Corona,  Corona-diaries,  Sporten

Winnen

Sinds de eerste lockdown begon sport ik elke dag. Dat heb ik me op dag 1 voorgenomen en op dag 15434 (althans, het voelt als dag 15434) doe ik het nog steeds: soms ga ik hardlopen, soms ga ik fietsen, soms doe ik thuis krachttraining met mijn bescheiden collectie dumbells en mijn ene kettlebell, soms doe ik pilates, soms doe ik yoga en als ik echt geen fut heb om ‘echt’ te trainen, ga ik een flink stuk wandelen met een inspirerende podcast op de koptelefoon. Toen Rutte aankondigde dat er weer een beetje bij sportscholen getraind mocht worden maak ik dankbaar gebruik van de mogelijkheid om een op een te trainen met een van hun voortreffelijke medewerkers, waarbij ik een grote fan ben van Shuli en Jelena, die me altijd keihard en genadeloos aanpakken, en omdat er sinds kort nog meer kan is de een op een training veranderd in de twee op een training, dus ik moet mijn trainer delen, of zelfs de kleine groepstraining, waarbij we met zijn vieren met een instructeur vol aan de bak gaan. Deze week heb ik op woensdag en vrijdag zo’n twee op een workout gedaan, en vandaag mocht ik met drie vreemden samen trainen. Ik vond het bijna zo leuk als de een op een training, althans, ik ben en blijf gigantisch dankbaar dat het überhaupt kan, want ik leef in permanente angst dat deze versoepeling wordt ingetrokken, maar als ik heel eerlijk ben moet ik constateren dat dit soort workouts een uiterst onaangename kant van mijn persoonlijkheid naar boven brengt.

Ik wil namelijk altijd winnen. Zolang ik alleen thuis train of met een trainer die ik niet hoef te delen gaat het goed, want dan kan ik me richten op het daadwerkelijke sporten en op dat ik gewoon fitter en sterker wil worden, maar zodra er andere mensen bij komen verandert alles wat ik doe in een competitieve sport. Dit heb ik altijd al gehad: toen ik nog echt intensief yoga deed en de lerarenopleiding volgde, zocht ik aan het begin van de les iemand uit die ik niet mocht (daar had ik weinig aanleiding voor nodig hoor, als iemand die zijn matje schuin legde kwam al in aanmerking), en die ging ik dan de hele les zitten haten – en dat bleek dan uit het feit dat ik hoe dan ook dieper en beter in alle houdingen wilde komen. Met de jaren ben ik niet wijzer geworden. Bij beide twee op een trainingen vond ik alles prima, als ik maar de beste van de deelnemers was, zodat ik uitzonderlijk blij was toen Jelena tijdens een oefening bij mij een zak van 15 kilo op mijn buik gooide om het zwaarder te maken (en bij de concurrentie niet). Ook bij de groepstraining was ik pas tevreden toen ik na een ronde van de instructeur het zwaarste elastiek had gekregen, want ik kwam daarvoor meer in aanmerking dan die toch redelijk getrainde man bij wie hij hem had afgepakt of die twee wichtjes van 25 die ook meededen. Ik ben hier niet trots op overigens – misschien zou het voor mij eigenlijk wel verstandig zijn als we weer een tijdje thuis moeten trainen. Daar ben ik in elk geval de beste!

One Comment

  • Vader

    You can’t always win, especially when you are ‘competing’ against people as much as 25 years younger than you who may be able to spend all of their time training. That’s why some sports (athletics, triathlon,, etc) have veteran categories, so that you are competing against people more or less in your same age-group, and not against those young enough to be your children (or even grandchildren!)

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.