Waar ik al die tijd was
Toen ik een tijdje terug deze blog reactiveerde, heb ik een ‘Waar was je al die tijd?’-blog aangekondigd, maar in de praktijk blijkt die moeilijker te schrijven dan ik dacht. Niet omdat ik die vraag niet kan beantwoorden, want het is een simpel antwoord, maar eigenlijk vooral omdat het een simpel antwoord is. Ik was namelijk gewoon waar ik altijd was. Overdag in Voorburg, ’s avonds in Leiden. Voor het begin van de Grote Schrijfstilte was ik, na een periode van plaatsvervangend en daarna waarnemend rectoraat, weer gewoon conrector, maar daar kwam tamelijk snel verandering in, want vlak voor de traditionele lunch die de schoolleiding met het onderwijs ondersteunend personeel in de laatste week van de zomervakantie heeft, vertelde de rector dat hij had besloten ontslag te nemen. En hoewel ik bij mijn sollicitatiegesprek om plaatsvervangend rector te worden op 1 december 2022 nog heb beweerd dat ik de beste kandidaat was omdat ik geen intentie had om ooit zelf rector te worden, werd ik per 1 december 2023, na een spannende en, voor iedereen in mijn omgeving stressvolle, procedure benoemd als rector van het Novum. Het is de mooiste baan van de wereld – althans, dat vind ik – maar het kost me veel tijd en energie. En hoewel het helemaal niet erg is om veel tijd en energie te steken in iets dat ik belangrijk vind, zijn die voorraden wel beperkt, dus dan moet ik keuzes maken.
Er was dan ook genoeg te kiezen. Niet alleen mijn leven ging door, ook dat van anderen. Daar wilde ik natuurlijk graag bij zijn. Mijn liefste vriendinnen kregen prachtige baby’s. Er waren bruiloften (ik was zelfs twee keer BABS). De lesmethode waar Michel jarenlang met zijn goede vriend Adriaan aan gewerkt heeft kwam uit. Vrienden werden hoogleraar. Andere vrienden gingen met pensioen. Er was ook minder goed nieuws. Een van de huwelijken die we zo enthousiast hebben gevierd is alweer geëindigd. Er is ruzie in de familie, omdat mijn vader is wie hij is en dat zichzelf zijn even iets te ver heeft doorgevoerd. Onze kat Lou viel, na een korte ziekte, dood neer in de woonkamer. De moeder van Michel overleed kort nadat ze zelf besloten had dat ze er niet zo veel zin meer in had. We vierden het leven van een collega, die zo van het strand hield dat hij dat kleurenpalet in de vloer, deuren en muren van onze school liet terugkomen, na zijn dood op het strand van Scheveningen. Mijn moeder kreeg borstkanker, maar dat lijkt nu onder controle, net als de borstkanker van een vriendin – maar dit is wellicht een mooi moment om iedereen met borsten even aan te sporen om die units even te checken op onregelmatigheden. Een wondje op het hoofd van Michel, dat maar niet wilde helen, bleek huidkanker. Daar wordt hij binnenkort aan geopereerd, en als het goed is, en dat zal het zijn, is die kanker dan weg. En vanaf nu draagt hij een petje als hij in de zon zit. In de winter van 2024-2025 hebben we twee maanden totaal zonder verwarming gezeten, en dat terwijl het verschrikkelijk koud was. Destijds een enorm drama, maar ruim een jaar later maakt het, zoals veel drama’s eigenlijk niet zo heel veel meer uit.
En dan heb ik zelf nog wel een paar heel erg mooie dingen beleefd. Michel en ik waren in november 2023 25 jaar bij elkaar, en dat vierden we met elkaar door een weekend naar Antwerpen te gaan, en met vrienden door een heel fijn feest te geven. Ik werd 50 en wist dat meerdere keren feestelijk neer te zetten: een op mijn verjaardag, om te vieren dat ik 25 jaar voor dezelfde werkgever werk, en een het weekend erna, om mijn verjaardag te vieren. Alle andere verjaardagen vierde ik ook, net als die van anderen, want ik hou wel van een verjaardagsfeestje. Voor iemand die van zichzelf beweert ‘niet zo’n reizer’ te zijn, was ik verrassend veel op pad: ik ging naar Terschelling, Texel, Parijs, Antwerpen, Harlingen, Groningen, Bologna, Modena, Maastricht, Amersfoort, Amsterdam, Doetinchem, Zwolle, Schiermonnikoog, Hamburg, Velp, Londen, Florence en Siena – soms alleen, soms met Michel, soms met vrienden, soms met collega’s. En als ik daar dan was, dan ging ik natuurlijk naar een mooi restaurant. Soms zelfs met een ster, of twee. Of zelfs drie. Ik heb gegeten bij Osteria Francescana, PrivéPrivée (het geheime restaurant van Sergio Herman), Dinner by Heston, Bij Jef, Brass Boer Thuis, The Jane, Rantrée, Bougainville, Bistro de la Mer, de Juwelier, Rijks, Fred, Parkheuvel, Maeve, Noor, Joël Robuchon, Omar Dhiab en vorige week nog bij de Gucci Osteria (net als Osteria Francescana een restaurant van Massimo Bottura).
Ik leerde nieuwe dingen, niet alleen voor mijn werk, maar ook in de creatieve sfeer. Lianne organiseerde twee powerpointparty’s, waar gave vrouwen mij allerlei dingen leerden en ik ze vertelde over Mussolini en de kracht van een goed lijstje. Ik deed een workshop gin distilleren, volgde meerdere pottenbakcursussen, maakte een mok en een vaasje, ging op paardrijles, deed een werkelijk bizarre wildworkshop, leerde over matcha en schilderde een middag met gouache. Ik ontwikkelde een interesse in stand-up, vooralsnog als lid van het publiek, maar wellicht ooit zelf op het podium, en zag Mike Rice, Micky Overman, Tommy Tiernan, Peter Flanagan en Joanne McNally optreden. Ik ging minder naar het theater dan ik zou willen, maar ik zag in elk geval een prachtige Hamlet; ik zag hier en daar ook nog wat live muziek, waarbij Elbow en Nick Cave de hoogtepunten waren en Duran Duran en Europe vooral sterke vertegenwoordigers van de ‘nu kan het nog’-categorie waren. Ik liet nieuwe tattoos zetten, kocht nieuwe kleren, tassen en schoenen, en haalde een nieuwe ouwe poes in huis (Billy is bijna 12 en geweldig).
In de politiek doe ik niet meer zoveel. Maar ergens in 2025 ben ik weer iets actiever geworden. Ik was bij de spectaculaire ‘het kan wel’-uitslagenavond van D66 in Leiden en ik zat in de lijstadviescommissie voor de gemeenteraadsverkiezingen. Bovendien was ik zelf ook verkiesbaar. Ik stond op nummer 39, niet laag genoeg om mezelf echt een lijstduwer te mogen noemen, en heb met minimaal campagnevoeren (1 Insta-post en 1 LinkedIn-bericht op de avond voor de verkiezingen) toch nog 25 stemmen weten te trekken, waarmee ik de grote verkiezingsstrijd van de Lopsenstraat gewonnen heb. Michel stond namelijk ook op de lijst, en wij maken overal een wedstrijdje van, dus wie de meeste stemmen had mocht zichzelf even op de borst kloppen. Hoe Michel met geen Insta-post en nul LinkedIn-berichten toch nog 13 stemmen scoorde verdient ongetwijfeld verder onderzoek, maar dat ga ik niet doen. Overigens hebben we op elkaar gestemd, want zo zijn we dan ook weer. En misschien wil ik wel meer. Ik heb onlangs een ochtend meegelopen met de fractie van de Eerste Kamer, en dat vond ik heel boeiend. Ik weet niet hoe groot de kans is dat ik vanuit het niets ineens op een mooie plek op de lijst voor 2027 kom, maar ik ga het proberen.
Dat is, more or less, het antwoord op de vraag waar ik al die tijd was. Ik was mijn leven aan het leven, en dat deed, en doe, ik met heel veel overgave. Want wat is er ontzettend veel leven om te leven. Ik was alleen even vergeten hoe leuk het is om daarover te schrijven. Maar nu weet ik het weer!
