Culinair,  Restaurant,  Rotterdam

Vies eten

Ik ga best vaak uit eten. Daar zijn verscheidene, uiteenlopende, redenen voor: M en ik hebben niet altijd veel tijd tussen het dag- en het avondprogramma, en die vullen we dan liever met kletsen en eten dan met boodschappen doen, snel kopen en snel eten in onze respectieve smoel steken voordat een van ons weer weg moet, ik hou van allerlei soorten eten die ik niet zelf kan maken, dus dan laat ik dat graag aan de professional over (vooral waar het gaat om etnische keukens), ik hou van dry-aged vlees en ik heb geen rijpkast, en ik ben, waar het gaat om uitgaan, nogal beperkt door het feit dat ik niet kan dansen, dus als ik met vrienden afspreek, wordt daar vaak bij gegeten. Gezellig, en meestal lekker. Of meestal – eigenlijk zo goed als altijd. Ik lust namelijk alles, dus de kans dat ik een bepaald ingrediënt niet echt lust is klein, en ik doe altijd gedegen vooronderzoek: via recensies in de krant of van mensen die ik hoog heb zitten en door online de menukaart van een etablissement door te spitten. Met Iens heb ik niet zoveel, want voor mijn gevoel zijn dat ofwel de vrienden van de chef (dus altijd positief), ofwel mensen die om de een of andere reden (waarschijnlijk een combinatie van hun eigen karakter en dat van hun gezelschap) een onaangename avond hebben gehad en dat willen verhalen op de horeca. En dat systeem werkt altijd.

vies eten 1Behalve dan dat ik vrijdag een buitengewoon teleurstellend diner heb gehad. Ik had plannen samen met B, om een spectaculaire dag en avond te beleven, met lunch, film en een mooi etentje, en de locatie die we daarvoor hadden uitgezocht was veelbelovend. Nou ja, ‘we’, ik had hem uitgezocht, op basis van een laaiend enthousiaste recensie die ik had gelezen op De buik van Rotterdam, van Wim de Jong, wiens columns over zijn midlife-crisis in de Volkskrant altijd erg leuk waren. De waarschuwing van B, die al eens bij een eerder restaurant van de chef had gegeten en dat had ervaren als een intens pretentieus diner met overmatig veel belangrijkdoenerij over de houtoven van de chef (‘we mochten kiezen hoeveel gangen, maar ze werden sowieso allemaal in de houtoven bereid’), heb ik in de wind geslagen, en dat bleek onverstandig. Ik koos alle gerechten die De Jong ook had gegeten, dus ik had meerval als voorgerecht, en daarna kalfsvlees. Geen dessert, want dieet. Het begon goed, met een gin & tonic; ze hadden een mooie collectie, en de enige smet op de bestelling was dat het meisje dat de bediening deed mijn uitspraak van de naam van de gin volledig ten onrechte ging verbeteren, maar goed, kniesoor* die daar op let. Op tafel stond een bordje met olijfolie in een mooi kannetje en wat zout, waar vermoedelijk soms brood bij geserveerd werd, maar dat werd aan ons niet aangeboden. Vond ik niet erg – meer ruimte voor lekkere dingen, dacht ik nog.

vies eten 2Maar dat viel vies tegen. De meerval was gepekeld en toen, denk ik, bereid in de houtoven. Hij werd geserveerd met allerlei schuim en andere spullen, maar het probleem is volgens mij dat meerval gewoon geen lekkere vis is. Allemaal heel erg trendy en bio en eigen kweek in Rotterdam, hartstikke fijn, maar na 5 happen vond ik het gewoon heel moeilijk om de vis op te eten. Hij had echt een nare consistentie, en ook niet zo’n fijne smaak, en de Beilagen verzachtten de omstandigheden ook niet. De kalfstartaar van B was ijskoud, waardoor je hem niet echt kon proeven, en het langoustineschuim voegde niets toe, behalve medelijden met de langoustines in kwestie. Het kalfsvlees dat ik als hoofdgerecht had volgens mij niet in de houtoven bereid, maar in de sous-vide, wat tot gevolg had dat het een ontzettend vervelend sponzig mondgevoel had. Ik heb me gestort op de paksoi die ik als bijgerecht besteld had, want die was erg lekker. De Rotterdamse haan van B was wel in de houtoven geweest, maar er was verder niet zoveel mee gebeurd  – en de mousse van kippenlever die erbij zat riep ook weinig enthousiasme op. B bestelde nog een kaasplateau, omdat hij dacht dat ze die in elk geval niet in de houtoven konden doen, maar hij vergiste zich: er zaten druiven bij die het standaardproces hadden moeten meemaken. De stakkers. We hebben nog koffie gedronken, en toen besloten dat we dit etentje nog een keer over gaan doen. Ergens anders**.

*Dat gezegd zijnde: als ik, als ik Drambuie bestel, nog één keer moet aanhoren ‘Oh u bedoelt Dram-bwie’, dan gaat deze kniesoor er wel op letten. Schots drankje, dus geen Franse naam. Dram-bjoe-wie. Ik kan er ook niks aan doen, maar ik ga het niet expres verkeerd uitspreken om iemand anders een goed gevoel te geven.

**Ik zeg expres niet hoe dit restaurant heette. Het is tamelijk makkelijk te vinden met info uit deze blog, denk ik, maar ik noem zelf geen namen.