Categorie archief: Optreden

Een weekend cultuur

Dit weekend werden de Signatures Cultuurweken (ik blijf het een stomme naam vinden) in Leiden afgesloten, volledig conform traditie met de Museumnacht. M en ik hadden er dit jaar veel zin in, in de eerste plaats vanwege het leuke programma, en in de tweede plaats omdat we vorig jaar niet gegaan zijn (schande, ik weet het), dus we waren er wel weer eens aan toe. We hebben ontzettend veel gezien: we begonnen in Scheltema, waar Museum Corpus een gelegenheidsdependance had opgericht en Erik Scherder op het programma had gezet. M is een groot fan van zijn didactische stijl; ik voel me altijd een beetje behandeld als een kind bij Ome Willem, maar het was wel een mooie presentatie over de hersenen en hoe we ervoor kunnen zorgen door te sporten. Na Scheltema gingen we naar de Hortus, waar een optreden was van Michael Prins, die ik niet zo goed ken, maar die met zijn liedjes uitstekend paste in de sfeer van de Oranjerie tijdens de schemering. De Hortus was als locatie extra aantrekkelijk omdat ze er cocktails zouden serveren (maar die gingen op terwijl we in de rij stonden) en omdat je er Leyden Gin kon proeven (die ging ook op, maar we waren nog net op tijd voor een mini-glaasje). De volgende, en laatste locatie was het Sieboldhuis, waar ik geen sumo-pak heb aangetrokken (jammer – niemand wilde met mij worstelen), geen sushi heb gegeten (ook jammer – ik had echt geen honger), een laatste liedje van Sjoerd Raaijmakers heb gehoord (mooi) en Japanse spookverhalen verteld door Tijs van het PS|Theater heb gehoord (spannend).  Een mooie, volle culturele avond dus – ik ga volgend jaar zeker niet overslaan.

museumnacht

Zondag had de stad geluk, want de platenzaak Velvet vierde zijn 25ste verjaardag, en hoewel het een landelijke keten is, had was ervoor gekozen om het feestje in Leiden te houden, want daar was de eerste vestiging. We werden getrakteerd op allerlei live-optredens, waarbij ik de kans greep om voor de derde keer dit jaar Spinvis te zien en voor de eerste keer Douwe Bob. Ik kan altijd heel erg genieten van Spinvis – ik was dit keer iets te laat, dus ik vermoed dat ik ‘Oostende’ heb gemist, wat ik jammer vond, want dat is mijn lievelingsnummer, maar ‘Kom terug’ was het afsluitende liedje, en dat maakte veel goed. Ik heb zowaar een LP gekocht, alleen om hem door Spinvis te laten signeren. Op zich jammer dat hij mijn naam fout schreef, maar goed, ik heb een gesigneerde plaat, en dat is ook wat waard. Douwe Bob had een bizarre cowboyoutfit aan en had het erg druk met het publiek op te hitsen om in het water te springen (en vervolgens aan te bieden de boete te betalen voor die drie dwazen die het ook daadwerkelijk gedaan hebben), maar het was eigenlijk wel gewoon een goed optreden. Na het optreden schijnt zijn signeersessie op chaos te zijn uitgelopen, maar dat heb ik allemaal gemist, want ik hoefde geen gesigneerde cd van Douwe Bob. Het was een mooie muzikale middag, en een prachtige afsluiting van een cultuurrijk weekend. Zo heb ik ze graag!

verjaardagvelvet

2016

Het is zover: een glanzend nieuw jaar, dat nog overloopt van kansen en mogelijkheden. 2015 was al met al een heel goed jaar voor mij, want ik heb ontzettend veel gezien, gedaan en geleerd, en door wat ik in 2015 voor elkaar heb gekregen is 2016 het eerste jaar sinds, ik schat, 1990 dat ‘afvallen’ niet in mijn goede voornemens voorkomt, en dat vind ik een behoorlijke prestatie. Maar ik heb niet alles wat ik had willen doen gedaan (de eeuwige recepten voor de kook-app zijn bijvoorbeeld nog steeds niet geschreven), ik heb me ook een tijdje iets minder voortreffelijk gevoeld (B is in september naar Zuid-Afrika vertrokken, en ik had maandenlang veel moeite met zijn op handen zijnde vertrek) en lang niet alle veranderingen waar ik op had gehoopt heb ik daadwerkelijk weten door te voeren (ik krijg mezelf maar niet gemotiveerd om het huis netjes te houden, en dat stoort me, want ik kan ook niet zo goed tegen rotzooi). Ik zou echt een enorme vervelende zeur zijn als ik het hele jaar om dit soort dingen als minder succesvol zou evalueren, maar ik vind het ergens ook wel heel leuk dat ik nu een nieuw jaar heb, waarin ik die klote-app af kan maken, waarin ik me niet somber hoef te voelen omdat ik nu weet dat ik niet gehandicapt ben als een vriend verhuist, en waarin ik wellicht een systeem kan verzinnen om niet tussen de troep te gaan zitten.

Gaiman

Maar ik heb grote, creatieve, plannen met dit jaar. Ik wil januari en februari even gebruiken om dingen af te ronden (mijn essay voor de cursus Philosophy of Yoga die ik online bij Oxford University volg heeft een deadline van 4 januari, en die app gaat ook afkomen), en daarna wil ik meer. Ik heb een opleiding gevonden die ik wil volgen, als school voor me betaalt, want ik heb daar zelf niet het geld voor, en als dat doorgaat, verandert er wat in mijn werk en kan ik me in een iets andere richting ontwikkelen binnen mijn baan op school. En als ik er met school niet uitkom, dan weet ik in elk geval weer wat nieuws: ik wil niet tot mijn pensioen hetzelfde blijven doen op school. Ik ben ongeveer op de helft van mijn termijn als raadslid, en als ik herkozen wil worden (ik weet dat overigens nog niet zeker), dan wil ik me op dat vlak ook ontwikkelen, dus ik wil werk maken van een thema-commissie Cultuur, en ik wil mijn lokaal en landelijk netwerk beter gaan onderhouden. Ik wil blijven lezen, schrijven en musea, bioscopen en theaters bezoeken, maar ik wil ook dingen gaan maken. Ik blijf bloggen, maar ik heb nu ook serieuze plannen voor een roman. Laatst zei iemand tegen mij dat ik in vervolg op mijn optredens bij Toomler misschien ook mee zou kunnen doen aan de voorrondes van het Leids Cabaret Festival, en hoewel ik niet weet of ik daar wel goed genoeg voor ben, heb ik heel veel zin om te kijken of het erin zit. Het wordt een creatief jaar, dat weet ik zeker. En ach, dan kan ik misschien het huis ook wel opruimen.

Echt gebeurd

Gisteren mocht ik weer een verhaal vertellen bij Echt Gebeurd. Het was de tweede keer, althans, de tweede keer dat ik daadwerkelijk het podium bereikt heb; vorig jaar ben ik met mijn verhaal over Kerstdiners bij onze familie in het zicht van de microfoon afgevallen. Maar het onderwerp ‘Pubers’ bleek goed bij me te passen, want waar ik in eerste instantie een verhaal wilde vertellen over hoe het is om met leerlingen op meerdaagse reis te gaan (naar Parijs of naar Rome), is het uiteindelijk uitgedraaid op een verhaal over hoe ik als puber was en hoe ik mezelf als docent zie als het gaat om het begeleiden van pubers. Als je een verhaal inzendt naar Echt Gebeurd word je namelijk intensief begeleid door een van de leden van de redactie: ik heb dit keer 3 keer uitgebreid overlegd met Eva Maria Staal, die mij belde, geduldig luisterde naar de zoveelste incarnatie van het verhaal, inclusief alle twijfels over hoe ik moest beginnen en eindigen en wat ik in het midden moest doen, en me dan met de juiste combinatie van aanmoediging en kritiek weer op de rails zette voor de volgende versie. Donderdag kreeg ik de ‘leuk dat je een verhaal komt vertellen bij Echt Gebeurd’-mail, dus toen was het echt.

echtgebeurd

Het is de bedoeling dat je bij Echt Gebeurd je verhaal volledig uit het hoofd vertelt, dus zonder enige vorm van geheugensteun. Op zich is dat lastig, omdat je bij de voorbereiding wel met verschillende versies werkt, die ik niet helemaal uitschrijf, maar waar toch wel wat iets van op papier staat (anders wordt het lastig schuiven in je tekst), maar ik vind het zo wel extra leuk. Vorige keer had ik een compleet verhaal geschreven en toen gememoriseerd, maar dit keer heb ik dat bewust niet gedaan. Het gevolg hiervan is dat ik nu geen kant en klare tekst heb om hier na te vertellen, maar dat zij dan zo: veel meer dan bij het verhaal over borsten heb ik op het podium achter de microfoon plezier gehad, omdat ik me geen zorgen hoefde te maken over of ik het juiste onderdeel op het juiste moment bracht. Het nadeel was wel dat ik achteraf eigenlijk niet weet of het goed gegaan is – ik heb een donkerbruin vermoeden dat ik een onderdeel vergeten ben, het einde liep een beetje weg en ik heb mijzelf en mijn mentorleerlingen misschien iets negatiever afgeschilderd dan ik zou willen, maar dat heb je met momentopnames. De zaal was enthousiast, dus ik ook. En het is verslavend, merk ik, want ik heb de website van Echt Gebeurd alweer gecheckt om te kijken of er nog een thema aankomt waar ik wat mee kan. Echt waar!

Nacht van kunst en kennis

Vorig jaar hebben M en ik zo genoten van de Nacht van Kunst en Kennis in Leiden, dat het onvermijdelijk was dat we dit jaar weer zouden gaan. De combinatie cultuur en wetenschap is voor ons gewoon net zo aantrekkelijk als de combinatie gin en tonic, al laat ik even in het midden welk van beide gin is en welk van beide tonic – en dan laat ik me maar helemaal niet uit over de verhouding van het een ten opzichte van het ander. Ik vind zowel kunst als kennis fijn, en de gelegenheid om een avond uitgaan in te vullen met een cultureel programma is een kans die met beide handen aangegrepen moet worden. Voor ons werd het programma dit jaar in eerste instantie bepaald door het feit dat Anton Corbijn een keynote gaf in de Leidse schouwburg, want daar wilden we sowieso heen. M en ik zijn allebei fan van zijn werk (niet zulke grote fans dat we erin geslaagd zijn de tentoonstellingen van zijn oeuvre in Den Haag te zien overigens, maar dat het andere oorzaken), dus we wilden hem graag horen spreken. Dat wilden meer mensen, want het was een drukte van belang voor de schouwburg, maar wij stonden relatief ver vooraan en zijn gelijk naar boven gegaan, zodat we midden op de eerste rij op het balkon zaten en onbelemmerd zicht op het toneel en de spreker hadden.

NKK1De lezing was (afgezien van een klein excurs naar een beschrijving van zijn lenzen en fotopapier) meer kunst dan kennis, maar we hebben mooie foto’s gezien van veel van onze helden (zoals bijvoorbeeld Elvis Costello, Nick Cave en Tom Waits) en ik vond Corbijn een aangenaam bescheiden man, die mooi kon vertellen over hoe zijn foto’s tot stand zijn gekomen. Na Corbijn lag ons programma een beetje open; er was veel mogelijk en we hadden weinig echte voorkeuren. Uiteindelijk besloten we naar Museum Volkenkunde te gaan, voor een ‘filosofisch intermezzo’ met Bas Haring en Herman Brusselmans. Dat viel erg tegen – ik weet niet precies wat ik me ervan had voorgesteld, maar wat we kregen, een semantische discussie over de betekenis ‘contra-intuïtief’, kon me in elk geval niet boeien, dus we hebben het pand verlaten en konden zo nog een paar liedjes van Janne Schra meepikken. Haar optreden zou een uur duren, maar ze hield er alweer tamelijk snel mee op (ik denk vanwege ziekte, maar dat werd mij niet geheel duidelijk). Ik vond het in elk geval een mooi klein optreden; ik ken haar muziek eigenlijk niet, want ik luister graag naar zure oude mannen, dus ik was aangenaam verrast.

NKK2

Bij het verlaten van Volkenkunde, kwamen we B en M (ouders van een leerling van mij) tegen, die op weg waren naar de schouwburg. Wij wilden naar Scheltema voor de laatste 2 activiteiten die we op het programma hadden staan, dus we liepen samen op, en B en M liepen zelfs met ons mee naar binnen bij Scheltema, want bij de Schouwburg was het gigantisch druk. Ik kon nog even praten met de directeur van B Plus C, die een ‘praat mee over de toekomst van de bieb’-sessie had, en toen was het tijd voor wat uiteindelijk voor mij het absolute hoogtepunt van de Nacht van Kunst en Kennis zou zijn: Bas Heijne, die sprak over de volmaakte mens. Doordat ik zo beperkt televisie kijk (wel veel, maar meestal of Netflix, of voetbal, of nieuws, of Pauw) was de serie die hij over dit onderwerp gemaakt heeft mij volledig ontgaan, dus ik kan niet inschatten of er in de lezing veel dubbelingen zaten, maar ik vond het verhaal van Heijne over de maakbaarheid van de mens en de grenzen van de wenselijkheid van dergelijke maakbaarheid in elk geval erg interessant, en dat nog los van de geweldige presentatie: volledig uit zijn hoofd en prettig ontspannen.

NKK3

Een bijkomend voordeel van het volgen van de lezing van Heijne was dat we daarmee al binnen waren bij Scheltema. Het laatste beoogde programmaonderdeel voor ons was namelijk het optreden van Maaike Ouboter, waar nog wel meer mensen heen wilden. Sterker nog, op een gegeven moment bleek dat er 250 man in de steeg stonden die naar binnen wilden, maar daar was dus geen plaats voor, dus wij hebben optimaal geprofiteerd van onze tactische move. Als ik heel eerlijk ben hebben die mensen overigens niet echt iets gemist: bijna alle liedjes die ze zong klonken ongeveer hetzelfde, met uitzondering van ‘Dat ik je mis’, ‘Maarten’ en een liedje van Kommil Foo, en dat resulteerde in dat zowel B als mijn M hier en daar een dutje deden, en dat andere M en ik ons ook wel een beetje verveeld hebben. Ik ben geen expert, maar ik denk dat het zomaar zou kunnen blijken dat mevrouw Ouboter uiteindelijk 1 heel mooi liedje zal blijken te hebben geschreven en dat de rest van haar oeuvre vergetelijk zal blijken te zijn. Hoe dat zij, deze Nacht van Kunst en Kennis vond ik als geheel weer heel leuk, en volgend jaar ben ik er zeker bij!

NKK4

Nacht van Kunst en Kennis

Het ruime cultuuraanbod in Leiden manifesteerde zich afgelopen zaterdag in de jaarlijkse Nacht van Kunst en Kennis, een evenement waarbij mijn twee lievelingsdingen (nou ja, twee van mijn lievelingsdingen, de Nacht van Yoga en Kroketten zou ook een tof plan zijn) zich in combinatie met elkaar voordeden. Er was een fantastisch programma, dat in een glossy folder met handig blokkensysteem te overzien was – maar het nadeel van zo’n blokkenschema is dat je onmiddellijk bij iedere keuze die je maakt beseft wat je allemaal niet gaat meemaken. En dat is nogal wat. Zo heb ik, om de boel even negatief te benaderen, Arnold Heertje, Paul Cliteur en Bas Haring niet gezien in Museum Volkenkunde, ik heb niet deelgenomen aan het NTR Wetenschapscircus in Boerhaave, Vincent Icke was in de Sterrenwacht en ik niet, en de Stadsgehoorzaal ben ik überhaupt niet in geweest. Bovendien hebben M en ik een aantal dingen gemist, omdat we gewoon botweg net iets te laat waren: Spinvis tussen de Rembrandts in de Lakenhal bleek een kansloze onderneming, want helemaal vol, en ook bij Daan Roosegaarde was er geen plaats meer.

IMG_1443.JPGMaar dat mocht de pret niet drukken, want we hebben ontzettend veel wel gedaan – en daar gaat het maar om. We hebben, toen we bij Spinvis niet terecht konden, eerst even rustig rondgekeken in de Lakenhal. Toen gingen we naar de Leidse Schouwburg, waar we een kort gesprek hadden met de Filosofoon, wat droedelden met wethouder F en daarna de voorstelling De hoop van Leiden hebben gezien, want die werd in reprise genomen. Dat vond ik heel goed nieuws: M had het stuk niet gezien, en ik vond het prachtig, dus ik wilde best nog een keer kijken, want dan was het nu een gedeelde ervaring. Het stuk was ingekort, maar wel zo dat er geen concessies werden gedaan aan de oorspronkelijke voorstelling, en de thematiek (pubers en hun breinen) paste wonderwel in het thema van kunst en kennis. Na de schouwburg belandden we uiteindelijk bij Joep van Lieshout, die heel enthousiast vertelde over bouwen en ontwerpen, naar aanleiding van zijn eigen oeuvre van fascinerende machines en ‘fabrieken’. Omdat M het kunstwerk dat Van Lieshout voor de tentoonstelling Zeven eeuwen Leids Laken maakte nog niet gezien had, gingen we daar even kijken, en daar zagen we een demonstratie spinnen van Janine, die ik ken van de yoga, maar die kunstenaar is.

IMG_1444.JPGEn daarna was het tijd voor muziek. In de prachtige binnentuin van Museum Boerhaave gingen we in de herkansing voor Spinvis, en deze keer lukte het wel, tenminste, als we om een parasol heen keken. Ik vond het weer prachtige muziek (vooral Oostende en Kom terug blijf ik heel graag horen), M was iets minder onder de indruk. Fractiegenoot F en haar vriendin waren het met mij eens, dus op grond van een eerlijk democratisch proces kunnen we concluderen dat het een indrukwekkend optreden was. Bij Volkenkunde trad Douwe Bob op, die na een unplugged sessie in de open lucht in de Hortus eerder op de avond nu met band optrad. Ik weet niet of ik per se een groupie zou willen worden (dat zou ook ziek zijn, hij is geloof ik 21), maar hij wist een prima, uiterst energieke show neer te zetten, en in het licht van het feit dat het inmiddels een uur of 1 was, hadden we dat allemaal hard nodig. Er scheen nog een optreden van Happy Camper met Tim Knol te zijn, in de Lakenhal, maar M en ik zijn naar huis gegaan. Weer een geweldig Leids programma – eigenlijk jammer dat er geen Weekend van Kunst en Kennis is…

IMG_1442.JPG

Dikke tieten

Gisteren heb ik opgetreden bij Echt Gebeurd, in Toomler in Amsterdam. Het is de bedoeling dat je uit je hoofd een verhaal vertelt, en dat heb ik ook gedaan. De tekst hieronder is dus niet letterlijk wat ik heb verteld, maar een uitgeschreven versie van mijn verhaal. Het onderwerp was borsten, en die heb ik. En ik vertel er ook graag over.

Screen-Shot-2013-09-15-at-8.48.41-AMIk heb er een speciaal detectiesysteem voor ontwikkeld: steigers en bouwputten. Ik kan van grote afstand waarnemen dat er ergens nieuwe ramen worden geplaatst, of dat er aan een huis geklust wordt, of dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Ergens in de verte hoor ik 100% NL of SkyRadio net iets te luid opstaan, afgewisseld met het geluid van een boor of zo’n straataanstamper, en dan zet ik me vast schrap.

Ik heb namelijk dikke tieten. Je kan er lang of kort over praten, maar het is wat het is. Of ze zijn wat ze zijn: fors. Mensen schatten ze soms in op cup DD of E, maar dat stadium was ik al gepasseerd voordat ik voor het eerst gezoend had. Het ging ook snel: het ene moment zag ik eruit als een kind, het volgende moment begonnen mijn borsten in hoog tempo te groeien. Om mijn lievelingshobby, paardrijden, te kunnen blijven uitvoeren, moest ik me al gauw in een strakker harnas hijsen dan de paarden om kregen, en zelfs dan zag het er obsceen uit. En die krengen bleven maar groter worden. Dat het bij mij eerder begon dan bij mijn klasgenootjes was nog tot daaraan toe, maar het ging ook veel langer door. Op een gegeven moment vroeg ik me af of en wanneer het zou ophouden – het leek wel een horrorfilm, iets als The Incredible Growing Boobs Of Doom. Veel dingen hebben in de loop van de jaren, ook nadat ik verder uitgegroeid leek, mijn cupmaat beïnvloed: ik ging aan de pil, plus 1, mijn vriendje dumpte me en ik at een maand lekker veel, plus 1, ik stopte met de pil, plus 1, ik viel 10 kilo af, en alles werd kleiner behalve mijn boezem: plus 1. Inmiddels zit ik tamelijk ver in het alfabet, en heb ik bijna letters bereikt waar Marlies Dekkers niet meer mee schrijft.

Even voor de duidelijkheid: ik vind ze hartstikke leuk. Ze zijn alleen volslagen zinloos – mijn vriend is niet zo’n borstenman, zegt hij, en ik heb geen kinderen. Het is op zich wel leuk om te zijn hoe blij ik baby’s kan maken met mijn tieten, maar ze komen er al snel achter dat het twee hele grote dooie mussen zijn. Een beetje alsof je in een geweldig café komt en dan niks kunt bestellen omdat de tap niet is aangesloten. Nee, mijn borsten hebben geen enkele functie. Ik heb verder ook niet echt een beroep waarbij zo’n flink paar tieten voordelig is: ik ben docent Grieks en Latijn op een keurige school in Voorburg, en daarvoor is het niet per se nodig om er uit te zien, zoals mijn moeder een keer zei, als een pornoster op haar vrije dag.

En omdat mijn boezem zich nogal prominent in de openbare ruimte begeeft, is hij ook van iedereen. Allerlei mensen, dus niet alleen mijn moeder, vinden het totaal gerechtvaardigd om er opmerkingen over te maken of er opzichtig naar te kijken. Maar ach, ze worden er niet minder van – sterker nog, als ze daar minder van zouden worden zou ik nu helemaal niks op de plank hebben. Mijn borsten zijn in zekere zin heel egalitair: op het opleidingsniveau, geslacht of de sociale achtergrond van de mensen die er wat van menen te mogen zeggen valt geen peil te trekken. Tijdens een vergadering op de universiteit werd gevraagd naar punten voor de rondvraag, en een man met een dikkere academische titel dan ik zei ‘Ja, Susannah heeft er wel twee.’ Ik heb de indruk dat veel mensen die zich geconfronteerd zien met borsten van een bepaalde omvang heel makkelijk in contact treden met de oermens die ze in zich hebben – en zich dan ook niet schamen om de holbewoner voor hen te laten spreken. Soms is het grappig, soms is het obsceen, vaak heb ik de opmerking al eens gehoord. Ik kies er meestal voor het als een compliment te zien, uit consideratie met de ander en als bescherming van mezelf.

Toen ik voor het eerst positieve feedback kreeg uit een bouwput was ik een jaar of 13. Ik ben met een ruime C-cup naar de brugklas gegaan, en in de buurt van mijn school werd langdurig aan de weg gewerkt. Op de heen- en terugweg werd ik enthousiast door de heren begroet. Aanvankelijk moest ik de neiging onderdrukken om tegen ze te vertellen dat ik echt nog lang geen leeftijd had waarop het gepast was dat een volwassen man een ranzige opmerking tegen me mocht maken, maar al gauw ging ik over tot de standaardstrategie waarmee ik me in de jaren daarna consequent heb weten te redden: rug recht, minzaam glimlachen, eventueel ‘goedemiddag’ terugzeggen (ik ben netjes opgevoed), en doorlopen. Zij konden tenslotte ook niet weten hoe jong ik was, en dat ik er zoveel volwassener uitzag dan ik was, was ook niet hun schuld; als je in een veel te grote auto gaat rondrijden, moet je ook niet zeuren als andere weggebruikers tegen je toeteren.

Naarmate ik ouder werd en meer in mijn lichaam groeide, raakte ik gewend aan de enthousiaste kreten van de mannen vanaf de steigers. Soms maakte ik zelfs een grapje terug. Ik liep een keer langs een bouwvakker die mij vertelde dat hij mijn boezem mooi vond om naar te kijken – en toen ik zei dat ik dat een mooi compliment vond in het licht van de concurrentie die ik duidelijk had van het indrukwekkende achterdecolleté waardoor dat de hele buurt al twee middagen de bilnaad van zijn collega kon bewonderen. Ik had een nieuwe vriend gemaakt.

Maar meestal zei ik niks. Ik liep langs, incasseerde wat ze te zeggen hadden zonder mijn snelheid aan te passen, en vervolgde mijn route. Ik zal niet zeggen dat ik me een slachtoffer voelde van ongewenste verbale intimiteiten, maar ik deed altijd een beetje alsof ik, door als muze voor de heren van de bouw op te treden, een soort maatschappelijke plicht vervulde. En we waren er altijd voor elkaar: of het zomer of winter was, of ik me die dag lekker voelde of dik en lelijk, of het Nederlanders of Polen waren. Het maakte niet uit.

Tot die ene dag. Ik was op weg naar mijn werk. Alle ingrediënten voor een standaardcontact met de bouwende klasse waren aanwezig: de zon scheen, dus mijn boezem was nog eens extra zichtbaar, er schalde een Hollandse hit uit de bouwput en het rook naar shag en eerlijk mannenzweet. Ik haalde diep adem, deed mijn schouders nog een beetje naar achteren en liep langs de kuil in de grond. De mannen keken op, zagen me, en gingen weer verder met hun werk. Ze zeiden helemaal niets. Niets. Ik vertraagde nog even, voor het geval ze me niet goed hadden gezien, of even wat tijd nodig hadden om een mooie gevatte opmerking te formuleren, maar al hun aandacht ging naar de kabels die ze in een richel aan het leggen waren. Ik heb nog nooit zo’n intensieve stilte beleefd, en dan was dit nota bene nog een stilte waarbij Marco Borsato de soundtrack verzorgde.

Even overwoog ik het initiatief te nemen en ‘goedemorgen’ tegen de mannen te zeggen, maar dat leek me een beetje sneu. Niet half zo sneu als mijn volgende opwelling overigens: mijn jas opendoen, mijn shirt iets omlaag trekken en tegen de heren roepen: ‘He gasten, hebben jullie wel gezien wat voor enorme hooters ik heb?’ Nee. Ineens drong het tot me door: er zit een houdbaarheidsdatum aan. Niet aan mijn tieten, die gaan nog wel even mee, maar wel aan het soort lekkerheid waarover mensen opmerkingen maken.

Terwijl de stilte in mijn oren doorklonk alsof iemand keihard tegen een gong had geslagen liep ik door. Ineens was er een nieuwe fase in mijn leven aangebroken: in een klap was ik veranderd van een lekker wijf met een indrukwekkende voorgevel in een vrouw op leeftijd met een zinloos paar veel te grote tieten. Een acteur die speelt in een zaal zonder publiek is tenslotte gewoon een aansteller – en als mijn borsten niemand inspireren om er iets van te vinden zijn ze meteen helemaal nutteloos. Ik zou een nieuwe functie voor mijn borsten moeten verzinnen. Gelukkig kan ik nogal wat dingen kwijt in mijn decolleté. Sommige vrouwen hebben een kittig mapje voor in het zogeheten tietenmandje, waarin ze tijdens het uitgaan wat geld doen en misschien hun telefoon – ik kan makkelijk de hele huishoudportemonnee en zo nodig een iPad kwijt. Plek zat. Vanaf dat moment waren mijn borsten alleen nog maar voor mij. Terwijl de heren achter me elkaar een vuurtje gaven alsof er niets aan de hand was, liep ik met een verpulverd zelfbeeld en een zwaar gevoel van voren naar mijn werk. De magie was voorbij.

borst-500x300