Corona,  Corona-diaries,  Thuismuseum

Ons museum: Het uithangbord van de Queen’s Head

Omdat we niet meer naar musea kunnen, zijn veel musea op het moment aangewezen op online presentatie van hun collectie. Ik vind dat enerzijds fijn, want nu kan ik nog steeds naar kunst kijken, maar anderzijds helemaal niet fijn, want ik heb helemaal geen zin om online naar kunst te kijken – ik wacht eigenlijk liever tot ik weer lekker met mijn museumkaart kan wapperen. Ik kies er dus voor om geen gebruik te maken van het online aanbod van musea waar ik als de corona-crisis voorbij is gewoon heen kan gaan, en wel te kijken bij musea die ik voorlopig niet of überhaupt nooit ga bezoeken (ik zie mezelf nog niet zo snel in Sao Paolo lopen, maar de website van het MASP ziet er prachtig uit). Maar Michel en ik hebben hier in huis ook nog wel een paar kunstobjecten, dus voor de mensen die het wel fijn vinden om online cultuur te halen presenteer ik nu de collectie Buijs-Herman.

Mijn broertje en ik schelen vijf jaar en het is al zo lang als ik het mij kan herinneren onze hobby om tijdens familiediners, die op zich steeds minder vaak plaatsvinden (mijn ouders zijn gescheiden, ik woon ver weg, we zien elkaar gewoon niet heel regelmatig), bij wijze van entertainment de boedel van mijn ouders onderling te verdelen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk ordinair, zeker om het te doen in aanwezigheid van onderhavige ouders, die bovendien allebei kerngezond zijn, dus de verdeling van de poet is helemaal niet aan de orde. Daar komt nog bij dat wij helemaal niet degenen zijn die bepalen wie wat krijgt – dat lijkt me namelijk iets dat mijn moeder en mijn vader zelf mogen regelen. Het zijn hun spullen, dus zij zeggen waar het heen gaat. Zo heeft mijn vader in zijn testament aangegeven dat Michel zijn Burberry-jas krijgt. Dat is een mooi voorbeeld van over je graf heen iemand sarren, want Michel is niet alleen een kleine 25 centimeter langer dan mijn vader, hij heeft ook een enorme pesthekel aan die beige ruitjesprint. Maar ja, geschenken uit het hiernamaals weiger je niet. Een van de dingen waarover mijn broertje en ik dan weer intense discussies hebben, was jarenlang het uithangbord van de Queen’s Head, waarvan ik eigenlijk niet eens precies weet hoe het in mijn ouderlijk huis terecht is gekomen (volgens mij heeft mijn vader het op een antiekmarkt gescoord), maar we wilden het op zich allebei hebben, dus het speelde een belangrijke rol in de pre-hume onderhandelingen.
Toen Michel en ik ons huis kochten, en dus ineens een boel meer muur tot onze beschikking hadden dan in het mini-appartement waar we daarvoor woonden, werd ons ineens de Queen’s Head aangeboden. Mijn ouders vonden het een mooi house-warmingcadeau, maar mijn moeder zei ook dat ze er op zich genoeg van had dat ze constant het graf in werd gekeken. En ergens kan ik me dat goed voorstellen. Het is een enorm ding, technisch gezien valt het natuurlijk niet eens onder de kunst, maar is het eerder nijverheid ofzo, en Michel moest om het gevaarte aan de muur te krijgen een enorm dikke boor (‘een tien’) aanschaffen, want het ding is loodzwaar. Het is dus een uithangbord van een kroeg (Ind Coope is een inmiddels failliette Engelse bierbrouwer), en er zijn natuurlijk nogal wat Queen’s Heads in Engeland. De queen in kwestie is Elizabeth I, want dat is de koningin met het rossige haar, maar verder heb ik geen idee waar dit bord oorspronkelijk gehangen heeft. Het is natuurlijk de bedoeling dat het aan de buitenkant van een kroeg hangt, haaks op de muur, en dat heeft het duidelijk ook jarenlang gedaan, want aan de achterkant is dezelfde afbeelding te zien, al heeft die het een stuk zwaarder te stellen gehad van regen en wind. Bij ons in huis hangt hij gewoon plat op de muur, want Michel en ik kijken na ruim 21 jaar nog steeds graag naar elkaar. Maar de koningin van Engeland zien we ook heel graag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.