Categorie archief: Kinderen

Poephoofd

Ik had nooit gedacht dat ik een filmpje van baby’s op mijn blog zou zetten. Hoewel ik, in tegenstelling tot wat mensen denken, geen babyhater ben, vind ik gewoon niet zo boeiend. Tot ze kunnen lezen en praten heb ik er niet zo veel mee, want wat kunnen ze eigenlijk? Een beetje eten, kwijlen en poepen, en daar blijft het dan ook bij. Maar voor deze epic movie (zet vooral ook het geluid hard) heeft Pampers baby’s gefilmd terwijl ze hun luiers aan het vullen zijn. En ik kan ernaar blijven kijken.

Niet OK

Maandag stond er een stuk in de Volkskrant (het stond in het weekend ook in De Morgen, maar voor het Nederlandse publiek werd het nog een keer gerecycled), van de hand van Halina Reijn, waarin ze uitlegt dat zij op haar 39ste moet constateren dat zij niet kinderloos is omdat ze een veel te leuk leven heeft om te settelen met een aardige meneer en baby’s te maken, maar dat ze pech heeft, en eigenlijk al die tijd een man en een gezin had gewild. Ik heb alle begrip voor haar teleurstelling in dit aspect van haar leven, al moet ik wel zeggen dat ik na het stuk te hebben gelezen niet per se behoefte had om haar datzelfde verhaal nog eens bij DWDD te zien vertellen (aan de andere kant: nou zat ze daar tenminste een keer met een inhoudelijk verhaal in plaats van als actrice met een mening over alles), en ik vind het wel goed dat er dames zijn die in de openbaarheid treden als OK-vrouw (ongewenst kinderloos betekent dat), maar doordat La Reijn nu een podium krijgt om ons allen erop te wijzen dat ze eigenlijk heel zielig is omdat ze geen gezin heeft, is dat een forse stap achteruit voor de mensen die daar daadwerkelijk voor kiezen.

Ook ik ben 39, en ook ik ben kinderloos. Dat is een keuze. Niet alleen van mij overigens, ook van M, maar we hebben geen kinderen en we willen geen kinderen. Ik heb geen hekel aan kinderen hoor, ik kan erg genieten van Louis van 1, Huub van 6 en al die pubers met wie ik op Rome-reis ga, maar ik hoef er zelf geen voor thuis (een beetje zoals een biertap; leuk buiten de deur, maar ik ga er geen leefruimte voor inleveren). Dat is iets waarvan mensen vaak van mij een verklaring verwachten: ik heb toch een partner, en ongetwijfeld een goed stel eierstokken, dus waarom kom ik dan niet met die koter over de brug? En net nu ik er voor mijn gevoel bijna in geslaagd was om de directe (ja, ma, ik heb het tegen jou) en de indirecte leefomgeving ervan te overtuigen dat er geen kinderen gaan komen en dat dat wat ons betreft helemaal prima is, komt Halina vertellen dat het nog steeds mogelijk is om daar alsnog heel erg verdrietig over te zijn, en ik vrees dat alle vrouwen die niet hoeven huilen omdat ze geen gezin hebben nu worden gezien als ofwel in verregaande staat van ontkenning, ofwel als ijskoude bitches omdat ze niet smachten naar een gezin.

Volgens mij zijn er drie vormen van kinderwens: of je wilt kinderen, of je wilt ze niet, of het maakt je eigenlijk niet zo heel veel uit. Binnen al drie vormen zijn ook teleurstellingen mogelijk – je wilt kinderen, maar kan ze niet krijgen (of het blijken eikels), je wilt ze niet en je laat je door een partner of je omgeving overtuigen dat het erbij hoort, waarna blijkt dat je passie daar inderdaad niet lag (ook al blijken het geen eikels), en als het je eigenlijk niet zo heel veel uitmaakt, kan je achteraf nog constateren dat het jammer was dat niemand je in een bepaalde richting overtuigd heeft, want nu heb je niks en het voelt niet als een keuze. Ik vind persoonlijk mijn leven niet te gaaf om te verpesten met kinderen, ik vind mezelf gewoon niet zo’n heel goede moeder. Ik vermoed dat er zat dames zijn die ook zo over zichzelf denken, en zelfs dat er zat dames zijn die toch kinderen hebben en zich elke dag geconfronteerd zien met die gedachten. En toch zijn dat kinderen die waarschijnlijk prima opgroeien met een niet sterker getraumatiseerde jeugd dan die van kinderen van ouders die juichend aan de wieg stonden.

Iedereen ziet zich weleens geconfronteerd met de gedachte dat het ook heel anders had kunnen lopen. Misschien had ik wel een professionele chef kunnen worden als ik eerder aan een koksopleiding was begonnen. Misschien had ik me door een man met een kinderwens kunnen laten omlullen en had ik in dat parallelle universum in een VINEX-locatie met 3 kindertjes kunnen wonen. Misschien had ik piloot kunnen worden, of stewardess, of filmster. Maar dat is allemaal niet gebeurd. Halina wil geen kind, Halina vindt het jammer dat ze niet een heel ander leven heeft: ze wil een man, en een gezin – en dat is wat anders. Dat is geen kinderwens, dat is volgens mij FOMO (fear of missing out), en dat hebben we allemaal weleens. Ik heb bepaalde keuzes gemaakt in mijn leven, en sommige dingen zijn me overkomen, maar de som van dat alles het leven dat ik nu heb, en dat is het leven dat ik wil. Dus voordat we nu met zijn allen naar Halina gaan luisteren en denken dat iedere kinderloze vrouw een OK-vrouw is: er zijn veel kinderloze vrouwen die dat helemaal OK vinden. Deze in elk geval wel.

Open School

Dat een school geen commerciële instelling is, mag duidelijk zijn. Ik ben als docent helemaal niet bezig met jaarcijfers, targets, klantenbinding en al dat soort dingen. Ik heb niet voor niets gekozen voor de softe sector: als ik winst wilde maken, had ik wel een winstgevend beroep gekozen. Desondanks moet ik me een keer per jaar committeren aan het werven van nieuwe leerlingen, want dan is het Open School. Vroeger heette het gewoon ‘open dag’, maar een collega die nog betweteriger is dan ik wees er doorlopend op dat een dag niet open kan zijn, dus nu heet het ‘Open School’. Het maakt mij niet heel veel uit hoe je het noemt; a rose by any other name is tenslotte nog steeds een hele ochtend met een nepsmile op je smoel op school staan. Maar het hoort erbij, want we willen natuurlijk wel nieuwe leerlingen, dus er is altijd een zaterdagochtend in januari dat ik met de pest in mijn lijf en een kleine kater om 9 uur ’s ochtends bij de bushalte sta te wensen dat ik ooit een ander vak had gekozen.

Infofolder2015

Omdat wij een heel grote sectie hebben en maar 1 vaklokaal, was ik niet als classicus in functie, maar als iemand die graag praat, want ik mocht 3 keer achter elkaar een presentatie van 30 minuten geven aan de ouders. De gedachte is dat hun kinderen naar een proeflesje gaan en dat pa en ma bij mij in de collegezaal komen zitten, zodat ik ze in het kader van ‘Dit is Novum’ kan vertellen wat onze missie is, hoe we hun kinderen pedagogisch zullen benaderen en waarom je zou moeten kiezen voor het Novum. Daar zijn veel redenen voor, en die passeren allemaal de revue. Na 2 keer hoorde ik mezelf wel praten, maar goed, ik geef die presentatie al jaren, en hoewel er elk jaar iets wegbezuinigd wordt waar ik vervolgens niet meer over hoef te vertellen, weet ik toch altijd een half uur makkelijk vol te praten. Er waren weer veel kinderen op school: meer dan 400, en we hebben geloof ik plaats voor maximaal 150, dus dat wordt misschien wel spannend. Aan de docenten en de huidige leerlingen zal het in elk geval niet hebben gelegen: iedereen was vrolijk, enthousiast (maar niet te) en zag er keurig uit. Zelfs ik had een vrolijk jurkje aan, in plaats van de gothic gewaden waarin ik me doorgaans pleeg te hullen. Ik ben benieuwd hoeveel kinderen voor het Novum gaan kiezen!

Girls and boys beware

Op het LISFE, waar ik eerder al over schreef, zag ik in het propaganda-blokje ‘Boys beware’, en ik vond dat een fascinerend filmpje. Het is opgenomen in 1961, om jongens te waarschuwen voor een groep mannen met ‘a sickness of the mind’, die op dat moment gezien werden als een enorme bedreiging voor de maatschappij, de ‘homosexuals’. Nou bevinden zich in mijn vriendenkring nogal wat hele fijne homo’s, dus ik wilde meer weten van dat gevaar. Zien is geloven, dus eerst maar even kijken, mensen:

Wat me in eerste instantie bezighield aan dit filmpje was de totaal gedateerde visie op homoseksualiteit, alsof alle homo’s engerds zijn die in de bosjes op jonge jongetjes zitten te wachten. Dat je de manier waarop over homo’s gesproken wordt schandalig vindt, lijkt me volledig terecht, en ik wil aan dat aspect van ‘Boys beware’ helemaal niets goed praten, want dat kan ook niet. In de zaal tijdens het LISFE werd een beetje lacherig gereageerd. En dat kan ik me dan ook wel weer voorstellen, want opmerkingen als ‘Public restrooms can also be a hangout for the homosexual’ zijn natuurlijk ook wel een beetje grappig, vooral als je aan George Michael denkt, maar er is toch wel meer uit dit soort filmpjes te halen dan ergernis over de stuitende ideeën over homo’s, lachen om de naïviteit van de vroege jaren ’60 en denken ‘dat hebben we tegenwoordig allemaal niet meer’. Zeker als je ook het zusterfilmpje ‘Girls beware’ kijkt.

Je zou verwachten dat ‘Girls beware’ over gevaarlijke lesbiennes gaat, maar die waren kennelijk geen issue in 1961 – het onderwerp is aanranding van goedbedoelende meisjes door enge volwassenen. ‘Boys beware’ is dan ook geen anti-homo-propaganda, dit duo aan filmpjes is ‘pas op voor engerds’-propaganda. Zo heel veel is er eigenlijk niet veranderd. Als je bij een vreemde in de auto stapt, kunnen er nare dingen gebeuren, ook als je een vriendschap met hem lijkt te ontwikkelen, samen met hem gaat vissen en hem mag tutoyeren. Niet omdat die vreemde homo is, maar omdat die vreemde een vieze kinderlokker is. Als je gaat babysitten, en je laat niemand weten waar je heen gaat, zou je nog weleens in een situatie terecht kunnen komen waarin je niet wilt verkeren. Dat je, als je met een volwassen kerel meegaat, aan je ouders moet vertellen dat je dat aan het doen bent, is helemaal geen raar idee. En stoere jongens, die veel ouder zijn dan jij, willen waarschijnlijk meer van je dan gezellig kletsen. We doen altijd alsof het nu veel gevaarlijker is dan vroeger, maar vervang in ‘Boys beware’ het woord homosexual door pedofiel en in ‘Girls beware’ malt shop door Tinder, en we bevinden ons in de tegenwoordige tijd. Dat de dreiging nu eerder via een groomer op een chatsite komt dan van een man in een vlinderdasje op een basketbalveld, verandert niets aan de dreiging als zodanig. Eigenlijk is het vooral jammer dat we er sinds 1961 zo weinig aan hebben weten te doen. Kennelijk is kinderen leren dat er nare mensen rondlopen en dat ze voorzichtig moeten zijn toch het beste wat we kunnen bereiken.

Smells like teen spirit

Het leefde al een tijdje in de stad: overal waar ik kwam zag ik een poster, kreeg ik een folder of kon ik genieten van een voorproefje van ‘De hoop van Leiden’, de nieuwste voorstelling van het Leids gezelschap PS Theater. ‘De hoop van Leiden’ is het tweede deel in de reeks ‘De atlas van Leiden’ en is, kort gezegd, een rondleiding in het puberbrein. Het puberbrein, dat ken ik wel een beetje: dat is hetzelfde brein dat me van de week, tijdens mijn geniale uitleg over het verschil tussen imperfectum en aoristus de vraag bracht ‘Mevrouw, ik heb gisteren een paard gezien – weet u hoe groot zijn piemel was?’ Voor mijn gevoel was ik daar al vaak genoeg geweest, maar door de voortreffelijke publiciteit was mijn nieuwsgierigheid toch wel geprikkeld, dus ik heb een kaartje besteld.

20140605-194358-71038829.jpgEn daar heb ik geen spijt van gekregen: behalve een rondleiding in de krochten van het brein van Nils, een jongen van 18, kreeg ik ook een rondleiding in de krochten van de Leidsche Schouwburg. De voorstelling werd voor een deel gespeeld door de mensen van het PS Theater, maar de leerlingen van het Da Vinci College leverden een onmisbare bijdrage. Het begon weliswaar redelijk traditioneel, met het publiek in de zaal en de spelers op het podium, waarbij we door een flink aantal Nilsen geconfronteerd werden met de saaiheid van ons eigen leven, dat we allemaal te danken hebben aan de keuzes die wij gemaakt hadden onder druk van onze ouders en die we nu aan onze kinderen wilden opdringen, maar daarna gingen we, onder leiding van onze eigen persoonlijke Nils (een indrukwekkende blondine), door het theater lopen.

20140605-195001-71401333.jpgIn de orkestbak zagen we met koptelefoons op de gevolgen van alcoholgebruik, in de spelersfoyer werden we actief betrokken doordat we advies aan Nils op kaartjes mochten schrijven en daarna werden we hoog in het gebouw getrakteerd op geurtheater, waarmee we door onze keuzes aan de geschiedenis van Nils schreven. We eindigden op het podium, met de spelers in de zaal; er was muziek van een band en van een orkest, onze adviezen werden voorgelezen en tot slot lieten de Nilsen de witte shirts die ze van de acteurs van het PS Theater toegeworpen kregen links liggen, om gewoon hun eigen kleren aan te trekken. En toen was het afgelopen. Het meest enthousiaste applaus kwam natuurlijk van ouders en grootouders, maar ik heb ook flink geklapt: ik vond het een mooie voorstelling, en al met al helemaal niet erg om 2 uur op puberbrein-safari te gaan – zeker als het betekent dat ik zelf even over mijn eigen keuzes ging nadenken.

 

 

Louis

Ik heb er helemaal geen moeite mee dat ik 38 ben. Ik vind eigenlijk dat mijn verjaardag een nationale feestdag moet zijn, en als ik in juli weer jarig ben, is dat wat mij betreft alleen maar leuk. Hoewel veel mensen depressief raken als ze weer een kroonjaar bereiken, ben ik nu al het feest aan het plannen voor als ik 40 word. En als je zo fanatiek bent over je verjaardag, dan is het feit dat je ouder wordt op zich geen probleem – al word ik liever niet boven de 40 geschat, maar dat komt meer doordat het feitelijk onjuist is en doordat ik er dan kennelijk oud (en vermoedelijk afgetrapt) uitzie dan dat ik nou zo’n probleem heb met het getal zelf. Wat ik veel moeilijker te verkroppen vind is dat mijn familie ouder wordt. Mijn ouders zijn inmiddels gepensioneerd, en waar het bij beiden oorspronkelijk een VUT betrof, zijn ze nu gewoon ruim boven de 65 – en dat vind ik een raar gevoel. Toen mijn broertje mij belde om te vertellen dat hij en zijn C een kindje verwachtten, was mijn instinctieve reactie: “Oh jee, een tienerzwangerschap – heb je het ma al verteld?”, maar dat zei meer over mijn perceptie van de werkelijkheid, want ze zijn allebei boven de 30.

20140602-133658-49018828.jpgInmiddels is de baby ook daadwerkelijk geboren, en dat betekent dat ik mijn plannen om een hele gave tante te zijn kon gaan uitvoeren. Als je alleen maar tante bent, heb je wel de lusten en niet de lasten, en ik ben sowieso niet zo moederlijk, dus het is een handige manier om even met een baby te knuffelen en hem na gebruik gewoon weer in te leveren. Dus toog ik naar Maastricht, met een AS Roma-shirt, gekocht in Rome, en een Olli. Mijn broertje is namelijk Feyenoord-supporter, en Olli’s zijn geweldig, dus die keuze was snel gemaakt. Ik kreeg beschuit met muisjes, en ik mocht de kleine Louis Ryo Herman op schoot. Binnen no time was het genre #tanteselfies geboren, gelukkig met toestemming van de trotse vader, en kon ik een uur lang genieten van de kleinheid van het handje dat mijn vinger omklemde en de goorheid van de toch zeer volwassen winden die het gastje al bleek te kunnen laten. En daarna ging ik weer naar huis, met een trots, maar toch licht weemoedig gevoel over het feit dat mijn zo kleine broertje ineens een baan, een eigen huis en een baby heeft.

20140602-133658-49018689.jpg