Categorie archief: Lezen

Smaak van de maand – november

Het is weer het eind van de maand, dus tijd een blog over mijn huidige obsessies, verslavingen, behoeftes, fascinaties, lievelingswinkels en wat dies meer zij. Want bij mij verandert toch alles elke maand. Althans, daar lijkt het soms wel op.

Ik weet dat ik voor mijn eigen neurotische blogschema iets te vroeg ben met de smaak van de maand, maar ik ga vandaag op sprs.me en ik vermoed dat het leuker is als ik daar maandag over schrijf dan als ik dan met de smaak van de maand kom. Dan is het dus beter om het neurotische schema te laten vallen. Dat is misschien sowieso wel een keer verstandig, want na mijn paniekblog van vorige week heb ik moeten constateren dat de smaak van de maand november eigenlijk gewoon de zure smaak van dat je zeker weet dat alles langzaam uit je handen glipt is. En omdat ik me het liefst zou willen verstoppen heb ik op het moment nog meer dan eind oktober behoefte aan gezelligheid en warmte in mijn eigen huis. Gelukkig blijkt dat ook een echte trend, zeker in Engeland (die trends volg ik sowieso liever dan trends in Nederland, want Rens Kroes vind ik verschrikkelijk), want iedereen lijkt daar bezig met ‘hygge’. Dat is een Deens woord dat volgens mij gewoon iets als ‘knusheid’ betekent, maar dat als parapluterm wordt gebruikt voor het leven in Scandinavië en hoe heerlijk dat aan alle kanten is. Er zijn meerdere boeken over geschreven, waarvan ik er op het moment 3 bezit, omdat ik constateer dat lezen over een andere leven een mooie vorm van vluchtgedrag is. Nou weet ik niet of ik zou willen leven als een Noor (ik ben geen minimalist en ik ga ook niet jagen), maar sommige aspecten van die levensstijl spreken me zeer aan. Ik ga denk ik beginnen met een grote trui.

CtG3Kj5WEAEGrn0.jpg

Misschien is dit ook wel de plek om mijn meest recente idiote verslaving te bekennen. Ik ben namelijk geobsedeerd door geurkaarsen. Niet alle geurkaarsen, want van cheap-ass geparfumeerde theelichtjes krijg ik vooral hoofdpijn (en als ik toch bezig ben: die stomme stokjes die uit flessen steken slaan nergens op en maken me daarom altijd chagrijnig), maar de kaarsen van Rituals. Ik kreeg laatst bij aanschaf van veel spullen 2 kaarsen gratis, en die vond ik heel lekker ruiken, dus toen heb ik een klein doosje met 4 kaarsen besteld, die ook allemaal heel lekker ruiken. Omdat ik ook nog eens intens geniet van de decembergeur in douchegel-, thee- en badschuimvorm, ambieer ik ook de geurkaars uit die reeks. Dat alles zou uiterst redelijk zijn, ware het niet dat ik nog geen enkele kaars heb aangestoken. Dus ik koop ze wel, ik ben er ook heel blij mee, ik vind de geuren heerlijk, maar om ze nou aan te steken, ho maar. Zouden geurkaarsen de nieuwe opschrijfboekjes worden? Ik heb ook een la vol onbeschreven opschrijfboekjes, dus wellicht. Maar dan zou dat betekenen dat ik stop met nieuwe opschrijfboekjes te kopen en ik denk eerlijk gezegd dat dat ook niet gaat gebeuren. Dus misschien is het het beste als ik een onbeschreven opschrijfboekje ga inzetten om over mijn geurkaarsen te schrijven.

3876-013876_privatecollectionminigiftset

Heel de wereld (of althans, iedereen die van series houdt, Netflix heeft, een jaar of 10 geleden ook heel veel televisie heeft gekeken en die een vrouw is) is op het moment bezig met de vier nieuwe afleveringen van de Gilmore Girls. Nou heb ik destijds de serie niet gevolgd, al zapte ik niet per se weg als het op tv was, want ik werd een beetje moe van die vrouwen die zo snel praatten (dat doe ik zelf al genoeg), maar iedereen is zo enthousiast over de nieuwe afleveringen dat ik ze ook wil kijken. Maar dat kan pas als ik eerst de oude afleveringen heb gekeken, want los van mijn eigen persoonlijke neuroses waarbij je natuurlijk niet eerst een later toegevoegd seizoen kan kijken als je de rest niet gekeken hebt, vermoed ik dat ik er ook geen ene moer van ga snappen als ik achteraan instap. Gelukkig heeft Netflix ook alle oude afleveringen in de collectie opgenomen, dus ik ben deze week begonnen. 7 seizoenen van ongeveer 20 afleveringen per seizoen kijken om daarna 4 nieuwe afleveringen te kijken. Het lijkt een beetje op mijn Star Wars marathon. Ik hoop maar dat het het waard is. Vooralsnog heb ik vooral de theme song in mijn hoofd.

Lezen

reading

Ik had zulke ambitieuze leesplannen voor deze week. Ik loop namelijk behoorlijk achter op mijn doel om 52 boeken te lezen dit jaar (althans, volgens Goodreads ben ik ‘3 books behind schedule’), en hoewel ik natuurlijk helemaal zelf bepaal hoeveel boeken ik wil lezen, heb ik bepaald dat ik er gemiddeld 1 per week wil lezen, dus ik zal nu toch echt in actie moeten komen. Of eigenlijk uit actie. En gewoon lekker gaan lezen. Want dit doel heb ik gesteld omdat ik het leuk vind om te lezen, dus wat let me?

Wilde plannen

Ik heb in mijn afvalactie een beetje een dood punt bereikt. Ik ben wat mij betreft genoeg afgevallen; er zou nog wel 1 kilo af kunnen, maar dat is meer omdat ik dan kan zeggen dat ik 20 kilo ben afgevallen en geen 19, maar dat hangt sowieso nogal af van wat ik als startgewicht neem, want ik ben ook nog zwaarder geweest dan toen ik begon met Personal Body Plan. Ik heb inmiddels een strakke gewoonte om 4x per week naar de gym te gaan, ik hou al mijn eten keurig bij, ik heb helemaal in beeld wat ik wel of niet kan bestellen als ik uit eten ga – kortom, de nieuwigheid is eraf en het is een way of life. Enerzijds is dat natuurlijk het doel van het hele systeem: je wilt niet keihard werken om af te vallen om vervolgens alles uit je handen te pleuren en weer aan de frikandellen speciaal te gaan. Of misschien wil je dat wel, maar dan had je je een boel moeite kunnen besparen.  Maar anderzijds rijst, in elk geval bij mij, dan toch de vraag wat ik nu moet doen. Want ik ben heel erg trots op mezelf, ik kan spectaculaire #transformationtuesday foto’s op Instagram zetten, ik heb een nieuwe garderobe en dus die fitte lifestyle, maar ja, als ik geen doel heb, dan ga ik me vervelen. En dan zit ik voordat ik het weet toch weer bij de Smulshop.

transformationtuesdayKortom, ik heb wat nieuwe dingen nodig in mijn fitness-leven. Gelukkig ben ik lid van een What’s App-groep met andere PBP’ers, die mij hier en daar aanzetten tot gekke acties, zodat ik me nu in een opwelling heb aangemeld voor de Dam tot Damloop in september. Niet voor de volle afstand van 10 mijl, maar voor wat PBP-vriendinnetje M noemt de ‘pussy-afstand’ van 5 mijl. Dat is 8 kilometer, en daarmee 1,5 kilometer verder dan ik ooit heb gelopen, dus ik vind het op zich al een prestatie als het lukt. En omdat ik mezelf ben heb ik naast een trainingsprogramma dat ik zelf heb verzonnen (1x per week lang rennen, dus beginnen met 5km en uitbreiden, 1x per week snel rennen, dus 20 minuten en kijken hoeveel ik kan doen, en 2x per week in de sportschool 1km zo snel mogelijk op de loopband) ook een verlanglijst ontwikkeld van dingen die ik absoluut nodig heb (vooral nieuwe schoenen want mijn hardloopschoenen zijn zo lelijk) en een boek gekocht, zodat ik ’s avonds op de bank voor de televisie toch het gevoel kan hebben dat ik me aan het voorbereiden ben op mijn megaprestatie. Bovendien heb ik allerlei andere wilde sportplannen: ik wil een keer een boksles volgen, er is een nieuwe soort crazy spinningschool in Amsterdam die ik weleens zou willen testen en in Leiden is er een boulderhal geopend die ik wel wil proberen. Ik verbaas mezelf een beetje, met al deze ambities, maar ja, als het werkt, werkt het!

renboek

Boekenweek

Het liefst lees ik Engelstalige literatuur. Dit komt niet doordat ik een beetje een aansteller ben (ook al ben ik dat misschien wel), maar doordat ik in het Engels heb leren lezen en ik dat gewoon net iets makkelijker vind dan in het Nederlands lezen. Waarschijnlijk helpt het feit dat ik dus veel meer meters maak op het gebied van de Engelstalige literatuur dan op Nederlandstalige ook niet, want daardoor zal ik het altijd prettiger vinden om in het Engels te lezen. Met de Boekenweek heb ik doorgaans dan ook weinig, want de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, de motor achter het jaarlijkse leesfeest, heeft een andere doelgroep. Maar dit jaar was het iets anders, want ik had drie redenen om geïnteresseerd te zijn in de Boekenweek. De eerste reden had niets met Nederlandse literatuur te maken, en zelfs niets met Engelse, maar met Franse, want Joël Dicker (inderdaad, de schrijver van La verité sur l’affaire Harry Quebert, het Franstalige boek dat ik eerder dit jaar heb gelezen) was uitgenodigd voor een koffietafelgesprek op zondagochtend bij de Leidse boekhandel Kooyker. Daar moest ik natuurlijk heen, en hoewel de sessie was georganiseerd om het nieuwe boek van Dicker, Le livre des Baltimore, in het zonnetje te zetten, vond ik het vooral een uitgelezen kans om de man te ontmoeten en hem mijn volledig afgetrapte exemplaar van zijn megaseller (4 miljoen exemplaren wereldwijd) te laten signeren. Hij bleek behalve erg knap ook nog vreselijk aardig – en hij was enorm onder de indruk van het feit dat ik zijn boek in het Frans heb gelezen. Dat soort complimenten ontvang ik natuurlijk graag.

boekenweek1Toen ik na afloop van de Dicker-sessie het nieuwe boek in het Frans wilde bestellen (Nederlands was op voorraad, Engels nog niet verschenen), kreeg ik de tweede reden om de Boekenweek mee te maken op een presenteerblaadje aangereikt: Jan Siebelink, die ik zelf 2 keer eerder heb mogen interviewen, zou op woensdagavond in dezelfde boekhandel geïnterviewd worden over zijn nieuwste boek, Margje, het verhaal van de moeder – dat wil zeggen, de vrouw achter de man van Knielen op een bed violen. Win-win, leek me: ik kon Jan weer eens spreken (ik zeg inderdaad geen meneer meer tegen hem) en wellicht kon ik me laten enthousiasmeren voor een Nederlands boek. Beide zijn gelukt, want we hebben voor aanvang van de sessie kort bijgepraat en het voornemen geuit een keer rustig af te spreken en na afloop ben ik in de signeer-rij gaan staan en heeft hij met zijn turquoise vulpen zijn boek voor me gesigneerd. Tijdens het interview, dat overigens erg interessant was, want Jan kan goed vertellen en Onno Blom, de interviewer, stelt meestal goede vragen, had ik aanzienlijk meer plezier dan Blom toen Jan ineens zei ‘Volgens mij heeft Susannah wel een vraag.’ Natuurlijk had ik wel een vraag, want ik heb altijd wel een vraag, maar het publiek keek me gelijk aan alsof ik een soort filmster was, en dat is ook wel eens een keertje leuk. Ik heb het boek nog niet gelezen, want ik wil er wel voor in de stemming zijn, en dat gevoel heb ik vooralsnog niet, maar ik zal het zeker gaan doen.

boekenweek 2

Als cadeau bij reden 2 om de Boekenweek mee te maken kreeg ik reden 3 aangereikt: het Boekenweekgeschenk. Dit jaar is het geschreven door Esther Gerritsen, en ging het gelukkig niet over het thema van de Boekenweek (Duitsland? Kom op zeg, zijn de thema’s op?), maar over een carrièredame die ineens haar broer, met wie ze een bijna nietsbetekenende relatie had, in huis moet nemen omdat zijn been geamputeerd wordt. Ik had nog nooit iets van Gerritsen gelezen, en ik weet ook niet of ik daar door dit boekje nu per se veel meer behoefte aan heb, maar ik vond het zeer vermakelijk. Ik heb het helemaal gelezen in de trein van en naar Amsterdam, want het was weer yoga-opleiding, dus ik moest toch reizen, en dat kon met dit boekje in de hand zelfs gratis. Dat vind ik wel een mooie actie van de NS, dat je op de laatste zondag van de Boekenweek de achterkaft van je boek kan scannen en dan voor helemaal niets kan reizen waar je maar heen wilt. Ik heb er maar liefst €10,80 mee uitgespaard, ongeveer 25% van het bedrag dat ik in de Boekenweek aan boeken heb uitgegeven, dus dat is wat mij betreft net leuk. En de kleine 100 pagina’s die Broer besloeg passen dus precies in de 2 maal 30 minuten die ik toch al in de trein zou zitten. Zo krijgen we de mensen wel aan het lezen natuurlijk, en daar gaat het maar om. Ik heb mezelf meteen op de mailinglist van Kooyker laten zetten, dus ik hoop ook buiten de Boekenweek mooie literaire activiteiten te kunnen ondernemen. Want lezen is toch een van de leukste dingen die er zijn. En schrijven natuurlijk, maar voordat ik zover ben dat ik op die manier de Boekenweek mee kan maken zijn we wel een paar utopieën verder, vrees ik. boekenweek 3

De waarheid over La vérité sur l’affaire Harry Quebert

Op mijn 40 dingen-lijstje had ik in een vlaag van ambitie opgenomen dat ik een boek in het Frans zou lezen. Op zich zou ik het ook als gemakzucht kunnen betitelen, want in mijn 101 dingen-lijstje (een ouder project) staat naast een Frans boek ook een boek in het Duits als ambitie geformuleerd, maar dat zie ik een stuk somberder in, deels omdat mijn Frans beter is dan mijn Duits en deels omdat ik, zo zie ik op mijn Goodreads-profiel, op 19 mei 2013 aan Nachtzug nach Lissabon van Patrick Mercier begonnen ben, en ik met geen mogelijkheid door dat klereboek heen kom. Voor mijn gevoel zou ik dus een nederlaag moeten erkennen op het ene Duitse boek om aan een ander Duits boek te kunnen beginnen, maar ja, mijn Duits is sowieso* niet zo goed, dus waarom zou ik eigenlijk? Dan lees ik dus liever Engels. Of Nederlands, of desnoods Frans. Ik lees principieel niet in vertaling (dus ik heb de Russische literatuur min of meer aan me voorbij laten gaan, met uitzondering van Anna Karenina, dat ik las toen ik minder geprincipieerd was, maar dat vond ik een soort Eline Vere in de sneeuw), dus als er een mooi boek uit komt in een taal die ik beheers, dan lees ik het in die taal, of ik lees het niet.
quebert1Het boek dat ik in het Frans heb gelezen, La vérité sur l’affaire Harry Quebert van Joël Dicker, bezit ik overigens ook in het Engels, omdat ik dacht dat het een Engels boek was – ik was in een Engels boek een mooi citaat tegengekomen dat mij inspireerde om meer te willen lezen, en noch de naam Harry Quebert (de hoofdpersoon) noch Joël Dicker deden mij vermoeden dat het in een andere taal geschreven was. Maar toen ik het begon te lezen zag ik op pagina 3 een mededeling van de vertaler, en toen hield alles op. Althans, tot ik M vroeg om het in het Frans voor me mee te nemen uit Parijs, en tot ik eind 2015 mijn 52ste boek uit had gelezen, zodat ik de rest van het jaar (en, zoals achteraf bleek, de eerste 6 weken van 2016) aan dit boek kon besteden. Dat heb ik gedaan. Het boek zat permanent in mijn tas en ging er steeds beroerder uitzien: toen ik het uit had zat het onder de ezelsoren, knakken in de rug en ontplofte rodekoolsalade. Dat ik er zo lang over gedaan heb, komt overigens niet doordat mijn Frans zo slecht is, want ik heb werkelijk voortreffelijk les gehad op school van meneer Grislo, die ons allen altijd stimuleerde om de uitdaging op te zoeken en boven ons niveau te lezen, zodat ons niveau almaar hoger kwam te liggen – het boek is 856 pagina’s lang, dus dat zou me in alle talen wel behoorlijk wat tijd gekost hebben, maar in het Frans zeker.

quebert1Het citaat dat me in eerste instantie aanzette om het boek te lezen bleek achteraf de laatste zin van het boek: ‘Un bon livre, Marcus, est un livre que l’on regrette d’avoir terminé.’ en dat is ook zo. Want ik vond het inderdaad jammer dat ik het boek uit had, na 856 pagina’s lezen over Marcus Goldman, zijn writer’s block, zijn mentor Harry Quebert en zijn liefde voor de vijftienjarige Nola, wier** lijk na 30 jaar gevonden wordt in zijn tuin. Er gebeurt van alles in het Amerikaanse stadje waar het verhaal zich afspeelt, dus er zijn veel zijsporen die worden bewandeld, sommige grappig, andere spannend, weer andere ontroerend. Het relaas van de man die zijn vrouw, die hem dag en nacht afzeikt, eens in de zoveel tijd drogeert om dan het sleuteltje van haar dagboek te pakken en te lezen hoeveel ze van hem houdt en hoe moeilijk ze het vindt om dat aan hem te vertellen vond ik echt heel mooi, en de telefoongesprekken van Marcus met zijn moeder waren grappig. Het thrilleraspect van het boek zat ook goed in elkaar (al had ik de belangrijkste onthulling, die rond pagina 830 aan de lezer werd gedaan, al vanaf bladzijde 120 zien aankomen), dus ik heb me geen moment verveeld. Al met al een erg leuk boek dus: goed voor mijn Frans, goed voor mijn brein en voor mijn 40 dingen-lijstje. Quel succès!

quebert*Ja, dat deed ik bewust. Vrij naar Herman ‘Ik spreek überhaupt maar één woord Duits’ Finkers.

**Ik heb ook heel goed Nederlands gehad. Van meneer De Jong. Daarom weet ik dat het ‘wier’ is en niet ‘wiens’.