Wijze lessen van de druïden
Om de een of andere reden wil ik al heel lang een keer naar Stonehenge. Dat is merkwaardig, want ik ben totaal niet spiritueel, dus wat ik bij een hippie-bedevaartsoord te zoeken (laat staan te vinden) heb, is een totaal raadsel, maar die malle berg stenen staat op de wishlist. Als ik in Griekenland of Rome ben kan ik niet snel genoeg van de archeologische bouwputten afkomen, en dat terwijl de Klassieke Oudheid mijn vak is, wat het nog veel raarder maakt dat ik me zo aangetrokken voel tot Stonehenge. Overigens niet zo aangetrokken dat ik ooit de moeite heb genomen om te kijken waar het precies ligt, want als ik dat had gedaan had ik gezien dat het terrein op werkelijk een piseindje van het stadje waar mijn opa en oma woonden lag, en dan had ik druk op mijn ouders kunnen uitoefenen om me daar een dagje mee naartoe te nemen. Toen ik onlangs doorkreeg dat het al die jaren dat wij mijn grootouders konden bezoeken heel makkelijk was geweest om Stonehenge te zien, heb ik aan mijn moeder gevraagd waarom ze, hoewel ze verder altijd heel erg van de culturele opvoeding was, deze attractie aan me voorbij had laten gaan. Dat kwam, zei ze, doordat ik toch al een morbide kind was, en ze het stellige vermoeden had dat ik er nog raarder en met een druïde-obsessie vandaan zou zijn gekomen. Ik vermoed dat ze gelijk had, maar ik voelde me toch in de prehistorische aap gelogeerd, dus omdat Michel en ik min of meer die regio zouden bezoeken heb ik meteen de kans gegrepen om kaartjes te bestellen.
Het was een leerzame ervaring. Los van het feit dat dat hele ding verdomd weinig met druïdes te maken had, maar wel heel veel met dood en begraven (dus genoeg food for morbid thought) heb ik veel opgestoken over hoe je omgaat met het bezoeken van locaties waar je nog nooit geweest bent. Ik wilde zo graag naar het monument dat ik, nadat we de kaartjes hadden opgehaald, Michel zonder overleg door de stromende regen de berg heb opgestampt. En met ‘stromende regen’ bedoel ik een klassiek Engelse hoosbui, zoals mijn vader dat noemt ‘cold, wet and horrible’, waardoor het niet bepaald motiverend was dat wij tijdens de wandeling (2,5 kilo bergop) een stuk of 6 keer de gratis shuttle vanuit het Visitors’ Centre voorbij zagen rijden. Michel deed dit allemaal op een lege maag, want hij ontbijt niet en had gedacht bij aankomst nog even iets te kunnen eten, zodat hij, toen hij eenmaal op ongeveer 250 meter van de cirkel was, in de shuttle is gestapt en van het ‘echte’ bezoek aan het monument heeft afgezien, omdat hij ging lunchen. Ik heb het wel bekeken, en het was heel indrukwekkend, maar ik had dat beter kunnen aanpakken: als we eerst even hadden geluncht en ons georiënteerd hadden op de shuttle-mogelijkheden in plaats van als een kip zonder kop een berg op marcheren had het allemaal een stuk gezelliger, rustiger en vooral droger gekund, en dat past toch meer bij een vakantie. Leer ik zowaar toch nog iets van die ouwe zooi.