Adulting,  Boeken

Geiten

Ik ben niet echt een enorme fan van Claudia de Breij, althans, ik vind haar in theorie leuker dan in de praktijk, dus als ik zie dat ze bij mij in de buurt optreedt, koop ik kaartjes, als ze in het panel bij DWDD zit, zap ik niet door, ook al blijf ik een hekel houden aan het programma als zodanig, en als ze een boek schrijft, ben ik heel erg benieuwd wat daarin staat. Maar als ik dan uit het theater kom, of na Lucky TV het 8 uur-journaal zit te kijken of het boek dichtsla, heb ik toch een beetje een onbestemd gevoel. Even for the record: ik vind ‘Mag ik dan bij jou’ echt een schitterend nummer (behalve als Jeroen van der Boom het zingt, die moet er met zijn fikken afblijven), en haar voorstellingen zijn altijd heel goed verzorgd, maar als ze in zo’n show uitgebreid over haar kinderen vertelt en zingt (een steeds groter onderdeel van de voorstelling) ben ik kennelijk veel minder geboeid dan de rest van de zaal, en haar boek vond ik gewoon teleurstellend. Als ik een boek van Claudia de Breij lees, wil ik graag lezen wat zij vindt, en ben ik er, eerlijk gezegd, niet op uit om te horen wat Claudia voor informatie heeft ingewonnen bij allerlei oude bekende Nederlanders als Herman van Veen of Hanneke Groenteman. Want als ik dat wilde lezen, las ik wel een boek van Herman van Veen of Hanneke Groenteman. En dat wil ik niet, dus dat doe ik niet. Want dat al die lessen van anderen in totaal ‘een opvoedboek voor volwassenen’ opleveren, geloof ik graag, maar ik wil liever door Claudia de Breij getraind worden in haar type awesomeness dan door Erica Terpstra, want die vind ik eigenlijk een beetje vervelend.

geit1De titel van het boek is ontleend aan een verhaal dat Hanneke Groenteman vertelt over een arme Joodse man, die tegen zijn rabbijn zegt dat hij gek wordt van de drukte in zijn huis (klein, vol kinderen en zijn vrouw is ook nog zwanger). De rabbijn adviseert hem een geit te nemen. Na een week later gaat de man terug naar de rabbijn en zegt dat hij het nu nog erger vindt, want het is alleen voller geworden in het kleine hutje. De rabbijn zegt dan dat hij de geit weg moet doen. En dat is natuurlijk een enorme opluchting voor de man. De gedachte is dan dat je weleens dingen in je leven hebt, die eigenlijk een geit zijn, en als je die eruit zou gooien, dan zou je je veel beter voelen. Nou heb ik dat ook weleens, dat ik iets uit mijn agenda flikker dat ik op zich niet had hoeven doen (de nieuwjaarsreceptie van de Gemeente Leiden was er een), maar soms denk ik nadat ik iets tot geit heb bestempeld en het niet gedaan heb, dat ik misschien een niet-geit (een schaapje ofzo) per abuis een geit heb genoemd, terwijl ik me veel te druk aan het maken over iets wat wel een geit was, maar wat ik voor schaapje heb aangezien. En de opluchting dat ik het uit mijn agenda heb gegooid betekent dan helemaal niet dat dat een overbodige afspraak was, maar dat ik een willekeurig ding heb verwijderd. Kortom, ik vraag me oprecht af of het allemaal wel klopt. Maar ja, zoals altijd geldt voor dit soort self-help boeken: het werkt voor sommigen en niet voor mij. Al heb ik nu veel zin om naar een kinderboerderij te gaan. Dat lijkt me dan wel weer een waardevolle toevoeging aan mijn agenda.

geit2