Alsof er niks veranderd is
Heel lang geleden, toen ik nog met een ijzeren discipline deze blog onderhield, boekte ik weleens een hotelkamer. Voor mezelf. En dan nam ik mijn laptop mee, en mijn agenda, en de tool waarop ik op dat moment mijn lijstjes onderhield, en dan ging ik schrijven. Ik schreef dan een paar blogs op voorraad, en misschien werkte ik ook wel een kleine achterstand weg (want mijn ijzeren discipline is altijd een beetje rekbaar geweest), en als ik klaar was ging ik bubbels drinken en lekker eten. De beste hotelkamers hadden een groot bad, waar ik sowieso minstens een keer in ging liggen, liefst twee, en een groot bed, met een nog groter dekbed. Je zou denken dat zo’n kamer een perfecte locatie zou zijn voor een romantic retreat with the love of my life, en dat was vaak ook zo, maar dat was op dat moment niet de bedoeling. Ik ging een nachtje met mezelf weg. Mijn gevoelens voor Michel stonden daar los van. En bovendien: het is ook een beetje raar om tijdens een dergelijke romantic retreat te verwachten dat the love of my life geen enkele verwachting van mij heeft en het romantisch vindt om te kijken hoe ik mijn blog-achterstanden wegwerk. Dan kan ik beter de laptop thuis laten en iets leuks met Michel gaan doen – en laat dat nou net zijn wat ik de afgelopen jaren gedaan heb als ik een nachtje in een hotel geboekt had. Ik heb heus wel alleen ergens geslapen, maar dat was dan bijna altijd in een suf hotel waar ik voor een congres, een tweedaagse of een bijeenkomst van mijn opleiding was. Soms zelfs in een kamer met een, je geloof het niet, eenpersoonsbed. Dus dat telde niet. En die ene nacht die ik alleen in Parijs doorbracht, als verjaardagscadeau van Michel, was zo bijzonder dat ik daar ook geen letter heb geschreven.
Vind ik het jammer dat deze blog twee en een half jaar lang helemaal stil heeft gelegen? Ja. Ik vind het heerlijk om te schrijven en ik zou het het liefst vaak en structureel doen (als mensen aan mij vragen wat ik voor beroep zou hebben als ik niet deed wat ik nu doe, zeg ik altijd dat ik schrijver wil zijn), maar het komt er gewoon niet van. Ik vind ‘druk’ een vervelend woord, dus ik zal niet zeggen dat ik het te druk heb, maar mijn agenda is behoorlijk vol met werkzaken, ik sport op het moment erg veel, ik heb gelukkig nog steeds the love of my life, met wie ik weliswaar weinig romantic retreats beleef maar wel geruststellend veel rustige avonden thuis, en de tijd die ik daarnaast nog heb besteed ik aan vrienden, boeken, musea en apathisch voor me uit staren. Allemaal heel belangrijk natuurlijk, maar als ik op LinkedIn (mijn minst favoriete vorm van sociale media, want ik voel me altijd een faler als ik zie dat iedereen bijna dagelijks op een nieuwe mijlpaal is gaan zitten) lees dat iemand een book deal heeft, giert de jaloezie door mijn lichaam. Niet dat ik tijd heb om een boek te schrijven, of dat ik weet waar dat boek dan over zou moeten gaan, maar een keer iets met een kaft erom genereren waar mijn naam op staat is een van mijn grootste ambities – niet alleen in de parallelle wereld waarin ik niet doe wat ik nu doe, maar ook in de wereld waarin ik dat wel doe. En op mijn blog kon ik dan oefenen met schrijven en mijn ideeën onder woorden brengen en mijn creativiteit trainen. Dus toen de blog stil kwam te liggen, stopte ik ook daarmee. Want de teksten die ik schrijf voor school zijn vast prachtige, inspirerende beleidsstukken, e-mails, persberichten en nieuwsbrieven, maar op het gebied van oprechte creativiteit gaat niemands paling ervan roken. Jammer dus.
Maar nu zit ik achter mijn laptop in een hotel in Maastricht. Ik heb net een relaxed rondje door de stad gedaan; ik kom hier zo vaak dat ik een vast rondje heb en precies weet wat ik in welke winkel wil kopen, zodat ik bijna niet hoef na te denken en de licht lamlendige houding waarmee ik na drie uur op mijn reet zitten uit de trein ben gekomen nog even kan volhouden. Michel is in Leiden, waar hij zit te werken, maar ik hoef me niet schuldig te voelen, want we zijn net vijf dagen samen in Italië geweest, dus de romantic retreat is afgetikt en we zijn ook wel even uitgekletst met elkaar – als het meezit kom ik met nieuwe verhalen thuis. Verder weet niemand dat ik hier ben. Mijn familie woont hier, en ik zie mijn moeder in elk geval morgen, en mijn broertje met de zijnen misschien ook, maar vandaag is voor mij, dus ik hou de mythe dat ik morgen aankom nog even in stand. En voor het eerst in tijden heb ik dus mijn laptop bij me, met als enige reden dat ik weer eens ouderwets wil schrijven. Ik heb mezelf gewapend met drie blikjes cola zero, en op de helft van die brandstof heb ik nu in elk geval dit geschreven. Daar ben ik best trots op, want als ik heel eerlijk ben vind ik het ook wel spannend om iets online te zetten. Als ik zo lang mijn smoel heb gehouden, moet wat ik zeg, als ik het dan eindelijk zeg, wel de moeite waard zijn. Niet voor eventuele literaire agents, want die lezen dit toch niet, maar wel voor de mensen die de afgelopen jaren hebben gevraagd wanneer ik weer ga bloggen. Dat is kennelijk nu – en dan ga ik straks mooi cava drinken en in mijn enorme badkuip liggen. Alsof er niks veranderd is. Bedankt voor het wachten.

One Comment
Formerly known as BijenNL
Herman jij bent altijd het wachten waard