Film,  Leiden,  LIFF,  Uncategorized

LIFF

Ik heb er weer een ruime week filmfestivalplezier opzitten. Zo’n filmfestival vind ik echt heerlijk: waar ik het al heel leuk vind om een film in de bioscoop te zien, vind ik het eigenlijk nog prachtiger om in een dag zo veel mogelijk films te bekijken. Deze editie van het Leiden International Film Festival ben ik erin geslaagd om maar liefst 14 films aan het ‘gezien’-lijstje toe te voegen. En dat is 2 meer dan vorig jaar, terwijl ik het nu voor mijn gevoel veel drukker heb – maar wellicht heeft dat juist bijgedragen aan het aantal; het zou goed kunnen dat het vluchtgedrag was. Maar wat een mooie vlucht was dat, want ik heb veel mooie en indrukwekkende films gezien. Het langst zal mij, denk ik, Son of Saul bijblijven: ik kan me niet herinneren dat ik ooit een film heb gezien die ik zo intens deprimerend vond. Maar dat is, gezien het onderwerp van de film (een Jood die in het concentratiekamp werkt en zijn best doet om een jongen, waarvan hij vermoedt dat het zijn zoon is, te begraven), niet zo verrassend – wat ik wel echt verrassend vond was de manier waarop het verhaal in beeld werd gebracht. Ik kan de film van harte aanraden, maar misschien is hij minder geschikt voor op een romantische date… Als ik de films probeer te categoriseren, kan ik een aantal films indelen in de categorie ‘films over mensen’. Het onderwerp van de openingsfilm Steve Jobs is duidelijk, en waar veel mensen de film teleurstellend vonden (M sprak van een ‘melodramatische draak’), vond ik de manier van het verhaal vertellen wel interessant. In plaats van de legendarische keynotes van Jobs werd het half uur voor de presentaties getoond, waarbij het wel zo was dat kennelijk steeds dezelfde 4 mensen langskwamen om de arme man gek te maken. The end of the tour ging over een interviewer die vijf dagen doorbracht met de eigenzinnige schrijver David Foster Wallace, van wie ik ook weleens iets gelezen heb; zoals je zou kunnen verwachten van een film over een interview werd er vooral veel gepraat, maar ik vond het wel een mooie film. Bobby Fischer was het onderwerp van Pawn Sacrifice – ik ben geen schaker (daar ben ik veel te ongeduldig voor), maar dit vond ik wel heel boeiend, zeker omdat er niet echt werd geprobeerd om de raarheid en paranoia van Fischer te minimaliseren.

liff1

Jammer genoeg zitten er elk jaar ook wel een paar films bij die ik teleurstellend heb gevonden. Dit jaar waren dat Louder Than Bombs (om onduidelijke redenen is er alleen een Noorse trailer te vinden – een film waarbij vooral heel weinig werd gepraat met een nukkige tiener, buitengewoon onbevredigend), Mistress America (volgens sommigen zo goed als een film van Woody Allen, maar ik vond hem vooral saai), The Gift (op zich een spannende thriller, maar niet echt bijzonder – het huis waarin zich alles afspeelde was het meest overtuigend) en Results (over een fitnesscoach; veel matig acteerwerk). Er was ook wat historisch drama: Suffragette, over vrouwen die vechten voor het stemrecht, en Carol, de lesbische Brokeback Mountain van de jaren ’50. Bij beide films vermoed ik overigens wel dat er Oscar-nominaties aan de orde zullen zijn, want zowel Carey Mulligan (in de eerste film) als Cate Blanchett en Rooney Mara (in de tweede) acteerden voor alles wat ze waard zijn, en dat is nogal wat. Voor 2 films heb ik geen categorie: in  Cop Car speelde Kevin Bacon een foute sheriff wiens auto gejat wordt door 2 jongetjes die zijn weggelopen en vervolgens verwoede pogingen doet hem terug te krijgen. Best leuk, maar hij heeft niet echt mijn visie op het leven of zelfs op de film veranderd. In Z for Zachariah zijn er nog 3 mensen over na een atoomramp. Ik vond het een mooie, kleine, film, en het is ook een geruststellende gedachte dat juist zulke mooie mensen dit soort ellende overleeft. De laatste categorie is die van de rare films. Prettig raar was Zoom, waarin allerlei verhalen, deels getekend, door elkaar liepen. Bizar raar was The Lobster – ik ging met een licht verstoord gevoel uit de bioscoop weg, en elke keer als ik aan deze film denk, merk ik dat ik mijn wenkbrauwen frons. Maar ik kan met zekerheid zeggen dat ik me de afgelopen 8 dagen prima vermaakt heb – en de slogan van het festival ‘Find out what you are missing’ is in die zin toepasselijk dat ik nu echt weet dat ik in al mijn behoeftes voorzien ben. Volgend jaar ben ik er weer bij.