Categorie archief: Poëzie

Tijd voor poëzie

dustifyoumust

Ik ben op het moment enthousiast bezig met zorgen dat de troep in huis niet weer aanzwelt en daarbij ben ik ook 2x per week 20 minuten oppervlakken aan het afstoffen of schoonmaken. Toch vraag ik me elke keer af of ik die tijd niet beter zou kunnen gebruiken. Rose Milligan, die dit gedicht heeft geschreven, is het kennelijk met me eens. Maar ja, een min of meer schoon huis is ook wel fijn – maar ik moet het niet te ver doorvoeren. This day will not come around again.

The the impotence of proofreading

Ik corrigeer nog wel eens wat teksten – gevraagd en ongevraagd. En als mensen zeggen ‘ja maar, het kwam door de spellchecker’, dan ga ik een beetje dood van binnen. In het vervolg stuur ik ze gewoon dit linkje. Taylor Mali is overigens vooral bekend van deze klassieker in onderwijsland, ook heel erg de moeite waard.

In geval van twijfel wende men zich tot de rector

Gisteren hoorde ik dat Miel Veuger is overleden. Hij was de rector van het Huygenslyceum in Voorburg, de school waaruit het Gymnasium Novum, waarop ik nu werk, mede is voortgekomen. Miel was een neerlandicus met een zwak voor poëzie, in het bijzonder de poëzie van Rutger Kopland. Hij was compromisloos in zijn waardering voor Kopland: als hij vond dat het tijd was voor ‘Jonge sla’, was het tijd voor ‘Jonge sla’, of hij nou in de les voor een klas met leerlingen die wat over poëzie wilden leren stond of bij de diplomauitreiking voor een zaal vol VMBO-ers die maar het een stom gedicht vonden. Ik vond dat eigenlijk wel stoer van hem: soms is het feit dat leerlingen geen zin hebben om iets te leren geen reden om ze de stof niet aan te bieden – en dat heb ik dan weer van Miel geleerd.
Wij hadden soms een wat moeizame relatie. Dat lag een beetje aan hem, een beetje aan mij, en een beetje aan de onderlinge chemie. Maar soms had ik de indruk dat hij wel waardering op kon brengen voor mijn licht subversieve gedrag. Ik vond het bijvoorbeeld belachelijk dat er op het Huygenslyceum een aparte wc voor de rector was, en het was een langdurig project van mij en een running gag tussen ons dat ik daar een keer gebruik van wilde maken. Dat mocht nooit, hoewel ik allerlei pogingen gewaagd heb. Uiteindelijk, tijdens het feest op de laatste dag dat wij in het gebouw waren voordat het verbouwd zou worden, gaf Miel, met een beetje een besmuikte glimlach op zijn gezicht, mij toestemming om het rectorale toilet te betreden.
Toen hij met pensioen ging mocht ik op zijn afscheidsbijeenkomst Jan Siebelink interviewen. Ik vond het een heel bijzondere gelegenheid en ik was er erg trots op dat ik daar deel van mocht uitmaken. Ik had hem een lange, gezonde pensioentijd gegund, maar het heeft niet zo mogen zijn.
Zelf houd ik niet zo van Rutger Kopland, maar dit gedicht van C. Buddingh’ doet mij, hopelijk om begrijpelijke redenen, aan Miel denken.

 

kloppen s.v.p.

van september ’35 tot juni ’38
studeerde ik middelbaar engels a.
de lessen werden gegeven
in het gymnasium
aan de laan van meerdervoort te den haag.
de stortbak van de wc
had dan ook twee deftige trekkers,
er hing een stukje ivoorkarton naast
waarop in deftige drukletters stond:
‘voor grote spoeling gebruike men de lange trekker’
‘voor kleine spoeling gebruike men de korte trekker’
een vermoedelijk iets minder deftig
iemand had eronder geschreven:
‘in geval van twijfel
wende men zich tot de rector’

moraal:

ga niet bij het onderwijs,
en als u toch bij het onderwijs gaat
word dan liever geen rector