Categorie archief: Praatjes

Een topdag

Ik heb dagen zat dat alles wat ik aanraak in poep verandert, maar vandaag lijkt alles ineens mee te zitten. Nou ja, alles: alles behalve die rare pukkel op mijn rug, maar daar hebben we het niet over. Is vanzelf gekomen, gaat vanzelf weer weg. Oh, en datzelfde geldt voor de dooie muis die ik vanochtend even in de tuin dacht te zien liggen: de lieve kleine Maus heeft hem geloof ik definitief afgevoerd, dus dat probleem heeft zichzelf opgelost. Als je het naar boven afrondt, is alles dus geweldig. Om te beginnen regent het niet vandaag, dus mijn haar gedraagt zich enigszins goed, en daar word ik vrolijk van. De regenjas die ik besteld heb voor de Oestour is gekomen, ruim op tijd en het is niet de verkeerde kleur of de verkeerde maat, dus dat draagt ook bij aan mijn stemming; al had het geregend, dan had het niet uitgemaakt, want mijn nieuwe regenjas houdt alles tegen. Vanochtend gaf ik yoga-les (een inval-les) en ik was heel tevreden over hoe het ging – ongeveer 15 dames en een heer hebben zich op de juiste momenten ingespannen en op de juiste momenten ontspannen. De dingen die ik gisteren tijdens een bizarre les in Amsterdam heb geleerd heb ik, zwaar afgezwakt, toegepast, wat volgens mij een leuke les opleverde voor mensen van allerlei niveaus, dus daar was ik ook blij mee.

topdag1

Daarna heb ik een tijdje thuis gezeten. Ik heb afspraken gemaakt met J en D voor een lunch, met mijn moeder voor haar verjaardag, met de divisie Maastricht voor de preKerstzondag en met het hotel waar ik met M tijdens het bezoek aan Maastricht voor de preKerstzondag wil slapen. Dat is dus allemaal geregeld. Wat ik vandaag niet zelf kon regelen waren kaartjes voor het concert van Guy Garvey (de zanger van Elbow) in Paradiso, want die gingen tijdens mijn yoga-les in de verkoop, maar C, een nieuwe ster op mijn firmament, wilde me daarmee helpen, dus dat is ook gelukt. Toen ben ik naar de gym gegaan, alwaar ik op de squatmachine meer dan mijn lichaamsgewicht heb getild. Dat is natuurlijk ook een behoorlijke overwinning, lijkt me. Het Personal Body Plan gaat heel goed, ik zal daar binnenkort eens een update over schrijven, maar bij wijze van spoiler kan ik zeggen dat ik bijna alle beloningen die ik in mijn systeem had opgenomen heb uitgekeerd. Tot slot heb ik uitgebreid gedoucht en mijn feestjurk aangetrokken. Vanavond ga ik namelijk naar een bruiloft, waar ik samen met T en A zal vieren dat het natuurlijk helemaal niet mijn dag is, maar de hunne – al wil dat niet zeggen dat ik niet stiekem even  het glas zal heffen op mijzelf en mijn topdag. Want zo ben ik.

topdag2

Adulting

Soms vind ik mezelf echt heel volwassen. Op zich ben ik dat ook wel – ik ben inmiddels over de 40, heb een partner, een hypotheek en een vaste aanstelling, ik mag voor mijn electoraat hopen dat ik niet als een volledige kleuter in de gemeenteraad gekozen ben, mijn haar is behoorlijk grijs en ik weet heel goed hoe ik voor mezelf moet zorgen. Ik heb een agenda, die ik trouw invul, en een boel to do-lists. Ik eet heel verstandig, drink niet te veel (soms zelfs te weinig), heb nooit slordige nagellak of een ladder in mijn panty, en ik heb meerdere potten crème voor op mijn oude gezicht. Ik maak uiterst serieuze plannen  met betrekking tot het vervangen van de dakgoot, en ik sta, dankzij mijn neurotische financiële systeem, al jaren niet meer rood. Oh, en ik heb een bedrijf, waarmee ik overigens geen monsterwinsten maak, maar ik heb geen investeringen gedaan waar ik spijt van zou moeten hebben, dus dat is ook best goed gelukt. Mijn baan bestaat voor een groot deel uit aan andere mensen (pubers zijn ook mensen, echt) uitleggen wat ze zouden moeten doen, hetgeen ongetwijfeld betekent dat ik daar minstens een beeld van heb.

grownup1Ik heb alleen vaak de indruk dat ik helemaal niet zo volwassen ben. Dan lijkt het eerder alsof iedereen, inclusief ikzelf, gelooft in het verhaaltje dat ik vertel, waarin het prinsesje opgroeit en in een grotemensenpaleis gaat wonen en zich met verantwoordelijke taken bezighoudt. Ik kan mezelf dan best feliciteren met mijn eigen overtuigingskracht, maar ergens blijf ik een kleuter. Ondanks mijn voortreffelijke financiële administratie ben ik constant geld bij mezelf aan het lenen (ik sta per saldo nog steeds ruim in de plus, maar hoe ik het ook verpak: ik geef teveel uit), als M niet zo ontzettend plichtsgetrouw was met het wegbrengen van het vuilnis en al die flessen die we leegdrinken zou het hier behoorlijk stinken en eruit zien als een glasbak. Dat ik zoveel afval komt door het strikte schema waaraan Personal Body Plan mij houdt – zelfstandig kom ik alleen maar tot een vast programma van Netflix en chips. Als achter de feiten aan lopen een Olympische sport was, was ik de nieuwe Dafne Schippers; ik ga liever een leuk boek lezen dan lessen voorbereiden en ik leef in constante angst voor zinnen die beginnen met ‘Heb je al…’ of ‘Je zou toch nog…’, want meestal is het antwoord op vraag 1 ‘bijna’ en op vraag 2 ‘oh ja, sorry, ik ga het zo doen’. Kortom, ik heb nog een lange weg te gaan.

grownup2Maar misschien is het gewoon een kwestie van er iets anders naar kijken. Want als wat ik ervaar als een toneelstukje door andere mensen geloofd wordt, dan zou het zomaar ook niet alleen overtuigend, maar ook echt kunnen zijn. Het lijkt me dat succesvol adulting voor een groot deel afhankelijk is van hoe anderen dat ervaren, en voor zover ik weet denkt iedereen van wie ik denk dat hij of zij echt een koning(in) van volwassenheid is wel dat zij er stiekem niks van bakken en vinden ze mij een lichtend voorbeeld. Daar zou ik dan wel heel hard om lachen, maar misschien doen we allemaal maar alsof. Het zou me niks verbazen: als ik op een belangrijke vergadering uit mijn rol val en iets zeg wat eigenlijk helemaal niet gepast is voor iemand die zo overtuigend meedoet in de grotemensenwereld, zie ik altijd bij een paar mensen de innerlijke puber zachtjes heel hard lachen. Dus ik denk dat ik beter, in plaats van de 50% van mij die volwassen is constant de 50% van mij die nog een lange weg te gaan heeft op haar puberale flikker te geven, het geheel als work in progress kan zien. En dan ga ik nu maar even die vaas met stinkende bloemen weggooien. Gewoon, omdat ook ik dat kan.

Bezuinigen

Ik neem me regelmatig voor om minder geld uit te gaan geven. Dat zou dan niet zijn omdat ik te weinig geld heb, want ik heb op zich genoeg (als je samenwoont en allebei een baan hebt, maar geen kinderen en geen auto, gaat het financieel doorgaans prima), maar wel omdat het me regelmatig overkomt dat ik eerder uit gewoonte of uit emotie geld uitgeef dan uit behoefte. Nou ben ik niet van mening dat ik alleen maar geld uit zou moeten geven als ik echt iets nodig heb, want zo sober ga ik toch niet leven, en bovendien: wie bepaalt wat echt nodig is? Dat ik meer dan 20 paar schoenen heb is zeker waar (en met meer dan 20 bedoel ik echt veel meer dan 20), maar er zijn specifieke schoenen die ik niet heb. Ik heb bijvoorbeeld nog geen schoenen voor bij mijn verjaardagsjurk, en ik heb laatst iemand zien lopen in platte schoenen die ik voor mezelf ook best leuk vind – dat ik niet bepaald blootsvoets door het leven zou moeten als ik ze niet koop betekent niet per se dat ik ze niet nodig heb. Maar dat ik, als ik een mail krijg dat mijn favoriete jurkjesmerk uitverkoop heeft, onmiddellijk de creditcard trek, zonder me af te vragen of ik eigenlijk wel een nieuwe jurk wil, dat zou best anders kunnen. En als ik moe, chagrijnig, boos of verdrietig ben, en denk dat ik daar het beste een tas als een pleister op zou kunnen plakken, dan is dat geld dat ik beter in de zak zou kunnen houden.

genoeg schoenen

Ik heb een heel handige Excel, ooit voor mij ontworpen door B (althans, die heeft het basisontwerp gemaakt; vervolgens heb ik het gepimpt met allerlei kleurtjes en een ingenieus systeem waarbij ik de creditcarduitgaven over de maand spreid), waarin ik per maand begin met alle vaste lasten van het maandinkomen aftrekken en het overgebleven geld over 4 weken spreid. Dan weet ik hoeveel ik nog heb en dan kan ik niet verrast worden door een onverwachte uitgave – die heb ik ofwel begroot, of ik heb er ruimte voor. Ik heb sinds ik ben begonnen met dit systeem al flink wat geld opzij gezet voor bijzondere uitgaven, die ik dan zonder moeite ook kan doen. Dus als ik een nieuwe winterjas wil, heb ik daar een potje voor, en als mijn vinger per ongeluk is uitgegleden op de ‘nu betalen’-knop op de site van de Bijenkorf, dan weet ik of ik dat meteen kan betalen, of ik het als extra uitgave moet inboeken, om het zo snel mogelijk af te lossen, of of ik er een reservefondsje voor moet aanspreken. Handig. Op het moment is het heel verleidelijk om veel geld uit te geven aan kleren, want het is uitverkoop en ik ben flink afgevallen, maar ik wil dus een beetje bezuinigen. Ik koop dus voorlopig niks extra, zodat ik de extra uitgaven in mijn Excel kan aflossen, en wat kan sparen voor als ik echt tevreden ben over het afvallen. Maar als ik de ideale schoenen voor bij mijn verjaardagsjurk tegenkom, dan garandeer ik niks.

Maandagweekend

Veel mensen houden niet zo van maandagen. Men voelt kennelijk het contrast tussen het ontspannen weekend en de drukke werkdag op de eerste dag van de week het scherpst, want dan is de overgang het grootst, en heel Pinterest staat vol met grappige ‘ik haat maandag’-plaatjes. Vroeger had Garfield er ook al een hekel aan, wat ik een beetje raar vind, want Garfield is een kat en katten doen sowieso de hele dag geen reet, maar dat standaardgrapje was waarschijnlijk vooral bedoeld voor de cartoon-lezende mens, die van nature meer bereid is om menselijke kwaliteiten aan dieren toe te kennen. Verklaart gelijk waarom dat oranje monster koffie drinkt en pizza eet – dat soort bizar gedrag heeft nog geen enkele catbastard van mij vertoond, en die kunnen er doorgaans wat van. Ik vind maandagen eigenlijk wel fijn. Dat komt in de eerste plaats door mijn extreme voorkeur voor nieuwe dingen, want elke maandag is het begin van een nieuwe week, en nieuw is goed (en vandaag is maandag het begin van een nieuwe week EN van een nieuwe maand, dus jullie begrijpen dat ik joelend achter de laptop zit), maar een tweede, even belangrijke, factor is dat maandag tegenwoordig zo’n beetje mijn weekend is.

maandag

In het normalemensenweekend heb ik namelijk meestal wat te doen dat niet echt bijdraagt aan het ontspannen weekend-gevoel: als het niet de yoga-opleiding is (2 dagen van 9.00 tot 19.00 de deur uit vind ik niet per se een relaxede gedachte), dan is het wel een D66-activiteit (afgelopen zaterdag fractiedag; van 10.00 tot 17.00 in een zaaltje bij Van der Valk). Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst op zaterdag of zondag heb uitgeslapen of een was heb gedraaid. Vroeger gingen M en ik elke zaterdag naar de markt, om vissen te kopen en daarna in de kroeg te zitten, maar ik herinner me niet wanneer dat voor het laatst heeft plaatsgevonden. Dat is niet erg, want ik krijg er veel voor terug – niet alleen leerzame yogaweekends en productieve fractiedagen, maar ook een eigen persoonlijk weekendje, als alle andere stumpers alweer aan het werk zijn. Op maandag verlaat M om 7.10 het pand, en dan heb ik de hele dag aan mezelf. Vandaag moest ik weliswaar even naar school voor een vergadering, maar dat ging dan wel op een heel ontspannen manier, en vanmiddag hoefde ik alleen maar mijn lunches voor dinsdag en woensdag te preppen, een beetje op te ruimen, de mail te doen en plannen voor de week te maken. Oh, en Netflix kijken, want het is weekend. Vanavond begint wat mij betreft de week echt, met de fractievergadering, en morgen sluit ik me weer aan bij de werkende klasse. Maar daar heb ik na zo’n rustige dag als vandaag ook wel zin in!

maandag2

Niet OK

Maandag stond er een stuk in de Volkskrant (het stond in het weekend ook in De Morgen, maar voor het Nederlandse publiek werd het nog een keer gerecycled), van de hand van Halina Reijn, waarin ze uitlegt dat zij op haar 39ste moet constateren dat zij niet kinderloos is omdat ze een veel te leuk leven heeft om te settelen met een aardige meneer en baby’s te maken, maar dat ze pech heeft, en eigenlijk al die tijd een man en een gezin had gewild. Ik heb alle begrip voor haar teleurstelling in dit aspect van haar leven, al moet ik wel zeggen dat ik na het stuk te hebben gelezen niet per se behoefte had om haar datzelfde verhaal nog eens bij DWDD te zien vertellen (aan de andere kant: nou zat ze daar tenminste een keer met een inhoudelijk verhaal in plaats van als actrice met een mening over alles), en ik vind het wel goed dat er dames zijn die in de openbaarheid treden als OK-vrouw (ongewenst kinderloos betekent dat), maar doordat La Reijn nu een podium krijgt om ons allen erop te wijzen dat ze eigenlijk heel zielig is omdat ze geen gezin heeft, is dat een forse stap achteruit voor de mensen die daar daadwerkelijk voor kiezen.

Ook ik ben 39, en ook ik ben kinderloos. Dat is een keuze. Niet alleen van mij overigens, ook van M, maar we hebben geen kinderen en we willen geen kinderen. Ik heb geen hekel aan kinderen hoor, ik kan erg genieten van Louis van 1, Huub van 6 en al die pubers met wie ik op Rome-reis ga, maar ik hoef er zelf geen voor thuis (een beetje zoals een biertap; leuk buiten de deur, maar ik ga er geen leefruimte voor inleveren). Dat is iets waarvan mensen vaak van mij een verklaring verwachten: ik heb toch een partner, en ongetwijfeld een goed stel eierstokken, dus waarom kom ik dan niet met die koter over de brug? En net nu ik er voor mijn gevoel bijna in geslaagd was om de directe (ja, ma, ik heb het tegen jou) en de indirecte leefomgeving ervan te overtuigen dat er geen kinderen gaan komen en dat dat wat ons betreft helemaal prima is, komt Halina vertellen dat het nog steeds mogelijk is om daar alsnog heel erg verdrietig over te zijn, en ik vrees dat alle vrouwen die niet hoeven huilen omdat ze geen gezin hebben nu worden gezien als ofwel in verregaande staat van ontkenning, ofwel als ijskoude bitches omdat ze niet smachten naar een gezin.

Volgens mij zijn er drie vormen van kinderwens: of je wilt kinderen, of je wilt ze niet, of het maakt je eigenlijk niet zo heel veel uit. Binnen al drie vormen zijn ook teleurstellingen mogelijk – je wilt kinderen, maar kan ze niet krijgen (of het blijken eikels), je wilt ze niet en je laat je door een partner of je omgeving overtuigen dat het erbij hoort, waarna blijkt dat je passie daar inderdaad niet lag (ook al blijken het geen eikels), en als het je eigenlijk niet zo heel veel uitmaakt, kan je achteraf nog constateren dat het jammer was dat niemand je in een bepaalde richting overtuigd heeft, want nu heb je niks en het voelt niet als een keuze. Ik vind persoonlijk mijn leven niet te gaaf om te verpesten met kinderen, ik vind mezelf gewoon niet zo’n heel goede moeder. Ik vermoed dat er zat dames zijn die ook zo over zichzelf denken, en zelfs dat er zat dames zijn die toch kinderen hebben en zich elke dag geconfronteerd zien met die gedachten. En toch zijn dat kinderen die waarschijnlijk prima opgroeien met een niet sterker getraumatiseerde jeugd dan die van kinderen van ouders die juichend aan de wieg stonden.

Iedereen ziet zich weleens geconfronteerd met de gedachte dat het ook heel anders had kunnen lopen. Misschien had ik wel een professionele chef kunnen worden als ik eerder aan een koksopleiding was begonnen. Misschien had ik me door een man met een kinderwens kunnen laten omlullen en had ik in dat parallelle universum in een VINEX-locatie met 3 kindertjes kunnen wonen. Misschien had ik piloot kunnen worden, of stewardess, of filmster. Maar dat is allemaal niet gebeurd. Halina wil geen kind, Halina vindt het jammer dat ze niet een heel ander leven heeft: ze wil een man, en een gezin – en dat is wat anders. Dat is geen kinderwens, dat is volgens mij FOMO (fear of missing out), en dat hebben we allemaal weleens. Ik heb bepaalde keuzes gemaakt in mijn leven, en sommige dingen zijn me overkomen, maar de som van dat alles het leven dat ik nu heb, en dat is het leven dat ik wil. Dus voordat we nu met zijn allen naar Halina gaan luisteren en denken dat iedere kinderloze vrouw een OK-vrouw is: er zijn veel kinderloze vrouwen die dat helemaal OK vinden. Deze in elk geval wel.

Plannen maken

Ik vind het altijd erg leuk om plannen te maken. Als het gaat om leuke dingen, maakt plannen maken deel uit van de voorpret, en als het gaat om minder leuke dingen, is het een manier voor mij om controle over de materie te krijgen. Op het moment staat mijn agenda vol met allerlei dingen, die eigenlijk vooral heel erg leuk zijn: vandaag ga ik met M naar de tentoonstelling over de Late Rembrandt in het Rijksmuseum, en omdat we ’s avonds in Voorburg moeten zijn, hebben we ook een etentje bij de fijne Thai in het programma opgenomen. En ik ga nog wat sappen kopen bij de juicery, want die zit vlak bij het Museumplein. Zaterdag hebben we nog een cultureel uitje gepland: er is een lezing in Boijmans van Beuningen over een tentoonstelling, dan wordt er gedanst in het museum (door dansers, niet door mij – ik dans nog steeds niet), en in de avond gaan we naar een dansvoorstelling in de Rotterdamse Schouwburg. Bovendien heb ik me voorgenomen om deze week echt naar Sergio Herman – Fucking Perfect te gaan, want dat lukt steeds niet, en ik zou het heel erg vinden als het uiteindelijk zou mislukken. Dus dat plan ik gewoon in.

late rembrandtMaar ook de dingen waar ik tegenop zie ben ik aan het plannen. Ik heb me erbij neergelegd dat mijn huidige levensstijl niet bijdraagt aan het figuur dat ik zou willen (want van yoga val ik niet af, en ik kan echt niet gezonder eten dan nu), dus daar moet iets veranderen. Ik heb ook al bedacht hoe: ik ga me aanmelden voor een gecombineerd sport-lifestyle coaching-dieetprogramma van 6 maanden, en dan komt alles goed. Dat doe ik overigens niet per direct, maar ik begin in mei, omdat ik in april nog naar Rome ga, en hoewel ik die reis nooit gebruik als excuus om alles te eten wat ik wil, heb ik wel iets minder controle over hoeveel ik beweeg en wat ik eet dan als ik thuis ben. De tijd tussen nu en begin mei besteed ik aan plannen maken over hoe ik het allemaal ga aanpakken. Ik heb een nieuwe sportschool gevonden, die dichtbij mijn huis is, zodat het zo laagdrempelig mogelijk is. Natuurlijk ben ik online aan het shoppen naar sportschoenen en -shirtjes, en ik volg op Instagram een heleboel mensen die veel sporten en gezond eten en drinken. Zo kom ik langzaam in de juiste mindset, en als ik die gevonden heb, is de kans dat het lukt aanzienlijk groter dan als ik er op stel en sprong induik. Althans, zo heb ik het gepland.

Just say no

Vorige week woensdag heb ik vol goede bedoelingen een lijstje opgesteld van dingen die ik niet kan, en ik bedenk me nu, terwijl ik mijn agenda voor de komende twee weken in beeld probeer te krijgen, dat er nog een ding is dat ik niet kan, en dat ding kan ik aanzienlijk meer niet dan alle dingen op het lijstje van dingen die ik niet kan (behalve mijn huis opgeruimd houden, want dat kan ik ook echt niet), en dat is nee zeggen. Ik heb de neiging om ja te zeggen op alles wat mensen mij vragen, en dat betreur ik dan regelmatig. Soms is het namelijk ontzettend leuk als iemand denkt dat ik de aangewezen persoon ben om iets te doen, en als me dat dan gevraagd wordt op een moment dat ik wel een egoboost kan gebruiken (dus altijd), zeg ik ja. Zo zag ik net tot mijn schrik dat ik zo’n beetje een hele week had geblokt om Q&A’s te moderaten op het Movies That Matter festival, en dat komt doordat ik het als een enorm compliment heb ervaren dat IDFA vond dat ik zo’n goeie moderator was dat ze mijn gegevens aan een ander festival hebben gegeven. Dat ik mijn reguliere weekactiviteiten al amper voor elkaar krijg in de mij daarvoor toebedeelde 7 dagen is dan ineens geen factor – mensen willen mij, dus ik zeg ja. Of ik kan of niet. Gelukkig bleek net dat ik niet ben ingeroosterd; soms lost een goed probleem zichzelf op. Ik zeg ook weleens ja om een andere verkeerde reden. De mythe dat ik onvervangbaar ben in stand houden bijvoorbeeld – als ik iets niet doe stort alles in elkaar. Dat denk ik dan, of eigenlijk hoop ik dat dan ergens, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Er zijn weinig dingen waarvoor geldt dat ik de eerste ben die ze heeft gedaan, dus andere mensen kunnen ze ook doen. Misschien niet zo goed als ik (ik blijf een arrogant stuk vreten), maar als ik ze niet doe is er geen vergelijkingsmateriaal, dus daar zal niemand achterkomen, en het zou mij een boel moeite schelen.

yesPlichtsbesef is voor mij ook vaak een motivator om ja te zeggen waar ik ergens het liefst ergens een dikke vette nee op zou willen antwoorden. Ik ben raadslid en dat betekent dat ik een van de weinige mensen in de hele afdeling D66 Leiden betaald word voor mijn inspanningen voor de partij. En als er dan een ‘wie gaat er mee spitsflyeren?’-mail komt, dan vind ik dat ik me moet aanmelden – ook al is het dan heel vroeg en heel koud en heb ik een hekel aan mensen lastig vallen met flyers. Het hoort, dus ik doe het, en tussen ons gezegd en gezwegen: ik kan dan ook heel pissig worden op fractiegenoten die kennelijk een andere afweging hebben gemaakt. Wat me ook weleens overkomt is dat ik heel graag nee wil zeggen, omdat ik ergens geen tijd voor of geen zin in heb, maar te lang wacht met nee zeggen en me daarom verplicht voel om alsnog ja te zeggen. Zo ben ik onlangs ternauwernood aan een omvangrijke correctieklus ontsnapt, die me misschien wel leuk leek, maar waarvan ik wist dat hij niet in de agenda ging passen, want ik had zelfs geen tijd om te mailen dat ik het niet ging doen, waardoor ik me zo schuldig voelde dat ik het bijna toch gedaan heb; het is dat M me tegen wist te houden, anders zat ik nu als een bezetene een proefschrift te proofreaden. Een laatste categorie is die van activiteiten waarvan ik weet dat ik ze niet zou moeten willen doen (bijvoorbeeld op grond van energie-overwegingen), maar waartegen ik toch ja zeg, omdat ze zo leuk zijn. En dan maak je wel mooie dingen mee, want een prachtig diner koken voor 2 lieve vrienden is helemaal geen straf. Of het schooldebatteam coördineren – daar heb ik onlangs ja tegen gezegd. Want ik wil het graag. En als ik nou eens leer nee te zeggen tegen de dingen waar ik geen zin in heb, hou ik misschien wel tijd en energie over voor de dingen waar ik ja tegen zeg. Dat zou mooi zijn.

i-wish-i-could

Een weekend weg

Het komt weleens voor dat ik zin heb om een weekend weg te gaan. Zodat ik alles achter me kan laten en gewoon even de dingen kan doen die ik wil doen, zonder dat daar enige vorm van verantwoording over af te hoeven leggen. In de praktijk is dat lastig, want ik heb bijna nooit een heel weekend vrij, en als ik al een weekend vrij heb, vind ik het eigenlijk nog belangrijker om dat met M door te brengen, want we zien elkaar al zo weinig, of om de tijd te vullen met het draaien van wassen, opruimen, schoonmaken en achterstallige administratie. Maar toen ik tijdens het internetzappen langs mijn vaste adressen ook de website van Geertje Couwenbergh bezocht, zag ik een programma waaraan ik toch wel heel graag mee wilde doen: een yoga-schrijfweekend in een klooster in Huissen. Dat zijn toch twee activiteiten waaraan ik toch het liefst mijn tijd besteed (yoga en schrijven dus, kloosters zijn niet helemaal mijn scene), ik had na wat cateringopdrachten geld over en ik kon zowaar op de data van de cursus. Ik heb me aangemeld en maandenlang met succes die data vrij weten te houden. Toen in de week van de cursus bleek dat het ook een stilteweekend was, moest ik wel even slikken, want mijn smoel houden is niet mijn sterkste kant, maar ik vond het ook wel een mooie uitdaging.

slaapkamerNa de aankomst op vrijdagavond heb ik mijn spullen in mijn spaarzaam ingerichte kamer (met uitzicht op een vooral in het donker nogal imposant kruisbeeld) neergezet, waarna leden van de groep (17 dames en 1 heer, onder begeleiding van Geertje, chef schrijven, en Jasmijn, de yoga dame) met elkaar kennismaakten, een aantal ademhalingsoefeningen deden en daarna gelijk een schrijfoefening in de maag gesplitst kregen: 10 minuten onafgebroken schrijven over een bepaald onderwerp (zoals ‘lieveheersbeestje’ of ‘wat heb ik meegenomen?’). De gedachte was dat je op die manier je schrijfspieren kan trainen – waarbij het resultaat niet het belangrijkste is. Dat kwam goed uit, want mijn tekst over het nest lieveheersbeestjes op het balkon in het oude huis van B was verre van publicabel. We dronken nog even thee in de bibliotheek van het klooster, en daarna was het einde praten, want vanaf het opstaan op zaterdag tot na de eucharistieviering op zondag was het, met uitzondering van de schrijflessen, tijd voor stilte. En stilte was dan ook totale stilte: geen gesprekken, geen ‘goedemiddag’ als je een vreemde tegenkwam die je begroette, geen sms, geen mail, geen Facebook.

binnenkamerIntussen draaiden we volledig mee met het schema van het klooster: op zaterdagochtend en -avond woonde ik de viering van de Dominicaner monniken bij (6 bejaarde mannen, en er was ook een non, met oorbellen overigens, wat me een beetje dubieus leek, maar ja, ik mocht geen vragen stellen), op zondag vierden we met heel Huissen (althans, heel 50 plus Huissen) de eucharistie. Het meerendeel van de dagen werd besteed aan schrijfoefeningen en fijne yoga-lessen; ik heb een soort flow- en een Yin yogales gehad, en op zondag heeft Jasmijn ons laten zien wat we konden doen tegen schrijfpijn, en dat was hard nodig, want mijn schouder zat helemaal vast van het intensieve pennen. De schrijfoefeningen bestonden vooral uit de 10 minuten schrijf-bursts, maar er waren variaties: lijstjes (mijn grote hobby) en bullet-writing (iedereen bedenkt een schrijfonderwerp en per onderwerp schrijf je 1,5 minuut). Soms lazen we ook aan elkaar voor, maar dat was dan zonder dat je feedback kreeg of gaf – dat maakt het allemaal wel veiliger. Bij het uitwisselen bleek vaak dat mensen de onderwerpen hadden gebruikt om de grote thema’s te behandelen, waar ik eerder bij banaliteiten was gebleven, maar dat vond ik verder niet heel erg. Kennelijk schrijf ik over kleine dingen. Op zondag, toen we weer mochten praten, was er ook voldoende gelegenheid om vragen over schrijven te stellen aan Geertje. Ik kan me niet herinneren wanneer ik ooit zoveel tijd aan schrijven heb kunnen besteden, in zo’n ontspannen sfeer. Ik vond het heerlijk.

gaaf geslachtslevenEn de stilte? Ik heb het volgehouden, ook al was het moeilijk. Ik kreeg zaterdagavond een Facebook-bericht van M, waar ik graag op zou hebben gereageerd, toen de chef-kok van het klooster een ander idee over koolhydraatvrij eten bleek te hebben dat ik had ik hem dat graag laten weten, en mijn neefje lag in het ziekenhuis, en daar had ik ook wel graag contact over gehad. Aan de andere kant: het probleem van dat ik het lastig vind om tussen mensen die ik niet ken te zitten was gelijk opgelost, want small talk was onmogelijk. ‘Lekker asociaal’ noemde een van de deelneemsters het, en dat vond ik wel herkenbaar. Gewoon met een groep mensen aan tafel zitten en proeven wat je eet in plaats van erdoorheen lullen, of in de bibliotheek naar de katholieke boeken kijken zonder dat je moet uitleggen waarom je altijd op zoek gaat naar de boeken over seks (‘Gaaf geslachtsleven’ – wie wil dat nou niet vinden? Het hoofdstuk over masturbatie is hilarisch), of een hele avond lezen en schrijven met mensen die geen van allen het gevoel hebben dat ze het gesprek gaande moeten houden. Ik weet niet of ik beter heb geschreven of geyoga’d omdat ik geen energie aan slap gelul heb hoeven besteden, maar het heeft wel degelijk bijgedragen aan het gevoel er echt helemaal uit te zijn geweest, en dat was me heel veel waard. Ik vond het een erg fijn weekend, en ik begin met hernieuwde energie aan de week!

schrijfblok

Zwarte Piet

OK, OK, ik begrijp het. In het huidige klimaat van mensen die vinden dat je overal iets over mag vinden, zelfs als je niks vindt, maar dan moet je gewoon harder roepen, kan ik, als bijna professioneel meningshebber, eigenlijk gewoon niet achterblijven. Dus hoewel het debat over Zwarte Piet me geen ene (zwarte, witte of regenboog-) kont kan interesseren, wordt het misschien toch wel tijd om me in het strijdgewoel te storten. De belangrijkste reden dat de discussie mij niet zo kan boeien, is dat ik de centrale vraag (is de manier waarop de assistent van Sinterklaas wordt vormgegeven racistisch?) gewoon geen discussie waard vind: als je iemand die blank is pikzwart schminkt (dus niet een ook maar enigszins oprechte huidskleur), daar dikke rooie lippen op kwast, hem gouden oorringen door de lellen slaat en dan verwacht dat hij alles draagt voor de Grote Blanke Man Met De Staf, dan hoef je over de vraag of dat wellicht een verouderde, stereotyperende en denigrerende manier om mensen af te beelden niet heel lang te praten. En dan hebben we het nog niet eens over die achterlijke pofbroek, want die is gewoon wreed.

gollywog_1290023aDat Zwarte Piet oorspronkelijk zwart is omdat hij door de schoorsteen ging: ik geloof het zo, maar dat verklaart die lippen niet. En dat hij soms ineens met een Surinaams accent praat. En het kroeshaar. Ik kan van 6 december tot de volgende intocht van de Sint doorlopend door een schoorsteen op en neer gaan, maar al die secundaire rassenkenmerken neem ik niet over. En dat het traditie is vind ik geen argument. Er zijn zoveel dingen traditie en er komen elk jaar nieuwe tradities bij, dat het helemaal niet erg is om hier en daar een traditie aan te passen. Het lijkt me dat een traditie die racistisch is hoog op de lijst moet staan van dingen die we misschien anders zouden kunnen doen. In Engeland, mijn heimat, stond vroeger op potten jam een zogeheten Golliwog, die een vergelijkbaar stereotype uiterlijk had als Piet, maar die hebben ze in 2002 met pensioen gestuurd. Er waren namelijk mensen die het kwetsend vonden om zichzelf (althans, mensen met hun huidskleur) zo gekarikaturiseerd op een pot jam te zien staan. Dat is niet kinderachtig, dat is niet bekrompen, dat kost een heleboel moed om dat aan te kaarten. En mensen die die moed tonen verdienen het niet om in elkaar geslagen te worden. Nooit.

Twee jaar geleden mocht ik op de IDFA een Q&A moderaten over In the shadow of the sun, een documentaire over albino’s in Afrika, die als ze geluk hadden volledig uit de maatschappij werden uitgestoten en als ze pech hadden werden vervolgd om hun lichaamsdelen. Een indrukwekkende film, en een van de hoofdpersonen was er ook bij. Ik geloof dat ik oprecht kan zeggen dat het een van de gênantste momenten uit mijn leven was toen ik met een albino uit Afrika Tuschinski uitkwam en recht in de intocht van Sinterklaas bleek te zijn gelopen. Dat kon ik echt niet uitleggen. Als mensen die de cultuur niet delen ermee geconfronteerd worden, zie je eigenlijk pas echt waar het knarst. Dat blijkt ook uit bovenstaand fragment van een documentaire van Sunny Bergman (Zwart als roet, 1 december op televisie), die als Zwarte Piet door Londen loopt. En daarom kan ik ook zo genieten van het verhaal Six to eight black men van David Sedaris. Want zelfs als je alles wat pijnlijk is aan die hele Zwarte Piet wegredeneert door te zeggen dat het traditie is, zal je toch onder ogen moeten zien dat het echt een heel rare traditie is. En laten we nou eerlijk zijn: het maakt de doelgroep (kinderen dus) geen bal uit: als ze maar cadeaus krijgen, en pepernoten. En niet meehoeven in de zak.