Categorie archief: Theater

Weerstand

Vrijdag ben ik teruggekeerd uit Rome, en ik had me erg verheugd om op zondag met L naar het yoga-festival in Leiden te gaan: beetje rondlopen in een legging (‘yoga-pants are the best pants’), beetje gezonde dingen eten en drinken, beetje voor mij onbekende vormen van yoga bedrijven. Dat leek me een topdag, maar het mocht niet zo zijn, want het had D66 behaagd om een bijeenkomst voor cultuurwoordvoerders te organiseren. Op zondag in de vakantie. En als cultuurwoordvoerder van D66 Leiden was ik daar behoorlijk boos over. Maar ja, ik ben natuurlijk wel gegaan, want ik wist zeker dat het een belangrijke bijeenkomst zou zijn – waarbij ik me natuurlijk wel het recht voorbehield om van begin tot einde over te lopen van weerstand. De dag begon goed, want ik had nog een gymsessie in mijn schema weten te persen, zodat ik ondanks 8 dagen Rome toch weer op 100% trainingen zat (en dat blijft een belangrijk getal voor mij). Bovendien scheen, ondanks de ongunstige weersvoorspellingen, gewoon de zon, zowel in Leiden als in Utrecht. Eigenlijk mocht ik niet klagen. En daar baalde ik dan weer van, want ik wilde zo graag klagen. Als ik eenmaal weerstand voel, wil ik me daar wel even lekker in kunnen wentelen.

kunsthartDe bijeenkomst was veel minder erg dan ik had verwacht – ik zat bij een sessie over cultureel vastgoed, op zich een onderwerp waar je me zelfs op een goede dag niet joelend op de bank krijgt, die neerkwam op een discussie die best prettig was, waarbij me wel opviel dat in sommige gemeentes cultureel vastgoed vooral gaat over buurthuizen, terwijl het in Leiden wel een niveau of 3 hoger is. Maar een discussie met D66’ers komt in elk geval altijd van de grond, want praten is onze hobby, dus die was eigenlijk best leuk. Bij de gezamenlijke terugkoppeling was de landelijke woordvoerder cultuur (Alexander ‘koop 2 Rembrandts’ Pechtold) ook aanwezig, en ik heb twee van mijn favoriete stokpaardjes over cultuureducatie (dat we het literatuuronderwijs niet moeten vergeten, en dat we kinderen ook moeten leren om kunst te beleven, want het zijn toch de theater- en museumbezoekers van de toekomst) kunnen berijden ten overstaan van Paul Schnabel. Maar de weerstand viel eigenlijk helemaal weg toen we de voorstelling ‘Kunsthart‘ van Mugmetdegoudentand gingen kijken. Ik had niet echt een positieve verwachting van een drieluik over cultuurbeleid in Nederland, maar het was prachtig. Vooral het derde stuk, waarbij de visie op kunst en cultuur van Mark Rutte in een (fictieve) monoloog werd uiteengezet, vond ik zeer de moeite waard. Dus dat ik op weg naar huis alsnog nat ben geregend – ach, wat maakte het uit? Het was een mooie dag.

De Lammermarkt

Dat ik een groot fan ben van de producties van het PS Theater, mag inmiddels voor de lezer van deze blog bekend zijn. Ik heb genoten van De Hoop van Leiden en van Het Geloof van Leiden, ik ben bij een PS Ontmoet geweest en een Leids evenement is wat mij betreft pas een Leids evenement als het PS Theater er met de caravan staat. Ik ben natuurlijk ook Vriend, en in die hoedanigheid werd ik uitgenodigd voor een theaterportret van Mabroek. De firma Mabroek verhoudt zich tot vlees zoals het PS Theater tot voorstellingen, want ik ben ook een enorme fan van Mabroek. De mannen daar zijn aardig, kundig, ruim bevoorraad met goed betaalbare producten, en ze hebben kalfs- en lamslever, iets waar je bij de meeste slagers meestal pas aan kan komen als je het een week van tevoren bestelt, en dan mag je er flink voor dokken. Dit theaterportret was dus voor mij alsof ik werd uitgenodigd op de bruiloft van twee goede vrienden, dus dan zeg je geen nee. M en ik moesten ons op een zondagmiddag melden in de winkel van Mabroek, waar we werden onthaald met thee en hapjes en daarna onze headsets in ontvangst mochten nemen. Het theaterportret was namelijk deels live, deels door middel van een geluidsopname, voor het PS Theater een bekende vorm, maar ik had het nog nooit meegemaakt.

mabroek1

Vanuit het uitkijkpunt bij Molen de Valk hadden we een ruim uitzicht over de Lammermarkt, waar vroeger de Leidse veehandel was. Op onze headsets hoorden we over de handelaren, de melksalon en de strontlucht, terwijl we uitkeken over de bouwput waar de nieuwe parkeergarage komt. Maar door de manier waarop het verhaal verteld werd, zagen we al die dieren voor ons. Tegen die achtergrond leerden we over de heer Abdales, die met de eerste gastarbeiders meekwam naar Nederland, om ervoor te zorgen dat ze de dingen konden eten die ze thuis ook aten. Hij regelde dat vlees halal geslacht werd, en de zaken liepen goed. In 1974 opende hij met zijn zoon  de winkel op de Nieuwe Beestenmarkt (hij heet ‘Mabroek’ omdat dat ‘gefeliciteerd’ betekent – dat riepen veel mensen tegen hem toen hij zijn nieuwe pand had), waar zelfs de autochtone Leidenaar heen werd gelokt door de vriendelijke manier waarop de heren Abdales hen kennis lieten maken met Mediterrane producten. Toen we weer terug waren gekomen in de winkel, zong Rian Evers een lied voor ons over de winkel, terwijl wij van Driss persoonlijk hapjes kregen. Het was een mooi theaterportret van een bijzondere groep mensen. En zo vaak komt het niet voor, dat je na het cultuursnuiven gelijk boodschappen kan doen voor de hele week…

mabroek2

Een zondagje cultuur

Hoewel ik het de laatste tijd voor mijn gevoel heel erg druk heb, wil het soms gebeuren dat ik ineens een dag heb die ik helemaal zelf kan invullen. Tot mijn verbazing was gisteren zo’n dag; dat kwam vooral doordat ik met de beslissing volgend jaar de yoga-opleiding deeltijd te gaan volgen gelijk geen verplichting meer had om workshops bij te wonen, en daarmee kreeg ik een zondag terug. De invulling van die dag diende zich al snel als vanzelf aan: er draaide een film die ik eigenlijk al lang geleden had moeten zien, de Leidse toneelgroep PS Theater had een nieuwe voorstelling, en M was ’s avonds weg, dus ik kon tot laat mijn tijd helemaal zelf invullen. Heerlijk. In het Kijkhuis draaide ’s middags La Dolce Vita, een film die aan mij alleen bekend was door de wereldberoemde scène van Anita Ekberg in de Trevi-Fontein, maar ik had verder werkelijk geen idee waar de film over ging. Datzelfde gold voor S, met wie ik al heel vaak in Rome ben geweest, en die het ook wel een mooie invulling van de zondagmiddag leek om een tijdloze klassieker te zien. Anita was al na 30 minuten in de fontein geweest, en toen moesten we nog 2,5 uur. En dat viel ons beiden zwaar – het blijkt dat je nog zoveel van Rome kan houden, maar een film van 176 minuten in het Italiaans aan het eind van het schooljaar maakt het kennelijk onvermijdelijk dat 2 docenten hier en daar even een klein tukje doen. Ik vermoed dat ik de hele film nog een keer zal moeten zien, maar dan als ik iets fitter ben, want het was volgens mij wel prachtig.

dolcevita

Mijn avondprogramma was uiterst Leids: de nieuwe voorstelling van het PS Theater, Het geloof van Leiden, in de Pieterskerk. Aan deze voorstelling werden bijdragen geleverd door Theatergroep Domino, Dansorkest Date 7-2-7 en een groep jongeren (volgens mij voor een groot deel de leerlingen van het Da Vinci College die vorig jaar meededen aan De hoop van Leiden) – en van de acteurs van het PS Theater natuurlijk. Het was een dynamische, interactieve voorstelling over twee mensen die een pop-up utopie beginnen, waarbij allerlei belangrijke vragen werden gesteld over participatie, de uitvoerbaarheid van sommige plannen en of iedereens bijdrage even wenselijk is, vermengd met een verhaal over nieuwe Adams en Evas (gespeeld door tieners). En er was een kip. De Pieterskerk is natuurlijk een prachtlocatie, maar los daarvan heb ik een aantal indrukwekkende beelden gezien: de pubers die in witte kleren heen en weer renden, het jongetje op de scooter en de outfit van Jonah. Ik vond het een interessant stuk, en ik vind eigenlijk dat iedereen die een mening heeft over politiek en de participatiemaatschappij deze voorstelling zou moeten zien.

ps theaterToen ik thuiskwam, was M er nog niet, dus toen had ik alle tijd om een langlopend project af te ronden. In het kader van het 101 dingen-project wilde ik 26 films zien, die met alle letters van het alfabet beginnen. Het ging in het begin tamelijk snel, en ik was heel blij toen er een nieuwe film over de X-Men uitkwam, maar op een gegeven moment had ik 3 letters die ik maar niet gevuld kreeg: de F, de Q en de U. Dat heb ik me voor dit levensjaar als doel gesteld, en het is gelukt. Ik heb Frozen gezien, the Fault in our stars, en via Netflix vond ik de laatste 2 ontbrekende letters. Vorige week zag ik The Usual suspects (zo’n film die iedereen al heeft gezien, behalve ik), en een handige zoektocht op de Q leverde de film Quartet op, een lieve, gezellige film over een bejaardenhuis voor musici, met alle onderlinge spanningen en toestanden. Quartet zal me niet bijblijven als een van de hoogtepunten van de filmgeschiedenis (het is geen La Dolce Vita), maar aan de andere kant, ik bleef wel wakker. En ik heb een vinkje kunnen zetten, en dat is me ook wat waard. Dat lijstje staat nu op 76 van de 101 voltooid – eens even kijken hoe veel verder ik kan komen.

De foto van het PS Theater komt van de site van de toneelgroep.

Medea

De Medea van Euripides bezoeken is een beetje zoals naar een film over de Titanic kijken: hoe het verhaal ook wordt ingevuld, welke dramatische invalshoek er ook gekozen is, het maakt allemaal uiteindelijk niet zoveel uit, want het loopt slecht af. Medea is uiteindelijk toch de vrouw die haar kinderen zal vermoorden, en of je aan het begin van de voorstelling sympathie voor haar hebt of niet, of voor een deel mee kan gaan met haar overwegingen of niet, aan het eind ga je met een naar gevoel naar buiten. Want wie vermoordt nou haar kinderen? In de voorstelling die ik zaterdag met M bezocht, de Medea van de Toneelgroep Amsterdam, heette het hoofdpersonage niet eens Medea, maar Anna, maar dat veranderde niets aan het feit dat zij voor een groot deel overeenkwam met Medea: haar man verliet haar voor een andere vrouw, waarbij het twijfelachtig is of er sprake is van een carrièremove of ware liefde, de verlaten vrouw (in dit geval een dame met een flinke intellectuele achtergrond en een mooie carrière) pikt dat niet en gaat over op radicale middelen. Dit was een nieuw stuk, naar aanleiding van Euripides geschreven door Simon Stone, die ook de regisseur was, en het verhaal uit de oudheid werd op een verfrissende en zeer boeiende manier ten tonele gebracht. We hebben genoten.

medea3Maar nu ik dat gezegd heb, wil ik eerst nog even een beetje zeuren. Ik kan er namelijk ontzettend slecht tegen als ik naar een tekst moet luisteren die niet goed vertaald is. Stone heeft de tekst in het Engels geschreven (maar hij is ook Engels, dus no problem there) en daarna is hij door maar liefst twee mensen van of namens de Toneelgroep Amsterdam vertaald. Kennelijk met een flinke tijdsdruk, want ik hoorde constant de Engelse tekst achter wat er gezegd werd. ‘Ben je OK?’ is geen goed Nederlands, dat is wat je krijgt als je ‘Are you OK?’ door Google Translate gooit (en ja, ik weet dat er een boek is dat ‘Ik ben OK, jij bent OK’ heet, maar dat is dus even slecht en geen reden om het dan maar over te nemen). Als iemand een enorme snijwond in haar hand heeft gemaakt, zeg je ‘Moet dat gehecht worden?’ en niet ‘Heb je hechtingen nodig?’. Dat is namelijk een letterlijke omzetting van  ‘Do you need stitches?’. Er waren nog meer van dit soort dingen (zoals curieuze vertalingen van werkwoordstijden), maar die zouden nog als kleine irritaties waar ik me overheen zou moeten zetten kunnen worden ingedeeld. Helaas zaten er ook echt fouten in: Mary-Louise, de maatschappelijk werkster, zei dat ze ‘bij de sociale dienst’ werkte. Daar werk je helemaal niet, meid. Je verdeelt geen uitkeringen, je werkt bij wat in Engeland ‘social services’ heet, en dat heet in Nederland heel anders. Slordig. Misschien moet ik de TGA aanbieden om voortaan nog even als de taalnazi die ik ben de teksten door te lezen.

medea2Ik vond het taalgedoe vooral jammer omdat ik het zo’n mooie voorstelling vond. Los van de actualisatie (iets waar ik niet per se aan hecht, ik heb niets tegen de oudheid tenslotte), is dit sowieso een belangrijk stuk: ik heb prachtig spel gezien, vooral van Marieke Heebink en Aus Greidanus Jr. als Anna en Gijs (de Medea en Jason van de 21ste eeuw), en het toneelbeeld was werkelijk schitterend. Het was een enorme, totaal witte bak, waar veel ruimte was voor de acteurs om zich vrijuit te bewegen, zodat het ook mogelijk was om in een scène twee dialogen die zich in verschillende ruimten bevonden door elkaar te laten lopen, en er ook prima heen en weer gelopen kon worden. Toen het allemaal echt mis ging, begon er in die grote witte ruimte een asregen te vallen, en dat is misschien wel het mooiste wat ik in tijden heb gezien (als ze dat voor me zouden filmen zou ik er echt dagen naar kunnen kijken). De kinderen van Anna en Gijs maakten een videodagboek, dat ook relevant zou blijken voor de dramatische ontwikkeling, en die beelden werden, samen met beelden van andere camera’s, op een deel van het decor, dat een scherm was, geprojecteerd – een mooie vondst, die precies vaak genoeg werd toegepast, zodat het geen gimmick werd. M en ik waren allebei erg onder de indruk van deze voorstelling, en we waren niet de enigen; na afloop heb ik een meneer die fysiek nogal in de war was geraakt wat water moeten geven om hem te helpen herstellen. En dat is drama.

Nacht van Kunst en Kennis

Het ruime cultuuraanbod in Leiden manifesteerde zich afgelopen zaterdag in de jaarlijkse Nacht van Kunst en Kennis, een evenement waarbij mijn twee lievelingsdingen (nou ja, twee van mijn lievelingsdingen, de Nacht van Yoga en Kroketten zou ook een tof plan zijn) zich in combinatie met elkaar voordeden. Er was een fantastisch programma, dat in een glossy folder met handig blokkensysteem te overzien was – maar het nadeel van zo’n blokkenschema is dat je onmiddellijk bij iedere keuze die je maakt beseft wat je allemaal niet gaat meemaken. En dat is nogal wat. Zo heb ik, om de boel even negatief te benaderen, Arnold Heertje, Paul Cliteur en Bas Haring niet gezien in Museum Volkenkunde, ik heb niet deelgenomen aan het NTR Wetenschapscircus in Boerhaave, Vincent Icke was in de Sterrenwacht en ik niet, en de Stadsgehoorzaal ben ik überhaupt niet in geweest. Bovendien hebben M en ik een aantal dingen gemist, omdat we gewoon botweg net iets te laat waren: Spinvis tussen de Rembrandts in de Lakenhal bleek een kansloze onderneming, want helemaal vol, en ook bij Daan Roosegaarde was er geen plaats meer.

IMG_1443.JPGMaar dat mocht de pret niet drukken, want we hebben ontzettend veel wel gedaan – en daar gaat het maar om. We hebben, toen we bij Spinvis niet terecht konden, eerst even rustig rondgekeken in de Lakenhal. Toen gingen we naar de Leidse Schouwburg, waar we een kort gesprek hadden met de Filosofoon, wat droedelden met wethouder F en daarna de voorstelling De hoop van Leiden hebben gezien, want die werd in reprise genomen. Dat vond ik heel goed nieuws: M had het stuk niet gezien, en ik vond het prachtig, dus ik wilde best nog een keer kijken, want dan was het nu een gedeelde ervaring. Het stuk was ingekort, maar wel zo dat er geen concessies werden gedaan aan de oorspronkelijke voorstelling, en de thematiek (pubers en hun breinen) paste wonderwel in het thema van kunst en kennis. Na de schouwburg belandden we uiteindelijk bij Joep van Lieshout, die heel enthousiast vertelde over bouwen en ontwerpen, naar aanleiding van zijn eigen oeuvre van fascinerende machines en ‘fabrieken’. Omdat M het kunstwerk dat Van Lieshout voor de tentoonstelling Zeven eeuwen Leids Laken maakte nog niet gezien had, gingen we daar even kijken, en daar zagen we een demonstratie spinnen van Janine, die ik ken van de yoga, maar die kunstenaar is.

IMG_1444.JPGEn daarna was het tijd voor muziek. In de prachtige binnentuin van Museum Boerhaave gingen we in de herkansing voor Spinvis, en deze keer lukte het wel, tenminste, als we om een parasol heen keken. Ik vond het weer prachtige muziek (vooral Oostende en Kom terug blijf ik heel graag horen), M was iets minder onder de indruk. Fractiegenoot F en haar vriendin waren het met mij eens, dus op grond van een eerlijk democratisch proces kunnen we concluderen dat het een indrukwekkend optreden was. Bij Volkenkunde trad Douwe Bob op, die na een unplugged sessie in de open lucht in de Hortus eerder op de avond nu met band optrad. Ik weet niet of ik per se een groupie zou willen worden (dat zou ook ziek zijn, hij is geloof ik 21), maar hij wist een prima, uiterst energieke show neer te zetten, en in het licht van het feit dat het inmiddels een uur of 1 was, hadden we dat allemaal hard nodig. Er scheen nog een optreden van Happy Camper met Tim Knol te zijn, in de Lakenhal, maar M en ik zijn naar huis gegaan. Weer een geweldig Leids programma – eigenlijk jammer dat er geen Weekend van Kunst en Kennis is…

IMG_1442.JPG

Smells like teen spirit

Het leefde al een tijdje in de stad: overal waar ik kwam zag ik een poster, kreeg ik een folder of kon ik genieten van een voorproefje van ‘De hoop van Leiden’, de nieuwste voorstelling van het Leids gezelschap PS Theater. ‘De hoop van Leiden’ is het tweede deel in de reeks ‘De atlas van Leiden’ en is, kort gezegd, een rondleiding in het puberbrein. Het puberbrein, dat ken ik wel een beetje: dat is hetzelfde brein dat me van de week, tijdens mijn geniale uitleg over het verschil tussen imperfectum en aoristus de vraag bracht ‘Mevrouw, ik heb gisteren een paard gezien – weet u hoe groot zijn piemel was?’ Voor mijn gevoel was ik daar al vaak genoeg geweest, maar door de voortreffelijke publiciteit was mijn nieuwsgierigheid toch wel geprikkeld, dus ik heb een kaartje besteld.

20140605-194358-71038829.jpgEn daar heb ik geen spijt van gekregen: behalve een rondleiding in de krochten van het brein van Nils, een jongen van 18, kreeg ik ook een rondleiding in de krochten van de Leidsche Schouwburg. De voorstelling werd voor een deel gespeeld door de mensen van het PS Theater, maar de leerlingen van het Da Vinci College leverden een onmisbare bijdrage. Het begon weliswaar redelijk traditioneel, met het publiek in de zaal en de spelers op het podium, waarbij we door een flink aantal Nilsen geconfronteerd werden met de saaiheid van ons eigen leven, dat we allemaal te danken hebben aan de keuzes die wij gemaakt hadden onder druk van onze ouders en die we nu aan onze kinderen wilden opdringen, maar daarna gingen we, onder leiding van onze eigen persoonlijke Nils (een indrukwekkende blondine), door het theater lopen.

20140605-195001-71401333.jpgIn de orkestbak zagen we met koptelefoons op de gevolgen van alcoholgebruik, in de spelersfoyer werden we actief betrokken doordat we advies aan Nils op kaartjes mochten schrijven en daarna werden we hoog in het gebouw getrakteerd op geurtheater, waarmee we door onze keuzes aan de geschiedenis van Nils schreven. We eindigden op het podium, met de spelers in de zaal; er was muziek van een band en van een orkest, onze adviezen werden voorgelezen en tot slot lieten de Nilsen de witte shirts die ze van de acteurs van het PS Theater toegeworpen kregen links liggen, om gewoon hun eigen kleren aan te trekken. En toen was het afgelopen. Het meest enthousiaste applaus kwam natuurlijk van ouders en grootouders, maar ik heb ook flink geklapt: ik vond het een mooie voorstelling, en al met al helemaal niet erg om 2 uur op puberbrein-safari te gaan – zeker als het betekent dat ik zelf even over mijn eigen keuzes ging nadenken.

 

 

Teerling

Vorige week vrijdag ging ik met B naar Teerling, de nieuwe voorstelling van Claudia de Breij. We hebben ooit met veel plezier Hete Vrede gezien (voor de Netflix-abonnees: je kan hem daar integraal kijken, en het is absoluut de moeite waard), en ook Alleen, een kleinere liedjesvoorstelling in DeLaMar, vonden we goed. Er waren lovende recensies van Teerling: vier sterren in de NRC en zelfs vijf in de Volkskrant, iets wat bij de azijnbode doorgaans alleen weggelegd is voor geniale producties. Daar moesten we bij zijn, leek ons.

claudia-de-breij_2

Het overkoepelende thema van de voorstelling was de gedachte dat Claudia de eerste vrouw op de maan wilde zijn, en daaraan werden allerlei ideeën gekoppeld, over ambitie (zoals JFK al zei ‘we choose to go to the moon in this decade, and do the other things, not because they are easy, but because they are hard’), Mark Rutte en de ‘vernichting’ van de maatschappij. Er waren liedjes, er was een mooie jurk en het mooiste toneelbeeld dat ik in tijden heb gezien. In het begin stonden er een paar dobbelstenen op het podium, maar al gauw kwamen er meer aan touwtjes naar beneden, en uiteindelijk hing Claudia in een maanpak tussen honderden kleine teerlinkjes. Echt schitterend. Maar het enthousiasme voor de vorm werd wat mij betreft niet helemaal ondersteund door een enorm enthousiasme voor de inhoud. Het verhaal over Claudia’s conflict met Kees van der Staaij had ik al eens gehoord (ik denk bij Pauw en Witteman, want M bleek het ook te kennen). Het was zeker een goed verhaal over de gevolgen van een door primaire emoties ingegeven tweet, maar als je het al over de nationale televisie hebt geplamuurd, is het misschien gewoon al verteld. En bovendien speelde deze kwestie in 2012. Maar dat gold voor meer onderdelen van de voorstelling: er werden nogal wat oude koeien uit de sloot gehaald en als kalfjes gepresenteerd. Naast wat liedjes uit Alleen ook Gordon die een Chinees beledigt, de Zwarte Pieten-discussie en Onno Hoes – allemaal onderwerpen die ooit actueel waren, maar waarvoor inmiddels geldt dat het eigenlijk bijna niemand meer iets kan schelen. Het hoeft van mij geen hyperactueel politiek realiteitscabaret te zijn, sterker nog, liever niet, maar nu had ik de indruk dat sommige dingen er in zaten omdat ze er ooit enthousiaste reacties op gekregen heeft. Jammer.

Claudia de Breij klein

Heb ik een leuke avond gehad? Ja hoor. Heb ik gelachen? Oh ja, zeker. Niet zo hard als het stel naast me, ze bleven er bijna in, maar ik heb me best vermaakt. Was het net zo goed als Hete Vrede? Nee, bij lange na niet. Zou ik mensen aanraden om erheen te gaan? Moeilijke vraag: ik zie in de speellijst dat ze hem nog een tijdje speelt, maar ik mag toch hopen dat er hier en daar wel een update plaatsvindt. Maar aan de andere kant: helemaal aan het eind zong Claudia als toegift Mag ik dan bij jou?, en dat blijft een prachtig nummer. Treurig op zich, dat het meest authentieke en ontroerende moment uit een andere voorstelling kwam, maar dat zij dan zo. Zo mooi hoor je ze zelden, en toen ik dat lied weer hoorde, dacht ik meteen dat er zoveel meer in had gezeten. En dan is het teleurstellend dat je dat niet te zien krijgt.

Verrassend weekend

Het was weer een goed weekend om in Leiden te wonen. Of in elk geval om in Leiden te zijn, want al het moois dat de stad te bieden heeft is natuurlijk niet voorbehouden aan de inboorling. Sterker nog, de Cultuurweken bieden voldoende reden om naar 071 af te reizen, en dan was het ook nog Verrassend Winkelweekend. Nou winkel ik zelf eigenlijk alleen maar online, dus met het winkelaspect van het weekend heb ik weinig gedaan, maar het overige aanbod was al verrassend genoeg.

20140525-125543-46543727.jpg

Zo bezochten M en ik de eerste editie van Rrrollend Leiden, een voedselfestival waarbij al het eten dat geserveerd werd uit iets op wielen moest komen. Het aanbod was heel divers, en ik heb de voedselzandloper maar even gelaten voor wat hij was. We begonnen met oesters en scheermessen van Vers uit blik, daarna heb ik mijn krokettencollectie uitgebreid met garnalen-, serranoham- en rucolakaaskroketjes bij de Haute Friture van Fritez (waar M later ook een patatje haalde), we aten Argentijnse worst, Mac & Cheese met een topping met nog meer kaas, en tot slot haalde ik nog wat uiterst bijzondere bonbons voor later. En er was ook lekkere witte wijn in leuke statiegeldglazen uit de kar van Vive Le Vin. De zon scheen, het was gezellig druk met bekenden en onbekenden, en de sfeer was prima. Een aanwinst voor de stad, en ik heb nu al zin in de volgende keer (in september).

20140525-125543-46543508.jpg

Toen we klaar waren met ons helemaal ongans eten konden we gelijk door naar het volgende programma-onderdeel: het bezoek aan Schemerstad, een echt theaterevenement. We werden in een grote boot (wij waren ingedeeld op de Watdanjûh) rondgevaren door de Leidse grachten en zagen op 5 locaties kleine theatervoorstellingen. lk vond het een prachtig avontuur – de stad is vanaf het water al prachtig, en ’s avonds nog net iets mooier, en als ik dan ook nog toneel te zien krijg, ben ik helemaal gelukkig. Vooral ‘In ons: Oorlog’ op de Oude Rijn was erg indrukwekkend, en de door de stomme film geïnspireerde slapstickvoorstelling op een terras van de oude haven vond ik leuk. De sfeer aan boord was zeer gemoedelijk en het bleef gelukkig droog. Om kwart voor 12 gingen we weer aan wal, met een heel tevreden gevoel over wat we allemaal gezien hadden.

20140526-073859-27539451.jpgZondag was er Japanmarkt bij het Sieboldhuis, een jaarlijks event, waar ik veel enthousiaste verhalen over gehoord heb, maar waar ik nooit eerder heen was gegaan. Er was ontzettend veel te zien. Om te beginnen natuurlijk de kraampjes met zo’n beetje alles wat je aan Japanse producten zou kunnen verwachten: saké, Ikebana, bonsai, prenten en allerlei eten. En dan nog een heleboel dingen waar ik geen weet van had: de knuffelalpaca’s, kennelijk heel trendy, Pokemon-pakken en Japanse poffertjes (met inktvis). Het publiek vond ik even fascinerend als wat er te koop was, want veel mensen hadden erg hun best gedaan om zich mooi aan te kleden. Ik zag meisjes (en jongens) verkleed in een soort Lolita-stijl, met pruiken, grote rokken en spannende kousen, er waren Samurai en mensen in kimono. Als ik volgend jaar terugga, en dat ga ik zeker, zorg ik dat ik niet van tevoren heb gegeten, want dan kan ik echt optimaal genieten van alles wat er werd aangeboden!

 

Who’s afraid of Virginia Woolf

Zo ga ik nooit naar het theater, zo twee keer in een week. Op grond van de recensies van Who’s afraid of Virginia Woolf, een voorstelling van Toneelgroep Oostpool, hadden M en ik de indruk dat we deze echt niet mochten missen. Temeer daar het stuk an sich natuurlijk een belangrijke klassieker is, die we, tot onze spijt en schande, geen van beiden ooit hadden gezien. Maar nu konden we dat rechtzetten, en dat hebben we gedaan. Het stuk van Albee is uit 1962, maar daar merk je niks van. Kennelijk is de dynamiek tussen twee mensen die al heel lang getrouwd zijn, een geheel eigen zieke omgangsvorm gevonden hebben en die elkaar het leven zo zuur mogelijk willen maken iets van alle tijden. En als je daar dan ook nog een jong ambitieus echtpaar vol goede bedoelingen en hoop met betrekking tot de toekomst bij doet, en die stumpers vervolgens eerst dronken voert en vervolgens een heleboel illusies armer naar huis stuurt, dan is dat eigenlijk gewoon een garantie voor een heel succesvolle avond, ook nu nog. Het is een prachtig stuk, vol drank en scheldpartijen, en aan het einde kun je je niet aan de conclusie onttrekken dat sommige mensen elkaar gewoon verdienen.

Virginia_03_scenefoto_fotograaf_sanne_peper

De regisseur had een paar duidelijke ideeën over hoe deze voorstelling ingevuld moest worden, en ik vond ze niet allemaal even sterk. Een stuk met deze titel ensceneren met ‘Who’s afraid of red, yellow and blue’ op de achtergrond is leuk ironisch, en als je de de woonkamer zo minimaal inricht dat de keuze om te gaan zitten onmiddellijk gevolgen had voor iemands verhouding tot de andere passages, dan wordt de bank meer een wapen dan een meubelstuk en daar houd ik van, maar met de casting had ik iets meer moeite. Er wordt meermalen gezegd dat Martha ouder is dan George, en dat George ergens in de 40 is, en Nick en Honey zijn 28 en 26. Op het podium was er geen enkel leeftijdsverschil zichtbaar tussen Honey (Kirsten Mulder) en Martha (Maria Kraakman), en dat is toch wel een beetje raar – ik zal niet zeggen dat het een stuk is over een generatieconflict, maar het leeftijdsverschil is wel een issue. En dan kan je als regisseur wel besluiten dat jij er niet zo mee zit, maar dan moet je iets aan de tekst doen. Maar ja, in de vertaling van Gerard Reve ga je natuurlijk niet knippen. Ik had dus anders beslist – Martha hoeft echt geen oude vrouw te zijn, maar als George (Jacob Derwig) wel duidelijk als 40er is gestyled (coltrui, ribbroek), dan hoef je Martha echt niet in een loeistrakke broek te laten rondlopen. Zeker niet als je Honey vervolgens als een enorme tut op het toneel zet.

1922491_10153885800415374_2106885722_nIk kan me voorstellen dat het idee dat een toeschouwer over dit stuk heeft sterk gekleurd wordt door de keuze van de acteurs en de actrices. Als je een heel sterke Martha neerzet en een wat zwakkere George, heb je toch misschien iets meer sympathie voor haar kant van het verhaal. In deze voorstelling was het precies andersom. Derwig speelde een prachtige George, terwijl ik me de Martha van Kraakman zal herinneren als een vervelend schreeuwwijf, met wie ik eigenlijk pas helemaal aan het eind nog een beetje kon meeleven. Uiteindelijk zijn het natuurlijk allebei buitengewoon onsympathieke mensen, maar je blijft kijken. Gefascineerd, alsof je als een ramptoerist bent. Je weet dat het mis gaat, en je vermoedt op een aantal manieren, en je wil het eigenlijk helemaal niet weten, maar afhaken is geen optie. De behoefte om antwoord te krijgen op de vraag hoe het nou zit met het boek van George en met de zoon waar steeds over gesproken wordt is toch sterker dan de behoefte om weg te lopen. Het andere echtpaar, Nick en Honey, is er voor mijn gevoel vooral als een springplank die George en Martha allebei op verschillende manieren gebruiken om zich op af te zetten om elkaar nog extra pijn te doen. Hun eigen beslommeringen interesseerden me dan weer minder, al vond ik het moment dat Nick (Sanne den Hartogh) zich even liet kennen en vertelde wat hij van plan was om zijn carrière zo ver mogelijk te helpen fascinerend.

Virginia_04_scenefoto_fotograaf_sanne_peper

Los van het feit dat het natuurlijk fijn is om een belangrijke theaterklassieker in de ‘been there, seen that’-lijst op te kunnen nemen, was dit ook een heel prettige manier om kennis te maken met ‘Who’s afraid of Virginia Woolf’. Ik vond het fascinerend, en ik zal zeker mijn best doen om het stuk in andere uitvoeringen te gaan zien. Maar de George van Derwig zal denk ik nog wel even de George zijn aan de hand waarvan ik andere Georges beoordeel.