In een kunstwerk
Een van de items die al sinds het begin van mijn lijstjes-manie in de awesome-lijst staan, is zelf onderwerp van een kunstwerk zijn. Oorspronkelijk ging mijn voorkeur uit naar een kunstwerk van Casper Faassen, maar die werkt uitsluitend met extreem skinny vrouwen, die ook nog eens een stuk jonger zijn dan ik, dus dat kan ik denk ik wel vergeten. Gelukkig kwam er via de nieuwsbrief van Museum Voorlinden iets anders op mijn pad, namelijk de mogelijkheid om deel uit te maken van de performance Counting the rice van Marina Abramović. Ik vind haar echt fascinerend en heb wel meer van haar gezien: niet alleen dat eeuwige filmpje van dat haar ex-man tegenover haar komt zitten in een performance en dat ze dan moet huilen, maar ook werk in allerlei musea en een hele tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar ik me tussen een naakte man en een naakte vrouw in een deuropening door mocht persen. Dit was een gouden kans, want ik kon in een kunstwerk, nog wel een kunstwerk van een kunstenaar waar ik fan van ben, en ik hoefde niet tits out allerlei mensen langs me te laten lopen.
Ik kon een kaartje voor deze ervaring bestellen; dat kostte niks, en dan mocht ik ook nog gratis het museum in – de Nachtwacht betaalt natuurlijk ook niet om in het Rijksmuseum te hangen. Volgens Voorlinden was dit de bedoeling: ‘Gekleed in een witte laboratoriumjas en met een noise-cancelling koptelefoon op neem je plaats in de tentoonstelling Stilte in de storm. Voor je ligt een berg linzen en rijst. Eén uur lang ga je de korrels scheiden en tellen. Daarvoor krijg je een vel papier en een potlood. De performance gaat niet om snelheid of resultaat, maar om aandacht en wat er met jouw gedachten en gevoelens gebeurt tijdens het tellen.’ Dat leek me wel wat. Een uur lang niet anders doen dan linzen en rijst tellen en observeren wat er bij mij gebeurde: helemaal prima. En ik heb voldoende ervaring, in elk geval met het teldeel, want ik tel de hele dag door. Ik tel tot tien voordat ik iets impulsiefs doe of zeg, tot twintig als tot tien tellen niet werkt, ik calorieën, leerlingen, euro’s, kilo’s aangekomen, zieke collega’s, films die ik heb gezien, gezakte leerlingen, boeken die ik heb gelezen, kilo’s afgevallen, dingen die ik nog wil doen, geslaagde leerlingen, ECTS die ik op de opleiding heb gehaald, dingen die ik nooit meer wil doen, reps in de sportschool, ademhalingen tijdens de hundred bij pilates en seconden tijdens het tandenpoetsen. Dus een stapel linzen en rijstkorrels was niets om bang voor te zijn.
Door het tellen zou ik volgens Abramović uithoudingsvermogen, concentratie, waarneming, zelfbeheersing en wilskracht ontwikkelen. Hoewel ik daar zeker behoefte aan heb, leek het me van tevoren wat veel gevraagd als resultaat van een uur tellen, maar ik stond er wel voor open. Het leek me vooral mooi om in stilte midden in een museumzaal bezig te zijn met mijn eigen ding, terwijl er andere mensen waren die er alleen maar naar konden kijken en zich niet tegen mij aan mochten bemoeien. Dat maak ik in mijn dagelijks leven namelijk niet zo vaak mee. Laat staan iets doen dat echt totaal zinloos is, want aan het eind van het uur tellen zouden alle linzen en rijstkorrels weer door elkaar worden gehusseld voor de volgende die zich had aangemeld om in de performance te zitten – in dit geval Michel, want die heb ik natuurlijk ook aangemeld voor deze ervaring. Daar zat ook een beetje eigenbelang bij: ik had iemand nodig om foto’s van me te maken, want laten we eerlijk zijn: een kunstwerk is een kunstwerk als mensen ernaar kijken, en in de eenentwintigste eeuw pas als er foto’s van gemaakt worden.
Het was een bijzondere ervaring. Ik meldde me bij een aardige jongen van Voorlinden, die de procedure nog even met me doorsprak en me een witte jas en een koptelefoon gaf, leverde mijn telefoon in bij Michel, nam me voor om een heel uur niet op mijn horloge te kijken en ging aan het tellen. Hoewel het geen zak uitmaakte hoeveel linzen en korrels ik zou tellen, heb ik eerst een systeem ontworpen en ben ik vervolgens keihard aan het werk gegaan, want zo ben ik: keihard werken en zo mogelijk winnen.* Dit leidde tot een klein beetje cijferstress, want ik dreigde op 666 items uit te komen, en ik wilde met tellen van het getal van het beest niet het einde van de wereld in werking stellen, maar uiteindelijk wist ik, net op het moment dat de aardige jongen me kwam vertellen dat mijn tijd erop zat, nummer 777 te turven. Was het een spirituele ervaring? Nee, maar dat ligt misschien ook aan mij. Ik heb namelijk nooit spirituele ervaringen, althans, een keer tijdens de carbonara met paling en truffel bij Bistro de la Mer, maar waarschijnlijk vindt de spirituele ervaringen-politie dat die niet telt. Ik weet ook niet of ik alles wat ik volgens Abramović zou ontwikkelen ook daadwerkelijk heb ontwikkeld, al was ik er wel trots op dat ik me een uur lang heb weten te concentreren. Dat lukt me in het dagelijks leven zelden. Wat ik wel bijzonder vond was hoe het voelde om als kunstwerk in een zaal te zijn. Ik vond het prima dat Michel me fotografeerde, maar raar dat iemand anders mij fotografeerde, waardoor ik tijdens het tellen ook nog even over consent heb nagedacht. Want niemand vraagt toestemming aan een kunstwerk om het te fotograferen, dus of ik het goed vond of er een beetje een vies gevoel van kreeg maakte geen reet uit. Ik denk dat dat het meest bijzondere aan de hele ervaring was – het besef dat ik er als persoon, gedurende een vol uur, even helemaal niet toe deed. Dat wat ik deed niet belangrijk was, dat het resultaat direct na afloop uitgewist zou worden en dat mensen die naar me keken dat deden omdat ze in een museum naar kunst aan het kijken waren, maar totaal niet in mij geïnteresseerd waren. Dat was wel een heel verfrissend gevoel en als zodanig zeker een vinkje op de awesome-lijst waard.

* Even over het winnen: natuurlijk heb ik gewonnen. Ik heb ongeveer 20 meer linzen en rijstkorrels geteld dan Michel. Want zo ben ik dus, ook als ik heel verheven in een kunstwerk zit.