School,  Serieuze zaken

Niets zeggen

Gisteren is er iets raars gebeurd. Ik heb het allemaal niet live kunnen volgen, want ik zat in een vergadering, maar er was geen uitzending van het 8 uur journaal, omdat een gewapende man de studio was binnengedrongen en zendtijd eiste. Hij is tamelijk snel opgepakt, en toen kon iedereen op zich over gaan tot de orde van de dag, behalve dat het toen pas echt begon, omdat op de sociale media tamelijk snel verspreid werd wie het was, en toen bleek dat ik de man in kwestie kende, werd het voor mij ineens persoonlijk. Ja, ik ken hem. Het is een oud-leerling van de school waar ik werk, ik heb hem in de klas gehad, ik ben met hem naar Rome geweest, ik sprak hem weleens op de gang. En meer ga ik niet over hem zeggen, want we hebben het verzoek van de rector gekregen om er met helemaal niemand van de pers over te praten (al vermoed ik dat er niet heel veel journalisten zijn die deze blog lezen, maar dat is iets anders). Maar al had ik dat verzoek niet gekregen, dan zou ik waarschijnlijk nog steeds mijn mond houden, tenzij ik alle verhalen die ik overal hoor zou willen tegenspreken. Dat zijn er nogal wat; ik zoek ze niet eens op, maar ik hoorde vandaag al zoveel onzin van mensen op straat dat ik er denk ik een dagtaak aan zou hebben om alle verhalen die iedereen verzint tegen te spreken.

Door deze toestand is mij een aantal dingen opgevallen. Gisteren was de eerste keer in mijn leven dat ik blij was met iets wat Peter R. de Vries zei, namelijk dat de dader 19 is, en dat hij dus geen man is, maar een jongen. Vorig jaar, 8 maanden geleden, zat hij nog op school. En nu wordt hij op de voorpagina van de Telegraaf zonder balkje, volledig herkenbaar, afgebeeld en omschreven als ‘geestelijk gestoord’ (wat weten die journalisten snel diagnoses te stellen, trouwens – misschien kunnen zij meehelpen om de bezuinigingen op de GGZ te compenseren). Sinds wanneer zijn we gestopt met mensen onherkenbaar maken? En nog iets: meestal kan ik om dit soort dingen heel enthousiast meedoen op Twitter en in What’s App, maar dan gaat het om mensen die ik niet ken. Het is heel anders als je een bewegend beeld hebt bij iemand die aan alle kanten door iedereen besproken wordt; het maakt me verdrietig en ik zou willen dat iedereen die zich een oordeel aanmeet zou nadenken en niets zou zeggen en de sensatielust even zou laten voor wat hij is. Dus als er nog een keer zoiets gebeurt, met andere betrokkenen, dan zal ik terughoudendheid betrachten. Want iemand die zich genoodzaakt ziet dit soort dingen te doen, die heeft waarschijnlijk hulp nodig, en niet een veroordeling door heel Nederland.