Categorie archief: School

Catering voor 55

Na het diner van zondag had ik nog een uitdaging in de culinaire sfeer voor de boeg: het Kerstdiner van school. Om de groepservaring en de onderlinge harmonie te verhogen, wordt dat diner al jaren door ons zelf gecaterd, en hoewel het wellicht efficiënter zou zijn als een of twee mensen gewoon alles zouden koken, worden de gerechten onder de collega’s verdeeld, en iedereen levert een bijdrage. Mijn bijdrage bestaat uit vier dingen: het coördineren van wie wat maakt of doet (er is naast een boel eten natuurlijk ook een team voor opbouw, afbraak en schoonmaak nodig), uitrekenen hoeveel we van alles nodig hebben, de gerechten maken die ik altijd maak (zalm met asperges uit de oven en gnocchi of ravioli met champignons en truffelsaus voor de vegetariërs) en op de dag zelve de gerechten maken die mensen die ziek zijn geworden en zich op het laatste moment afgemeld hebben zouden hebben gemaakt. En natuurlijk de scepter zwaaien in de keuken en het diner aan elkaar praten, want mensen moeten wel weten wat ze aan het eten zijn, en wie het voor ze gemaakt heeft. Ik heb stiekem het vermoeden dat een financiële overweging wordt verpakt als teambuilding, want deze opzet is volgens mij vele malen goedkoper dan met zijn allen uit eten of iemand anders voor ons laten koken, zelfs als iedereen netjes zijn bonnetjes declareert, maar dit is nou eenmaal onze traditie, dus we doen het voorlopig zo.

Zoals elk jaar hadden we voorgerechten, soep, hoofdgerechten en desserts, dat alles in de vorm van een buffet. Dit jaar was er wel iets anders, want het diner viel midden in een flinke griepperiode, waardoor het in de middag afmeldingen regende. Maar ik had nog tijd om een aanvullende soep te maken, en verder was er, zoals altijd, meer dan genoeg. De hoogtepunten waren in willekeurige volgorde: de garnalencocktail van I, de hazenpeper van R (die ziek was, maar zijn vrouw kwam een pan vol brengen), de concurrerende venkel-aardappelpurees van M en K, alle quiches die de collega’s hadden gemaakt omdat ik bang was dat er te weinig voor de vegetariërs zou zijn, de met pruimen gevulde kalkoenfilet van een andere R (zeker met de wijn die hij erbij had meegenomen – ik drink liever lekkere Viognier dan Sauvignon Blanc uit de aanbieding bij de Sligro), de kwarktaart met superprofessioneel glazuur van M en de oesters die weer een andere R ter plekke heeft opengemaakt. Maar alle andere dingen waren geloof ik ook heel erg lekker, dus ik geloof dat we weer van een succesvolle avond mogen spreken, zeker omdat we allemaal met een Kerstpakket naar huis mochten. Klaar voor de Kerstvakantie dus!

Daar gaan we weer

Ik kan het niet langer ontkennen: de zomervakantie is voorbij. De zomer niet, heb ik de indruk, want zoals altijd wordt er een hittegolf aangekondigd voor de eerste dag waarop ik weer aan het werk ga, maar ik zal me moeten neerleggen bij de harde realiteit dat het, in elk geval voor mij, voorlopig even gedaan is met het nietsdoen. Ik ben op 31 juli teruggekeerd uit Noorwegen, waar M en ik hebben genoten van een heerlijke vakantie, 2900 kilometer hebben gereden met een enorme Toyota Auris stationwagon (Auris betekent kennelijk ‘gigantische unit’ in het Japans), gegeten hebben van de meest uitgebreide ontbijtbuffetten, en hebben gekeken naar fjorden, watervallen en sneeuw. Oh ja, en een inblikmuseum bezocht. En een rockmuseum. Ik had de stellige intentie om zodra ik terug was weer te gaan bloggen, maar het wilde maar niet lukken. Ik had geen inspiratie, geen zin om achter de laptop te gaan zitten en geen verplichting om met allerlei teksten over de brug te komen, dus ik ben keurig 3 weken achter elkaar ingelogd om de datum in de ‘ik ben weer terug op…’-tekst nog een weekje op te schuiven. Vorige week begon het al een stuk meer op een normaal leven te lijken, omdat ik me had aangemeld voor de Zomerschool Klassieke Talen aan de VU. Drie dagen lang om half 7 op is een mooie voorbereiding op het jaar, zeker als dat betekent dat ik, naast hernieuwde wekkerdiscipline, ook al bijna alle examenteksten heb gelezen. En met mijn nieuwe pennen heb kunnen schrijven.

cursusMaar vandaag begon het natuurlijk echt. De docenten in mijn regio, ik geloof dat het ‘midden’ is, mochten zich vandaag weer melden. Op sommige scholen werd ook gelijk met de leerlingen aan de slag gegaan, maar die van ons hebben nog een dagje respijt – terwijl wij achtereenvolgens mochten genieten van de programma-onderdelen koffiedrinken en bijkletsen over de vakantie (vind ik vreselijk, ik heb helemaal geen zin om over mijn vakantie te vertellen, laat staan een uitgebreid verhaal te horen over de vakantie van een ander), een Algemene PersoneelsVergadering (altijd mooi, zoals ik me weet te ergeren aan het woord ‘personeel’ als dat op mij van toepassing is), een lezing van de YoungWorks over ruimte bieden voor de talenten van leerlingen (zou ik cynisch over kunnen doen, maar ik vond het eigenlijk wel mooi), een lunch aangeboden door de school (in het kader van ‘wen er maar niet aan, de volgende keer dat je geen eigen zompig pakketje brood uit je tas hoeft te eten is de Kerstlunch’), een sectievergadering (we zijn inmiddels met 6 dames en 1 heer, die allemaal wel ergens iets van vinden, dus dat duurt even) en een vergadering voor alle tutoren (waarbij de eerste collega die boos wegliep en met deuren smeet zich alweer aandiende). Tussendoor heb ik planners gemaakt en me voorbereid op de activiteiten van dinsdag en woensdag: 2 dagen lang een workshop ‘ontspannen’ geven aan leerlingen van de 6de klas. Al met al geen rustige dag, maar ik voelde me gelijk weer aan alle kanten geïnspireerd. Ook om te bloggen. Ik ben er weer!

school

Diplomauitreiking

Afgelopen donderdag was er diplomauitreiking op school. In mijn tijd, althans, toen ik zelf op school zat (ik vind dat het nog steeds mijn tijd is), was de diplomauitreiking veel eerder, namelijk tamelijk dicht op de uitslag van het eerste tijdvak. Iedereen die in een keer geslaagd was kreeg op een feestelijke bijeenkomst, gehuld in een even feestelijke outfit, in aanwezigheid van familie, vrienden en docenten zijn of haar diploma, terwijl de leerlingen die om de een of andere reden een herexamen nodig hadden en dus later pas te horen kregen dat ze geslaagd waren hun papiertje op een tochtige gang overhandigd kregen, waarbij het helemaal niemand ene moer kon schelen wat ze aan hadden getrokken of wie ze bij zich hadden. Dan hadden ze maar beter hun best moeten doen en in een keer de buit binnen moeten halen, was denk ik de gedachte daarachter. Maar nu is het gelukkig anders, want we wachten gewoon tot na de herkansing. We kunnen dan ook zeggen wat het definitieve slagingspercentage is, er zijn meer blije mensen (sterker nog, de herkansers zijn vaak nog blijer dan de mensen die gelijk geslaagd zijn) en uiteindelijk maakt het natuurlijk niets uit of je een herexamen nodig had om je papiertje te halen, dus als ieder papiertje gelijk is kan de uitreiking ook wel op hetzelfde moment plaatsvinden. Bovendien is een diplomauitreiking na de uitslag van het tweede tijdvak zo’n beetje de laatste officiële handeling van het schooljaar, en dat is een mooie manier om het jaar af te sluiten.

tutorleerlingenDe opzet van een diplomauitreiking is eigenlijk altijd hetzelfde: een praatje van de rector, een praatje van de conrector, alle mentoren (of tutoren, zoals ze bij ons heten) spreken hun eigen leerlingen toe, tussendoor een optreden van een of meerdere muzikaal getalenteerde leerlingen, een praatje van een betrokken ouder die een geschenk aanbiedt en een valedictorian speech, omdat alles steeds Amerikaanser wordt en wij dus ook graag een leerling iets enthousiasmerends horen zeggen. Tussendoor gaan we naar buiten om een trotse foto te maken. Omdat onze school steeds groter wordt, waren we nu onder strikte orders om ons praatje niet langer dan 1 minuut per leerling te laten zijn – we moesten het eigenlijk uitschrijven en oefenen met de timer in de hand. Ik heb dat niet gedaan. Niet omdat ik een rebel ben, wat zo is, of omdat ik niet met een uitgeschreven praatje kan werken, wat overigens ook zo is, maar omdat ik van mezelf weet dat ik me toch niet houd aan een uitgeschreven tekst, dus dat ik net zo goed niet kon oefenen, want de oefening zou niets met de realiteit te maken hebben. Gelukkig ging het goed – na afloop bleek ik 9 minuten hebben gedaan over het toespreken van de 8 tutorleerlingen die een diploma gehaald hebben. Maar belangrijker nog dan het parcours presque correct dans le temps is wat mij betreft dat alle leerlingen het praatje hebben gekregen dat ze verdienden. Het zijn stuk voor stuk bijzondere individuen die op hun eigen manier veel meer dan 1 minuut in de spotlights verdienen. Maar ik weet zeker dat ze die allemaal nog wel gaan krijgen. Ik ben trots op mijn minions!

tutorleerlingen2

(De nauwkeurige teller telt 7 en geen 8 leerlingen op de tutorselfie. Niemand weet waar Max was toen deze foto gemaakt werd – zelfs Max niet.)

Het nuttige en het aangename

We zitten op het moment vol in de examentijd. Dat betekent dat leerlingen keihard aan het werk zijn om alles te laten zien wat ze de afgelopen zes jaar van ons hebben geleerd (of de afgelopen zes weken op examentrainingen, maar dat is ook een keuze), en dat wij docenten een significante verschuiving in onze daginvulling hebben. in plaats van een paar uur per week met de zesde klas te werken aan de voltooiing van hun schoolcarrière, mogen we nu een paar uur per week surveilleren in een gymzaal, wat voor mij een behoorlijke uitdaging is, want ik ben helemaal niet in staat om anderhalf uur achter elkaar niets anders te doen dan om me heen te kijken. Bovendien is er natuurlijk ook het daadwerkelijke eindexamen. Het examenrooster was dit jaar niet in mijn voordeel, want ik werk op dinsdag en woensdag op school en het examen was donderdag, dus ik kon al op een niet-schooldag naar Voorburg om de toetsen op te halen, maar ik moest ze ook nakijken, want op maandag was de correctiebespreking van de Vereniging Classici Nederland, en dan moet je als docent natuurlijk wel weten waar je het over hebt. Tijdens zo’n bespreking zitten ongeveer 40 docenten Klassieke Talen in een klaslokaal en praten we uitgebreid over het examen, wat we ervan vonden, wat de nakijkproblemen zijn. Serieuze issues kunnen we gelijk bij een officiële bobo neerleggen in de hoop dat daar rekening mee gehouden kan worden bij het vaststellen van de norm.

trap

Dat is natuurlijk allemaal heel belangrijk, maar ik had toch de pest in, omdat mijn schoolleven enorm met mijn andere leven interfereerde. Meestal slaag ik erin om alleen op school voor school te werken, met uitzondering van mail en een enkel telefoontje, maar dat ging nu dus niet. Ik had er ook al een uur of 12 nakijkwerk inzitten en ik was pas op de helft van de eerste ronde (er is ook altijd een tweede, als het extra correctieadvies binnenkomt) toen ik naar Rotterdam afreisde voor de bespreking. Het leek me voor mijn eigen gemoedsrust wel een mooi plan om het nuttige bezoek aan de examenbespreking met iets aangenaams te proberen te verenigen. Meestal betekent dat voor mij dat ik ga shoppen, maar ik heb de laatste tijd zo vaak een moeilijke dag die ik voor mezelf probeer op te lossen door te winkelen dat dat behoorlijk in de papieren begint te lopen, dus ik moest een andere oplossing vinden. Gelukkig diende die zich onmiddellijk aan toen in Rotterdam Centraal uitliep, want er was in het kader van ‘Rotterdam viert de stad’ een gigantische trap op steigers neergezet. Het was helemaal niet druk (dat het een regenachtige maandagmiddag was was vermoedelijk een factor in dezen), dus ik kon zo naar boven. Bovenop het Groot Handelsgebouw had ik een schitterend uitzicht over de stad en ik had gelijk mijn cardio voor de dag gedaan, want het waren wel veel traptreden. Ik had gelijk meer zin in de bijeenkomst – die achteraf ook wel aangenaam was, want ik heb veel oude bekenden gezien en een boel punten voor mijn leerlingen losgepeuterd. Geen verloren middag dus!

Return from Rome

Vrijdagavond laat zijn we teruggekeerd uit Rome. Er waren in deze Romereis zelfs 2 categorieën laat, namelijk ‘laat’ en ‘superlaat’, want we konden niet met de hele groep (maar liefst 199 pubers en 12 docenten) in 1 vliegtuig, dus de groep werd gesplitst; onze groep vloog relatief vroeg, zodat M en ik rond 22.00 weer lekker op onze eigen bank zaten, maar de mensen van de superlate groep waren geloof ik pas rond 01.00 allemaal thuis. Het was een geslaagde reis; dat zeg ik elk jaar, maar het is ook elk jaar zo. Meestal hebben we een leuke groep leerlingen mee (al was de groep van 2 jaar geleden met de kennis van nu misschien iets minder leuk), meestal is het weer goed (met uitzondering van vorig jaar, toen we meerdere keren drijfnat zijn geregend), meestal eten we lekker (want het is echt niet zo dat iedereen in Rome (even) goed kan koken, en dan is er al met al weinig reden om te klagen. Ik ben ervan overtuigd dat het geheim voor een succesvolle Romereis voor docenten ligt in het streven ervoor te zorgen dat je elk jaar iets nieuws doet, of iets anders, zodat je nooit een hele reis op de automatische piloot doet. En ook dat is dit jaar gelukt. Dit jaar was bijvoorbeeld het eerste jaar dat ik ben gaan sporten tijdens de spaarzame vrije momenten. Voor het eerst in jaren heb ik de Galleria Borghese niet van binnen gezien, want we hadden teveel begeleiders en ik moest nog iets voorbereiden voor de dag erna.

rome1Het was voor mij ook de eerste keer dat ik het Palazzo Barberini bezocht: daar was ik nog nooit geweest, want hij stond niet op het programma voor iedereen, en meestal vervul ik in het keuzeprogramma een rol. Maar dit jaar niet, dus ik kon bij K en R aansluiten en genieten van de rondleiding langs de Caravaggio’s en de Raphaels en nog veel meer moois die door K verzorgd werd. En we hebben met zijn drieën een kunstwerk nagespeeld, volwassen als we zijn, en dat leverde een mooie foto op (gemaakt door Sofie).  Deze week heb ik, anders dan andere jaren, een pizza gegeten, een zalige volkoren pizza tonno, en een aantal uiterst smakelijke borden pasta (gek genoeg een voordeel van Personal Body Plan, want op zich mag ik alles, maar dan met mate). Collega U was voor het eerst aan het team toegevoegd, en hij mag een aanwinst heten, en we hebben voor het eerst een leerling in Rome moeten achterlaten (Peter mocht niet vliegen met een oorontsteking, dus die moest met de trein). Het is ook het eerste jaar dat ik me kan herinneren dat er niemand gerold is, en dat collega S een volledige aflaat heeft geregeld door door alle 4 de Portae Sanctae te gaan. Maar waarschijnlijk zal ik me deze Romereis herinneren als de reis waarop ik bij de vlucht terug naar Nederland in de cockpit mocht zitten bij het opstijgen (de piloot is getrouwd met een van de charmante biologes die we mee hadden). Want zoiets zal ik waarschijnlijk nooit meer meemaken. Hoe dan ook: ik heb vanaf nu ongeveer een jaar om me te verheugen op nog meer nieuwe ervaringen.

vliegtuig

Nieuwe dingen

Een tijdje geleden had ik een mooi plan bedacht. De mensen die mij gecoacht hebben toen ik een burn-out had, gingen beginnen met een opleiding voor mensen die ook coach willen worden, en dat leek me wel wat. Ik zag namelijk wel een rol voor mezelf weggelegd binnen de grote onderwijsstichting waar mijn school toe behoort om mensen te coachen voordat ze in een reïntegratietraject terecht komen. Want als je al zo ver heen bent, dan is er meer schade aangericht dan als er eerder iemand ondersteuning biedt. Ik denk namelijk dat er veel mensen zijn die er wat aan zouden hebben om als ze het gevoel hebben dat een en ander, of misschien zelf wel alles, door hun vingers glipt, wat hulp te krijgen, en in het licht van de grote hoeveelheid geld die tegenwoordig wordt uitgegeven aan docenten die het allemaal teveel is geworden en na een periode thuis weer aan het werk willen, vond ik het een strak plan om binnen schoolorganisaties een aantal opgeleide coaches aan te stellen, die laagdrempelig zijn, want het zijn maar collega’s, maar die ook ingewerkt zijn in de specifieke problemen van de school. De voorzitter van het College van Bestuur van de onderwijsstichting dacht er helaas anders over, dus ik heb het plan moeten afblazen.151022113541-johan-cruyff-2-super-169Van K, die in de schoolleiding zit, kreeg ik een lief mailtje, waarin ze zei dat ze had begrepen dat ik een dikke nee had gekregen op mijn plan en dat ze zich kon voorstellen dat ik daardoor gedemotiveerd geraakt was. Dat viel op zich wel mee (al moest ik door die mail wel even slikken), maar ik bleef het wel jammer vinden. Want ik zie mezelf eerlijk gezegd ook niet de komende 30 jaar grammatica onderwijzen, en managementfuncties zijn niets voor mij. Tenminste, die zijn voor mij het voorgeborchte van een reïntegratietraject, dus dat lijkt me geen goed idee. Mijn idee was om me in elk geval voor de korte termijn neer te leggen bij het feit dat ik voorlopig geen coach zou worden en me te beraden op de vraag wat ik dan zou gaan doen. Maar dat hoefde niet, want ik heb onlangs een gesprek met dezelfde K gehad, die mij vertelde dat de school, dus niet de onderwijsstichting, wel behoefte had om mij als coach in te zetten, en dat ik zelfs met een genereus budget een opleiding mocht kiezen om te gaan volgen. Dus nu ben ik me vol enthousiasme aan het oriënteren op opleidingen, want ik wil natuurlijk wel een goeie. En ik ben nu al, met nog ruim 2 maanden van het huidige schooljaar te gaan, enorm gemotiveerd voor het nieuwe schooljaar. Mooi toch?

Nakijken

d02a9931cc_1447253773_Of-dat-er-jy-in-plaats-van-jij-werd-geschreven

Het is weer de tijd van het jaar: ik heb een enorme berg nakijkwerk en helemaal geen zin om het te doen. Maar uitstellen kan niet, want ik ga naar Rome en dan moet alles klaar zijn. Kortom: ik loop over van zelfmedelijden. En soms sla ik mismoedig met mijn hoofd op mijn bureau, maar dat is zo zacht van al dat papier dat ik het bijna niet merk.

2016

Het is zover: een glanzend nieuw jaar, dat nog overloopt van kansen en mogelijkheden. 2015 was al met al een heel goed jaar voor mij, want ik heb ontzettend veel gezien, gedaan en geleerd, en door wat ik in 2015 voor elkaar heb gekregen is 2016 het eerste jaar sinds, ik schat, 1990 dat ‘afvallen’ niet in mijn goede voornemens voorkomt, en dat vind ik een behoorlijke prestatie. Maar ik heb niet alles wat ik had willen doen gedaan (de eeuwige recepten voor de kook-app zijn bijvoorbeeld nog steeds niet geschreven), ik heb me ook een tijdje iets minder voortreffelijk gevoeld (B is in september naar Zuid-Afrika vertrokken, en ik had maandenlang veel moeite met zijn op handen zijnde vertrek) en lang niet alle veranderingen waar ik op had gehoopt heb ik daadwerkelijk weten door te voeren (ik krijg mezelf maar niet gemotiveerd om het huis netjes te houden, en dat stoort me, want ik kan ook niet zo goed tegen rotzooi). Ik zou echt een enorme vervelende zeur zijn als ik het hele jaar om dit soort dingen als minder succesvol zou evalueren, maar ik vind het ergens ook wel heel leuk dat ik nu een nieuw jaar heb, waarin ik die klote-app af kan maken, waarin ik me niet somber hoef te voelen omdat ik nu weet dat ik niet gehandicapt ben als een vriend verhuist, en waarin ik wellicht een systeem kan verzinnen om niet tussen de troep te gaan zitten.

Gaiman

Maar ik heb grote, creatieve, plannen met dit jaar. Ik wil januari en februari even gebruiken om dingen af te ronden (mijn essay voor de cursus Philosophy of Yoga die ik online bij Oxford University volg heeft een deadline van 4 januari, en die app gaat ook afkomen), en daarna wil ik meer. Ik heb een opleiding gevonden die ik wil volgen, als school voor me betaalt, want ik heb daar zelf niet het geld voor, en als dat doorgaat, verandert er wat in mijn werk en kan ik me in een iets andere richting ontwikkelen binnen mijn baan op school. En als ik er met school niet uitkom, dan weet ik in elk geval weer wat nieuws: ik wil niet tot mijn pensioen hetzelfde blijven doen op school. Ik ben ongeveer op de helft van mijn termijn als raadslid, en als ik herkozen wil worden (ik weet dat overigens nog niet zeker), dan wil ik me op dat vlak ook ontwikkelen, dus ik wil werk maken van een thema-commissie Cultuur, en ik wil mijn lokaal en landelijk netwerk beter gaan onderhouden. Ik wil blijven lezen, schrijven en musea, bioscopen en theaters bezoeken, maar ik wil ook dingen gaan maken. Ik blijf bloggen, maar ik heb nu ook serieuze plannen voor een roman. Laatst zei iemand tegen mij dat ik in vervolg op mijn optredens bij Toomler misschien ook mee zou kunnen doen aan de voorrondes van het Leids Cabaret Festival, en hoewel ik niet weet of ik daar wel goed genoeg voor ben, heb ik heel veel zin om te kijken of het erin zit. Het wordt een creatief jaar, dat weet ik zeker. En ach, dan kan ik misschien het huis ook wel opruimen.

In memoriam

Er zijn docenten die je nooit zal vergeten. Sommigen omdat ze heel goed waren, anderen omdat ze helemaal niet zo goed waren, weer anderen om hun humor, vriendelijkheid, kennis van zaken of iets heel anders. Maar het zijn altijd docenten van wie je iets leert, of het nou het vak is dat ze gaven of iets anders. Gisteren is Simon Peters overleden, de eerste en enige docent Grieks die ik op de middelbare school heb gehad, dus ik kan met zekerheid zeggen dat hij aan de basis van mijn kennis van het Grieks heeft gestaan, maar er was meer: ook mijn interesse in de Oudheid in het algemeen is voor een belangrijk deel door hem opgestart. Hij was een van de weinige mensen die mij ooit rijtjes heeft laten leren. Als wij aan het begin van de les nog aan het kletsen waren en hij wilde met de les beginnen, tikte hij met zijn trouwring op de rand van het bureau, en dan werd het stil – als ik dat zou proberen, zouden mijn leerlingen het getik niet eens horen, dus ik vermoed dat de natuurlijke rust die hij uitstraalde hier stevig aan bijdroeg.

Toen ik in de vijfde klas zat, stelde hij ons de vraag: ‘Als je een zak kersen hebt, en je weet dat de helft lekker is, en de helft minder, begin je dan met de lekkere kersen of met de minder lekkere kersen?’ Mijn klasgenoten beargumenteerden hun keuze (beginnen met de lekkere, want je weet maar nooit, of beginnen met de minder lekkere, want dan heb je nog iets lekkers voor de boeg), maar mijn keuze (‘ik eet gewoon kersen en ik zie wel of ze lekker zijn of niet’) wekte bij meneer Peters een verbijsterde reactie op: ‘Jij komt nog een keer in de gevangenis.’ Die voorspelling is gelukkig vooralsnog niet uitgekomen. Hij kon prachtig vertellen, met zijn rustige, zachte stem, en ik zal sommige Griekse teksten altijd met hem blijven associëren. Net als dit gedicht; ik heb meneer Peters nooit zien roken, maar als ik ‘Woordjes leren’ van Jan Eijkelboom lees, moet ik meteen aan hem denken. En vandaag doe ik dat met gepaste dankbaarheid.

WOORDJES LEREN

Jongens, heb je verdriet,
sprak toen de leraar Grieks,

dan moet je woordjes leren, woordjes
leren. Hij knikte energiek

zodat er as viel op zijn vest,
maar dat was toch al vies.

Wij lachten halfvertederd,
halfmeewarig, want tragiek

daar wist je alles van en hij,
heel oud, haast vijftig, niets.

En dat het overging als je maar
woordjes leerde, dat was iets

zo absurds, zo dolkomieks
dat het in omloop kwam als een

gevleugeld woord. Het klapwiekt
nu verdrietig om mij heen

omdat ik later woordjes leerde
waarmee je ’t monster kunt bezweren

en ik hem niet meer zeggen kan
hoe ik soms naar die stem verlang,
naar dat onhandige advies.

Gelukkig nieuw jaar

Een docent kent twee momenten om de collega’s te zoenen en het allerbeste te wensen: 1 januari, als andere mensen dat ook doen, en de eerste dag van het nieuwe schooljaar. En dat is het vandaag – dus ik heb zo’n beetje iedereen gezoend, ongeveer 60 keer belangstellend geluisterd naar andermans vakantieverhalen en ongeveer 60 keer verteld dat ik dit jaar niet ben weggeweest, maar wel een heel leuke vakantie heb gehad. Er is ook echt een soort nieuwjaarsgevoel, want iedereen heeft wilde plannen, goede voornemens en allerlei nieuwe ambities, waarvan we maar moeten zien wat daarvan uit gaat komen, maar dat maakt eigenlijk niet uit. Het fijne van zo’n nieuw jaar is dat je weer voornemens kunt maken en misschien wordt dit jaar wel echt het jaar waarop ik al mijn lessen netjes voorbereid, mooie Powerpoints maak ter illustratie van de lesstof, regelmatig contact onderhoud met al mijn tutorleerlingen (en niet alleen de leerlingen met problemen) en altijd op tijd in de les ben. Het is mijn 19e jaar voor de klas en het is tot nu toe nog nooit gelukt, maar wie weet. En anders ben ik gewoon dezelfde docent die ik al was, en dat valt uiteindelijk ook wel mee.

busVandaag beginnen we ook heel rustig, dat wil zeggen: leerlingvrij. Ik zat zowaar op tijd in de bus, zodat ik ook een nieuwe koffiestrippenkaart kon kopen bij de enige plaats in Voorburg waar de koffie te drinken is (die op school is een aanfluiting). De APV* duurde slechts een uur, waarbij een groot deel van de agenda bestond uit het voorstellen van de 16 nieuwe collega’s die ik heb, en daarna kregen we een lezing over hoe we leerlingen kunnen motiveren. In eerste instantie had ik er weinig zin in, maar het was eigenlijk wel erg interessant – de meneer in kwestie zat goed in zijn vakliteratuur en ik vond de filmpjes die hij liet zien ook echt functioneel (al verbaasde me wel dat weinig collega’s het marshmallow-filmpje kenden, dat is toch wel een algemeen bekend experiment, lijkt me). We kregen zowaar een lunch aangeboden, al heb ik daar geen gebruik van gemaakt, omdat ik zelf een fancy maaltijd had meegenomen. Toen was er tijd om rustig de spullen die ik nodig heb voor de tweedaagse workshopmarathon van morgen en overmorgen te kopiëren, en tot slot een getrapte sectievergadering, want met 9 man is het bijna niet mogelijk om allemaal op hetzelfde moment op dezelfde plaats te zijn, dus dan doen we het gewoon in etappes. En dan weer naar huis, want ook het politieke jaar is geopend, en ook vergaderingen bereiden zichzelf niet voor. Morgen heb ik een dagje met de pubers – ik heb er zowaar zin in.

* Algemene Personeels Vergadering, geen politieverordening. Ik neem altijd aanstoot aan de term ‘personeel’, ik vind mezelf een medewerker, maar dat is een andere discussie.