Vallen en opstaan
Toen ik in 2020 een groot deel van mijn vakantiegeld uitgaf aan een racefiets, was dat in eerste instantie ingegeven door de gedachte dat ik toch nergens heenkon, vanwege COVID, en in tweede instantie door de fitnessactiviteiten die ik in die tijd ontplooide. Destijds had ik het niet door, maar ik bleek, op het moment dat ik niet op en neer naar school hoefde om les te geven en om andere redenen door het gebouw heen en weer te rennen, een boel energie over te hebben. Die energie stak ik in bewegen: krachttraining en yoga thuis en buiten hardlopen en, zodra ik mijn prachtige zwart-roze Wilier had, ook wielrennen. Bijkomend voordeel was dat ik, toen de lockdown deels werd opgeheven, met de fiets naar school kon, en zo, in plaats van me ondanks een mondkapje in het openbaar vervoer allerlei corona aan te laten hoesten, sneller dan welke pandemie dan ook van Leiden naar Voorburg (en terug) kon reizen. Omdat ik graag investeer in goeie spullen had in natuurlijk snel allerlei leuke outfits geregeld, met als hoogtepunt een fietsjurk, maar er was een aspect van het wielrennen dat ik in het begin bewust achterwege heb gelaten: klikpedalen. Toen de fiets werd bezorgd zaten er gewone pedalen bij, en dat vond ik eerlijk gezegd wel prima. ‘Echte’ wielrenschoenen vind ik lelijk, mensen die ze aanhebben lopen als rare eenden en, en dat was het belangrijkste argument, ik ben doodsbang om te vallen, en dat schijnt tamelijk onvermijdelijk te zijn, zeker in het begin van een professionele pedalentraject.
Het is twee jaar goed gegaan – vorig jaar heb ik even overwogen om de stap te zetten, maar toen kocht Michel een racefiets en hij koos ook voor reguliere trappers, dus ik had nog even een excuus om zelf ook te wachten (solidariteit als smoesje is een mooi ding), maar uiteindelijk voelde het natuurlijk wel alsof ik nog met zijwieltjes fietste. Mijn argument van de lelijke schoenen werd ook teniet gedaan toen ik op de Adidas-site aan het shoppen was en daar de Velosamba’s tegenkwam, waarop ik normaal kan lopen omdat het eigenlijk gewoon sneakers zijn en die ik zelfs mocht customizen met mijn levensmotto (‘Fail Better’), dus toen mijn fiets voor de APK ging, kon ik niet anders: er gingen grotemensentrappers op en nadat ik ben uitgelachen in de fietswinkel voor vanwege mijn schoenen (“Ze zijn zwaar en niet aerodynamisch” “Ja, ik ook, laat ons lekker”), moest ik eraan geloven. Ik heb in de woonkamer een uurtje geoefend met in- en uitklikken en ben toen op de straat voor mijn voordeur 3 keer glorieus op mijn smoel gegaan voordat ik het een beetje onder de knie leek te hebben. Ik vermoed dat ik tijdens mijn komende fietstochten nog wel een paar keer bij een stoplicht als een schildpad op mijn rug zal komen te liggen, maar ach, ik heb niet voor niets een motto die daar uitstekend bij past, en uiteindelijk zal ik misschien zelfs wel harder gaan fietsen. Laten we hopen dat mijn leercurve niet al te steil is…