Categorie archief: IFFR

IFFR

Ik heb niets met het International Film Festival Rotterdam. Dat heeft vooral chauvinistische redenen: ik hou gewoon heel erg van het Leiden International Film Festival, dus als ik een dag lang in de bios wil zitten doe ik dat liever in mijn eigen stad. Bovendien ga ik ook al naar IDFA, en hoewel dat documentaires zijn en geen speelfilms, heb ik mijn filmkick dan wel zo’n beetje binnen. Maar het belangrijkste argument om niet naar het IFFR te gaan is dat ik de indruk heb dat het als festival zoveel pretentieuzer is dan ‘mijn’ festivals – als ik in 010 ben in de festivaltijd, herken ik de bezoekers al van grote afstand aan hun artistiekerige uitstraling en hun licht verveelde ‘ik sta boven al die burgers’-blik, en ik heb het gevoel dat ik een uiterst zorgvuldige keuze moet maken uit de heel ruime selectie van films die te zien zijn om te voorkomen dat ik, zoals een niet nader te specificeren Leidse bron ooit over dit festival zei, niet vier uur lang naar een dooie ezel zit te kijken. Dit jaar heb ik mezelf streng toegesproken, want ik hou van film en ik ben natuurlijk zelf ook zo pretentieus als de pest, dus ik moest me maar een keer vermannen en wat kaartjes kopen. De doorslaggevende reden om te gaan was overigens dat er dit jaar een film werd vertoond over iemand die ik ken, dus ik moest wel, en dan maak je er toch maar een dagje van – zeker toen ik L mee wist te lokken met de belofte van cocktails en film.

iffr1Vrijdag had ik een proefmiddag, want ik had wat tijd over tussen museumbezoek en de awesome avond die ik gepland had (waarover wellicht ooit meer), dus ik zocht een film uit op basis van start- en eindtijd en niet op basis van inhoud. Grote fout. Ik zag Pont de Varsòvia, een Spaanse film uit 1989, en ik begreep er de ballen van – later bleek dat dat niet aan mij lag, want op IMDB las ik in een recensie ‘Definitely not for the fan of Hollywood films, or even independent films, or actually any film with any type of structured narrative’, dus dat ik de verhaallijn niet kon volgen kwam waarschijnlijk doordat die totaal ontbrak. Maar het waren wel mooie plaatjes. Zondag had ik samen met L een dagje gepland, naar aanleiding van de film Last Man in Dhaka Central, over Peter Custers, een man die wij allebei kennen via de yoga, maar die in de jaren ’70 in een Bengaalse gevangenis heeft gezeten. We dachten allebei dat er veel meer in het verhaal zat dan er in deze documentaire uitgehaald werd, en dat het voor mensen die niet kwamen om meer te horen over Peter sowieso niet zo’n boeiende film kon zijn geweest, maar ik ben blij dat ik hem gezien heb. In Heart of a Dog vertelde Laurie Anderson (de weduwe van Lou Reed) over het verlies van haar hondje Lolabella. Tijdens het viertal korte films dat we daarna zagen ging ik op een gegeven moment zowaar naar een dooie ezel verlangen, want ik kon maar niet geboeid raken, maar gelukkig vond ik de film die we daarna zagen, A Woman, A Part, wel heel mooi, met heerlijk New Yorks geneuzel over kunst en authenticiteit. Dus misschien moet ik volgend jaar toch maar wat nauwkeuriger selecteren – dat zou me zomaar een nieuw fijn festival kunnen opleveren. En wie wil dat nou niet?

iffr2