Leiden,  Mensen

Aardig doen tegen mensen die niet aardig doen

Gisteren las ik op Facebook een berichtje van S, een collega van mij die om niet nader te noemen redenen nu iets meer thuis zit dan ze misschien zou willen (maar het is wel verstandig), die bij het bezoeken van de bakker een onaangename ontmoeting had gehad. Ze kon haar fiets niet bij de bakker parkeren, dus zette hem voor het woonhuis ernaast, waarop een vrouw naar buiten kwam en haar op typisch Leidse manier (dus met gebruik van het woord ‘tering’) verrot schold. Dat heb je echt nodig, als je in de ziektewet zit en je met veel moeite aankleedt om dan de deur uit te gaan om even een broodje te halen – overigens is dit laatste deel vooral projectie van mij, want zo heb ik destijds iedere tegenslag verwerkt, want ik had het toch allemaal niet verdiend en ik deed ook maar mijn best. S vroeg in haar post niet om advies, maar we kennen Facebook, dus veel mensen hadden een mening over hoe naar die vrouw was, en sommigen gaven tips over wat ze het beste had moeten doen of in elk geval alsnog zou kunnen doen. Ook ik vond er wat van: het leek mij wel een goed idee als S een jaar lang elke dag een foto van haar kont bij de dame door de brievenbus zou doen. Maar dat heb ik niet als advies gepost.

bloemenIk moest namelijk denken aan een liedje van Daniël Lohues, ‘Aordig doen tegen mensen die niet aordig doen‘, iets wat ik regelmatig op school tegen mezelf neurie als ik weer eens in conflict dreig te raken met een bepaalde collega en waardoor ik haar dan niet gelijk de kop van de romp trek, maar iets aardigs zeg. Omdat zij het waarschijnlijk het hardst nodig heeft. Dus ik adviseerde S niet om met een shovel bij dat rotwijf door de pui te rijden, maar om een grote bos bloemen te kopen en die bij de mevrouw langs te brengen. En dan haar excuses aan te bieden. Het is mijn ervaring dat mensen mijn adviezen doorgaans niet opvolgen, waarschijnlijk terecht, want ik ben de koningin van schade en schande, maar S heeft het gedaan. Ze heeft de buurvrouw van de bakker een boeket en haar excuses aangeboden, waarop de vrouw zich toch een beetje opgelaten voelde: ze kon dat toch echt niet aannemen, en misschien had ze iets te heftig gereageerd, en dat dat haar wel een beetje speet. Ze bleek naast een chagrijnige Leidse muil ook een vriendelijke, open glimlach op haar repertoire te hebben, en ze heeft S gezegd dat ze de bloemen moest geven aan iemand van wie ze houdt. S heeft mij gelijk gebeld met het verhaal – en nu zijn er in plaats van meerdere mensen om verschillende redenen ongelukkig meerdere mensen om dezelfde reden blij. En dat is aardig.