Categorie archief: Mensen

Extended workplace

Ik heb een tamelijk strakke planning. Iedereen die mij een beetje kent of leest, weet dat ik geobsedeerd ben door agenda’s, to do lists, Passion Planners, Bullet Journals, time management methodes en andere manieren om in elk geval de schijn op te wekken dat ik weet wat ik aan het doen ben, of in elk geval wanneer ik het zou moeten doen. Maar soms wil er weleens iets bij inschieten, bijvoorbeeld omdat ik het vergeet in een lijstje op te nemen, of omdat het op een lijstje staat dat ik niet synchroniseer met de moederlijst. En dan gaat het mis, want dan heb ik geen tijd om kleren te wassen, te sporten of, en dat is natuurlijk het ergste, mijn blog bij te werken. Gelukkig heb ik op maandag de eerste 2 uur vrij, dus dan kan ik, als ik het een beetje goed plan, gewoon naar Voorburg alsof ik om 8.30 moet lesgeven, en dan met mijn laptop, die ik dan niet moet vergeten, bij Coffee Works gaan zitten, waar de koffie goed is en het WiFi-signaal sterk. Er waren tijden dat ik dagenlang bij Bagels & Beans of Anne & Max in Leiden kon gaan zitten schrijven, maar dat is helaas niet meer mogelijk – dus anderhalf uur rustig werken in een prettig café op een maandagochtend, met koffie, laptop en inspiratie is een gigantische luxe. Maar dan moet je wel rustig kunnen werken. Helaas zijn er meer mensen die weten dat het bij Coffee Works goed werken is; schuin tegenover me zat een aardige jongen op zijn laptop te tikken, die ik vooral aardig vond omdat hij niet aan het praten was.

extended-workplaceDat alles in tegenstelling tot de man die achter me zit, die er geloof ik elke dag is, die het hier zo rustig vindt dat hij al zijn zakelijke telefoongesprekken hier doet. En omdat ik nogal snel afgeleid ben, ga ik naar die gesprekken zitten luisteren. De inhoud ervan interesseert me geen moer, maar de misdaden die deze man tegen de taal pleegt zijn wat mij betreft reden voor een melding bij de Verenigde Naties. Het begon met ‘ik zit in mijn extended workplace’, wat ik nog wel een mooie term vond, maar het escaleerde al snel. Ik heb genoteerd: ‘ik zit er ongeladen in, hoor’ (?), ‘de routing is wel belangrijk’ (??), ‘ik heb hem helemaal scherp’ (???), ‘ja, zij zit ook zo in de wedstrijd’ (?²) en ‘als zij eenmaal geframed heeft, heeft ze geframed en dan kom je er niet meer vanaf’ (√?)*. Zo kan ik dus niet werken, want ik moet luisteren naar die dwaas en dan alles opschrijven. Dossiervorming, zogezegd, want hij vervuilt mijn extended workplace met zijn gebabbel. Op een gegeven moment werd het me echt te gortig, en wel toen hij zei ‘Om in jouw metafoor te blijven: om de krenten uit de pap te halen, moet je wel pap eten. En pap kan heel lekker zijn.’ Ik heb even overwogen om met hem te gaan praten, maar het was voor iedereen goed nieuws dat ik naar school moest. Kon hij rustig doorwerken zonder een of andere crazy bitch die hem gek gaat zitten maken over zijn taalgebruik, en ach, die pubers zijn wel wat gewend van me. Volgende week zit ik daar denk ik weer. Beetje werken, beetje taalramptoerisme. Zo ben ik.

* Ja, ik weet dat √? lager is dan ?².

Aardig doen tegen mensen die niet aardig doen

Gisteren las ik op Facebook een berichtje van S, een collega van mij die om niet nader te noemen redenen nu iets meer thuis zit dan ze misschien zou willen (maar het is wel verstandig), die bij het bezoeken van de bakker een onaangename ontmoeting had gehad. Ze kon haar fiets niet bij de bakker parkeren, dus zette hem voor het woonhuis ernaast, waarop een vrouw naar buiten kwam en haar op typisch Leidse manier (dus met gebruik van het woord ‘tering’) verrot schold. Dat heb je echt nodig, als je in de ziektewet zit en je met veel moeite aankleedt om dan de deur uit te gaan om even een broodje te halen – overigens is dit laatste deel vooral projectie van mij, want zo heb ik destijds iedere tegenslag verwerkt, want ik had het toch allemaal niet verdiend en ik deed ook maar mijn best. S vroeg in haar post niet om advies, maar we kennen Facebook, dus veel mensen hadden een mening over hoe naar die vrouw was, en sommigen gaven tips over wat ze het beste had moeten doen of in elk geval alsnog zou kunnen doen. Ook ik vond er wat van: het leek mij wel een goed idee als S een jaar lang elke dag een foto van haar kont bij de dame door de brievenbus zou doen. Maar dat heb ik niet als advies gepost.

bloemenIk moest namelijk denken aan een liedje van Daniël Lohues, ‘Aordig doen tegen mensen die niet aordig doen‘, iets wat ik regelmatig op school tegen mezelf neurie als ik weer eens in conflict dreig te raken met een bepaalde collega en waardoor ik haar dan niet gelijk de kop van de romp trek, maar iets aardigs zeg. Omdat zij het waarschijnlijk het hardst nodig heeft. Dus ik adviseerde S niet om met een shovel bij dat rotwijf door de pui te rijden, maar om een grote bos bloemen te kopen en die bij de mevrouw langs te brengen. En dan haar excuses aan te bieden. Het is mijn ervaring dat mensen mijn adviezen doorgaans niet opvolgen, waarschijnlijk terecht, want ik ben de koningin van schade en schande, maar S heeft het gedaan. Ze heeft de buurvrouw van de bakker een boeket en haar excuses aangeboden, waarop de vrouw zich toch een beetje opgelaten voelde: ze kon dat toch echt niet aannemen, en misschien had ze iets te heftig gereageerd, en dat dat haar wel een beetje speet. Ze bleek naast een chagrijnige Leidse muil ook een vriendelijke, open glimlach op haar repertoire te hebben, en ze heeft S gezegd dat ze de bloemen moest geven aan iemand van wie ze houdt. S heeft mij gelijk gebeld met het verhaal – en nu zijn er in plaats van meerdere mensen om verschillende redenen ongelukkig meerdere mensen om dezelfde reden blij. En dat is aardig.

Een weekend weg

Het komt weleens voor dat ik zin heb om een weekend weg te gaan. Zodat ik alles achter me kan laten en gewoon even de dingen kan doen die ik wil doen, zonder dat daar enige vorm van verantwoording over af te hoeven leggen. In de praktijk is dat lastig, want ik heb bijna nooit een heel weekend vrij, en als ik al een weekend vrij heb, vind ik het eigenlijk nog belangrijker om dat met M door te brengen, want we zien elkaar al zo weinig, of om de tijd te vullen met het draaien van wassen, opruimen, schoonmaken en achterstallige administratie. Maar toen ik tijdens het internetzappen langs mijn vaste adressen ook de website van Geertje Couwenbergh bezocht, zag ik een programma waaraan ik toch wel heel graag mee wilde doen: een yoga-schrijfweekend in een klooster in Huissen. Dat zijn toch twee activiteiten waaraan ik toch het liefst mijn tijd besteed (yoga en schrijven dus, kloosters zijn niet helemaal mijn scene), ik had na wat cateringopdrachten geld over en ik kon zowaar op de data van de cursus. Ik heb me aangemeld en maandenlang met succes die data vrij weten te houden. Toen in de week van de cursus bleek dat het ook een stilteweekend was, moest ik wel even slikken, want mijn smoel houden is niet mijn sterkste kant, maar ik vond het ook wel een mooie uitdaging.

slaapkamerNa de aankomst op vrijdagavond heb ik mijn spullen in mijn spaarzaam ingerichte kamer (met uitzicht op een vooral in het donker nogal imposant kruisbeeld) neergezet, waarna leden van de groep (17 dames en 1 heer, onder begeleiding van Geertje, chef schrijven, en Jasmijn, de yoga dame) met elkaar kennismaakten, een aantal ademhalingsoefeningen deden en daarna gelijk een schrijfoefening in de maag gesplitst kregen: 10 minuten onafgebroken schrijven over een bepaald onderwerp (zoals ‘lieveheersbeestje’ of ‘wat heb ik meegenomen?’). De gedachte was dat je op die manier je schrijfspieren kan trainen – waarbij het resultaat niet het belangrijkste is. Dat kwam goed uit, want mijn tekst over het nest lieveheersbeestjes op het balkon in het oude huis van B was verre van publicabel. We dronken nog even thee in de bibliotheek van het klooster, en daarna was het einde praten, want vanaf het opstaan op zaterdag tot na de eucharistieviering op zondag was het, met uitzondering van de schrijflessen, tijd voor stilte. En stilte was dan ook totale stilte: geen gesprekken, geen ‘goedemiddag’ als je een vreemde tegenkwam die je begroette, geen sms, geen mail, geen Facebook.

binnenkamerIntussen draaiden we volledig mee met het schema van het klooster: op zaterdagochtend en -avond woonde ik de viering van de Dominicaner monniken bij (6 bejaarde mannen, en er was ook een non, met oorbellen overigens, wat me een beetje dubieus leek, maar ja, ik mocht geen vragen stellen), op zondag vierden we met heel Huissen (althans, heel 50 plus Huissen) de eucharistie. Het meerendeel van de dagen werd besteed aan schrijfoefeningen en fijne yoga-lessen; ik heb een soort flow- en een Yin yogales gehad, en op zondag heeft Jasmijn ons laten zien wat we konden doen tegen schrijfpijn, en dat was hard nodig, want mijn schouder zat helemaal vast van het intensieve pennen. De schrijfoefeningen bestonden vooral uit de 10 minuten schrijf-bursts, maar er waren variaties: lijstjes (mijn grote hobby) en bullet-writing (iedereen bedenkt een schrijfonderwerp en per onderwerp schrijf je 1,5 minuut). Soms lazen we ook aan elkaar voor, maar dat was dan zonder dat je feedback kreeg of gaf – dat maakt het allemaal wel veiliger. Bij het uitwisselen bleek vaak dat mensen de onderwerpen hadden gebruikt om de grote thema’s te behandelen, waar ik eerder bij banaliteiten was gebleven, maar dat vond ik verder niet heel erg. Kennelijk schrijf ik over kleine dingen. Op zondag, toen we weer mochten praten, was er ook voldoende gelegenheid om vragen over schrijven te stellen aan Geertje. Ik kan me niet herinneren wanneer ik ooit zoveel tijd aan schrijven heb kunnen besteden, in zo’n ontspannen sfeer. Ik vond het heerlijk.

gaaf geslachtslevenEn de stilte? Ik heb het volgehouden, ook al was het moeilijk. Ik kreeg zaterdagavond een Facebook-bericht van M, waar ik graag op zou hebben gereageerd, toen de chef-kok van het klooster een ander idee over koolhydraatvrij eten bleek te hebben dat ik had ik hem dat graag laten weten, en mijn neefje lag in het ziekenhuis, en daar had ik ook wel graag contact over gehad. Aan de andere kant: het probleem van dat ik het lastig vind om tussen mensen die ik niet ken te zitten was gelijk opgelost, want small talk was onmogelijk. ‘Lekker asociaal’ noemde een van de deelneemsters het, en dat vond ik wel herkenbaar. Gewoon met een groep mensen aan tafel zitten en proeven wat je eet in plaats van erdoorheen lullen, of in de bibliotheek naar de katholieke boeken kijken zonder dat je moet uitleggen waarom je altijd op zoek gaat naar de boeken over seks (‘Gaaf geslachtsleven’ – wie wil dat nou niet vinden? Het hoofdstuk over masturbatie is hilarisch), of een hele avond lezen en schrijven met mensen die geen van allen het gevoel hebben dat ze het gesprek gaande moeten houden. Ik weet niet of ik beter heb geschreven of geyoga’d omdat ik geen energie aan slap gelul heb hoeven besteden, maar het heeft wel degelijk bijgedragen aan het gevoel er echt helemaal uit te zijn geweest, en dat was me heel veel waard. Ik vond het een erg fijn weekend, en ik begin met hernieuwde energie aan de week!

schrijfblok

De mens in zijn natuurlijke habitat

Terwijl wij ons in de lobby van het hotel in Rome druk aan het maken waren over de gebruikelijke puberproblemen (broek te kort, programma te lang, een vierpersoonskamer terwijl er een hechte meidengang van 5 was), viel mijn oog op een man in een kilt bij de receptie. Of eigenlijk vooral op de kilt zelf, en dan in het bijzonder omdat de man hem even losmaakte, herschikte en weer vastgespte. Ik kon gelukkig niet zien of hij zich aan het voorschrift ‘nothing worn under the kilt’ hield, maar het viel me op dat hij twee verschillende schoenen aan had. Toen de kilt naar tevredenheid hing, vertelde hij de receptioniste in voortreffelijk Italiaans dat hij een massage-afspraak had en liep naar buiten.

Later bleek zijn kamer vlak bij de onze te zijn. Hij vroeg ons, in onmiskenbaar Schots Engels, of we Deens waren (dat krijg je als je een grote hoeveelheid blondines bij je hebt). Dit leek me een mooie kans om hem wat wedervragen te stellen. Hij zei dat hij Italiaans was, maar een Schotse moeder had. Vandaar de kilt. En toen ik zei ‘I can’t help but notice you’re wearing two different shoes’, deelde hij me mee dat hij tijdelijk in het hotel woonde omdat zijn huis geschilderd werd en dat alles in zijn kamer een troep was. Hij hield ter ondersteuning van die laatste bewering de deur nog even voor me open. Daar kwam nog bij, zei hij, dat zijn secretaresse met vakantie was, en dat hij nu helemaal het overzicht kwijt was. Ik was ineens heel blij dat ik geen baan had waarbij de schoenen van mijn leidinggevende mijn probleem waren en wenste hem een prettige avond.

Op de laatste avond in Rome kwam ik hem weer tegen. Nu in een reguliere broek. Hij wilde graag dat onze leerlingen stil waren (join the club, wilde ik zeggen), want hij had een zware dag gehad: twee lange, intensieve vergaderingen op het Vaticaan, waarvan een met een kardinaal. Dat had ik niet verwacht van een Romeinse Schot met een kilt en mismatching schoenen – ik verkeerde namelijk in de veronderstelling die iemand die eruit ziet als een volslagen dwaas, dat waarschijnlijk ook is. Zo leerde ik op de valreep van de Romereis toch nog een belangrijke les.

De 10 van woensdag

Ik ben principieel tegen de doodstraf. Maar soms zijn er mensen die mij zozeer irriteren, dat ik ze het liefst uit de maatschappij zou verwijderen. Dat gaat dan nooit om zware criminaliteit (daar hebben we een uitstekend rechtssysteem voor), maar om lichte vergrijpen.

Deze mensen kunnen wat mij betreft naar de maan:

  1. Moeders die in openbare gelegenheden tegen hun kinderen gillen. ‘Je mag nu wel eens een andere toon tegen mij aanslaan, want als je zo gaat krijsen wordt mamma heel erg boos’ – en dat dan op een enorm volume. Van wie zou dat kind het geleerd hebben? Vast van pappa.
  2. Bejaarden die voordringen en als je er iets van zegt iets over de jeugd van tegenwoordig mompelen. Daar heb ik 2 dingen op te zeggen: ik ben helemaal niet meer jong en jij bent onbeleefd. Oh, sorry, u bent onbeleefd.
  3. Mensen die mij indirect aanspreken in de trein. ‘Misschien wil die mevrouw haar tas even verplaatsen, dan kun je daar gaan zitten.’ Misschien wel, maar vraag het die mevrouw anders even. Ze is echt de beroerdste niet.
  4. Mannen (en ja, dat zijn inderdaad alleen mannen) die met de auto via een andere baan voordringen in een drukke baan. Want alle mensen die gewoon normaal hebben voorgesorteerd staan namelijk stil in die drukke baan omdat ze het leuk vinden en ongetwijfeld minder belangrijk zijn dan die gast met die dikke Volvo onder zijn kont. Natuurlijk.
  5. Mensen die bezwaar maken tegen de toon van een email. Volgens mij hebben ze eigenlijk problemen met de inhoud van de mail, maar daarover durven ze niet in discussie te treden, want een discussie is geven en nemen. De toon is een verwijt dat een kant op gaat. Trek je ballen aan en voer een inhoudelijke discussie.
  6. En als ik dan toch over de mail bezig ben: mensen die ’s avonds om 10 uur mailen en het dan raar vinden dat je daar de volgende ochtend nog niet op gereageerd hebt. Dit zijn soms leerlingen, en die moeten nog volwassen worden, dus die vergeef ik het, maar vaak zijn het mensen die beter zouden kunnen weten.
  7. Mensen die tijdens het eten over ander eten praten. Je proeft niet wat je aan het eten bent als je aan het vertellen bent over totaal andere smaaksensaties. Dan is het dus zonde van het eten en van de moeite van degene die net uren voor je in de keuken heeft gestaan. Gewoon niet doen.
  8. Volwassenen die d/dt-fouten maken en het verschil tussen ‘jou’ en ‘jouw’ niet snappen, en als ze erop aangesproken worden zeggen dat ze het niet goed op de middelbare school hebben geleerd. Mensen, jullie zitten al 15 jaar niet meer op school. Leer iets bij als je een hiaat constateert.
  9. Mensen die in een winkel werken en achter de toonbank gezellig met elkaar staan te kletsen en dat blijven doen, ook al loop je zoekend door de zaak. Ik snap dat jullie even jullie gesprek af willen maken, dames. Maar ik koop niks bij jullie.
  10. Mensen die de rug van een nieuw boek knakken als ze het open doen. Daar heb ik echt helemaal geen tolerantie voor. Misschien moeten die toch maar wel de doodstraf krijgen.