Categorie archief: woorden

Een ingewikkelde exercitie

Zoals ik woensdag al zei, is er een letter op het toetsenbord van de Apple op school overleden. Dat betekent dat het nodig is dat ik, als ik op school wil tikken, handige trucjes uithaal, want de letter in kwestie blijk ik best vaak nodig te hebben. Het is de dertiende letter van het alfabet, die op de borden van ’s werelds populairste fastfoodketen staat, en ik kan de letter dus niet gebruiken, tenzij ik er een kopieer uit een eerder gebruikt bestand en dan waar nodig in het woord waar hij ontbreekt plak. Daar word ik dus lichtelijk uitgeput van, net zozeer als van het feit dat ik niet zonder déroute het werkwoord van dwang kan gebruiken (vandaar dat ik nu zeg dat iets ‘nodig is’), dat ik geen woord heb voor de eerste of derde persoon als lijdend voorwerp (zodat ik niet in de slachtofferrol kan kruipen), dat ik geen bezit kan aangeven en dat ik geen keuze heb behalve te spreken van ‘niet zonder déroute’, want de ontbrekende letter zit zowel in het voorzetsel als in het woord dat ik zou willen inzetten.

McdsingaporecurrentEr is overigens een officieel woord voor wat ik nu aan het doen ben; ik kan dat echter niet tikken, want in dat woord zit de letter. Ik heb er onlangs ook een boek over gelezen, dus het is wellicht een beetje trendy als je je taalvaardigheid en creativiteit in kan zetten ter ontduiking van een zekere letter. Hoe dat zij, ik word er behoorlijk gestoord van: ik heb de verdwenen letter nodig als ik een toets wil opstellen, want de driepoot is onontbeerlijk als ik wil dat leerlingen aangeven wat de functie van een woord is en hoe het in de zin wordt ingezet. Dat heeft tot gevolg dat ik nu uit een aantal dingen kan kiezen: ik kan een nieuw toetsenbord kopen (geen goed plan; het apparaat is van school en daar wil ik niet in investeren), ik kan proberen het toetsenbord dat ik heb te repareren (ik ben niet onhandig, al weet ik niet of dit tot de skillset van een docent behoort) of ik kan het gedoe accepteren. Dat laatste zie ik al helegaar niet gebeuren, want na een kleine 400 woorden zonder de verdwenen letter te hebben geselecteerd zit ik wel aan het uiterste van het vocabulaire. Lastig. Ik ga de reparatieuitdaging aan – wellicht is dit het laatste dat ik ooit op dit apparaat schrijf.

Echt gebeurd

Gisteren mocht ik weer een verhaal vertellen bij Echt Gebeurd. Het was de tweede keer, althans, de tweede keer dat ik daadwerkelijk het podium bereikt heb; vorig jaar ben ik met mijn verhaal over Kerstdiners bij onze familie in het zicht van de microfoon afgevallen. Maar het onderwerp ‘Pubers’ bleek goed bij me te passen, want waar ik in eerste instantie een verhaal wilde vertellen over hoe het is om met leerlingen op meerdaagse reis te gaan (naar Parijs of naar Rome), is het uiteindelijk uitgedraaid op een verhaal over hoe ik als puber was en hoe ik mezelf als docent zie als het gaat om het begeleiden van pubers. Als je een verhaal inzendt naar Echt Gebeurd word je namelijk intensief begeleid door een van de leden van de redactie: ik heb dit keer 3 keer uitgebreid overlegd met Eva Maria Staal, die mij belde, geduldig luisterde naar de zoveelste incarnatie van het verhaal, inclusief alle twijfels over hoe ik moest beginnen en eindigen en wat ik in het midden moest doen, en me dan met de juiste combinatie van aanmoediging en kritiek weer op de rails zette voor de volgende versie. Donderdag kreeg ik de ‘leuk dat je een verhaal komt vertellen bij Echt Gebeurd’-mail, dus toen was het echt.

echtgebeurd

Het is de bedoeling dat je bij Echt Gebeurd je verhaal volledig uit het hoofd vertelt, dus zonder enige vorm van geheugensteun. Op zich is dat lastig, omdat je bij de voorbereiding wel met verschillende versies werkt, die ik niet helemaal uitschrijf, maar waar toch wel wat iets van op papier staat (anders wordt het lastig schuiven in je tekst), maar ik vind het zo wel extra leuk. Vorige keer had ik een compleet verhaal geschreven en toen gememoriseerd, maar dit keer heb ik dat bewust niet gedaan. Het gevolg hiervan is dat ik nu geen kant en klare tekst heb om hier na te vertellen, maar dat zij dan zo: veel meer dan bij het verhaal over borsten heb ik op het podium achter de microfoon plezier gehad, omdat ik me geen zorgen hoefde te maken over of ik het juiste onderdeel op het juiste moment bracht. Het nadeel was wel dat ik achteraf eigenlijk niet weet of het goed gegaan is – ik heb een donkerbruin vermoeden dat ik een onderdeel vergeten ben, het einde liep een beetje weg en ik heb mijzelf en mijn mentorleerlingen misschien iets negatiever afgeschilderd dan ik zou willen, maar dat heb je met momentopnames. De zaal was enthousiast, dus ik ook. En het is verslavend, merk ik, want ik heb de website van Echt Gebeurd alweer gecheckt om te kijken of er nog een thema aankomt waar ik wat mee kan. Echt waar!

Misschien maar even stil zijn

charlie

Hoewel ik vind dat de gebeurtenissen van gisteren aanleiding zouden moeten zijn om zo luid en duidelijk mogelijk de persvrijheid te vieren, acht ik deze blog daar niet echt het juiste medium voor – geneuzel over make-up, diëten en koken draagt niet bij aan wat we nu nodig hebben. Vandaag dus geen leuk filmpje, maar een veelzeggend plaatje.

Poesvrij

Vorige week zijn onze kittens geholpen. Nou is ‘geholpen’ in deze context altijd een van de lelijkste eufemismen die ik ken, want als je iemand niet helpt door hem in een koffer te douwen en zijn fluffynuts onklaar te laten maken, is het wel een katertje, en aan de kale buik en vooral de beledigde attitude van de kleine Maus te zien was ook zij liever gewoon gezellig thuis gebleven, maar goed, wij zijn er wel mee geholpen, want Lou ging best graag op zijn zusje zitten en ik geloof dat er nog meer heren waren in de buurt die amoureuze bedoelingen hadden. En waar wij echt niet op zitten te wachten is een nestje kittens, dus Lou en Maus werden door M naar de dierenarts gebracht, alwaar ze een nachtje mochten overnachten (niet vanwege de omvang van de ingreep, maar omdat M noch ik ze op de dag van de operatie ’s ochtends langs kon brengen). Voor het eerst in maanden kwam ik thuis in een huis dat volledig poesvrij was, en dat vond ik eigenlijk wel een raar gevoel.

IMG_1474.JPG‘Poesvrij’ is een term die ik voor het eerst hoorde gebruiken door B: hij had een oude, chagrijnige grijze poes uit het asiel die het speciale talent had om 10 seconden nadat hij had aangeboden om thee voor me te zetten op zijn schoot in slaap te vallen, zodat B ‘ik heb poesvrij’ kon zeggen en ik de thee moest zetten. Poesvrij claimen is wel een handige truuk, zeker als je, zoals ik, er twee hebt, die allebei nogal knuffelig zijn aangelegd, want er is er altijd wel een die zin heeft om een beetje geaaid te worden, en dan moet iemand anders de deur open doen, een glaasje wijn inschenken, het dekbedovertrek verschonen of de vaatwasser uitruimen. Het is natuurlijk makkelijk gemaskeerde luiheid: die katten vinden het helemaal niet erg om even opzij geschoven te worden, want over 3 minuten willen ze heus evenveel geaaid worden als nu, zo niet meer, maar het staat een stuk socialer – je wilt liever overkomen als een enorm gevoelige dierenliefhebber dan als iemand die te belazerd is om haar karkas van de bank te slepen.

IMG_1502.JPGMaar naast poesvrij claimen heb ik laatst nog een variant ontdekt: poesvrij nemen. Ik was me gigantisch aan het haasten, omdat ik weer eens ergens te laat voor was, toen ik in de badkamer een zacht piepje hoorde. Het was Maus, die nog niet helemaal hersteld was van de operatie en tot dan toe geen fysieke toenadering had gezocht, maar nu ineens even aangehaald wilde worden. En wie ben ik dan om nee te zeggen? Ik heb dus maar even de deksel van de wc-bril naar beneden gedaan en heb 5 minuten poesvrij genomen, en daarmee wat quality time met Maus. Ik ben doorgaans niet iemand die kan mediteren, want ik ben gewoon te ongeconcentreerd, maar die hele korte tijd die ik uit de drukte ben gestapt om met de kitten te spelen, was me veel waard: Maus en ik waren weer vrienden en ik was een stuk rustiger. Ik was tenslotte toch al te laat, en wat maken die 5 minuten extra dan eigenlijk uit? En poesvrij nemen is leuker dan poesvrij claimen, laat staan dan poesvrij zijn, dus ik denk dat ik er een gewoonte van maak. Maar dan misschien gewoon op de bank. En dan zet ik van tevoren thee.

Word Crimes

“Weird Al” Yankovic gaat al heel lang mee. Ik herinner me al uit de jaren ’80 zijn parodieën op liedjes die zichzelf iets te serieus namen, zoals ‘Like a surgeon’, ‘Eat it’ en ‘I’m fat’, maar hij is gelukkig nooit gestopt. En dat heeft tot dit lied geleid, dat ik de afgelopen 24 uur ongeveer 48 keer geluisterd heb: het nieuwe volkslied voor de taalpuristen. Ik zou er ook wel een voor het Nederlands willen zien.

The the impotence of proofreading

Ik corrigeer nog wel eens wat teksten – gevraagd en ongevraagd. En als mensen zeggen ‘ja maar, het kwam door de spellchecker’, dan ga ik een beetje dood van binnen. In het vervolg stuur ik ze gewoon dit linkje. Taylor Mali is overigens vooral bekend van deze klassieker in onderwijsland, ook heel erg de moeite waard.

Dikke tieten

Gisteren heb ik opgetreden bij Echt Gebeurd, in Toomler in Amsterdam. Het is de bedoeling dat je uit je hoofd een verhaal vertelt, en dat heb ik ook gedaan. De tekst hieronder is dus niet letterlijk wat ik heb verteld, maar een uitgeschreven versie van mijn verhaal. Het onderwerp was borsten, en die heb ik. En ik vertel er ook graag over.

Screen-Shot-2013-09-15-at-8.48.41-AMIk heb er een speciaal detectiesysteem voor ontwikkeld: steigers en bouwputten. Ik kan van grote afstand waarnemen dat er ergens nieuwe ramen worden geplaatst, of dat er aan een huis geklust wordt, of dat ze met wegwerkzaamheden bezig zijn. Ergens in de verte hoor ik 100% NL of SkyRadio net iets te luid opstaan, afgewisseld met het geluid van een boor of zo’n straataanstamper, en dan zet ik me vast schrap.

Ik heb namelijk dikke tieten. Je kan er lang of kort over praten, maar het is wat het is. Of ze zijn wat ze zijn: fors. Mensen schatten ze soms in op cup DD of E, maar dat stadium was ik al gepasseerd voordat ik voor het eerst gezoend had. Het ging ook snel: het ene moment zag ik eruit als een kind, het volgende moment begonnen mijn borsten in hoog tempo te groeien. Om mijn lievelingshobby, paardrijden, te kunnen blijven uitvoeren, moest ik me al gauw in een strakker harnas hijsen dan de paarden om kregen, en zelfs dan zag het er obsceen uit. En die krengen bleven maar groter worden. Dat het bij mij eerder begon dan bij mijn klasgenootjes was nog tot daaraan toe, maar het ging ook veel langer door. Op een gegeven moment vroeg ik me af of en wanneer het zou ophouden – het leek wel een horrorfilm, iets als The Incredible Growing Boobs Of Doom. Veel dingen hebben in de loop van de jaren, ook nadat ik verder uitgegroeid leek, mijn cupmaat beïnvloed: ik ging aan de pil, plus 1, mijn vriendje dumpte me en ik at een maand lekker veel, plus 1, ik stopte met de pil, plus 1, ik viel 10 kilo af, en alles werd kleiner behalve mijn boezem: plus 1. Inmiddels zit ik tamelijk ver in het alfabet, en heb ik bijna letters bereikt waar Marlies Dekkers niet meer mee schrijft.

Even voor de duidelijkheid: ik vind ze hartstikke leuk. Ze zijn alleen volslagen zinloos – mijn vriend is niet zo’n borstenman, zegt hij, en ik heb geen kinderen. Het is op zich wel leuk om te zijn hoe blij ik baby’s kan maken met mijn tieten, maar ze komen er al snel achter dat het twee hele grote dooie mussen zijn. Een beetje alsof je in een geweldig café komt en dan niks kunt bestellen omdat de tap niet is aangesloten. Nee, mijn borsten hebben geen enkele functie. Ik heb verder ook niet echt een beroep waarbij zo’n flink paar tieten voordelig is: ik ben docent Grieks en Latijn op een keurige school in Voorburg, en daarvoor is het niet per se nodig om er uit te zien, zoals mijn moeder een keer zei, als een pornoster op haar vrije dag.

En omdat mijn boezem zich nogal prominent in de openbare ruimte begeeft, is hij ook van iedereen. Allerlei mensen, dus niet alleen mijn moeder, vinden het totaal gerechtvaardigd om er opmerkingen over te maken of er opzichtig naar te kijken. Maar ach, ze worden er niet minder van – sterker nog, als ze daar minder van zouden worden zou ik nu helemaal niks op de plank hebben. Mijn borsten zijn in zekere zin heel egalitair: op het opleidingsniveau, geslacht of de sociale achtergrond van de mensen die er wat van menen te mogen zeggen valt geen peil te trekken. Tijdens een vergadering op de universiteit werd gevraagd naar punten voor de rondvraag, en een man met een dikkere academische titel dan ik zei ‘Ja, Susannah heeft er wel twee.’ Ik heb de indruk dat veel mensen die zich geconfronteerd zien met borsten van een bepaalde omvang heel makkelijk in contact treden met de oermens die ze in zich hebben – en zich dan ook niet schamen om de holbewoner voor hen te laten spreken. Soms is het grappig, soms is het obsceen, vaak heb ik de opmerking al eens gehoord. Ik kies er meestal voor het als een compliment te zien, uit consideratie met de ander en als bescherming van mezelf.

Toen ik voor het eerst positieve feedback kreeg uit een bouwput was ik een jaar of 13. Ik ben met een ruime C-cup naar de brugklas gegaan, en in de buurt van mijn school werd langdurig aan de weg gewerkt. Op de heen- en terugweg werd ik enthousiast door de heren begroet. Aanvankelijk moest ik de neiging onderdrukken om tegen ze te vertellen dat ik echt nog lang geen leeftijd had waarop het gepast was dat een volwassen man een ranzige opmerking tegen me mocht maken, maar al gauw ging ik over tot de standaardstrategie waarmee ik me in de jaren daarna consequent heb weten te redden: rug recht, minzaam glimlachen, eventueel ‘goedemiddag’ terugzeggen (ik ben netjes opgevoed), en doorlopen. Zij konden tenslotte ook niet weten hoe jong ik was, en dat ik er zoveel volwassener uitzag dan ik was, was ook niet hun schuld; als je in een veel te grote auto gaat rondrijden, moet je ook niet zeuren als andere weggebruikers tegen je toeteren.

Naarmate ik ouder werd en meer in mijn lichaam groeide, raakte ik gewend aan de enthousiaste kreten van de mannen vanaf de steigers. Soms maakte ik zelfs een grapje terug. Ik liep een keer langs een bouwvakker die mij vertelde dat hij mijn boezem mooi vond om naar te kijken – en toen ik zei dat ik dat een mooi compliment vond in het licht van de concurrentie die ik duidelijk had van het indrukwekkende achterdecolleté waardoor dat de hele buurt al twee middagen de bilnaad van zijn collega kon bewonderen. Ik had een nieuwe vriend gemaakt.

Maar meestal zei ik niks. Ik liep langs, incasseerde wat ze te zeggen hadden zonder mijn snelheid aan te passen, en vervolgde mijn route. Ik zal niet zeggen dat ik me een slachtoffer voelde van ongewenste verbale intimiteiten, maar ik deed altijd een beetje alsof ik, door als muze voor de heren van de bouw op te treden, een soort maatschappelijke plicht vervulde. En we waren er altijd voor elkaar: of het zomer of winter was, of ik me die dag lekker voelde of dik en lelijk, of het Nederlanders of Polen waren. Het maakte niet uit.

Tot die ene dag. Ik was op weg naar mijn werk. Alle ingrediënten voor een standaardcontact met de bouwende klasse waren aanwezig: de zon scheen, dus mijn boezem was nog eens extra zichtbaar, er schalde een Hollandse hit uit de bouwput en het rook naar shag en eerlijk mannenzweet. Ik haalde diep adem, deed mijn schouders nog een beetje naar achteren en liep langs de kuil in de grond. De mannen keken op, zagen me, en gingen weer verder met hun werk. Ze zeiden helemaal niets. Niets. Ik vertraagde nog even, voor het geval ze me niet goed hadden gezien, of even wat tijd nodig hadden om een mooie gevatte opmerking te formuleren, maar al hun aandacht ging naar de kabels die ze in een richel aan het leggen waren. Ik heb nog nooit zo’n intensieve stilte beleefd, en dan was dit nota bene nog een stilte waarbij Marco Borsato de soundtrack verzorgde.

Even overwoog ik het initiatief te nemen en ‘goedemorgen’ tegen de mannen te zeggen, maar dat leek me een beetje sneu. Niet half zo sneu als mijn volgende opwelling overigens: mijn jas opendoen, mijn shirt iets omlaag trekken en tegen de heren roepen: ‘He gasten, hebben jullie wel gezien wat voor enorme hooters ik heb?’ Nee. Ineens drong het tot me door: er zit een houdbaarheidsdatum aan. Niet aan mijn tieten, die gaan nog wel even mee, maar wel aan het soort lekkerheid waarover mensen opmerkingen maken.

Terwijl de stilte in mijn oren doorklonk alsof iemand keihard tegen een gong had geslagen liep ik door. Ineens was er een nieuwe fase in mijn leven aangebroken: in een klap was ik veranderd van een lekker wijf met een indrukwekkende voorgevel in een vrouw op leeftijd met een zinloos paar veel te grote tieten. Een acteur die speelt in een zaal zonder publiek is tenslotte gewoon een aansteller – en als mijn borsten niemand inspireren om er iets van te vinden zijn ze meteen helemaal nutteloos. Ik zou een nieuwe functie voor mijn borsten moeten verzinnen. Gelukkig kan ik nogal wat dingen kwijt in mijn decolleté. Sommige vrouwen hebben een kittig mapje voor in het zogeheten tietenmandje, waarin ze tijdens het uitgaan wat geld doen en misschien hun telefoon – ik kan makkelijk de hele huishoudportemonnee en zo nodig een iPad kwijt. Plek zat. Vanaf dat moment waren mijn borsten alleen nog maar voor mij. Terwijl de heren achter me elkaar een vuurtje gaven alsof er niets aan de hand was, liep ik met een verpulverd zelfbeeld en een zwaar gevoel van voren naar mijn werk. De magie was voorbij.

borst-500x300

Ancient beauty

Ik kreeg van mijn sportschool ter gelegenheid van hun verjaardag een cadeaudoos van Rituals, the ‘Ancient Beauty‘, en die heb ik deze week in gebruik genomen. Ik kan erg genieten van fijne spullen voor in bad en onder de douche, ik heb ook een enorme verzameling, en de producten van Rituals zijn erg fijn. Ze voldoen aan al mijn eisen van politiek correct handelen, inkopen en produceren, en ze ruiken ook lekker. Alleen dat gedoe eromheen is een bezwaar voor mij: zo staat op mijn cadeaudoos, na een zin over balans tussen body, soul and mind, ‘The Ayurveda range allows you to luxuriate in finding this ultimate balance with a collection of sumptuous products.’ Dat is fijn, maar ik wilde eigenlijk gewoon even mijn oksels wassen.

rituals1

Ik vind de namen van hun producten altijd een beetje over the top, en dat geldt zeker voor de inhoud van deze set. Omdat er ook daadwerkelijk honing in de ‘Honey Touch Rich & Nourishing Body Cream’ zit, kan ik er qua naam op zich nog wel mee leven, en ik heb goede hoop dat het spul die enge droge winterbenen van mij zomaar ietsje appetijtelijker zou kunnen maken, maar daarna gaat het echt helemaal mis in de naamgeving. Dat je je shampoo niet gewoon ‘shampoo’ wilt noemen, begrijp ik, dat is inderdaad een beetje saai, maar het is een lange weg van gewoon ‘shampoo’ naar ‘Brilliant Bliss Nourishing Ultra Shine Shampoo’. Ik heb geen problemen met het product, het ruikt heerlijk en ik krijg er zacht haar van, en misschien glanst het ook wel een beetje (al is het niet per se ultra), maar wie verzint die namen?

rituals2

Ik vermoed dat de naamgever van de ‘Yogi Flow Foaming Shower Gel Sensation’ na het verzinnen van die naam onmiddellijk aan het bier is gegaan, al hou ik ook rekening met de gedachte dat hij ervoor ook niet helemaal nuchter was. Wat is een ‘yogi flow’? Het kan aan mij liggen, maar het klinkt voor mij als een soort vieze afscheiding die ontstaat als je te lang in kopstand staat. En nu ik die gedachte heb ontwikkeld, wil ik me daar dus helemaal niet mee wassen – jammer, want het ruikt zo lekker. En dan heb je nog de ‘Himalaya Wisdom Detox Himalaya Scrub Salt’. Dames en heren, 2 keer ‘Himalaya’ in een omschrijving – dat moet haast wel een geniaal product zijn… Het is een prima scrub, een beetje koud en fris, maar de enige wisdom die ik er vooralsnog van heb is dat je hem niet onder de gordel moet gebruiken. Aan de andere kant, ik ben wel gelijk wakker. Misschien kunnen ze hem ook op de markt brengen als de ‘Tantric Stimulation Invigorating Pubic Scrub’ of de ‘Cosmic Orgasm Surprising Morning Scrub Salt’. Hé, dat is eigenlijk best leuk, namen verzinnen voor producten van Rituals. Waar kan ik solliciteren?