Categorie archief: Schrijven

Ik ben er nog

Tja. Dan kondig je begin januari aan dat je even een pauze neemt, en dan blijk je ruim 4 maanden later nog steeds een pauze te hebben. Kennelijk had ik die nodig. Maar dat betekent niet dat ik niet heel vaak aan deze blog gedacht heb – integendeel, ik heb ongeveer 2 maanden nodig gehad om af te kicken van mijn strakke blogschema. 5 posts per week was gewoon ook echt wel veel, en ik merkte dat ik er nog weinig plezier in had. Ik wilde het anders aanpakken, maar ik wist niet precies hoe, dus ik heb een tijdje helemaal niks gedaan. Nou ja, niet helemaal niks: ik heb wel aan mijn roman geschreven. De wordcount van Teenage Death Stars (want zo heet hij) is op dit moment 17643 woorden, dus dat schrijven mag ik van mezelf als progressie noteren. Ik heb ook een onverwachts optreden gehad, bij Radio 1 Vandaag, in het kader van het programma-onderdeel ‘De Optimist’. Ik was uitgenodigd om een zwaar verkorte versie te komen vertellen van mijn eerder gegeven verhaal over borsten, en die uitnodiging heb ik natuurlijk aangegrepen, want als je de kans krijgt om op de nationale radio een record ‘frequentie van het woord ‘tieten’ in 2 minuten’ te vestigen, grijp je die met beide handen aan. De opname van mijn interview en het verhaal zijn hier terug te luisteren.

Ik vond het wel moeilijk om na het Radio 1 avontuur niet meteen het bloggen weer als vanouds op te pakken, want in het interview werd er naar mijn blog verwezen, dus toen dacht ik eigenlijk dat ik als een haas voor nieuwe content zou moeten zorgen. Maar ik heb het niet gedaan. Ongetwijfeld kost deze enorme pauze me lezers, maar ik hoop dat die weer terugkomen als ik weer ga schrijven. En daar begin ik per vandaag mee. Het zal wel anders worden. Geen 5 posts per week, misschien de ene week wel, maar dan een andere week weer niks. Geen vaste lijstjes, geen verplichte nummers voor mezelf. Ik ben deze blog begonnen omdat ik het leuk vind om te schrijven, en dat vind ik nog steeds, en in dat kader wil ik ook weer wat gaan doen. Maar ik wil ook andere dingen: nog steeds de roman, en ik ga vloggen. Ik heb al een YouTube-kanaal (daar kan je je vast op abonneren, dat vind ik leuk, en dan krijg je een melding als ik eindelijk een keer over de brug kom met een filmpje) en ik heb een iPhone met een prima camera en een vastberadenheid om epic movies over lifestyle en algehele awesomeheid voor 40 plus dames te maken die alleen maar tot succes kan leiden. Vanavond zit ik op een schrijfavond in Rotterdam, zodat ik chips kan eten en ongestoord kan werken. Het is vast het begin van de voortzetting van iets moois. We gaan het meemaken.

NaNoWriMo – de eindstand

Toen ik op 1 november begon aan NaNoWriMo had ik eigenlijk niet gedacht dat ik het vol zou houden om elke dag te schrijven. November is namelijk een heel drukke maand, want los van werk en leven is er ook nog LIFF en IDFA, dus dan moet ik de hele tijd in de bioscoop zitten. Maar ik wilde gewoon ontzettend graag een keer proza schrijven, en ik ben niet iemand die dan zomaar spontaan gaat zitten, een pen pakt of een laptop aanzet en begint. Ik ben iemand die afspraken moet maken, met mezelf, of met internet, en als ik geen afspraken maak of geen idioot project heb gevonden waar ik aan mee kan doen, dan wordt het niks. Ik zou kunnen zeggen dat ik dan begin en vervolgens niet doorzet, maar dat is niet helemaal waar, want eigenlijk begin ik dan geeneens. Dan strandt het in goede voornemens en demo-versies van hoopvolle software. Doordat ik me heb aangemeld voor NaNoWriMo heb ik aanzienlijk meer gepresteerd dan ik had gedacht – weliswaar niet de 50.000 woorden waar je officieel naar moet streven als je meedoet (en die je alleen maar kan halen als je een extreem getrainde schrijftijger bent), maar wel 13.500, en dat is 13.500 woorden meer dan ik in mijn leven ooit aan proza heb geschreven.

finders-hitting-old-typewriter-keys-animated-gif

Maar belangrijker nog dan de eindstand is dat ik het zo ontzettend leuk vind om te schrijven. Ik vind het ook leuk om te bloggen, natuurlijk vind ik dat leuk, anders zou ik geen blog hebben met een vast post-schema waardoor ik desnoods ga zitten antedateren om toch nog alle stukken te schrijven die ik wil schrijven, maar proza schrijven is echt heel anders. Ik heb een verhaal bedacht, en personages, en die personages hebben een uiterlijk, dat ik heb bedacht, en familie, die ik ook heb bedacht, en wensen en dromen en angsten, die ik allemaal heb bedacht. In het kleine universum van de 13.500 woorden en de aantekeningen die ik heb gemaakt voor alle woorden die nog zullen volgen ben ik toch eigenlijk een beetje God. En dat vind ik dus leuk. Ik heb alles wat ik in november geschreven heb geprint en ik ga het even kritisch doorlezen en eens even kijken of ik die tekst niet radicaal moet omgooien (ik denk het wel) en verzinnen hoe ik het verhaal verder wil vertellen en uitbreiden. Omdat ik de NaNoWriMo-target niet gehaald heb, is er verder geen haast bij, maar ik zal toch een nieuw doel moeten hebben. Vooralsnog stel ik dat vast op 1000 woorden per week. Geen idee wanneer het boek dan af is, maar dat zien we dan wel. Vooralsnog ga ik op mijn eigen tempo genieten van het proces.

Over de helft

Het is nu 18 november, en ik merk dat ik een beetje in de problemen ga raken met alle dingen die ik in november had willen doen. Om te beginnen ben ik heel prettig aan het schrijven in het kader van Nanowrimo, maar ik lig ver achter op schema. De teller staat nu op 8108 woorden, wat volgens de prognose van de site (die uitgaat van een doel van 50.000 woorden) betekent dat ik het boek zal afronden op 14 februari 2017. Dat is op zich mooi, want dan kan ik het etentje om te vieren dat ik een roman af heb gelijk combineren met een romantisch diner ter gelegenheid van Valentijnsdag. Maar zonder gekheid: die einddatum maakt me niet zo heel veel uit. Ik ben op het moment erg trots op het feit dat ik 18 dagen lang elke dag heb geschreven. In het Engels, en dat het langzaam maar zeker vordert. En sneller kan het eigenlijk niet vorderen. De eerste week van november heb ik besteed aan achterstallig nakijkwerk, de tweede week aan werk dat achterstallig is geraakt doordat ik in de eerste week achterstallig nakijkwerk zat te doen, en deze week is het IDFA, waardoor er vanzelf weer dingen op de achterstallig-stapel raken. Ja, ik doe te veel. En nee, ik wil daar niets in schrappen.

tikkenalseenmalle

Dus ik ga gewoon nog even door met een net iets te volle agenda. Ik weet niet of alle bordjes die ik hoog probeer te houden ook daadwerkelijk niet op de grond zullen kletteren, maar ik zal mijn best doen. Volgende week heb ik weer een deadline van het huiswerk van de coach-opleiding, er moeten herkansingen gemaakt, afgenomen en nagekeken worden, de discussies die ik modereer bij IDFA bereiden zichzelf niet voor en ik ben door mijn voorraadje blogs voor als ik andere dingen aan het schrijven was heen. Dat in combinatie met het feit dat ik op het moment echt een verschrikkelijk rooster heb op school (ik heb het vermoeden dat de roostermaker een intense diepgewortelde haat voor mij heeft opgevat, maar ik heb geen idee waarom) en dat ik op school eigenlijk nergens rustig kan werken leidt tot een licht paniekerig gevoel. Maar dat wil bij mij ook weleens juist tot extreme effectiviteit leiden, dus wie weet. Mijn agenda zit voorlopig dus ramvol, en als ik dan donderdagavond terugkeer van IDFA hoef ik alleen maar even met M uit eten te gaan (want dan spreek ik die ook nog eens een keer) en dan is het sprs.me tijd: ik moet me vrijdag om 04.30 melden op Schiphol. Met een laptop in mijn tas, want het schrijven gaat door. Dat sowieso.

Een nieuw project

Bij een van mijn vele sessies van zelfreflectie (zo kan je uit het raam staren ook noemen, dan klinkt het alsof je iets superintellectueels aan het doen bent) drong het ineens tot mij door dat het meerendeel van mijn projecten fysiek zijn. Eerst wilde ik afvallen, toen wilde ik een halve marathon lopen en ik heb natuurlijk ook nog de yoga-opleiding, die ik dit jaar af wil maken. Maar ik vind mezelf helemaal niet zo’n fysiek persoon – als iemand me vraagt waarom ik überhaupt yoga ben gaan doen, zeg ik doorgaans dat dat was omdat ik mijn lichaam eigenlijk altijd gezien heb als een apparaat dat ik nodig heb om mijn hoofd te vervoeren, zodat ik allerlei input heb voor mijn brein en gelegenheid om met mensen te praten. Ik ben me inmiddels veel bewuster van mijn lijf, en dat is op zich prima, maar het zou natuurlijk helemaal niet verkeerd zijn om een keer een project te hebben waarbij ik iets met mijn hersens doe. Dat lichaam redt zich wel even. Gelukkig is er altijd de maand november, een maand waarvoor het internet maar liefst 2 challenges heeft uitgevonden: Movember en NaNoWriMo. Nou heb ik veel over voor de goede zaak, maar ik ben niet bereid een snor te laten staan voor wel doel dan ook – los van het feit dat iets op mijn gezicht laten groeien technisch gezien wel betrekking heeft op mijn hoofd, maar toch niet echt een intellectuele activiteit is. Maar een maand om een roman te schrijven, dat past heel goed in het projectplan.

nano_feature

Ik zal het ‘National’-deel van de opzet even buiten beschouwing moeten laten, want ik zit niet in de VS, maar verder is het project me op het lijf geschreven: de gedachte is dat je in de maand november in totaal 50.000 woorden schrijft, kennelijk de lengte van een gemiddeld boek, wat neer komt op 1667 woorden per dag. Als ik eerlijk ben, denk ik al bij voorbaat niet dat ik dat ga halen, maar ik kan natuurlijk wel mijn best doen. Het is tenslotte niet alsof er een uitgever op me zit te wachten, en bovendien: stel nou dat ik de geest krijg, dan zou het al indrukwekkend zijn als ik 30.000 woorden weet te genereren. Dat zou dan 1000 woorden per dag zijn,  ongeveer 2 blogs (althans, 2 van mijn blogs), en dat zou betekenen dat ik die in 2 blokjes van 45 minuten zou kunnen genereren, want dat kan ik ook met blogs. Ik schrijf in het Engels, want ik ga mezelf geen breuk zitten schrijven voor een boek dat bijna niemand leest (ja, Nederland, ik noem jullie nu ‘bijna niemand’), en het wordt een Young Adult boek. Ik heb zelfs al een titel (Teenage Death Stars) en een globale inhoud. Ik heb een boek gelezen over schrijven, want alles begint met lezen, en fancy software gedownload, want wie wil nou gewoon in Word werken? Ik heb zelfs wat blogs op voorraad geschreven, zodat ik mijn blog niet verwaarloos. Kortom, ik ben al bijna klaar. Nu nog even 50.000 woorden eruit persen…

go-bitches

En weer een dag verdwenen

Soms heb ik zulke mooie plannen voor vrije dagen. Ik heb namelijk niet zo heel vaak een echt vrije dag, dus als ik er een heb, kan ik daar al lang van tevoren plannen voor maken. Vandaag stond er helemaal niets op de agenda, althans, gisteravond werd daar op het laatste moment een interview bij Unity TV ingevoegd, maar dat duurde maar 15 minuten, dus behalve dat ik ineens toch moest douchen (want laten we eerlijk zijn, als je een dag zo vrij bent dat je niet hoeft te douchen, dan ben je echt vrij), mocht dat nauwelijks een inbreuk op mijn dag heten. Wat ik had willen doen: de bedrijfsadministratie, mijn pyjamala opruimen, mijn persoonlijke financiële administratie, in mijn Passion Planner de terugblik op september invullen, mijn agenda voor volgende week vast op gang krijgen, huiswerk voor de coach-opleiding, huiswerk voor de yoga-opleiding, lezen, boodschappen doen voor een legendarische maaltijd met wijn met M, want die moet echt altijd werken, 2 blogs op voorraad schrijven zodat ik in november een nieuw woest plan kan uitvoeren (voor het eerst in tijden een woest plan met mijn brein en niet met mijn lijf), ruzie maken met PostNL omdat ze beweerden dat een pakketje bezorgd was zonder dat het pakketje zich daadwerkelijk in mijn tastbare realiteit bevond en mijn nieuwe ring ophalen bij Eva Schreuder. Oh, en op de valreep bleek dat ik moest wachten op mijn vervangende iPhone. Je zou bijna stress krijgen van je vrije dag.

oplossingen-voor-de-meest-voorkomende-problemen-rondom-to-do-listsEn wat ik heb gedaan? Ik heb nog net op tijd mijn ruzie met PostNL in werking gezet, want het pakketje werd om 11 uur alsnog bezorgd, met kort daar achteraan mijn iPhone, zodat ik vervolgens bijna de hele dag hebt verkloot. Ik heb het nog voor elkaar gekregen om de ring op te halen en te douchen voor het interview, en een schitterend stuk dry-aged rundvlees gekocht voor de legendarische maaltijd, maar verder heb ik dus helemaal geen ene klap gedaan. Ja, ik heb geloof ik 6 afleveringen van Luke Cage achterelkaar door gekeken, waarbij ik tot 2 keer toe de Netflix-pop-up kreeg ‘Ben je nog aan het kijken?’ (waarbij de impliciete vraag volgens mij is ‘Of ben je inmiddels overleden en door je kat opgegeten?’ of ‘Waarom ga je niet iets doen met je leven?’ of ‘Serieus, Susannah, is dit waar je die studie voor gedaan hebt?’, maar misschien ben ik een beetje paranoïde), en koeken gegeten omdat ik zo ontzettend veel honger had doordat ik gisteren heb hardgelopen. En vanaf het moment dat M thuis kwam en ik aan de voorbereidingen voor het eten begon, ben ik weer keurig in het gareel gesprongen, want de maaltijd was inderdaad legendarisch (rib-eye, zoete aardappelfrietjes en snijbonen, met een heerlijke rode wijn, voorlopig de laatste alcoholische consumptie want ik ga een week lang graag leven vanwege de halve marathon) en het maakt hem gelukkig niet uit of ik mijn Passion Planner heb ingevuld. Maar deze dag is verdwenen, en die krijg ik nooit meer terug. Het zij zo.

Extended workplace

Ik heb een tamelijk strakke planning. Iedereen die mij een beetje kent of leest, weet dat ik geobsedeerd ben door agenda’s, to do lists, Passion Planners, Bullet Journals, time management methodes en andere manieren om in elk geval de schijn op te wekken dat ik weet wat ik aan het doen ben, of in elk geval wanneer ik het zou moeten doen. Maar soms wil er weleens iets bij inschieten, bijvoorbeeld omdat ik het vergeet in een lijstje op te nemen, of omdat het op een lijstje staat dat ik niet synchroniseer met de moederlijst. En dan gaat het mis, want dan heb ik geen tijd om kleren te wassen, te sporten of, en dat is natuurlijk het ergste, mijn blog bij te werken. Gelukkig heb ik op maandag de eerste 2 uur vrij, dus dan kan ik, als ik het een beetje goed plan, gewoon naar Voorburg alsof ik om 8.30 moet lesgeven, en dan met mijn laptop, die ik dan niet moet vergeten, bij Coffee Works gaan zitten, waar de koffie goed is en het WiFi-signaal sterk. Er waren tijden dat ik dagenlang bij Bagels & Beans of Anne & Max in Leiden kon gaan zitten schrijven, maar dat is helaas niet meer mogelijk – dus anderhalf uur rustig werken in een prettig café op een maandagochtend, met koffie, laptop en inspiratie is een gigantische luxe. Maar dan moet je wel rustig kunnen werken. Helaas zijn er meer mensen die weten dat het bij Coffee Works goed werken is; schuin tegenover me zat een aardige jongen op zijn laptop te tikken, die ik vooral aardig vond omdat hij niet aan het praten was.

extended-workplaceDat alles in tegenstelling tot de man die achter me zit, die er geloof ik elke dag is, die het hier zo rustig vindt dat hij al zijn zakelijke telefoongesprekken hier doet. En omdat ik nogal snel afgeleid ben, ga ik naar die gesprekken zitten luisteren. De inhoud ervan interesseert me geen moer, maar de misdaden die deze man tegen de taal pleegt zijn wat mij betreft reden voor een melding bij de Verenigde Naties. Het begon met ‘ik zit in mijn extended workplace’, wat ik nog wel een mooie term vond, maar het escaleerde al snel. Ik heb genoteerd: ‘ik zit er ongeladen in, hoor’ (?), ‘de routing is wel belangrijk’ (??), ‘ik heb hem helemaal scherp’ (???), ‘ja, zij zit ook zo in de wedstrijd’ (?²) en ‘als zij eenmaal geframed heeft, heeft ze geframed en dan kom je er niet meer vanaf’ (√?)*. Zo kan ik dus niet werken, want ik moet luisteren naar die dwaas en dan alles opschrijven. Dossiervorming, zogezegd, want hij vervuilt mijn extended workplace met zijn gebabbel. Op een gegeven moment werd het me echt te gortig, en wel toen hij zei ‘Om in jouw metafoor te blijven: om de krenten uit de pap te halen, moet je wel pap eten. En pap kan heel lekker zijn.’ Ik heb even overwogen om met hem te gaan praten, maar het was voor iedereen goed nieuws dat ik naar school moest. Kon hij rustig doorwerken zonder een of andere crazy bitch die hem gek gaat zitten maken over zijn taalgebruik, en ach, die pubers zijn wel wat gewend van me. Volgende week zit ik daar denk ik weer. Beetje werken, beetje taalramptoerisme. Zo ben ik.

* Ja, ik weet dat √? lager is dan ?².

Daar gaan we weer

Ik kan het niet langer ontkennen: de zomervakantie is voorbij. De zomer niet, heb ik de indruk, want zoals altijd wordt er een hittegolf aangekondigd voor de eerste dag waarop ik weer aan het werk ga, maar ik zal me moeten neerleggen bij de harde realiteit dat het, in elk geval voor mij, voorlopig even gedaan is met het nietsdoen. Ik ben op 31 juli teruggekeerd uit Noorwegen, waar M en ik hebben genoten van een heerlijke vakantie, 2900 kilometer hebben gereden met een enorme Toyota Auris stationwagon (Auris betekent kennelijk ‘gigantische unit’ in het Japans), gegeten hebben van de meest uitgebreide ontbijtbuffetten, en hebben gekeken naar fjorden, watervallen en sneeuw. Oh ja, en een inblikmuseum bezocht. En een rockmuseum. Ik had de stellige intentie om zodra ik terug was weer te gaan bloggen, maar het wilde maar niet lukken. Ik had geen inspiratie, geen zin om achter de laptop te gaan zitten en geen verplichting om met allerlei teksten over de brug te komen, dus ik ben keurig 3 weken achter elkaar ingelogd om de datum in de ‘ik ben weer terug op…’-tekst nog een weekje op te schuiven. Vorige week begon het al een stuk meer op een normaal leven te lijken, omdat ik me had aangemeld voor de Zomerschool Klassieke Talen aan de VU. Drie dagen lang om half 7 op is een mooie voorbereiding op het jaar, zeker als dat betekent dat ik, naast hernieuwde wekkerdiscipline, ook al bijna alle examenteksten heb gelezen. En met mijn nieuwe pennen heb kunnen schrijven.

cursusMaar vandaag begon het natuurlijk echt. De docenten in mijn regio, ik geloof dat het ‘midden’ is, mochten zich vandaag weer melden. Op sommige scholen werd ook gelijk met de leerlingen aan de slag gegaan, maar die van ons hebben nog een dagje respijt – terwijl wij achtereenvolgens mochten genieten van de programma-onderdelen koffiedrinken en bijkletsen over de vakantie (vind ik vreselijk, ik heb helemaal geen zin om over mijn vakantie te vertellen, laat staan een uitgebreid verhaal te horen over de vakantie van een ander), een Algemene PersoneelsVergadering (altijd mooi, zoals ik me weet te ergeren aan het woord ‘personeel’ als dat op mij van toepassing is), een lezing van de YoungWorks over ruimte bieden voor de talenten van leerlingen (zou ik cynisch over kunnen doen, maar ik vond het eigenlijk wel mooi), een lunch aangeboden door de school (in het kader van ‘wen er maar niet aan, de volgende keer dat je geen eigen zompig pakketje brood uit je tas hoeft te eten is de Kerstlunch’), een sectievergadering (we zijn inmiddels met 6 dames en 1 heer, die allemaal wel ergens iets van vinden, dus dat duurt even) en een vergadering voor alle tutoren (waarbij de eerste collega die boos wegliep en met deuren smeet zich alweer aandiende). Tussendoor heb ik planners gemaakt en me voorbereid op de activiteiten van dinsdag en woensdag: 2 dagen lang een workshop ‘ontspannen’ geven aan leerlingen van de 6de klas. Al met al geen rustige dag, maar ik voelde me gelijk weer aan alle kanten geïnspireerd. Ook om te bloggen. Ik ben er weer!

school

Boekenweek

Het liefst lees ik Engelstalige literatuur. Dit komt niet doordat ik een beetje een aansteller ben (ook al ben ik dat misschien wel), maar doordat ik in het Engels heb leren lezen en ik dat gewoon net iets makkelijker vind dan in het Nederlands lezen. Waarschijnlijk helpt het feit dat ik dus veel meer meters maak op het gebied van de Engelstalige literatuur dan op Nederlandstalige ook niet, want daardoor zal ik het altijd prettiger vinden om in het Engels te lezen. Met de Boekenweek heb ik doorgaans dan ook weinig, want de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, de motor achter het jaarlijkse leesfeest, heeft een andere doelgroep. Maar dit jaar was het iets anders, want ik had drie redenen om geïnteresseerd te zijn in de Boekenweek. De eerste reden had niets met Nederlandse literatuur te maken, en zelfs niets met Engelse, maar met Franse, want Joël Dicker (inderdaad, de schrijver van La verité sur l’affaire Harry Quebert, het Franstalige boek dat ik eerder dit jaar heb gelezen) was uitgenodigd voor een koffietafelgesprek op zondagochtend bij de Leidse boekhandel Kooyker. Daar moest ik natuurlijk heen, en hoewel de sessie was georganiseerd om het nieuwe boek van Dicker, Le livre des Baltimore, in het zonnetje te zetten, vond ik het vooral een uitgelezen kans om de man te ontmoeten en hem mijn volledig afgetrapte exemplaar van zijn megaseller (4 miljoen exemplaren wereldwijd) te laten signeren. Hij bleek behalve erg knap ook nog vreselijk aardig – en hij was enorm onder de indruk van het feit dat ik zijn boek in het Frans heb gelezen. Dat soort complimenten ontvang ik natuurlijk graag.

boekenweek1Toen ik na afloop van de Dicker-sessie het nieuwe boek in het Frans wilde bestellen (Nederlands was op voorraad, Engels nog niet verschenen), kreeg ik de tweede reden om de Boekenweek mee te maken op een presenteerblaadje aangereikt: Jan Siebelink, die ik zelf 2 keer eerder heb mogen interviewen, zou op woensdagavond in dezelfde boekhandel geïnterviewd worden over zijn nieuwste boek, Margje, het verhaal van de moeder – dat wil zeggen, de vrouw achter de man van Knielen op een bed violen. Win-win, leek me: ik kon Jan weer eens spreken (ik zeg inderdaad geen meneer meer tegen hem) en wellicht kon ik me laten enthousiasmeren voor een Nederlands boek. Beide zijn gelukt, want we hebben voor aanvang van de sessie kort bijgepraat en het voornemen geuit een keer rustig af te spreken en na afloop ben ik in de signeer-rij gaan staan en heeft hij met zijn turquoise vulpen zijn boek voor me gesigneerd. Tijdens het interview, dat overigens erg interessant was, want Jan kan goed vertellen en Onno Blom, de interviewer, stelt meestal goede vragen, had ik aanzienlijk meer plezier dan Blom toen Jan ineens zei ‘Volgens mij heeft Susannah wel een vraag.’ Natuurlijk had ik wel een vraag, want ik heb altijd wel een vraag, maar het publiek keek me gelijk aan alsof ik een soort filmster was, en dat is ook wel eens een keertje leuk. Ik heb het boek nog niet gelezen, want ik wil er wel voor in de stemming zijn, en dat gevoel heb ik vooralsnog niet, maar ik zal het zeker gaan doen.

boekenweek 2

Als cadeau bij reden 2 om de Boekenweek mee te maken kreeg ik reden 3 aangereikt: het Boekenweekgeschenk. Dit jaar is het geschreven door Esther Gerritsen, en ging het gelukkig niet over het thema van de Boekenweek (Duitsland? Kom op zeg, zijn de thema’s op?), maar over een carrièredame die ineens haar broer, met wie ze een bijna nietsbetekenende relatie had, in huis moet nemen omdat zijn been geamputeerd wordt. Ik had nog nooit iets van Gerritsen gelezen, en ik weet ook niet of ik daar door dit boekje nu per se veel meer behoefte aan heb, maar ik vond het zeer vermakelijk. Ik heb het helemaal gelezen in de trein van en naar Amsterdam, want het was weer yoga-opleiding, dus ik moest toch reizen, en dat kon met dit boekje in de hand zelfs gratis. Dat vind ik wel een mooie actie van de NS, dat je op de laatste zondag van de Boekenweek de achterkaft van je boek kan scannen en dan voor helemaal niets kan reizen waar je maar heen wilt. Ik heb er maar liefst €10,80 mee uitgespaard, ongeveer 25% van het bedrag dat ik in de Boekenweek aan boeken heb uitgegeven, dus dat is wat mij betreft net leuk. En de kleine 100 pagina’s die Broer besloeg passen dus precies in de 2 maal 30 minuten die ik toch al in de trein zou zitten. Zo krijgen we de mensen wel aan het lezen natuurlijk, en daar gaat het maar om. Ik heb mezelf meteen op de mailinglist van Kooyker laten zetten, dus ik hoop ook buiten de Boekenweek mooie literaire activiteiten te kunnen ondernemen. Want lezen is toch een van de leukste dingen die er zijn. En schrijven natuurlijk, maar voordat ik zover ben dat ik op die manier de Boekenweek mee kan maken zijn we wel een paar utopieën verder, vrees ik. boekenweek 3

Compelling future

Soms neem ik me voor om even uit mijn comfort zone te gaan. Dat zijn dan de momenten waarop ik bijvoorbeeld een nieuwe gym ga testen, of een nieuw gerecht kook, of me kwetsbaar opstel ten aanzien van mensen bij wie ik dat niet gewend ben te doen. Want hoewel ik mijn emoties door middel van deze blog nogal vaak over het internet heen hoereer, offline ben ik best gesloten. Althans, alles wat ik laat zien is door mijn eigen interne PR-bureau gecensureerd en goedgekeurd voor de openbare ruimte. Maar toen T, die sinds kort een fractiegenoot is, op Facebook een oproep deed voor mensen om als proefkonijnen op te treden voor zijn coachingsopleiding, leek me dat wel een goed moment om weer eens iets te doen dat ik nieuw en eng vind, en waarbij ik niet 100% de controle heb over wat er ging gebeuren. Een heel end uit de comfort zone dus. En laten we eerlijk zijn: gratis coaching is altijd mooi meegenomen. Ik meldde me dus aan en vandaag was het gesprek. T zijn opleiding is op het gebied van NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren), waar ik verder niets vanaf weet, maar in het geval van ons coachingsgesprek mocht ik een doel benoemen en gingen we een oefening doen zodat ik dichter bij dat doel kon komen. Het doel dat ik voor mezelf had geformuleerd was ‘een roman schrijven’. Dat is een oprecht doel; ik wil dat echt heel graag, ik heb ook al veel ideeën, maar van het daadwerkelijke schrijven wil het maar niet komen.

nlpNa een inleidend gesprek besloot T tot de oefening die achteraf ‘Compelling Future’ bleek te heten. Ik moest mijn doel op een papiertje schrijven, en toen kwamen er nog meer papiertjes: die met het effect (dat mijn roman af was en dat ik veel nieuwe dingen geleerd zou hebben), de belemmeringen (de onrust die ik voel, dat ik geen tijd heb, geen rustige locatie, dat de inspiratie, techniek en discipline waarvan ik weet dat die er is er maar niet uitkomt), wat ik nodig heb (rust, locatie, tijd, me kunnen afsluiten voor alle andere impulsen en dat ik er echt voor moet kiezen om het te doen) en hoe ik me nu voel ten aanzien van mijn doel (stuurloos). Vervolgens legde T de blaadjes op de grond en moest ik ‘in het nu’ gaan staan, dus op het blaadje van nu. Er volgde een soort heen en weer gestap over al die blaadjes heen, met de dingen die ik nodig had in mijn hand. En hoewel ik nogal wat moest overwinnen, vooral de gedachte dat het nogal simpel is om me op een blad met mijn eigen doel te zetten, en me vervolgens een blad met de hulpmiddelen die ik zelf geformuleerd had te geven, en dan te constateren dat dat een opluchting was, heb ik er wel wat aan gehad, denk ik. Want ik weet nu dat ik echt wel graag aan die roman wil schrijven, en dat ik er last van heb dat ik constant door allerlei dingen word afgeleid. Dus dat ik ervoor zal moeten zorgen dat ik afleidingsvrije tijd en plaats voor mezelf creëer, want dat het er anders niet van zal komen. En nu maar hopen dat die future zo compelling is als hij tijdens het uitvoeren van de oefening leek.

De spooons-app

Ik heb gisteren het oud papier weggebracht. Nou zal ik de eerste zijn die beaamt dat ik bijna nooit een huishoudelijke klus doe en dat het feit dat ik mezelf een keer in de richting van de container heb weten te motiveren op zich al vermeldenswaardig is, maar dat is niet de reden dat ik het nu vertel. Want het gaat in dit geval niet om het papier als zodanig, maar om wat er op het papier stond. Het wegbrengen van de doos die al jaren onder mijn werktafel staat en die de vergaarbak is van alle prints van werkdocumenten van de spooons-app is namelijk de laatste, ja echt de allerlaatste, stap in het voltooiingsproces van de app. Ik praat er al jaren over, het staat op al mijn to do-lijstjes, in al mijn goede voornemens en in elke vakantieplanning: de recepten voor de app afmaken. Maar nu is het gelukt. En daar ben ik trots op. Het heeft me zo’n beetje mijn hele voorjaarsvakantie gekost om het allemaal voor elkaar te krijgen, maar daardoor kan ik voor het eerst in ik weet niet hoe lang aan een schoolperiode beginnen zonder het gevoel dat er iets is dat ook nog moet (nou ja, er is genoeg iets dat ook nog moet in mijn leven, maar het is nu niet meer dit), en dat is natuurlijk een enorme opluchting. Voor mij, want ik hoef niks meer te schrijven, voor M, want die hoeft niks meer te corrigeren, en ik vermoed ook voor B, want die keert terug uit Zuid-Afrika en hoeft zijn zakenpartner niet meer aan te sporen om de laatste oh zo zware loodjes tot het einde te dragen. Dus dan is het wegdoen van alle papieren wel een foto-momentje waard, lijkt me.

spooonsappDe spooons-app is overigens een ontzettend leuk ding. Het is een app voor mensen die voor 1 persoon koken. De gedachte is dat die mensen niet altijd tijd of zin hebben om een uitgebreid diner voor zichzelf te koken, maar wel lekker willen eten. Vaak is het voor die mensen lastig om boodschappen te doen omdat alle verpakkingen voor minstens twee personen zijn, zodat ze ofwel 2 keer hetzelfde moeten eten, ofwel aan het eind van de week voor meerdere euro’s eten in de prullenbak moeten doen, omdat die goedbedoelde zak wokgroenten nou eenmaal niet eeuwig meegaat. Met spooons krijg je voor minder dan €0,40 per week* 4 recepten voor 5 dagen eten (er zit een maaltijd bij waar je 2 dagen van kan eten, inclusief opwarminstructies), en je krijgt boodschappenlijstjes die zijn onderverdeeld in vaste producten (zoals uien, knoflook, boter en kaas) en dingen die je sowieso moet kopen (groente, vlees, zuivel) om de gerechten te kunnen maken. Er zijn handige timers en de gerechten zijn bijna altijd binnen 30 minuten klaar. De app is een idee van B, van toen hij zelf tot de doelgroep behoorde. Ik zou de recepten schrijven: 52 keer 4 recepten en nog een reserveset van 26. Die recepten zijn nu af, en dat is een mijlpaal waar ik eens even uitgebreid op plaats ga nemen. En als ik daar zit, ga ik nadenken over mijn nieuwe project.

app*Ja, de app is wel gratis, maar de recepten niet: je koopt credits en voor de credits koop je recepten als je die wil kopen. 1 week recepten kost 1 credit. Ik vind dat zelf niet zo duur, zeker niet als je bedenkt dat we niet verplicht zijn tot enige vorm van product placement van een bedrijf dat ons sponsort zodat de app gratis kan zijn – en je gooit dus geen eten weg, en dat is ook een besparing. Ik heb vooralsnog geen cent winst gemaakt overigens.