke filmstad zijn. De theaters zijn nog lang niet af: niet alleen de Leidse Schouwburg, ook Ins Blau dreigt uit zijn fysieke jasje te groeien en kan niet iedereen die een voorstelling bezoekt de gastvrijheid bieden waaraan behoefte is. Met het verlies van het LAK-theater zijn we een belangrijk vlakke-vloertheater kwijt, en hoewel het mooi is dat Ins Blau de programmering heeft overgenomen, missen we ongeveer de helft van de voorstellingen die in het LAK werden opgevoerd. De Stadsgehoorzaal biedt een breed scala aan klassieke muziek en met de bouw van De Nobel krijgt Leiden een mooie ruimte voor popmuziek. Beelden in Leiden en het International Foto Festival zijn in de openbare ruimte voor iedereen zichtbare culturele manifestaties en dragen bij aan de allure van de stad.

De gemeente is al lang niet meer in het bezit van een grote emmer cultuurgeld waarop iedereen met creatieve behoeftes aanspraak kan maken. Cultureel ondernemerschap is de weg voorwaarts en de cultuurmakelaar levert hier een zeer belangrijke bijdrage aan. Dat wil niet zeggen dat individuele projecten vanzelfsprekend niet gehonoreerd moeten worden, maar eenmalige investeringen leveren vaak eenmalig werk op – het is aanzienlijk duurzamer om culturele initiatieven te ondersteunen bij het op de lange termijn zoeken, en vooral vinden, van financiële ondersteuning.

Het mooiste wat uit de westerse cultuur is voortgekomen is niet vreemdelingenhaat en angst voor nieuwe invloeden. Het is het vermogen om met een open blik naar de steeds veranderende wereld om ons heen te kijken, nieuwe impulsen op hun merites te beoordelen en daar vervolgens creatief mee aan de slag te gaan. En daar komt al eeuwen veel prachtigs uit voort: dat moeten we koesteren, stimuleren en een plaats geven. Niet alleen in ons verstand, ook in onze omgeving.

In tijden van crisis, en helaas niet alleen in tijden van crisis, is het aantrekkelijk om te zeggen dat er uitgaven zijn die urgenter zijn dan uitgaven aan cultuur. Dat kan zo zijn, maar laten we niet onderschatten hoeveel mensen in Leiden direct of indirect door cultuur in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Cultuur verbindt en cultuureducatie zorgt ervoor dat alle kinderen, ook de kinderen die van thuis weinig meekrijgen, toch leren genieten van het brede cultuuraanbod.

We zijn als raad sterk geneigd om ons in onze dagelijkse activiteiten te richten op praktische zaken, die gaan over wat we kunnen en moeten doen, maar we moeten niet uit het oog verliezen dat we aan de hand van hoe we omgaan met cultuur laten zien wie we zijn.