Corona,  Corona-diaries,  Huis,  Opruimen

Een beetje opruimen

Ik hou niet zo van opruimen. Ik ben ook rotzooiblind, dus het maakt me geen zak uit als ik bij andere mensen ben en er ligt troep, en in mijn eigen huis weet ik heus wel dat er allerlei spullen liggen op plekken waar ze niet zouden moeten liggen, maar dat kan me niet boeien. Soms wordt het me allemaal ineens te gortig en dan ga ik als een bezetene aan de slag, al betreft dat altijd alleen mijn directe leefomgeving: de bank of de eettafel (die eigenlijk mijn bureau is). Maar we hebben in huis een paar hoekjes die al jaren als opslagplaats voor rommel dienen. Achter mijn bank bewaar ik ongeveer 20 tassen, in onze boekenkasten staan nogal wat vreemde elementen, onder de trap wonen allerlei random flessen en in de slaapkamer heb ik bij mijn kant van het bed zo ongelooflijk veel oude tijdschriften, boeken en onduidelijke spullen liggen, dat ik er elke keer als ik eraan denk een beetje verdrietig word. Althans, dat had ik. Want nu ik door corona word gedwongen om ‘s avonds online te vergaderen, en ik dat niet beneden kan doen, omdat Michel dan geen televisie kan kijken en het een beetje lullig is om 2 slachtoffers te maken, ga ik live uit de slaapkamer. En elke keer als ik daar zat en om me heen keek, dacht ik ‘Dit kan natuurlijk helemaal niet’. Niet omdat iemand het kon zien – ik ga de camera heus niet op de rotzooihoekjes richten, maar omdat ik er zelf ineens niet meer tegen kon.

Op zo’n moment, als ik moet constateren dat de kaboutertjes het weer eens hebben laten afweten en ik zoals gebruikelijk zelf mijn eigen problemen moet oplossen, rest me maar een ding: een ‘voor de behandeling’ foto maken en keihard aan de slag gaan. In feite ging het om 2 grote planken, 2 kleine plankjes die als nachtkastje fungeren en allerlei spullen op de grond. De bovenste plank bevat boeken, want een kamer zonder boeken is als een lichaam zonder ziel,* en een grote knuffelpinguin en een schaap dat bedoeld is als ding om een deur mee open te zetten, dus die hoefde ik alleen maar af te stoffen, en toen konden ze gewoon blijven staan. Althans, ik heb er nog wat boeken aan toegevoegd, want op de onderste plank, waar ook onze wekker en mijn beer op staan, lagen allerlei boeken en tijdschriften, waarvan 90% weg kon en 10% bij de andere boeken kon gaan wonen. De kleine plankjes waren zo gepiept, een kwestie van stof verwijderen en alles wegpleuren, maar het gênantste was wat er op de grond lag. 3 jaargangen (2010, 2011 en 2012) van de Flow. De Flow. Ik weet zeker dat er in die jaren niemand anders dan Michel en ik in ons huis gewoond hebben, en ze zijn zeker niet van Michel, dus ik heb kennelijk ooit gedacht dat ik een type voor de Flow was. Maar goed, ik heb een enorme Ikea-tas gevuld met Flows en ze snel naar het oud papier gebracht alsof het een dubieuze collectie kinderporno was. De slaapkamer ziet er, getuige de ‘na de behandeling’-foto, een stuk gezelliger uit – ik zou bijna zin hebben om weer te vergaderen. Bijna.

* Aldus, geloof ik, Cicero. Die zelf geen ziel had.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.