Cultuur,  D66,  Gezeur,  Theater

Weerstand

Vrijdag ben ik teruggekeerd uit Rome, en ik had me erg verheugd om op zondag met L naar het yoga-festival in Leiden te gaan: beetje rondlopen in een legging (‘yoga-pants are the best pants’), beetje gezonde dingen eten en drinken, beetje voor mij onbekende vormen van yoga bedrijven. Dat leek me een topdag, maar het mocht niet zo zijn, want het had D66 behaagd om een bijeenkomst voor cultuurwoordvoerders te organiseren. Op zondag in de vakantie. En als cultuurwoordvoerder van D66 Leiden was ik daar behoorlijk boos over. Maar ja, ik ben natuurlijk wel gegaan, want ik wist zeker dat het een belangrijke bijeenkomst zou zijn – waarbij ik me natuurlijk wel het recht voorbehield om van begin tot einde over te lopen van weerstand. De dag begon goed, want ik had nog een gymsessie in mijn schema weten te persen, zodat ik ondanks 8 dagen Rome toch weer op 100% trainingen zat (en dat blijft een belangrijk getal voor mij). Bovendien scheen, ondanks de ongunstige weersvoorspellingen, gewoon de zon, zowel in Leiden als in Utrecht. Eigenlijk mocht ik niet klagen. En daar baalde ik dan weer van, want ik wilde zo graag klagen. Als ik eenmaal weerstand voel, wil ik me daar wel even lekker in kunnen wentelen.

kunsthartDe bijeenkomst was veel minder erg dan ik had verwacht – ik zat bij een sessie over cultureel vastgoed, op zich een onderwerp waar je me zelfs op een goede dag niet joelend op de bank krijgt, die neerkwam op een discussie die best prettig was, waarbij me wel opviel dat in sommige gemeentes cultureel vastgoed vooral gaat over buurthuizen, terwijl het in Leiden wel een niveau of 3 hoger is. Maar een discussie met D66’ers komt in elk geval altijd van de grond, want praten is onze hobby, dus die was eigenlijk best leuk. Bij de gezamenlijke terugkoppeling was de landelijke woordvoerder cultuur (Alexander ‘koop 2 Rembrandts’ Pechtold) ook aanwezig, en ik heb twee van mijn favoriete stokpaardjes over cultuureducatie (dat we het literatuuronderwijs niet moeten vergeten, en dat we kinderen ook moeten leren om kunst te beleven, want het zijn toch de theater- en museumbezoekers van de toekomst) kunnen berijden ten overstaan van Paul Schnabel. Maar de weerstand viel eigenlijk helemaal weg toen we de voorstelling ‘Kunsthart‘ van Mugmetdegoudentand gingen kijken. Ik had niet echt een positieve verwachting van een drieluik over cultuurbeleid in Nederland, maar het was prachtig. Vooral het derde stuk, waarbij de visie op kunst en cultuur van Mark Rutte in een (fictieve) monoloog werd uiteengezet, vond ik zeer de moeite waard. Dus dat ik op weg naar huis alsnog nat ben geregend – ach, wat maakte het uit? Het was een mooie dag.