Categorie archief: LIFF

De 10 van woensdag

Ik heb weer genoten van het Leiden International Film Festival dit jaar. Vanwege het D66-congres (dat een heel weekend opslokte) kon ik minder films zien dan ik eigenlijk had gewild, maar goed, ik heb er uiteindelijk toch 9 in mijn agenda weten te persen. De afgelopen jaren heb ik een algemeen verslag geschreven, dit jaar heb ik 10 bevindingen.

  1. De opening van het festival is volgens mij het enige echte glamour-event in Leiden en ik hoop dat ik er nog lang mag komen. Ik heb nog wat jurkjes op voorraad namelijk.
  2. Er is een maximum aantal films dat ik op een dag kan zien zonder dat het allemaal een ondefinieerbare filmbrij wordt. Ik denk dat dat 4 is. Dit jaar was het maximum 3 op een dag, maar toen had ik er best nog wel een willen hebben.
  3. Ik kan geen begrip opbrengen voor mensen die hun jassen over de stoel voor hen hangen en dan zuchten en steunen als iemand voor ze gaat zitten zodat ze die jas moeten weghalen. De film is uitverkocht, sukkel. Als je jas een eigen stoel nodig heeft, moet je een kaartje voor je jas kopen.
  4. Ik zit het liefste in het gangpad. Ik dacht altijd dat ik het liefst midden in de zaal zat, maar dat is niet zo: ik vind het prettig als ik even op kan staan en als ik na een film snel weg kan (want ik plan mijn films tamelijk kort achter elkaar).
  5. Het is fijn dat de drankjes in de Leidse bioscopen zo goedkoop zijn. Als je vergelijkt wat je bij Pathé uitgeeft aan een versnapering in vergelijking met wat het in het Kijkhuis of Trianon kost, weet je wel waar je het liefst je cola zero scoort.
  6. Er zit altijd een film bij die me onverwacht heel erg meevalt. Dat gaat dan meestal om een film die ik in mijn programma heb gezet omdat een bepaalde timeslot beschikbaar was en daarbij dus de keuze van de film vooral heb laten bepalen door het blokkenschema. Dit jaar was dat I, Daniel Blake. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst na afloop van een film nog wat nasnikkend de zaal heb verlaten.
  7. Er zit ook altijd een film bij die me onverwacht heel erg tegenvalt. Dat is meestal een film waar ik heel veel zin in had omdat het verhaal me wel mooi leek, of de cast bestond uit mensen die ik graag zie, of het een verfilming is van een boek waar ik van genoten heb. Dit jaar heb ik me echt te pletter verveeld bij Certain Women. Ondanks Laura Dern en Kristen Stewart.
  8. Ik heb het meest genoten van Perfetti Sconosciutti en ik loop er de hele tijd reclame voor te maken. Dat is zo’n ontzettend goeie, slimme en leuke film dat je een sukkel bent als je er niet heen gaat. Vanaf 17 november in alle bioscopen.
  9. Ik ben ook wel trots op mijn slimme manoeuvre om nog een film te kunnen bezoeken in de baas zijn tijd, want ik heb met 1 collega en 29 leerlingen tijdens een loopbaanoriëntatie en -begeleidingsdag Ma Vie de Courgette gezien. Ook heel leuk.
  10. Volgend jaar moet ik echt beter mijn best doen om ervoor te zorgen dat ik in elk geval boven de 10 films uitkom. Zodra ik de datum weet, ga ik dus de hele periode in mijn agenda blokken. En dan lekker vaak naar de film!

De 10 van woensdag

Ik ben nog niet helemaal klaar met het LIFF, want waar ik 14 films wel heb gezien, heb ik ook een boel films niet gezien, en zoals meestal als ik naar een festival ga, heb ik vooral de winnende films niet gezien. In dat opzicht lijkt het LIFF wel een beetje op mijn verjaardag: de dag erna weet ik pas echt wat ik had willen hebben. Maar goed, dan kan ik wel een lijstje maken van de 10 films die ik nu heel graag zou willen zien.

  1. Me and Earl and the dying girl
  2. Le tout nouveau testament
  3. Rosewater
  4. Youth
  5. Justus
  6. Rams
  7. Black Mass
  8. Go away, Mr. Tumor
  9. London road
  10. Tale of tales

LIFF

Ik heb er weer een ruime week filmfestivalplezier opzitten. Zo’n filmfestival vind ik echt heerlijk: waar ik het al heel leuk vind om een film in de bioscoop te zien, vind ik het eigenlijk nog prachtiger om in een dag zo veel mogelijk films te bekijken. Deze editie van het Leiden International Film Festival ben ik erin geslaagd om maar liefst 14 films aan het ‘gezien’-lijstje toe te voegen. En dat is 2 meer dan vorig jaar, terwijl ik het nu voor mijn gevoel veel drukker heb – maar wellicht heeft dat juist bijgedragen aan het aantal; het zou goed kunnen dat het vluchtgedrag was. Maar wat een mooie vlucht was dat, want ik heb veel mooie en indrukwekkende films gezien. Het langst zal mij, denk ik, Son of Saul bijblijven: ik kan me niet herinneren dat ik ooit een film heb gezien die ik zo intens deprimerend vond. Maar dat is, gezien het onderwerp van de film (een Jood die in het concentratiekamp werkt en zijn best doet om een jongen, waarvan hij vermoedt dat het zijn zoon is, te begraven), niet zo verrassend – wat ik wel echt verrassend vond was de manier waarop het verhaal in beeld werd gebracht. Ik kan de film van harte aanraden, maar misschien is hij minder geschikt voor op een romantische date… Als ik de films probeer te categoriseren, kan ik een aantal films indelen in de categorie ‘films over mensen’. Het onderwerp van de openingsfilm Steve Jobs is duidelijk, en waar veel mensen de film teleurstellend vonden (M sprak van een ‘melodramatische draak’), vond ik de manier van het verhaal vertellen wel interessant. In plaats van de legendarische keynotes van Jobs werd het half uur voor de presentaties getoond, waarbij het wel zo was dat kennelijk steeds dezelfde 4 mensen langskwamen om de arme man gek te maken. The end of the tour ging over een interviewer die vijf dagen doorbracht met de eigenzinnige schrijver David Foster Wallace, van wie ik ook weleens iets gelezen heb; zoals je zou kunnen verwachten van een film over een interview werd er vooral veel gepraat, maar ik vond het wel een mooie film. Bobby Fischer was het onderwerp van Pawn Sacrifice – ik ben geen schaker (daar ben ik veel te ongeduldig voor), maar dit vond ik wel heel boeiend, zeker omdat er niet echt werd geprobeerd om de raarheid en paranoia van Fischer te minimaliseren.

liff1

Jammer genoeg zitten er elk jaar ook wel een paar films bij die ik teleurstellend heb gevonden. Dit jaar waren dat Louder Than Bombs (om onduidelijke redenen is er alleen een Noorse trailer te vinden – een film waarbij vooral heel weinig werd gepraat met een nukkige tiener, buitengewoon onbevredigend), Mistress America (volgens sommigen zo goed als een film van Woody Allen, maar ik vond hem vooral saai), The Gift (op zich een spannende thriller, maar niet echt bijzonder – het huis waarin zich alles afspeelde was het meest overtuigend) en Results (over een fitnesscoach; veel matig acteerwerk). Er was ook wat historisch drama: Suffragette, over vrouwen die vechten voor het stemrecht, en Carol, de lesbische Brokeback Mountain van de jaren ’50. Bij beide films vermoed ik overigens wel dat er Oscar-nominaties aan de orde zullen zijn, want zowel Carey Mulligan (in de eerste film) als Cate Blanchett en Rooney Mara (in de tweede) acteerden voor alles wat ze waard zijn, en dat is nogal wat. Voor 2 films heb ik geen categorie: in  Cop Car speelde Kevin Bacon een foute sheriff wiens auto gejat wordt door 2 jongetjes die zijn weggelopen en vervolgens verwoede pogingen doet hem terug te krijgen. Best leuk, maar hij heeft niet echt mijn visie op het leven of zelfs op de film veranderd. In Z for Zachariah zijn er nog 3 mensen over na een atoomramp. Ik vond het een mooie, kleine, film, en het is ook een geruststellende gedachte dat juist zulke mooie mensen dit soort ellende overleeft. De laatste categorie is die van de rare films. Prettig raar was Zoom, waarin allerlei verhalen, deels getekend, door elkaar liepen. Bizar raar was The Lobster – ik ging met een licht verstoord gevoel uit de bioscoop weg, en elke keer als ik aan deze film denk, merk ik dat ik mijn wenkbrauwen frons. Maar ik kan met zekerheid zeggen dat ik me de afgelopen 8 dagen prima vermaakt heb – en de slogan van het festival ‘Find out what you are missing’ is in die zin toepasselijk dat ik nu echt weet dat ik in al mijn behoeftes voorzien ben. Volgend jaar ben ik er weer bij.

LIFF

Ik heb in het kader van het Leiden International Film Festival de afgelopen 10 dagen maar liefst 12 films gezien. Ik geloof dat ik daarmee niet eens uitzonderlijk hardcore ben, qua bioscoop-binge, maar in het licht van het feit dat ik er ook nog allerlei banen op na houd ben ik toch best trots op deze prestatie. Ik heb van alles bekeken, met een uiteenlopende thematiek, maar ik ga toch mijn best doen om hier een zo geordend mogelijk overzicht te geven. Om te beginnen is er de categorie ‘onderwijsfilms’. De Sloveense film Class Enemy leek een tamelijk gewone in zijn soort, want hij speelt in een klaslokaal op een school, maar door de enorme rust die genomen werd om het verhaal (leerlingen geven nieuwe docent Duits de schuld van zelfmoord van een klasgenootje en de situatie giert volledig uit de klauwen) te vertellen, zal hij me toch lang bijblijven. En ik voel me gesterkt in de gedachte dat je, als een groep leerlingen zich tegen je keert, ook al is het onterecht, geen schijn van kans maakt. Ook Whiplash, de openingsfilm, gaat over hoe je met leerlingen omgaat en wat er geoorloofd is aan grensoverschrijdend gedrag in naam van de beoogde resultaten. Zeer indrukwekkend. In de categorie ‘hier moet ik echt nog even over nadenken’ zag ik Her, over een man die een relatie krijgt met zijn Operating System (vreemd, interessant en hier en daar ondanks de bizar hoge broeken van Joaquin Phoenix ook best sexy), Camp X-Ray, een lekkere feel-goodmovie over Guantanamo Bay (en ja, dat is ironisch – ik ging er een beetje overstuur vandaan, maar goed, dan heb je als filmmaker ook iets bereikt) en The One I Love, een verhaal over een echtpaar dat op een weekend weg verwoede pogingen doet om de relatie te redden, maar die pogingen ontaarden in iets dat bijna science fiction is.

liffposterEr was dit jaar ook een speciale categorie, namelijk ‘films waar ik M mee naartoe heb weten te krijgen’. M is namelijk helemaal geen bioscoopganger, maar het uitgangspunt van The Disappearance of Eleanor Rigby, zowel Him als Her, dat je een verhaal vanuit beide perspectieven kunt vertellen, vond hij ook wel interessant (en dat was het ook: voldoende stof tot napraten, ondanks de beide perspectieven worden niet alle vragen beantwoord, en achteraf was het eerder een film over hoe mensen zich dingen herinneren dan over hoe mensen de werkelijkheid beleven), en voor 20.000 Days On Earth, een nepdocumentaire over Nick Cave, was hij qualitate qua wel te porren. En terecht, want Nick Cave is een prachtige man, die heel mooi kan vertellen, en de montage aan het eind, waarbij in een optreden allerlei beelden van oudere optredens werden gemonteerd, was op zich al de kosten van het kaartje waard. De volgende categorie is ‘fijne films’, met voor mij als absolute winnaar Pride, met de onverwachte combinatie homo’s en stakende mijnwerkers, en My Old Lady, met Parijs en bejaarden, ook altijd leuk. En tot slot is er helaas altijd de categorie ‘jammer’: St. Vincent, flinterdun, met als enige pre Bill Murray, maar niet echt in een goeie rol, en Love is Strange, met wat mij betreft geen enkele pre. Zo snel mogelijk weer vergeten dan maar.

liffbannerInmiddels heb ik begrepen dat Whiplash de American Indie Competition gewonnen heeft – ik heb lang niet alle films in dat programma gezien, maar ik vond het wel een van de allerbeste films van het festival, en ook van het jaar wat mij betreft. Dat Pride bovenaan de audience award lijst stond, kan ik me ook heel goed voorstellen; ik vond hem leuk, grappig, ontroerend, lief en informatief. Ik denk dat ik ze allebei, met dank aan de Cinevillepas, nog wel een keer ga kijken. En het festival als zodanig? Ik had echt het gevoel dat het leefde in de stad: overal hingen posters (waar ik tot mijn trots ook op stond) en woeien vlaggen, en op Twitter werd er flink over gesproken, waarbij ook heel vaak gezegd werd dat films uitverkocht waren. Wat mij betreft faciliteren ze volgend jaar nog dat we ook buiten het weekend overdag naar de film kunnen – dan kan ik gelijk mijn moyenne omhoog krikken, en ik weet zeker dat er markt voor is. Maar ook als dat niet gebeurt is het LIFF echt iets waar de stad trots op kan zijn.

De laatste foto is weer van Coen Bastiaanssen, de ongekroonde koning van de LIFF-fotografie.

Glamour and glitter

Leiden is niet echt een rode loper-stad. Er is hier heel veel te doen, en ik word ook op flink wat uitermate feestelijke openingen uitgenodigd, maar er is weinig gelegenheid om een keer een behoorlijk grote jurk aan te trekken. Gelukkig is er het Leiden International Film Festival, dat afgelopen vrijdag officieel werd geopend, compleet met een flink stuk rood tapijt, een muur waarvoor je als een echte VIP gefotografeerd kon worden, een indrukwekkende bobo en de daarbijbehorende kleerkasten met oortjes, champagne, toespraken, en algehele feestelijkheid. En voor dat alles werd ik uitgenodigd, samen met een plus 1, met als dress code ‘evening wear’. Kijk, zo maak je mij dus blij. En B, want die was de aangewezen date voor de avond (mijn M houdt niet zo van film). Ik had zelf besloten een eerder gedragen jurk te recyclen (als de toekomstige koningin van Engeland zich daar niet voor geneert hoef ik dat ook niet te doen), maar B had toen hij zijn kleren inpakte voor zijn recente verhuizing zijn enige pak weggegooid wegens te klein en vol met gaten, zodat we vrijdagmiddag een uiterst hilarische sessie bij Suit Supply hebben meegemaakt, die resulteerde in maar liefst 2 pakken: een zeer bijzondere en een gewone. Zo waren we allebei uitstekend geoutilleerd voor een succesvolle avond.

rodeloperEn dat was het. Aan alles was gedacht; er zat zelfs een parkeerkaartje met vervoer van en naar de locatie in de enveloppe, de rode loper was overdekt (want eind oktober in Nederland is eerder nat dan droog) en de champagne vloeide rijkelijk. Bij de ingang werden B en ik gelijk vereeuwigd in onze feestkleding, we dronken een glas, spraken met wat bekenden, en toen mochten we Trianon 1 in, de mooiste bioscoopzaal van Leiden en omstreken, om daar na wat toespraken die precies lang genoeg waren en een optreden van ’s Neerlands beste drummer en zijn beste leerling de film Whiplash te zien. Dat was een genoegen: het had een typisch Amerikaanse film kunnen zijn, maar er zat een venijnig randje aan. En als onderwijsfilm, want dat is het eigenlijk, zet het ook te denken. Mooi. Na de film werden we door fakkels geleid naar Scheltema, ook al zo’n mooie Leidse locatie, voor een receptie met allerlei lekkere hapjes, alwaar ik gefotografeerd ben terwijl ik me stevig op het buffet aan het oriënteren was. Zo ben ik. Het was een prachtfeest, en om met Gerard Dröge te spreken: iedereen was er. Ik heb behalve Whiplash nog 11 à 12 films geselecteerd om op het LIFF te zien, en na zo’n avond heb ik er alleen maar veel meer zin in.

liffopeningDe onderste foto is gemaakt door Coen Bastiaanssen, waarvoor dank. Ik vind hem prachtig.

2 seconds of fame

Het Leiden International Film Festival is een bijzonder event in ‘mijn’ stad. Elk jaar wordt begin november een indrukwekkend aantal mooie (en, ok, soms ook iets minder mooie) films getoond, en ik doe altijd erg mijn best om zo veel mogelijk films te zien. Gek genoeg haal ik er elk jaar net niet een passe-partout uit, want ik moet ook gewoon werken, en cursus geven, en naar yoga, en vergaderen, en soms zelfs slapen, maar ik pak waar ik kan graag een filmpje mee. En dan is het ook best leuk om een keer iets terug te doen, zeker als dat betekent dat dat voor mij een nieuwe ervaring oplevert. Dus toen ik op Facebook een oproep zag voor vrijwilligers om in de trailer van het LIFF op te treden, leek me dat een strak plan, zeker toen ik L zover had gekregen om ook mee te doen. Nadat we ons hadden aangemeld werd er flink heen en weer gemaild: ik was gecast als schoonmaakster, er moest een outfit voor me opgehaald worden, maar ik was toen in Maastricht, en het zou nog weleens 3 uur ’s nachts kunnen worden. Dat het zo laat werd, was niet echt een probleem, het was toch vakantie, en L zou de outfit voor me halen, maar mijn rol zou een uitdaging blijken – zoals M al zei ‘Jij hebt zo weinig ervaring met schoonmaken dat je die rol niet overtuigend kan spelen.’ Gelukkig loste het probleem zichzelf op, want de opnames werden uitgesteld en in de nieuwe versie had ik een andere rol.

IMG_1196.JPGIk mocht namelijk mijn pyjama aan. Ik heb een prachtige sushi-pyjama, die ik voor het eerst gezien heb in een aflevering van Buffy en toen zo graag wilde hebben dat ik zo’n beetje het hele internet heb afgezocht tot ik hem gevonden had. Het verhaal van de trailer was dat een meisje op weg naar huis een jongetje in een wit pak met een trompet ziet en achter hem aan loopt. Al gauw volgen allerlei mensen, onder wie dus ik en L, tot ze uiteindelijk in de bioscoop aankomen, alwaar ze natuurlijk gaan genieten van het aanbod van het LIFF. De trailer duurt 1.13, maar ik had niet beseft hoeveel uur filmen daarvoor nodig zijn: wij zijn met een grotere groep een hele avond en halve nacht bezig geweest, en de grotere rollen in de trailer de volgende avond weer. En dan zijn er mensen, zoals L, die achteraf niet of nauwelijks in de trailer zichtbaar blijken te zijn, of vooral met hun (overigens voortreffelijke) kont, zoals B, een vriend van L. Maar ik sta erop, met pyjama en al, en ik ben maar liefst 2 seconden in beeld. En wat nu zo mooi is: als ik naar de bioscoop ga in Leiden draaien ze vast die trailer, en dan zie ik mezelf op een groot scherm. Hoe mooi is dat?

Drijf-in bioscoop

Hoewel ik heel graag naar de bioscoop ga, kies ik altijd voor een ander genre dan dat van de enge film. Nou ja, met uitzondering van The Cabin in the Woods, maar die is van Joss Whedon en voor zijn oeuvre geldt mijn alle bezwaren overstemmende obsessieve drift tot volledigheid, dus ik heb die film 2 keer gezien, terwijl ik weet dat hij verstokte horrorliefhebbers te ver ging (ik vond hem vooral slim in elkaar zitten overigens). Maar de klassiekers in het enge genre heb ik allemaal aan me voorbij laten gaan: Carrie, Nightmare on Elm Street, Titanic en The Ring heb ik nooit gezien. Zelfs een film als Jaws gaat me eigenlijk al te ver – niet omdat ik denk dat ik daarna nooit meer durf te zwemmen, maar ik word gewoon een beetje gestrest van de gedachte dat er ieder moment iets verkeerd zou kunnen gaan, en in het dagelijks leven heb ik daar al zoveel last van dat ik me niet geroepen voel om dat gevoel in de bios op te gaan zoeken. Maar ja, de vrienden van het Leiden International Film Festival hadden hun geweldige openluchtscherm nog een keer opgesteld, dit keer bij de Zijlpoort, voor de eerste echte Drijf-in bioscoop: vanuit bootjes konden we naar Jaws kijken. Als je je eigen boot meenam, was het gratis, maar voor de gewone burgers, zoals M, L en ik, waren er voor slechts €5 plaatsen te huur op een grote boot van de Leidse Rederij, en die zaten heel prima. Bovendien kon je een bucket kopen met daarin een fles witte wijn, een zak borrelnootjes (poesta natuurlijk, retrofilm=retronoten) en een blikje olijven, dus wij waren bij voorbaat volledig gelukkig.

20140804-104800-38880178.jpgJaws is, net als ik, een klassieker uit 1975. Iedereen kent het verhaal: lieflijk badplaatsje wordt bezocht door grote gevaarlijke haai, nieuwe politiechef die er niet echt bij hoort doet zijn uiterste best de stad veilig te stellen, er gaan nogal wat mensen heel bloederig dood, politiechef mag alcoholistische shark expert inhuren, er gaat ook een wetenschapper mee, alles gaat mis, maar uiteindelijk legt de haai het meer dan definitief af – en dat alles met hele enge dreigende muziek en shots vanuit het perspectief van de haai. Het viel me op, maar wellicht is dat de bril waardoor ik tegenwoordig kijk, dat er een behoorlijk politiek aspect aan deze film zit: de belangen van de stad, want het is zomer, en iedereen moet in juli en augustus zijn inkomen voor het hele jaar verdienen, dus de stranden kunnen niet dicht, tegenover het feit dat er een grote gevaarlijke menseneter vooral mooie jonge vrouwen en kinderen aan gort knaagt. En dan heb je ook nog de spanning tussen wetenschapper en de gewone man, het oorlogstrauma van de haaiendeskundige en de schuldgevoelens van de politieman die toch gewoon zijn best doet – en dan zeggen ze dat films tegenwoordig ingewikkelder zijn. Misschien wordt het verhaal nu sneller verteld, maar ik heb geen complexiteit gemist, en zeker geen spanning. Wat ik wel mooi vond, qua tijdsbeeld, was dat iedereen de hele tijd liep te roken en drinken: als de kinderen onbeheerd buiten spelen, tijdens de haaiendestructiemissie, en de burgermeester rookte zelfs in het ziekenhuis. Ik zal eerlijk zijn: ik vond het een prachtavond, en ik ben blij dat ik Jaws nu een keer gezien heb, maar ik denk niet dat ik per se een van de vervolgfilms hoef te zien – ik heb voorlopig wel weer genoeg spannende filmkicks gehad.

20140804-104800-38880366.jpg

 

 

Summer special

Het einde van de Signatures, Cultuurweken (ik snap die naam echt niet, maar dat zal wel aan mij liggen) werd groots gevierd, door de Leiden International Film Festival Summer Special. Het ‘echte’ LIFF is dit jaar van 31 oktober tot 9 november in de Leidse bioscopen, maar om te vieren dat het zomer is werden aan de bewoners van de stad maar liefst 3 films in de open lucht aangeboden. Dit is geloof ik al het zesde jaar dat ze het doen, maar ik was nog nooit geweest. Een uitnodiging voor de partnerborrel, de programmering (ik had 2 van de 3 films nog nooit gezien, waarvan in elk geval 1 tot mijn eigen schande) en mijn drang naar volledigheid zorgde ervoor dat ik me er dit jaar voor ingespannen heb om het complete zomerfestival bij te wonen.

20140609-172022-62422291.jpg

Dat ga ik volgend jaar zeker weer doen, want alle ingrediënten voor een zeer geslaagd festival waren aanwezig: een prachtige locatie (het Pieterskerkplein), een geweldig scherm met voortreffelijke geluidsvoorzieningen, een knappe popcornmaker, lekkere wijn en mede dankzij het goede weer veel mensen met een uitstekend humeur op de door de organisatie neergezette stoelen of zelf meegenomen Fatboys. Ik bevond me ook in goed gezelschap: 2 dagen met N, en op vrijdag had ik B meegenomen naar de partnerborrel, alwaar we ook L en A (D66-vrienden) hebben opgepikt. Heel gezellig. En natuurlijk gewoon een fantastisch programma: op donderdag de klassieker Breakfast at Tiffany’s, op vrijdag The Lunchbox en op zaterdag The Way, Way Back. 20140609-172022-62422486.jpgBreakfast at Tiffany’s (die trailer moet iedereen sowieso kijken) had ik nog nooit gezien, en dat is voor iemand die beweert veel films te kennen een beetje een blamage. Maar ik heb heel goed opgelet, en ik vond het prachtig. Grappig en verdrietig, en eigenlijk best wel een heftige film. Toen Holly Golightly en Paul elkaar eindelijk zoenden (dat ging in 1961 iets langzamer dan nu – als deze film nu werd opgenomen lagen ze waarschijnlijk al na 5 minuten te ketsen, maar dit heeft eigenlijk wel iets) ging er een luid gejuich op over het Pieterskerkplein, iets wat toch niet zo vaak gebeurt in de bioscoop. The Lunchbox was een groot succes op LIFF 2013, en ik begrijp wel waarom: het is een mooi verhaal, over gewone mensen in Mumbai, een wereld die ik verder niet ken, met een eenvoudig doch zeer effectief dramatisch gegeven: wat er kan gebeuren als het lunchpakket dat je liefdevol maakt om je ongeïnteresseerde echtgenoot weer aan te trekken bij de verkeerde, of misschien wel de goeie, man terecht komt. Tot slot zag ik The Way, Way Back, die ik op het festival ook al gezien had, en toen veel minder leuk vond dan deze keer. Dat is kennelijk het nadeel van 5 films op een dag – dan ben je bij film 4 een beetje murw. Als je deze film op een mooie zomeravond in de open lucht kan kijken is hij zo goed als perfect. Het einde van de Cultuurweken viel op deze manier prima samen met het begin van de vakantie, en gaf me gelijk iets om naar uit te kijken in de herfst. Want ik zal ook het Film Festival weer enthousiast bezoeken!

De bovenste foto (zeg maar de mooie) is van Coen Bastiaanssen. Met complimenten voor de foto en dank voor de toestemming om hem te gebruiken.