Categorie archief: IDFA

Over de helft

Het is nu 18 november, en ik merk dat ik een beetje in de problemen ga raken met alle dingen die ik in november had willen doen. Om te beginnen ben ik heel prettig aan het schrijven in het kader van Nanowrimo, maar ik lig ver achter op schema. De teller staat nu op 8108 woorden, wat volgens de prognose van de site (die uitgaat van een doel van 50.000 woorden) betekent dat ik het boek zal afronden op 14 februari 2017. Dat is op zich mooi, want dan kan ik het etentje om te vieren dat ik een roman af heb gelijk combineren met een romantisch diner ter gelegenheid van Valentijnsdag. Maar zonder gekheid: die einddatum maakt me niet zo heel veel uit. Ik ben op het moment erg trots op het feit dat ik 18 dagen lang elke dag heb geschreven. In het Engels, en dat het langzaam maar zeker vordert. En sneller kan het eigenlijk niet vorderen. De eerste week van november heb ik besteed aan achterstallig nakijkwerk, de tweede week aan werk dat achterstallig is geraakt doordat ik in de eerste week achterstallig nakijkwerk zat te doen, en deze week is het IDFA, waardoor er vanzelf weer dingen op de achterstallig-stapel raken. Ja, ik doe te veel. En nee, ik wil daar niets in schrappen.

tikkenalseenmalle

Dus ik ga gewoon nog even door met een net iets te volle agenda. Ik weet niet of alle bordjes die ik hoog probeer te houden ook daadwerkelijk niet op de grond zullen kletteren, maar ik zal mijn best doen. Volgende week heb ik weer een deadline van het huiswerk van de coach-opleiding, er moeten herkansingen gemaakt, afgenomen en nagekeken worden, de discussies die ik modereer bij IDFA bereiden zichzelf niet voor en ik ben door mijn voorraadje blogs voor als ik andere dingen aan het schrijven was heen. Dat in combinatie met het feit dat ik op het moment echt een verschrikkelijk rooster heb op school (ik heb het vermoeden dat de roostermaker een intense diepgewortelde haat voor mij heeft opgevat, maar ik heb geen idee waarom) en dat ik op school eigenlijk nergens rustig kan werken leidt tot een licht paniekerig gevoel. Maar dat wil bij mij ook weleens juist tot extreme effectiviteit leiden, dus wie weet. Mijn agenda zit voorlopig dus ramvol, en als ik dan donderdagavond terugkeer van IDFA hoef ik alleen maar even met M uit eten te gaan (want dan spreek ik die ook nog eens een keer) en dan is het sprs.me tijd: ik moet me vrijdag om 04.30 melden op Schiphol. Met een laptop in mijn tas, want het schrijven gaat door. Dat sowieso.

IDFA 2015

Het laatste vaste hoogtepunt op mijn culturele agenda van 2015, het International Documentary Film Festival Amsterdam, of zoals iedereen het noemt, IDFA, zit er weer op. Waar ik vorig jaar in totaal 19 documentaires heb gezien (waarvan ik bij 7 als moderator heb mogen optreden), was de score dit jaar zowel lager als hoger: 14 documentaires gezien, waarvan 8 als moderator (al kwam bij een van de films de regisseuse niet opdagen voor de Q&A, maar dat betekent niet dat ik niet voorbereid was, dus hij telt mee). Het iets lagere aantal komt deels doordat ik ervoor gekozen heb om, anders dan andere jaren, alleen op de dagen dat ik als moderator optrad naar Amsterdam te gaan en ook voor mezelf films te kijken – ik had ook een paar dagen nodig om de was te draaien en mijn leven een beetje op orde te krijgen, en dat heeft toch invloed op je documentaire-moyenne. Maar het was een mooi jaar: ik heb een aantal zeer indrukwekkende films gezien. Bovendien kon ik, doordat ik moderator was, kennis maken met flink wat fascinerende mensen.

idfa1Het is altijd lastig om de documentaires die ik heb gezien in categorieën in te delen – dat komt natuurlijk ook doordat ik zelf niet uitzoek welke films ik ga modereren, dus dan is het lastig een thema vast te leggen. Ik denk wel dat ik zo’n beetje het hele spectrum aan onderwerpen heb gezien: ik zag The American Epic Sessions, waarin een aantal hedendaagse musici door middel van een apparaat uit de jaren ’30 oude liedjes opnamen (de doc werd in de Melkweg gedraaid, en het was ook alsof ik een concert van 2,5 uur had gezien), Poverty Inceen zeer interessante film over hoe de manier waarop het westen de ‘arme’ landen helpt in feite alleen maar bijdraagt aan hun armoede en achterstanden (zo’n film waardoor ik onmiddellijk denk dat ik mijn leven moet veranderen), About Heaven, waarin Zwitserse bejaarden praten over de dood en wat hun daarna al dan niet te wachten staat (ik kan altijd genieten van oude mensen, blijkt elke IDFA) en Clear Years, waarbij de regisseur nauwkeurig verslag legt van de zwangerschap van zijn vriendin, de jaren die daarop volgen en de teloorgang van hun relatie (mooi, maar voor mijn gevoel iets te lang – daar staat dan weer tegenover dat ik de Q&A met de overigens woest aantrekkelijke regisseur deed in Tuschinski 1, en dat is al jaren de droomlocatie).

idfa2De categorie ‘documentaires over mensen’ is wel makkelijk aan te geven. Ik zag Kom Naderde (naar later bleek) prijzenwinnende muziekdocumentaire over Boudewijn de Groot, die erg mooi was, niet alleen vanwege de prachtige liedjes, want die kende ik al, maar ook, of misschien wel vooral, vanwege de manier waarop de mensen in de omgeving van De Groot probeerden iets over de toch wel erg gesloten man te zeggen. In A Boy’s Dream maakten we kennis met Theo Jansen, de maker van de spectaculaire strandbeesten uit Scheveningen, in een tamelijk roerige periode: tentoonstellingen, ambitieuze projecten en een echtscheiding – en dat alles terwijl het scheppen van de dieren gewoon doorging. Ik vond het ook heel bijzonder om in het kader van de Q&A kennis met hem te maken, en ik ga zeker volgend jaar op het strand naar zijn werk kijken. Als moderator mocht ik ook in gesprek met Errol Morris, nota bene een Oscarwinnaar, die een retrospective had op het IDFA. Wij spraken in het kader van de film Mr. Death: The Rise and Fall of Fred A. Leuchter Jr., over een curieuze man die in eerste instantie gespecialiseerd was in het verbeteren van executieapparatuur, maar later berucht werd als holocaustontkenner. Als laatste in deze categorie is er nog Janis: Little Girl Blueover Janis Joplin, van wie ik alleen maar wist dat ze liedjes zong en dood is, dus daar viel veel aan informatieverwerving te halen, en dat lukte ook. Ik vond het een heel interessante film, die ook wel kritisch was over La Joplin, met veel mooie beelden.

idfa3In de mini-categorie ‘Oostblok’ zag ik Holy Cow, over een man in Azerbeidzjan die een westerse koe wil kopen en daarbij op allerlei weerstand stuit, van zowel zijn vrouw als van een soort raad van wijze mannen uit het dorp (‘je mag nog geeneens een kat uit een ander dorp importeren’), maar toch zijn gang gaat en uiteindelijk een schitterend zwart-wit gevlekt beest in zijn stal weet te zetten. En in Ukrainian Sheriffs (die de juryprijs gewonnen heeft) werden twee mannen door de burgemeester van een dorp aangesteld om daar zo goed en zo kwaad als het gaat orde op zaken te stellen, terwijl op de achtergrond de oorlogsdreiging almaar dichterbij komt. De categorie ‘Het kan altijd erger’ was nu ook weer vertegenwoordigd: in Rebels bleek maar een deel van de kansarme Noorse jongeren aan het werk te kunnen komen, en de jongen met wie we sympathie leken te moeten voelen bleek zijn agressie niet onder controle te krijgen, dus die werd uit het hulpproject geknikkerd. In Into Darkness bleek een Marokkaanse jongen onherstelbaar en onherroepelijk blind, net als 10 andere familieleden van hem, en zijn tante moest stoppen met haar studie – veel treurnis voor een film van 30 minuten.

idfa4Ik heb nog een bijzondere vermelding voor Eritrea Stars, een documentaire van John Appel over het Eritrese voetbalelftal, dat als eenheid van 16 vluchtelingen in Gorinchem terechtkomt en dan met heel veel moeite probeert te integreren, Nederlands te leren en te voetballen. Alle pogingen van het COA, de trainer, de wijkagent en de mannen zelf ten spijt, valt het elftal uit elkaar, en moeten we nog zien hoe het met ze afloopt. De Q&A achteraf met de regisseur was ook bijzonder. Ik kan voor deze film geen trailer vinden, maar hij is integraal te zien op Uitzending Gemist, dus dat is nog beter. Mijn absolute favoriet deze IDFA was Mr. Gaga, een werkelijk prachtige documentaire over Ohad Naharin, een Israëlische danser-choreograaf. De film zat vol met beelden van repetities en voorstellingen, en ik heb van begin tot eind geboeid zitten kijken. Sterker nog, ik kreeg er zowaar zin van om een keer naar een dansvoorstelling te gaan, dus dat zegt heel veel. Ik heb, net als de voorgaande jaren, enorm genoten van deze IDFA – ik vond niet alle films even goed, maar al met al kijk ik met veel plezier terug op deze editie van het festival, en ik kijk nu al uit naar IDFA 2016.

Voorbereiding

Voor zover dat nog niet was gebleken uit het feit dat ik doorlopend lijstjes maak van alles wat ik ga doen, wil doen, moet doen, heb gedaan, overweeg te doen en niet meer wil doen: ik ben best een control freak. Althans in sommige opzichten, want waar ik heel veel dingen wel in de hand wil houden, is mijn leefomgeving doorgaans behoorlijk chaotisch, en ik ben vaak van alles kwijt. Maar als het gaat om dingen die moeten gebeuren of die ik moet doen, begin ik met het maken van een lijstje, dan komt het het in mijn agenda, en dan begint de daadwerkelijke voorbereiding. Als ik een diner moet cateren start dat altijd met een papiertje waar ik wat gedachtes op heb opgeschreven, vervolgens maak ik een tijdsplanning in mijn agenda, daarna maak ik een Excel-bestand aan (als Excel niet bestond, was ik sowieso een ongelukkig mens, want mijn persoonlijke financiën draaien op deze software), met daarin per gerecht uitgesplitst welke boodschappen ik moet kopen, die sorteer ik dan per winkel, en dan kan het echte koken beginnen. Ook voor het moderaten van Q&A’s op de IDFA heb ik een vast systeem: ik krijg mijn rooster, zet de films in mijn agenda, en kijk ze allemaal van tevoren. Ik maak kaartjes aan met de belangrijke informatie over de film op de voorkant, en de vragen die ik zou kunnen stellen op de achterkant, en daarna is het alleen maar een kwestie van erheen gaan, de regisseur een handje geven, de film nog een keer kijken, en modereren met mijn donder.

IDFADat systeem is misschien een beetje neurotisch, maar zo ben ik. Mijn IDFA partner in crime C, kijkt de films nooit van tevoren, omdat hij van mening is dat zijn Q&A’s beter zijn als hij spontaan op een film kan reageren. Bovendien zegt hij, en daar heeft hij wel een punt, dat niet alle documentaires even boeiend zijn, en als je ’s avonds laat een film moet kijken die 2,5 uur duurt, gaat over iemand in Bhutan die een televisie wil kopen en die je al gezien hebt, wil het weleens lastig zijn om te voorkomen dat je in slaap valt – want dat zou dan natuurlijk buiten gewoon onwenselijk zijn als de regisseur naast je zit. Er zijn ook mensen die het begin en het einde van de film kijken bij wijze van voorbereiding. Nadeel van mijn systeem is dat het lastig is om op korte termijn een Q&A te moderaten; flexibiliteit was toch al niet my middle name, maar als ik, zoals gisteren, om 13.00 hoor dat ik om 16.45 een supergave documentaire mag moderaten, dan kan ik het niet voorbereiden zoals ik wil. Ik maak dan natuurlijk wel een kaartje, maar dat is het dan. En dan blijkt dat het ook weleens mis kan gaan: de regisseur wilde zelf zijn film inleiden, zodat ik alleen maar het publiek welkom moest heten en hem aankondigen, dus ik had mijn kaartje in mijn tas gelaten, maar toen ik op het podium stond, had ik mijn eerste black-out ooit. Ik had geen idee meer hoe de film heette. ‘Ladies and gentlemen, welcome to IDFA and to the Melkweg, you are about to see … uuuuhhhmmm … a documentary…’ Gelukkig herpakte ik me snel, en maakte ik mijn zin af met ‘… which the director will introduce to you himself, so can we have a warm welcome for Bernard MacMahon’, dus ik geloof dat ik ermee ben weggekomen. En ach, dan heb ik toch weer twee lessen geleerd: dat ik het beste ben als ik me op mijn eigen manier heb voorbereid en dat ik ook een black-out kan overleven. Vooral dat laatste vind ik eigenlijk wel een prettige gedachte.

IDFA 2014

Het komt niet vaak voor dat ik volledig naar eigen tevredenheid kan zeggen dat ik een vinkje kan zetten op een van mijn to do lists, omdat ik doorgaans zo streng voor mezelf ben dat ik op iedere slak wel zout zou kunnen leggen, maar ik denk dat ik het onderdeel ‘Q&As moderaten op IDFA’ echt verdiend als ‘afgerond’ kan aanmerken. Er waren dit jaar maar liefst 7 documentaires waarbij ik de inleiding verzorgde en vervolgens de discussie tussen regisseur (of eventueel producer en/of hoofdpersoon) en zaal mocht coördineren, natuurlijk altijd met een paar vragen achter de hand voor als het publiek niet durfde, te overdonderd was of gewoonweg geen vragen had. En wat zo mooi is als je moderator bent op IDFA: je krijgt een passe-partout en de mogelijkheid om voor films die voor de gewone mens uitverkocht zijn gebruik te maken van de industry-kaarten, zodat ik bijna altijd voor of na een film die ik moest moderaten nog een documentaire van mijn eigen keuze heb geplakt. Tot slot komt daar nog de jaarlijkse IDFA-dag van B en mij bij (B is degene die mij ooit de charmes van het festival heeft laten zien, dus die dag blijft op het programma staan, ook al ben ik inmiddels nog zo’n hardcore gebruiker van het genre) en dan blijkt aan het eind van het festival dat ik maar liefst 19 documentaires heb gekeken.

IrisGelukkig was er tussen al die films nog wel wat thematische samenhang te ontdekken. Ik heb bijvoorbeeld een aantal documentaires gekeken over mensen die om de een of andere reden een film waard zijn: om te beginnen Iris, over de New Yorkse Iris Apfel, een prachtig 92-jarig stijlicoon, die ontzettend veel kleding, nog veel meer sieraden en het meeste durf in wat ze aantrekt van iedereen heeft. Messi was een tamelijk lange en bijzonder kritiekloze documentaire over een heel belangrijke voetballer, die ik op vrijdagochtend zag, omringd door jongens van een jaar of 11 (geen idee waar de leerplichtambtenaar was, maar die had bij Tuschinski een flinke slag kunnen slaan). In Keep On Keepin’ On zagen we Clark Terry, een ontzettend belangrijke hoogbejaarde jazz-trompettist en zijn protegé Justin, die ondanks zijn blindheid een zeer getalenteerde pianist is. Drifter was een film over een Hongaarse jongen die droomt van een leven als rally-rijder, maar die aan alle kanten werd geconfronteerd met de werkelijkheid. Er gaat van alles mis: zijn auto gaat stuk, hij moet van school, zijn vriendin wordt zwanger en tot slot gaat zijn relatie uit, maar hij blijft gelukkig dromen. In Naziha’s Spring maakten we kennis met Naziha, een vrouw uit Amsterdam die 10 kinderen heeft en er ondanks alles ook maar wat van probeert te maken (zij was ook bij de Q&A aanwezig – ik vond het een bijzondere film en een heel bijzondere vrouw).

nazihaEr was ook een subcategorie in de reeks bijzondere mensen, namelijk transgenders, die in mijn programma met maar liefst 2 films vertegenwoordigd waren: Nathan, Free as a bird (over een Belgische man bij wie de operatie mislukt was en die zichzelf liet euthanaseren vanwege ondraaglijk psychisch lijden – indrukwekkend, ook doordat de kijker hem zag sterven) en Song for Alexis (over een hele jonge transgender uit New York en zijn relatie met zijn vriendin Alexis – iets teveel pubergeneuzel voor mij, maar wel heel liefdevol gefilmd). Een andere subcategorie in de reeks bijzondere mensen was die van de bijzondere gezinnen. In The Circus Dynasty maakten we kennis met twee circusfamilies die hoopten met elkaar verbonden te worden door de relatie van twee van hun kinderen. Slecht plan, je toekomst bouwen op het liefdesleven van pubers – dat had ik ze ook van tevoren wel kunnen vertellen. De laatste film die ik mocht moderaten was The Queen of Silence, over een doof Roma-meisje in Polen, dat ontzettend graag danst; het was een prachtig gefilmde documentaire, met schitterende beelden, maar het meest indrukwekkend was het meisje zelf, dat ondanks alle tegenslagen ontzettend positief bleef. M kwam kijken (voor het eerst op IDFA) naar mijn moderation van Always Together, over een totaal bizar gezin uit Tsjechië, met een vader, die ondanks het hippie-gevoel dat hij leek op te wekken eigenlijk een ongelooflijk dominante, zelfingenomen en vervelende man bleek te zijn.

always togetherMeestal is op IDFA ook wel een reeks docs te vinden die gaan over hoe slecht de VS zijn, en ook dit jaar had ik er 2 bij zitten: Rich Hill, een ontroerend beeld van drie jongens die ruim onder de armoedegrens leven in een stadje dat inderdaad Rich Hill heette, en Silenced, over hoe de Amerikaanse regering omgaat met klokkenluiders. Eng land. Als ik die categorie iets ruimer trek, tot ‘de regering heeft niet altijd gelijk’ kan ik daar nog 2 films aan toevoegen: in Stealing Socialism vertellen allerlei bejaarden uit Estland over hoe ze ooit van de Russen gejat hebben en in Gabriel reports the world cup bracht een jonge journalist uit Brazilië verslag uit van hoe zijn buurt verziekt is door bouwplannen omtrent de wereldkampioenschappen voetbal. En als we het over politiek in het algemeen hebben was daar ook nog 1974, Une partie de campagne, een film die op verzoek van Giscard d’Estaing was gemaakt over de verkiezingen, maar vervolgens 20 jaar lang op de plank gehouden omdat hij te controversieel zou zijn. Ik miste de controverse, maar ik ken de politieke context ook niet. Algehele misstanden kwamen aan de orde in Just Eat It, een documentaire over voedselverspilling, een film zoals Super Size Me, waardoor ik gelijk eens even ben gaan nadenken over hoe ontzettend veel eten ik eigenlijk weggooi (geslaagd dus), en in Warriors From The North leerden N en ik veel over moslimterroristen in het westen. De laatste categorie is de categorie ‘niet in een categorie te vangen’, waarin ik Tea Time (over een groep Chileense dames van hoge leeftijd die elkaar regelmatig zien om thee te drinken en te praten over het leven – prima doc, met bejaarden erin, dus dat is voor mij altijd een pré, maar ik vond hem iets te lang) en Sleeper’s Beat (over de mensen die werken op de Trans-Siberië Expres – deed me weinig).

keep onIk heb een bijzonder talent om op festivals juist de films te kiezen die geen enkele prijs winnen, ook al zie ik er nog zoveel, maar dit jaar had ik de jackpot, want Naziha’s Spring heeft de Audience Award gewonnen, Keep On Keepin’ On de prijs voor de beste muziekdocumentaire, Tea Time won de prijs voor beste door een vrouw geregisseerde doc (geen idee waarom dat een categorie moet zijn, maar prima) en Drifter kreeg de First Appearance Award. Dus ik had er een boel winnaars bij zitten, en dan heb ik het nog niet eens over mijn persoonlijke favorieten Iris, Just Eat It en Rich Hill. En over Always Together zal ik denk ik nog wel even nadenken, dus daarmee is het ook wat mij betreft een geslaagde doc: laten zien, vragen oproepen en de kijker zelf laten nadenken over wat hij of zij ervan vindt. IDFA blijft een geweldig festival, en volgend jaar ben ik er zeker weer bij.