Categorie archief: Opruimen

Pas op de plaats

Zaterdag gebeurde wat me uiteindelijk altijd overkomt in tijden van stress: ik ga fouten maken. Zo heb ik een Rome-reis voor school geboekt in de verkeerde maand (laten we het niet hebben over wat dat gekost heeft, dat hebben de financiële administratie en ik verdrongen), heb ik M heel erg boos gemaakt door in 1 week 3 keer de sleutel in de voordeur te laten zitten en ben ik van mijn fiets gevallen op weg naar de UB omdat ik op het laatste moment iets op wilde zoeken en een bocht verkeerd nam. Allemaal in zekere zin heel pijnlijk, maar ook omdat dat soort momenten me dwingen om even pas op de plaats te zetten en te overzien hoe druk ik het nou eigenlijk heb. Het ene moment vertel ik vol trots dat ik 100 ballen tegelijk in de lucht kan houden, het volgende moment zit ik jankend op de grond, omringd door zoveel ballen dat het lijkt alsof ik volledig tegen mijn zin door mijn ouders bij Ikea in het ballenbad ben neergepleurd. Dat hoort ook allemaal bij me, weet ik inmiddels, en ik heb gewoon zo’n wake-up call nodig om te beseffen dat het tijd wordt om even alle ballen te bekijken en te kijken welke nou eigenlijk weer de lucht in moet, welke even op de grond kan blijven liggen en welke ik gewoon een rotschop moet geven en moet vergeten.

tas

Zo werd ik zaterdagochtend wakker, vol goede moed om naar de yoga-opleiding te gaan, heb ik keurig ontbeten en mijn laptop en de andere dingen die ik nodig had om de dag optimaal in te vullen (agenda, kleurpotloden, meerdere opschrijfboekjes, een eiwitreep, een banaan, een vulpen – van die dingen) in mijn supermooie nieuwe tas gedaan en ben ik vrolijk op weg naar het station gegaan om de laatst mogelijke trein te halen naar Amsterdam. Vlak voor de incheckpoortjes besefte ik dat ik mijn yogakleren was vergeten, en toen zat er nog maar 1 ding op: uithuilen en de rust pakken die ik kennelijk nodig had. Of rust, dat viel wel mee, want ik heb de dag uitermate nuttig besteed. Het correctiewerk dat nog af moest is afgekomen, ik heb kleren bij iemand langs gebracht, de StarWars BlueRays terugbezorgd bij de rechtmatige eigenaar, het hele huis opgeruimd, mijn agenda is eindelijk op orde, inclusief planning van de hele maand juni, de financiën zijn bijgewerkt en ik heb mij over mijn weerstand met betrekking tot het opruimen van de Big Green Egg heengezet. Dus ik heb ook nog heerlijk gegeten, waarover later deze week meer, en daarna ben ik gewoon op tijd naar bed gegaan. En sinds ik een dag heb geïnvesteerd in het uitzoeken van mijn leven ben ik van dat constante overspoelde gevoel af. Jammer dat ik dat niet ik eerder heb gedaan dus.

Tijd voor poëzie

dustifyoumust

Ik ben op het moment enthousiast bezig met zorgen dat de troep in huis niet weer aanzwelt en daarbij ben ik ook 2x per week 20 minuten oppervlakken aan het afstoffen of schoonmaken. Toch vraag ik me elke keer af of ik die tijd niet beter zou kunnen gebruiken. Rose Milligan, die dit gedicht heeft geschreven, is het kennelijk met me eens. Maar ja, een min of meer schoon huis is ook wel fijn – maar ik moet het niet te ver doorvoeren. This day will not come around again.

Handige nieuwe tool

Ik heb weer een nieuwe tool om mezelf te stimuleren om dingen te doen. Want naast Personal Body Plan, dat me naar de gym trapt en me vertelt wat ik allemaal nog mag eten op een dag, mijn Passion Planner, waarin ik mijn afspraken, dromen, ambities en to do-lists bijhoud, het megaranzige notitieboekje dat in al mijn tassen woont en dient als receptakel voor random en minder random ideeën en de agenda op mijn telefoon (die synchroniseert met mijn laptop en iPad) is er natuurlijk altijd ruimte voor nog meer structuurtjes. Ik ben namelijk eigenlijk niet in staat om gewoon dingen te doen: er moet altijd een soort projectje van gemaakt worden. Soms vind ik dat belachelijk en erger ik me aan mezelf omdat ik niet normaal kan doen, maar aan de andere kant krijg ik wel veel dingen voor elkaar, en daar helpen al die malle structuurtjes me bij. Mijn nieuwe beste vriend op dit gebied is de Better Habits app voor op mijn iPhone. Ik werd hierop geattendeerd door de blog van The Self Help Hipster (ja ik weet het, ik ben een fangirl, maar ze is gaaf en ze heeft me leren Snapchatten dus ik ben haar veel verschuldigd), en ik was zeer geporteerd voor de gedachte dat ik daarmee weer wat aspecten van mijn leven op orde zou kunnen krijgen.

habits1Want waar ik vind dat het op zich prima gaat met mijn leven, blijft mijn huis een twijfelgeval. Ik weet het namelijk voor elkaar te krijgen dat ik last heb van rotzooi en heel veel rotzooi maak; je zou verwachten dat de natuur het voor elkaar weet te krijgen dat je of rommelig bent en immuun voor troep of van nature heel netjes, zodat je je niet aan troep hoeft te ergeren, maar in mijn geval is dat dus misgegaan. Ik heb altijd rotzooi om me heen. Twee weken geleden heb ik 4 uur van mijn leven geïnvesteerd in het opruimen van het huis, maar toen viel me op dat mijn troep zich eigenlijk concentreert op 3 punten: de tafel waar ik werk, de bank waar ik chill en de vloer boven waar ik al mijn kleren neerpleur als ik ze uit heb getrokken. Dus ik heb de Better Habits-app ingezet om daar wat aan te doen. Voordat ik ga slapen moet ik mijn kleren opruimen (en mijn make-up afhalen – heeft met rotzooi niks te maken, maar is broodnodige bijvangst van de app), vandaar code blauw, en als ik het pand verlaat moet ik de tafel en de bank leeg achterlaten. Als ik het doe, mag ik het aanvinken en krijg ik een bolletje, en als ik alle bolletjes vol heb (voor de beide opruim-habits heb ik 21 dagen nodig, voor de make-up van mijn smoel verwijder-habit 48, want dat is moeilijker), komt een nieuwe habit uit de wachtlijst, want je mag er van de app maximaal 3. Ik heb nog geen dag gemist en mijn huis is keurig opgeruimd, dus het werkt. Althans, voor mij. Maar ja, ik ben de enige die ik in het gareel hoef te krijgen.

habits2

The return of KonMari

Ik heb al eens eerder mijn kast opgeruimd volgens de KonMari-methode. KonMari is een mevrouw uit Japan, die eigenlijk Marie Kondo heet, en die stinkend rijk is geworden van een boek met de titel ‘The life-changing magic of tidying up’, waarin ze betoogt dat je al je spullen door moet ploegen en je bij ieder item moet afvragen of het joy sparkt bij je. Als dat zo is, mag je het bewaren, en als het niet zo is, moet je het onmiddellijk wegdoen. Ik had met die methode wat bezwaren, want behalve dat ik gewoon niet in staat ben om nieuwe items welkom te heten in mijn huis of mijn tas aan het eind van de dag te bedanken voor geleverde diensten, geloof ik niet dat je van alles wat je bezit blij kunt worden. Bovendien heb ik een fout gemaakt bij de vorige KonMarificatie van mijn klerenkast: ik heb de dingen die ik niet meer wil maar die nog goed zijn op de kast gelegd, in tassen, en een deel aan vriendinnen toegezegd, maar nog niet naar ze opgestuurd. Nu heb ik een nieuw probleem, want mijn kast zit voor een groot deel vol met kleren die me niet meer passen, want ze zijn veel te groot, en sparken helemaal geen joy bij me, maar irritatie, omdat ik weet dat ik voor heel veel geld kleren uit mijn kast moet verwijderen, en daar komt nog bij dat een deel van de kleren op de kast daar liggen omdat ze de vorige keer te klein waren. Maar dat zijn ze nu niet meer, dus ik moet eigenlijk nog een keer door die stapel heen. Daarom zit mijn klerenkast ook dit jaar in de goede voornemens: alles opruimen en dingen die in de kast horen naar een nieuwe locatie/eigenaar brengen.

shirtjesVoor mijn gevoel is dit gezeur over mijn klerenkast een constant terugkerend item op deze blog en in mijn leven; ik vind dat zelf ook jammer, maar dat komt doordat ik een soort discrepantie ervaar tussen hoe ik ben en hoe ik het liefst zou willen zijn. Ik ben iemand die heel veel kleren koopt, alles bewaart en daarom een niet duidelijk gespecificeerde eigen stijl heeft, maar ik zou heel graag iemand willen zijn die vanuit een duidelijke eigen stijl alleen koopt wat nodig is. Dus dat zou betekenen dat ik mijn hele klerenkast van boven tot onder uit moet mesten, alles weg moet pleuren wat te groot, versleten of inspiratieloos is, en dan zou ik daarna eigenlijk vanuit een soort idee van wat die eigen stijl is nog een keer door de kast heen moeten, en alles wat daar niet bij past eruit zou moeten lazeren. Maar ja, dat is nogal wat werk, en ik weet dus niet wat mijn eigen stijl is. Er zijn mensen die een stijlcoach inschakelen voor dit soort activiteiten – dat lijkt me dan om de een of andere weer zo eng, dat ik er bij voorbaat niet aan begin. Dus ik zal het zelf moeten oplossen. Fase 1 is inmiddels aangebroken, want ik heb al 4 lades met kleding opgeruimd: mijn shirtjes (keurig opgevouwen, zie de foto hierboven), mijn rokjes en mijn ondergoed (2 lades), en ik zal de komende weken de rest doen. Bij wijze van fase 2 zal ik het nieuwe boek van KonMari lezen, ook al vind ik haar een bitch, want ze motiveert wel, fase 3 is het wegwerken van alles wat weg moet, en dan breekt fase 4 aan: verzinnen wat mijn eigen stijl is. Als iemand tips heeft, hoor ik het graag. En als iemand nieuwe kleren in grote maten nodig heeft: jullie weten me te vinden.

Unvollendete

Ik laat me er graag op voorstaan dat ik alles afrond. Alles. Dus als ik aan een boek van 300 pagina’s begin en na een bladzijde of 15 blijkt dat het een ziek dystopisch boek met enge zombies is, dan lees ik gewoon door totdat ik het uit heb. En als ik verzonnen heb dat het best een goed plan is om met dunne wol een sjaal te breien met een patroon dat ik niet op de automatische piloot kan breien terwijl in Netflix kijk, dan brei ik die sjaal – ook al kost het me 2 hele winters. Want als ik eraan begonnen ben, maak ik het af. Soms duurt het even, ik ben geloof ik al 3 jaar bezig met Nachtzug nach Lissabon, want ik vind het vervelende pretentieuze troep en mijn Duits is er misschien ook niet goed genoeg voor (al vermoed ik dat je, om pretentie te kunnen detecteren, toch best wel veel van de inhoud moet begrijpen – en trouwens, docent stapt in trein en spuit filosofie is nou ook alweer niet zo moeilijk), en de spooons-app is al jaren een work in progress, maar ik heb goede hoop dat beide projecten tot een goed einde zullen komen, gewoon, omdat ik principieel alles afmaak. Maar soms denk ik dat het misschien wel een goed idee zou zijn om hier en daar een project te bestemmen tot de categorie ‘kennelijk niet gelukt’. Ik ben de enige die weet wat ik allemaal nog voor onaffe zaken in mijn leven heb, dus ik doe er verder niemand kwaad mee, en voor mezelf creëer ik een boel lucht.

kooktasIk ben de afgelopen dagen bezig met het updaten van mijn cv, dat hoort erbij als je volwassen bent (en als je volwassen bent in de 21ste eeuw moet je ook je LinkedIn-profiel updaten, gatver*), en ik heb er voor het eerst wat dingen uitgehaald. Waar het een kleine stap was om me erbij neer te leggen dat ‘Herman, Susannah, ‘“A wreath which will not crush my head”. Ezra Pounds Homage to Sextus Propertius ’ (te verschijnen)’ niet zal verschijnen, was het een enorme sprong om het item ‘Promotieonderzoek From your mouth to the gods’ ears. Religious communication in Sophocles’ tragedies‘ te verwijderen. Want nu ben ik officieel gesjeesd als onderzoeker. Maar als ik eerlijk ben is het eerder een kwestie van het woord bij de daad voegen dan ineens een beslissing nemen. En bij het opruimen van het huis kwam ik een boodschappentas tegen met allerlei kooktijdschriften en twee boekjes waarin ik leuke recepten uit die bladen wilde plakken – dat heb ik voor een deel gedaan, en toen alles in een tas gepropt om op een moment dat ik tijd had verder te gaan. Laten we eerlijk zijn: dat gaat niet gebeuren. Ik heb een kast vol kookboeken, dus inspiratie zat, en als ik al tijd zou hebben om een beetje te gaan knippen en plakken, kan ik die veel beter anders besteden. Die tas gaat ongeopend naar het oud papier: ik heb tenslotte nog een app om af te maken, en een vervelend Duits boek dat zichzelf niet leest.

*Doe ik maandag wel. Te veel weerstand.

Rustig aan

Voor degenen die mijn post van maandag hebben gelezen, kan het niet echt een verrassing zijn dat ik mezelf even een beetje rust heb gegund. Dat betekende in eerste instantie afzien van het strakke blogschema waar ik me aan houd (maandag en vrijdag een post, woensdag een lijstje, donderdag een plaatje of een filmpje en zondag is zindag), en vrijdag gewoon helemaal niets schrijven, en zaterdag ook niet, zodat ik pas vandaag, zondag dus, in alle rust kan schrijven. En dan ga ik geeneens antedateren (ja, dat doe ik soms), want het is wat het is. Ik heb er namelijk voor gekozen om een paar dagen een beetje rustig aan te doen. Een van de redenen dat ik zoveel stress had, was dat ik vermoedde dat er een aantal extreem drukke weken aan zitten te komen, maar ik wist niet precies hoe druk, want ik had zo’n enorme mailachterstand dat ik niet in beeld had wat wie wanneer van me wilde. Ik wist zeker dat ik dubbele afspraken had gemaakt, en daar kan ik gewoon niet zo goed tegen, want ik ben doorgaans heel erg trots op mijn agendabeheer. En als je mijn bureau zag, dan was het al gauw duidelijk dat ik het overzicht kwijt was. En mijn laptop ook trouwens. Van het constante besef achter de feiten aan te lopen, ga ik me heel erg opgejaagd voelen, en dan komt er niets meer uit mijn handen. Tijd om even af te remmen dus.

bureauDus vrijdag ben ik naar yogales gegaan, heb ik de mail en de jaarstukken van de gemeente Leiden aangepakt, de uitgaande post gedaan (dat moest heel dringend), en toen heb ik de middag vrij genomen en ben ik bij The Harbour Club in Rotterdam in de schaduw gaan zitten met mijn ebook en een steak tartare (die is daar heel goed, alleen jammer dat je €5,95 voor een broodplankje moet betalen als je liever brood wil dan friet). De middag beëindigde ik met een voortreffelijke gintonix met B bij Ballroom. ’s Avonds heb ik rustig op de bank nagedacht over alles wat ik nog moest doen, en daar een lijstje van gemaakt – als het probleem in beeld is, is het een stuk minder eng, is mijn ervaring. Gisteren heb ik uitgeslapen, toen ging ik naar de gym, en daarna hoefde ik alleen maar mijn floordrobe op te ruimen en naar de stad te gaan om een fietslampje te kopen, te borrelen met M, en schandalig luxe te dineren met M, B en J&P. Vanochtend heb ik maar liefst 4 Pomodoro’s gestoken in het oplossen van het bureauprobleem, zodat ik nu een opgeruimde werkplek heb, wat er weer toe leidt dat ik een aanzienlijke opgeruimder stemming heb. En gelijk weer energie: want ik ben spontaan een stukje gaan hardlopen, en ik bleek 4 kilometer in een half uur te kunnen rennen. Ik denk niet dat Lornah Kiplagat zich bedreigd hoeft te voelen, maar ik was er zelf wel trots op. En de week die me te wachten staat is nu ik alles weer in beeld heb gelijk een stuk minder eng.

rennen

Gewoon een week vakantie

Ik heb twee weken voorjaarsvakantie. Dat is op zich gek, want er zijn volgende week eindexamens, dus de leerlingen van 6V hebben niet vrij, maar ik wel. Na de Rome-reis had ik het stellige voornemen eens even uitgebreid tijd voor mezelf te nemen. Dat was op zich niet zo moeilijk, want M moet gewoon werken, B is voor de romantiek naar Zuid-Afrika en N moet aan haar scriptie werken, dus ik had alle gelegenheid om zo weinig mogelijk mensen te zien en te proberen zo weinig mogelijk dingen te doen – met uitzondering van het opstarten van het Personal Body Plan en het afwerken van die idiote to do list die ik vorige week had gemaakt natuurlijk, maar dat is gewoon wie ik ben: ik zie een gat in de agenda en vul dat onmiddellijk met zo veel mogelijk dingen waarmee ik dat gat zou kunnen vullen. Leegheid maakt me bang, ik heb altijd wel een aspect van mijn leven waarop ik achter de feiten aanloop (meestal mijn huis en de app) en ik ben gewoon eigenlijk niet iemand die even rustig met een boekje op een terras in haar ereader gaat zitten lezen en Cola Zero gaat zitten drinken.

Vakantie1Daarom had ik het maandag voor elkaar gekregen om al voor 1 uur in de middag een auto te regelen, naar Delft te rijden, lades te kopen voor mijn kast, terug te rijden, de auto zelf uit te laden, alle lege kratten weer in de auto te stoppen, die weg te brengen en nieuw bier voor M te kopen. Want hij moet werken, en hij drinkt bier, en het bier was op. En ik ben lief. ’s Middags heb ik lekker yoga gedaan, en daarna moest ik zorgen dat ik er een beetje normaal uitzag voor de dienst vanwege Dodenherdenking. Ik kon bij veel dingen op de lijst een vinkje zetten, maar bij nietsdoen dus eigenlijk niet. Dinsdag ging beter, maar dat kwam vooral doordat ik na een ochtend in de gym finaal naar de tyfus was en met heel veel moeite ’s middags mijn karkas nog naar een 5 mei-braderie en het Bevrijdingsfestival heb weten te fietsen. Op woensdag hoefde ik alleen maar in de trein te zitten, met mijn ereader, om op bezoek te gaan bij mijn moeder en een tanteselfie met Louis, de knapste man van 043, te maken. Maar op donderdag is het dan toch gelukt: na een bezoek aan de sportschool, een afspraak met Eva Schreuder, de fijnste sieradenontwerpster van Leiden, wat boodschappen en het wegbrengen van de fietsen die al 2 jaar in de tuin staan te verpieteren, heb ik het voor elkaar gekregen om even rustig met een boekje op een terras in mijn ereader te lezen en Cola Zero te drinken. Ik kan het wel – en dat heb ik vandaag (na mijn cultuurdate met M in het Centraal Museum) nog een keer gedemonstreerd. Want als ik eenmaal een skill heb, blijf ik hem toepassen. Dat belooft veel voor het weekend!

Opruimen

Dat ik soms ten onder dreig te gaan aan mijn eigen spullen, mag inmiddels wel bekend zijn aan iedereen die me ook maar een beetje kent. Ik hou van mooie dingen, ik kan ontzettend goed winkelen, ik kan best wel wat betalen, en als ik emoties niet omzet in eten zet ik ze om in aanschaffen. Die factoren in combinatie met het gegeven dat ik heel slecht dingen kan weggooien leiden er regelmatig toe dat ik rondkijk in mijn huis vol met dingen, geen idee heb waar ik moet beginnen met weggooien en maar gewoon op de bank televisie ga zitten kijken, terwijl ik op Pinterest foto’s verzamel van minimalistisch ingerichte huizen. Hoewel ik het vreselijk zou vinden om mijn zorgvuldig opgebouwde collectie materiële zaken te verliezen, is er iets in mij dat er een beetje naar verlangt gewoon helemaal opnieuw te beginnen, in een huis met niets erin, waar ik alleen het broodnodige in zou zetten. Dus toen ik las dat er een nieuwe opruimgoeroe was opgestaan, leek het me wel wat: ik hoefde alleen maar een boek te lezen en wat ik daaruit leerde toe te passen, en ik zou binnen no time van alle troep af zijn. Ik schafte ‘The life-changing magic of tidying up’ van Marie Kondo aan (op mijn ereader natuurlijk, anders zou ik weer een artikel het huis binnenbrengen, en dat is dus juist niet de bedoeling) en verdiepte me eens even stevig in de KonMari-methode.

zooi uit de kast 1Die methode is eigenlijk tamelijk eenvoudig. Kennelijk bestaan self-help boeken van deze categorie al snel uit een simpel uitgangspunt waar mensen een heel boek over schrijven en vervolgens stinkend rijk mee worden; de Pomodoro-techniek was ook al zo gruwelijk simpel. En ik maar betalen (ik ga ook zo’n boek schrijven, denk ik – nu nog even iets simpels verzinnen en dan cashen). Maar goed: het komt er in de KonMari-methode op neer dat je je bij al je spullen moet afvragen of je er blij van wordt (joy sparken is de technische term), en als dat niet zo is, moet je het gelijk weglazeren. Simpel, zou je denken. En dat is het ook. Maar ik liep al snel tegen wat problemen aan. Het grootste bezwaar is dat ik de regel ‘verzamel alles van een soort ding en ga dan per item na of het joy sparkt’ niet kan uitvoeren. Ik heb gewoon teveel spullen. Dus ik doe het wel per kastje, maar goed, ik heb zo wel een boel mokken weggegooid. Gisteren heb ik mijn klerenkast aan een eerste ronde KonMari blootgesteld, maar ook daar kon ik niet alle kleren uit de kast halen, want dan kan ik zelf de kamer niet meer in. Het werkte wel, want ik heb zes vuilniszakken met kleding afgevoerd, en er staan nog 3 zakken met kleren op de kast voor Te lui voor marktplaats. En dat is pas de eerste ronde, want ik moet nog lades kopen en mijn hele kast verbouwen. Dan gooi ik waarschijnlijk nog meer weg.

zooi uit de kast 2Een ander probleem is dat ik niet geloof dat ieder item joy kan sparken. Ik ben echt best wel tevreden over mijn ondergoed hoor, maar ik sta niet joelend bij het ladenblok over iedere slip die ik tegenkom. Panty’s acht ik functioneel – sterker nog, als iemand beweert dat haar joy gesparkt wordt door een zwarte maillot van 80 denier, bel ik de GGZ. En ik heb ook spullen die alleen in potentie joy sparken, zoals de jurk die ik nu nog niet pas, maar als vette dieetworst voor mijn neus hang – potentially joy sparking zit niet in het systeem van La Kondo, maar wel in het mijne. Maar het ergst vind ik dat ik van KonMari met mijn spullen moet praten. Zij praat met haar huis (als ze binnenkomt, begroet ze het even), en ze vindt ook dat je je spullen moet bedanken. Dus als je ’s avonds thuiskomt, haal je je tas leeg en doe je alles uit die tas in een la, althans, de vaste dingen, de rest berg je op. Dan ga je met je tas naar de kast, doe je hem in de kast, en bedank je hem voor de geleverde diensten (de hele dag je meuk vervoeren voor je, maar dan aardig geformuleerd). Als je nieuwe kleren koopt, verwelkom je ze in je garderobe. En dat gaat me dus allemaal een paar bruggen te ver. Ik ga niet, ik herhaal niet, met mijn tas praten. Al is het alleen al omdat ik het al moeilijk genoeg vind om dingen waar mijn relatie tamelijk eenvoudig vind (dus ik ben de baas van de tas en ik hoef geen gesprek met de tas) weg te flikkeren, laat staan dingen waarmee ik on speaking terms ben. Dus dat gaat niet gebeuren. De gedachte dat alles een plaats heeft in huis vind ik zeer rustgevend, maar ik heb in dat opzicht nog een lange weg te gaan. Ik ben in elk geval begonnen.