Categorie archief: Neuroses

Changing Life Hub

Soms vraag ik me af wat me bezielt. Meestal is dat op momenten waarop ik iets aan het doen ben waarvan ik eerder nooit zou hebben gedacht dat het bij me zou passen, laten we even skiën als voorbeeld nemen, dan gaat alles in principe goed, totdat ik ineens denk ‘Hè? Ben ik aan het skiën? Ik?’, en dan weet ik eigenlijk niet meer waarom ik het doe. In het geval van skiën ben ik er kort daarna mee gestopt, niet zozeer vanwege de existentiële crisis, maar meer omdat ik hoogteziekte had, maar soms ga ik ook gewoon door. Al die motivationele teksten over dat de magie begint als je comfort zone eindigt moeten toch wel een beetje waar zijn, lijkt me, dus dat ik weleens iets doe waar ik me in eerste instantie niet heel prettig bij voel, hoeft op zich niet erg te zijn. Maar het gevoel van twijfel over waar ik mee bezig ben komt vaker voor: op het moment vooral als ik in de gym ben. Ik ga sinds ik met Personal Body Plan begonnen ben 4 keer per week trainen, en hoewel ik op een vetverbandingsprogramma zit (er zijn twee opties, vetverbranding en spierversterking – en dat laatste, wat neerkomt op bulken en zorgen dat je daarna ‘droog’ wordt zodat er afgetekende spieren te zien zijn, gaat in mijn leven natuurlijk niet gebeuren) train ik inmiddels best zwaar. Maar soms als ik in de gym met enorme barbells bezig ben, denk ik ‘Je bent een docente Klassieke Talen van 40 – wat doe je hier?’. Meestal ga ik dan toch gewoon door – want ik heb een programma dat ik af wil maken, maar het zijn geen motiverende gedachtes.

hub1Het gevoel dat je eigenlijk niets te zoeken hebt in de activiteit waar je mee bezig bent (inclusief angst dat ze door krijgen dat je er niet bij hoort) heet geloof ik ‘imposter syndrome’, en dat heb ik op zich in iedere gym, maar in het bijzonder waar het gaat om de nieuwe gym die door de mensen van PBP is opgericht, de Changing Life Hub in Amsterdam, waar je als deelnemer aan het plan ook heen mag. Ik wilde dat eigenlijk wel graag proberen, maar ik was erg bang voor een aantal dingen, in het bijzonder dat ik daar verreweg de dikste zou zijn, dat ik er helemaal niets van zou kunnen en dat ze tegen me zouden zeggen dat ik maar beter kon stoppen met het plan en gewoon lekker kon gaan uitdijen voor de klas. Dat viel erg mee. Want los van alle dingen eromheen, is de Hub een gym. Een heel goeie gym, dat dan weer wel, en met iets meer en iets betere apparaten dan de mijne, maar uiteindelijk is het een gym. De dingen eromheen (prachtige douches, de mogelijkheid er de hele dag op heel comfortabele werkplekken met je laptop in de WiFi te zitten, de ruimte waar je allerlei lekkere dingen kunt eten en DoorMeals kunt halen en het winkeltje met mooie sportkleren) zijn dan wel weer heel indrukwekkend, maar het allerbelangrijkste daar is de begeleiding: binnen no time kwam er een aardige, enorm afgetrainde, jongen op mij af, die zich aan me voorstelde en vroeg of hij me nog ergens mee kon helpen. Dat resulteerde in een ruim PR op de hip thruster, en daarna gebeurde iets vergelijkbaars op een andere oefening met hulp van een eveneens aardig, superstrak meisje. Ik was niet de dikste, ik kon het best goed, en ze vroegen aan me wanneer ik terug kwam. Dus kennelijk hoor ik er wel bij. En dat is dan wel een motiverend gevoel.

hub2

En de tekst die op de vloer staat, bij de entree, vond ik ook prettig. Want als zij zichzelf  al imperfect vinden en toch doorgaan, hoef ik me nergens voor te schamen op sportgebied.

Voorbereiding

Voor zover dat nog niet was gebleken uit het feit dat ik doorlopend lijstjes maak van alles wat ik ga doen, wil doen, moet doen, heb gedaan, overweeg te doen en niet meer wil doen: ik ben best een control freak. Althans in sommige opzichten, want waar ik heel veel dingen wel in de hand wil houden, is mijn leefomgeving doorgaans behoorlijk chaotisch, en ik ben vaak van alles kwijt. Maar als het gaat om dingen die moeten gebeuren of die ik moet doen, begin ik met het maken van een lijstje, dan komt het het in mijn agenda, en dan begint de daadwerkelijke voorbereiding. Als ik een diner moet cateren start dat altijd met een papiertje waar ik wat gedachtes op heb opgeschreven, vervolgens maak ik een tijdsplanning in mijn agenda, daarna maak ik een Excel-bestand aan (als Excel niet bestond, was ik sowieso een ongelukkig mens, want mijn persoonlijke financiën draaien op deze software), met daarin per gerecht uitgesplitst welke boodschappen ik moet kopen, die sorteer ik dan per winkel, en dan kan het echte koken beginnen. Ook voor het moderaten van Q&A’s op de IDFA heb ik een vast systeem: ik krijg mijn rooster, zet de films in mijn agenda, en kijk ze allemaal van tevoren. Ik maak kaartjes aan met de belangrijke informatie over de film op de voorkant, en de vragen die ik zou kunnen stellen op de achterkant, en daarna is het alleen maar een kwestie van erheen gaan, de regisseur een handje geven, de film nog een keer kijken, en modereren met mijn donder.

IDFADat systeem is misschien een beetje neurotisch, maar zo ben ik. Mijn IDFA partner in crime C, kijkt de films nooit van tevoren, omdat hij van mening is dat zijn Q&A’s beter zijn als hij spontaan op een film kan reageren. Bovendien zegt hij, en daar heeft hij wel een punt, dat niet alle documentaires even boeiend zijn, en als je ’s avonds laat een film moet kijken die 2,5 uur duurt, gaat over iemand in Bhutan die een televisie wil kopen en die je al gezien hebt, wil het weleens lastig zijn om te voorkomen dat je in slaap valt – want dat zou dan natuurlijk buiten gewoon onwenselijk zijn als de regisseur naast je zit. Er zijn ook mensen die het begin en het einde van de film kijken bij wijze van voorbereiding. Nadeel van mijn systeem is dat het lastig is om op korte termijn een Q&A te moderaten; flexibiliteit was toch al niet my middle name, maar als ik, zoals gisteren, om 13.00 hoor dat ik om 16.45 een supergave documentaire mag moderaten, dan kan ik het niet voorbereiden zoals ik wil. Ik maak dan natuurlijk wel een kaartje, maar dat is het dan. En dan blijkt dat het ook weleens mis kan gaan: de regisseur wilde zelf zijn film inleiden, zodat ik alleen maar het publiek welkom moest heten en hem aankondigen, dus ik had mijn kaartje in mijn tas gelaten, maar toen ik op het podium stond, had ik mijn eerste black-out ooit. Ik had geen idee meer hoe de film heette. ‘Ladies and gentlemen, welcome to IDFA and to the Melkweg, you are about to see … uuuuhhhmmm … a documentary…’ Gelukkig herpakte ik me snel, en maakte ik mijn zin af met ‘… which the director will introduce to you himself, so can we have a warm welcome for Bernard MacMahon’, dus ik geloof dat ik ermee ben weggekomen. En ach, dan heb ik toch weer twee lessen geleerd: dat ik het beste ben als ik me op mijn eigen manier heb voorbereid en dat ik ook een black-out kan overleven. Vooral dat laatste vind ik eigenlijk wel een prettige gedachte.

Een hoepelworkshop

Een bijkomend voordeel van al dat sporten dat ik in het kader van Personal Body Plan en de yoga-opleiding doe, is dat ik het minder erg vind om activiteiten te ontplooien waarbij van me verwacht wordt dat ik beweeg. Ik ben geen danser, en dat ga ik ook niet worden, want ik kan het niet en ik voel me gigantisch bewust van al mijn fysieke tekortkomingen zodra er sprake is van welke beweging op muziek dan ook, maar het kost me veel minder moeite om hier en daar een stukje verder te lopen dan anders, of in het bos te gaan rennen, of de fiets te nemen waar ik anders in de bus zou zijn gestapt. En als ik dan toch minder lui ben, want dat is het natuurlijk, dan blijk ik zelfs bereid om in plaats van op de bank Netflix te kijken nieuwe vormen van beweging aan te boren, dus ik had me naar aanleiding van 10 minuten hoepelen in juni in mijn hoofd gehaald dat het een goed idee was om een hoepelworkshop te volgen bij de dame die de demo verzorgde. Ze heet Mirjam en haar bedrijf heet Hooplovers, en ze geeft workshops op sommige zaterdagen, dus dat leek me wel wat. Ik trommelde S op, die ook in Leiden woont en wel voor een avontuur te porren is, en die me, om het allemaal nog leuker te maken, de workshop aanbood bij wijze van verjaardagscadeau.

hoepel1De workshop werd gegeven in de gymzaal van een school, dus ik voelde me al helemaal thuis. We kregen thee en er was een voorstelrondje, waarbij de motivatie van de deelnemers uiteen liep van ‘ik hoepel voor mijn gezondheid’ tot ‘hoepelen geeft mij het ultieme gevoel van vrijheid blijheid’. S en ik waren er meer omdat het ons wel een keertje grappig leek om te hoepelen, maar dat mocht gelukkig ook, en na een korte uitleg over welke hoepel je moest hebben (hoe groter, hoe zwaarder, hoe langzamer, hoe makkelijker), konden we van start gaan. We leerden taillehoepelen (dat kan ik, maar dat is ook de basis), heuphoepelen (lastig, want dan moet je twerken om je hoepel om je middel te houden) en hoepelen om de hand en overpakken bij anderen (ging wel, maar daar zie ik ook verder het nut niet van in). Het moeilijkste was wat mij betreft lopen terwijl je hoepelt; we deden het voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts, en daar begon zich toch mijn gebrek aan danstalent* te wreken, want ik kan niet hoepelen en lopen tegelijk. Maar ik was al met al toch beter in het hoepelen dan ik had gedacht, en de buikspiertraining die er gratis bijzat is me wel bevallen. Dus ik heb na afloop een mooie hoepel gekocht, zodat ik thuis kan hoepelen. Ik woon tamelijk klein, met veel spullen, maar na lang puzzelen heb ik een plek gevonden in de woonkamer waar ik kan hoepelen zonder iets op de grond te vegen en Netflix kijken tegelijk. Dus niets houdt mij tegen.

hoepel2*De workshop bleek een workshop hoopdance, dus dat was sowieso een probleem voor Miss So You Know You Can’t Dance. Ik heb gewoon gedaan alsof er geen muziek opstond en gehoepeld.

Unvollendete

Ik laat me er graag op voorstaan dat ik alles afrond. Alles. Dus als ik aan een boek van 300 pagina’s begin en na een bladzijde of 15 blijkt dat het een ziek dystopisch boek met enge zombies is, dan lees ik gewoon door totdat ik het uit heb. En als ik verzonnen heb dat het best een goed plan is om met dunne wol een sjaal te breien met een patroon dat ik niet op de automatische piloot kan breien terwijl in Netflix kijk, dan brei ik die sjaal – ook al kost het me 2 hele winters. Want als ik eraan begonnen ben, maak ik het af. Soms duurt het even, ik ben geloof ik al 3 jaar bezig met Nachtzug nach Lissabon, want ik vind het vervelende pretentieuze troep en mijn Duits is er misschien ook niet goed genoeg voor (al vermoed ik dat je, om pretentie te kunnen detecteren, toch best wel veel van de inhoud moet begrijpen – en trouwens, docent stapt in trein en spuit filosofie is nou ook alweer niet zo moeilijk), en de spooons-app is al jaren een work in progress, maar ik heb goede hoop dat beide projecten tot een goed einde zullen komen, gewoon, omdat ik principieel alles afmaak. Maar soms denk ik dat het misschien wel een goed idee zou zijn om hier en daar een project te bestemmen tot de categorie ‘kennelijk niet gelukt’. Ik ben de enige die weet wat ik allemaal nog voor onaffe zaken in mijn leven heb, dus ik doe er verder niemand kwaad mee, en voor mezelf creëer ik een boel lucht.

kooktasIk ben de afgelopen dagen bezig met het updaten van mijn cv, dat hoort erbij als je volwassen bent (en als je volwassen bent in de 21ste eeuw moet je ook je LinkedIn-profiel updaten, gatver*), en ik heb er voor het eerst wat dingen uitgehaald. Waar het een kleine stap was om me erbij neer te leggen dat ‘Herman, Susannah, ‘“A wreath which will not crush my head”. Ezra Pounds Homage to Sextus Propertius ’ (te verschijnen)’ niet zal verschijnen, was het een enorme sprong om het item ‘Promotieonderzoek From your mouth to the gods’ ears. Religious communication in Sophocles’ tragedies‘ te verwijderen. Want nu ben ik officieel gesjeesd als onderzoeker. Maar als ik eerlijk ben is het eerder een kwestie van het woord bij de daad voegen dan ineens een beslissing nemen. En bij het opruimen van het huis kwam ik een boodschappentas tegen met allerlei kooktijdschriften en twee boekjes waarin ik leuke recepten uit die bladen wilde plakken – dat heb ik voor een deel gedaan, en toen alles in een tas gepropt om op een moment dat ik tijd had verder te gaan. Laten we eerlijk zijn: dat gaat niet gebeuren. Ik heb een kast vol kookboeken, dus inspiratie zat, en als ik al tijd zou hebben om een beetje te gaan knippen en plakken, kan ik die veel beter anders besteden. Die tas gaat ongeopend naar het oud papier: ik heb tenslotte nog een app om af te maken, en een vervelend Duits boek dat zichzelf niet leest.

*Doe ik maandag wel. Te veel weerstand.

Vakantiestress

Afgelopen zondag was het weer zo ver: waar ik al maanden toe leef naar de zomervakantie, omdat ik eindelijk een tijdje niets kon doen en kon ontspannen zonder dat iemand iets van me nodig had, beving mij opeens de gedachte dat ik al 2 weken van de vakantie had verkwist, zonder ook maar iets te presteren, en dat ik nog maar 4 weken te gaan had, waarin ik nog allerlei dingen moest doen. Nou is dat eerste niet geheel waar, want ik heb natuurlijk voor mezelf de verjaardag van de eeuw georganiseerd, ik heb in 2 restaurants met Michelin-sterren gegeten, ik heb flink gesport en geyogad, en ik heb met een leenauto een grote hoeveelheid zooi naar het stort gereden, maar goed, als ik opgefokt raak van mijn eigen leven, en dat gebeurt nog weleens, ben ik niet echt voor rede vatbaar. Want het is wel zo dat ik nog allerlei dingen moet doen; en trouwens, er zijn ook nog allerlei dingen die ik wil doen. Zo wil ik graag alle inboxen van al mijn mailaccounts leeg hebben voordat ik weer aan de slag ga, maar als dat niet gebeurt, is er niemand die het weet (behalve de NSA, maar die weten alles), en ik ben de enige die daadwerkelijk bijhoudt of ik wel op schema lig voor het boek per week gemiddeld in 2015 (ik lig er 1 achter), dus op zich is er daar weinig druk.

CadzandMaar de dingen die ik moet doen, worden steeds urgenter. Die hebben voor een groot deel met school te maken: ik heb volgend jaar een examenklas, wat concreet betekent dat ik me door een grote hoeveelheid nieuwe stof heen moet ploegen om daar goed voorbereid voor te zijn. Het is ook mijn ambitie om dat nou echt een keer goed aan te pakken, inclusief allerlei kekke powerpoints, zodat mijn klas prachtige resultaten haalt. Niet dat ze dat in het verleden, zonder powerpoints, niet hebben gedaan, maar daar gaat het nu niet om; een beetje ambitie mag ook wel weer eens. Bovendien mag ik aan de 4de klas Kunstgeschiedenis Griekenland geven en aan de 5de klas Kunstgeschiedenis Rome, en ik vermoed dat ik een module van 6 tot 8 lessen niet kan vullen met ‘dit is een tempel’ en ‘dit is een zuil’, dus ik moet daar nog veel aan doen. En tot slot wil ik echt heel graag de recepten voor de app afhebben, want M corrigeert ze, en die gaat in september ook weer werken, en ik ben er zelf ontzettend klaar mee. Dus mijn inner-nazi is alweer heel erg boos op me, omdat ik 2 weken vakantie verklooid heb, en ik ben deze week flink aan de slag gegaan. Met resultaat: een halve niet heel kekke powerpoint, maar hij doet het, 5 van de nog te schrijven 16 recepten voor de app, 4 uur werk aan de tempels, en M en ik hebben allerlei prehistorische voedingsmiddelen uit de keukenkastjes verwijderd. Als het nog even zo doorgaat heb ik straks een vakantie nodig om te herstellen van de vakantie…

Just say no

Vorige week woensdag heb ik vol goede bedoelingen een lijstje opgesteld van dingen die ik niet kan, en ik bedenk me nu, terwijl ik mijn agenda voor de komende twee weken in beeld probeer te krijgen, dat er nog een ding is dat ik niet kan, en dat ding kan ik aanzienlijk meer niet dan alle dingen op het lijstje van dingen die ik niet kan (behalve mijn huis opgeruimd houden, want dat kan ik ook echt niet), en dat is nee zeggen. Ik heb de neiging om ja te zeggen op alles wat mensen mij vragen, en dat betreur ik dan regelmatig. Soms is het namelijk ontzettend leuk als iemand denkt dat ik de aangewezen persoon ben om iets te doen, en als me dat dan gevraagd wordt op een moment dat ik wel een egoboost kan gebruiken (dus altijd), zeg ik ja. Zo zag ik net tot mijn schrik dat ik zo’n beetje een hele week had geblokt om Q&A’s te moderaten op het Movies That Matter festival, en dat komt doordat ik het als een enorm compliment heb ervaren dat IDFA vond dat ik zo’n goeie moderator was dat ze mijn gegevens aan een ander festival hebben gegeven. Dat ik mijn reguliere weekactiviteiten al amper voor elkaar krijg in de mij daarvoor toebedeelde 7 dagen is dan ineens geen factor – mensen willen mij, dus ik zeg ja. Of ik kan of niet. Gelukkig bleek net dat ik niet ben ingeroosterd; soms lost een goed probleem zichzelf op. Ik zeg ook weleens ja om een andere verkeerde reden. De mythe dat ik onvervangbaar ben in stand houden bijvoorbeeld – als ik iets niet doe stort alles in elkaar. Dat denk ik dan, of eigenlijk hoop ik dat dan ergens, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Er zijn weinig dingen waarvoor geldt dat ik de eerste ben die ze heeft gedaan, dus andere mensen kunnen ze ook doen. Misschien niet zo goed als ik (ik blijf een arrogant stuk vreten), maar als ik ze niet doe is er geen vergelijkingsmateriaal, dus daar zal niemand achterkomen, en het zou mij een boel moeite schelen.

yesPlichtsbesef is voor mij ook vaak een motivator om ja te zeggen waar ik ergens het liefst ergens een dikke vette nee op zou willen antwoorden. Ik ben raadslid en dat betekent dat ik een van de weinige mensen in de hele afdeling D66 Leiden betaald word voor mijn inspanningen voor de partij. En als er dan een ‘wie gaat er mee spitsflyeren?’-mail komt, dan vind ik dat ik me moet aanmelden – ook al is het dan heel vroeg en heel koud en heb ik een hekel aan mensen lastig vallen met flyers. Het hoort, dus ik doe het, en tussen ons gezegd en gezwegen: ik kan dan ook heel pissig worden op fractiegenoten die kennelijk een andere afweging hebben gemaakt. Wat me ook weleens overkomt is dat ik heel graag nee wil zeggen, omdat ik ergens geen tijd voor of geen zin in heb, maar te lang wacht met nee zeggen en me daarom verplicht voel om alsnog ja te zeggen. Zo ben ik onlangs ternauwernood aan een omvangrijke correctieklus ontsnapt, die me misschien wel leuk leek, maar waarvan ik wist dat hij niet in de agenda ging passen, want ik had zelfs geen tijd om te mailen dat ik het niet ging doen, waardoor ik me zo schuldig voelde dat ik het bijna toch gedaan heb; het is dat M me tegen wist te houden, anders zat ik nu als een bezetene een proefschrift te proofreaden. Een laatste categorie is die van activiteiten waarvan ik weet dat ik ze niet zou moeten willen doen (bijvoorbeeld op grond van energie-overwegingen), maar waartegen ik toch ja zeg, omdat ze zo leuk zijn. En dan maak je wel mooie dingen mee, want een prachtig diner koken voor 2 lieve vrienden is helemaal geen straf. Of het schooldebatteam coördineren – daar heb ik onlangs ja tegen gezegd. Want ik wil het graag. En als ik nou eens leer nee te zeggen tegen de dingen waar ik geen zin in heb, hou ik misschien wel tijd en energie over voor de dingen waar ik ja tegen zeg. Dat zou mooi zijn.

i-wish-i-could

Winterdip

Ik heb het zo ontzettend gehad met het constante slechte weer. Ik zit in mijn kantoor (de eettafel, ik heb geen echt kantoor), onder het koepeltje dat in de uitbouw zit, en ik luister voor de duizendste keer deze winter naar het geluid van allerlei ongein die uit de lucht valt. Misschien is het regen, misschien is het hagel, misschien natte sneeuw – het zouden ook sprinkhanen kunnen zijn. Het kan me niet schelen wat het is, maar ik ben er echt helemaal klaar mee. Ik heb het koud. Het is ook koud. En niet van die fijne kou, dat je je lekker warm aankleedt en dan met het gevoel van koude lucht op je gezicht een café inloopt en warme chocolademelk drinkt, nee, van die irritante vervelende rotkou, dat je voor de tweede keer op een dag natregent, en dat je dat op zich niet merkt, want je jas was nog nat van de eerste regenbui en natter dan nat kan niet. Je kan dan wel in een café gaan zitten, en zelfs warme chocolademelk bestellen, desnoods met die stupide mini-marshmallows (want we doen toch al alsof we in America wonen), maar het maakt toch geen reet uit, want je bent natgeregend tot op je onderbroek, en daar wordt iedereen chagrijnig van. Daar komt wat mij betreft nog bij dat het ook nog de hele tijd donker is, en dat ik eigenlijk gewoon wat zon nodig heb, en wat warmte. Het is al Kerstmis geweest, dus de winter heeft me niets meer te bieden.

hot-cocoa-in-snowIk ben niet depressief van aard, of althans, dat ben ik (sinds de burn-out) op zich wel, maar niet heel erg en ik weet er meestal prima mee om te gaan, maar van een eeuwigdurende winter in combinatie met een overvolle werklast komt het in volle hevigheid aanstormen. Ik zou het liefst nu naar bed gaan en pas weer naar buiten komen als het 15 graden of warmer is, met een 0% regenkans. Ik probeer de somberheid waarmee ik door het weer besmet ben geraakt te compenseren door mooie winterjassen, prachtige mutsen, kleurrijke maillots, fijne sjaals en soep, maar het mag niet baten. Omdat ik het de hele tijd koud heb, heb ik een kruik voor mezelf besteld, een supermooie, die me zeker blij zou kunnen maken, ware het niet dat hij pas op 12 februari bezorgd zal worden (om de mail waarin mij dit werd medegedeeld heb ik 17 minuten gehuild, dat zegt genoeg, lijkt me). En mijn hele lijf doet pijn – volgens mij deels doordat ik het de hele tijd koud heb, en deels doordat ik totaal opgefokt ben, en dat komt deels doordat ik het de hele tijd koud heb. Ik kan niet op vakantie naar een warm land, want ik moet lesgeven (en ik verbrand overigens onmiddellijk in de zon, maar dat is zomergezeur). Kortom: ik zal ermee moeten leven. En dat valt me ontzettend zwaar op het moment.

Van je hobby je beroep maken

Het schijnt een uitspraak van Confucius te zijn: ‘Choose a job you love, and you’ll never work a day in your life’. Er zijn ook variaties op, vermoedelijk omdat er in de vertaling van Chinese oneliners uit de vijfde eeuw voor Christus nogal wat variaties mogelijk zijn, maar het komt allemaal op hetzelfde neer: als je van je hobby je beroep maakt, is het daarna alleen nog maar superleuk om te werken, want al je passie zit in je dagelijks leven en je kan er ook nog geld mee verdienen. Of het waar is of niet, ik betwijfel ten zeerste dat Confucius het gezegd heeft – volgens mij is het weer zo’n internet-uitspraak waar iemand extra cachet aan verleent door het aan een oude denker toe te schrijven, waarna er honderden kek gelayoute plaatjes op Pinterest verschijnen, en voordat je het weet is het waar. Dat overkomt niet alleen Confucius: er zijn citaten van Martin Luther King die precies in een tweet passen, waarschuwt Socrates tegen zomaar alles geloven wat je op het internet leest, en is er een hele site gewijd aan nepcitaten van Buddha. Creatieve mensen met websites, het zou verboden moeten worden.

confuciusNou heb ik zelf twee keer van mijn hobby mijn beroep gemaakt: omdat ik het ontzettend leuk vond om te koken, heb ik een bedrijf opgericht. Het heet spooons at home, en de gedachte is dat ik bij mensen thuis een op maat gemaakt diner bereid. Dat deed ik namelijk altijd al graag – mensen uitnodigen en dan een maaltijd maken die helemaal bij ze paste. En om daarin pro te gaan, leek me het leukste wat er was. De realiteit was anders, want er bleken allerlei belastingaangiften, websites en andere organisatorische aspecten aan te zitten (bijvoorbeeld de vraag hoe ik ervoor moest zorgen dat er überhaupt mensen waren die het ook leuk vonden als ik bij ze kwam koken), waardoor het toch eigenlijk vooral werk werd. Hetzelfde geldt voor de yoga: omdat ik yoga ontzettend leuk vind, deed ik veel yoga, en daarom leek het me wel een mooi plan om de lerarenopleiding te doen. Daarbij had ik er geen rekening mee gehouden dat er van mij verwacht zou worden dat ik heel veel lessen zou volgen, een hernia zou ontwikkelen en moest constateren dat ik alleen maar aan ben gekomen van al die intensieve yoga. En mijn neiging om pro te gaan zodra ik ergens plezier aan beleef kan ik niet onderdrukken; als ik geld zou kunnen verdienen met winkelen, schrijven, lezen, films kijken of aan mensen vertellen hoe ze hun leven moeten leiden, zou ik dat zo doen, maar dan voorspel ik dat ik er gelijk minder plezier aan zou beleven. Als je van je hobby je beroep maakt, heb je namelijk geen hobby meer, en is alles werk. En dat is jammer.

love-what-you-do-and-you-ll-never-work-a-day-in-your-life-383825-475-475_large

Time management

Eens in de zoveel tijd gooi ik mijn leven totaal om. Niemand merkt daar wat van, want de output blijft hetzelfde (alles door elkaar, veel output, veel tekst, veel klagen), maar voor mij verandert er van alles. Er was een tijd dat ik met verschillende boekjes met lijstjes werkte, maar ik heb de grote hoeveelheid boekjes inmiddels afgebouwd, zodat ik nu een papieren agenda heb met aan de linkerkant de week en aan de rechterkant een blad voor de doelen van die week. Ik kom aan dat systeem doordat ik in maart een dag met een coach mocht doorbrengen op kosten van de baas, en daar werd mij geadviseerd om minder met verschillende lijstjes te werken en meer volgens het systeem van Getting Things Done.  Ik ben vol goede moed begonnen: ik heb het boek gekocht, en toen ik het ging lezen was ik in eerste instantie heel enthousiast, want alles wat op je afkomt indelen in de categorieën ‘actionable’ en ‘niet-actionable’ (mijn blog, ik mag talen verhusselen als ik dat wil) en de categorie ‘actionable’ onmiddellijk ofwel doen (‘Can it be done in 2 minutes? If so, then do it.’) ofwel parkeren, en de dingen in de categorie ‘niet-actionable’ ofwel lozen ofwel delegeren ofwel plannen ofwel ook parkeren levert al met al een boel mentale rust op. Maar op een gegeven moment slaat het systeem op tilt en moet je een heleboel mapjes maken, met voor elke dag een map en een maandmap en een map per onderwerp en je moet een lettertang kopen en toen snapte ik het niet meer. Ik hou erg van mapjes, en ik wil stiekem heel graag een lettertang, maar dat ging echt te ver. Ik heb me gewoon beperkt tot het deel van het systeem dat ik wilde uitvoeren, en het deel dat me niet beviel lekker gelaten voor wat het was.

pomodoroMaar soms ben ik ineens toe aan iets anders. Door een andere blog (de Self-Help Hipster, die is sowieso zeer aanbevelenswaardig) werd ik geattendeerd op de Pomodoro techniek, en dat leek me wel wat. Dus ik heb het boek gekocht en de app gedownload, en in sneltreinvaart ook het boek gelezen. Wat blijkt: de techniek is supereenvoudig. Je hebt een timer (in de vorm van een tomaat, zoals de schrijver van het boek ooit had, of gewoon als app, of die op je telefoon), die stel je in op 25 minuten, je werkt 25 minuten zonder afleiding aan een van tevoren vastgestelde activiteit, als de timer gaat stop je onmiddellijk en ga je 5 minuten chillen, en dan begint het circus weer van voren af aan. Na vier blokjes van 25 minuten mag je een half uur pauzeren. Je kan je afvragen of het nodig is om geld uit te geven aan een boek en een app voor iets dat zo niet complex is als dit, maar voor mij is dat wel nodig, want als ik iets lees, kom ik in de goede mindset. Ik heb nu 4 dagen gewerkt aan de hand van deze techniek, en ik moet eerlijk zijn: het werkt. Ik heb ontzettend veel gedaan, zonder me te laten afleiden. Bovendien weet ik nu hoe lang het duurt om dingen te doen, zodat ik volgende keer als ik een toets van klas 5 moet nakijken weet dat ik 4 Pomodoros (en dat is een van mijn belangrijkste bezwaren tegen het systeem, het meervoud van pomodoro is NIET pomodoros) nodig heb, en dat het ongeveer 1 Pomodoro kost om ’s ochtends de mail te doen, de admi bij te werken en te verzinnen wat ik de hele dag zal gaan doen. Lekker overzichtelijk. Lekker rustig ook: ik weet wat ik van mezelf verwacht, ik vind het tikken van de app geruststellend, en ik heb het gevoel dat ik mezelf door die blokjes tijd in te plannen echt help om mijn doelen voor de dag te bereiken. En dat is echt wel een vooruitgang.