39 dingen

Tandarts

In mijn lijstje van 39 dingen die ik wil doen voordat ik 40 word, staat ook dat ik naar de tandarts moet. 2 keer zelfs, voor straf, omdat ik het ook op het lijstje van het jaar ervoor had staan en toen niet gegaan ben en het leek er ook dit jaar lang niet van te komen, maar uiteindelijk heb ik een afspraak gemaakt voor een reguliere controle. Zo regulier bleek de controle overigens niet, want mijn meest recente bezoek aan de tandarts bleek in 2011. Inmiddels was mijn tandarts met pensioen en was hij opgevolgd door een aardige nieuwe meneer, die de praktijk gelijk de 21ste eeuw in gesleept had – ik kreeg sms-jes om me eraan te herinneren dat ik een afspraak had, en van de receptioniste moest ik gelijk allerlei formulieren invullen om het digitale bestand (dat de vorige tandarts niet had) actueel te maken. De tandarts zelf had een fascinerende bril met een lampje erop en kokers op de glazen, en er was een knappe tandartsassistent. Zo was het voor mij best te doen, leek me. Alleen dat 2 keer gaan, dat werd een probleem, dacht ik, want het was inmiddels februari en als ik me aan de halfjaarlijkse regelmaat zou houden, hoefde ik dus pas in september terug. Gelukkig loste de tandarts het probleem voor me op, want ik bleek twee kleine gaatjes te hebben, en hij wilde wat tandsteen weghalen, dus ik mocht 3 weken later nog een keer aantreden. Ik ben helemaal niet bang voor de tandarts overigens – dat komt door mijn moeder (ja, die doet ook weleens iets goed), die altijd heel eerlijk met me was over dingen die misschien vervelend waren of pijn gingen doen. Dat kreeg ik gewoon van tevoren te horen, en dat koppelde ze daar een beloning aan: als ik dit nare ding even deed, dan kreeg ik een boek of iets anders waar ik op dat moment behoefte aan had (meestal een boek). Volgens mij is het enger als je tegen een kind zegt dat het allemaal wel meevalt en het valt niet mee dan als je zegt dat iets pijn gaat doen en het doet dat ook. Of misschien valt het wel mee.

tandartsIn het geval van het vullen van twee gaatjes in mijn kiezen gisteren viel het mee. De tandarts vroeg me of ik een verdoving wilde, maar dat leek me niet nodig. Ik overwoog hem nog te vertellen dat ik de dag ervoor mijn Brazilian had laten bijwerken, dus dat ik wel wat kon hebben, maar ik wist niet of hij wel gevoel voor humor had en ik wilde niet dat iemand die mij onverdoofd in een stoel heeft met allerlei martelapparaten tot zijn beschikking (ik ben niet bang voor de tandarts, maar ik ben wel een realist) mij een raar mens vond en dan misschien anders zou handelen. Hij bleek wel gevoel voor humor te hebben, want toen hij mij een enorme plastic bril opzette en ik vroeg waarom dat nodig was, zei hij: ‘Dat is tegen spetters.’ Ik trok mijn wenkbrauwen op, en hij lichtte het nog iets verder toe: ‘Ja, spetters. Bloed en pus.’ Mijn wenkbrauwen gingen net iets hoger, en toen zei hij: ‘Nee hoor, water.’ Heel geruststellend, vriend. Maar het was al met al niet heel pijnlijk – leuk is anders, maar niemand gaat voor de lol naar de tandarts. En het verwijderen van het tandsteen was een totaal nieuwe ervaring, want waar de oude tandarts dat deed met een soort trekhaak die hij volgens mij uit de collectie medische instrumenten van Museum Boerhaave had gejat, had de nieuwe tandarts een soort powertool waarmee hij alle ellende van mijn gebit blies. En met de mededeling dat ik moet flossen en dat hij me over zes maanden weer zou zien, mocht ik weer naar buiten. Een vinkje op het lijstje rijker en ik hoefde mezelf niet eens te belonen.