Corona,  Corona-diaries,  Cultuur,  Film,  Lakenhal,  Lezen,  Museum

Een dagje anderhalvemetercultuur

Afgelopen vrijdag was voor mij een van de mooiste dagen sinds de start van de lockdown. Nadat ik woensdag al met Lianne bij FG had gegeten en samen met Michel had geborreld bij Frank en Anita in de tuin, zodat mijn behoefte aan heerlijk eten en goed gezelschap al weer een heel eind op peil was, had ik voor mezelf een vrijdag vol cultuur ingepland. Op vrijdagen hoef ik niet naar school (of online beschikbaar te zijn voor onderwijsactiviteiten) en als ik op zo’n dag geen andere afspraken maak, kan ik hem dus helemaal voor mezelf invullen. Zalig is dat, zeker als de musea weer open gaan en ik naar de bioscoop kan. Ik had dat soort dingen zo gemist. In mijn eentje door een museum lopen vind ik een van de fijnste dingen die er zijn: op mijn eigen tempo kijken naar wat mensen kunnen maken als ze hun creativiteit laten stromen is gewoon schitterend. En op zich geldt dat ook voor een mooie film, want hoeveel het doorgaans als ongezellig wordt ervaren dat ik graag alleen naar de bioscoop ga, als het licht uitgaat maakt het geen zak uit wie er naast je zit, en bovendien zit er dan niemand met zijn grijpgrage handjes in je popcorn te graven. Zodra het mogelijk was om een kaartje te reserveren voor een bezoek aan de Lakenhal was ik erbij, en tot mijn grote vreugde draaide vrijdagmiddag in het Trianon Emma, de film waarvoor ik van mezelf eerst de roman van Jane Austen moest lezen voordat ik erheen mocht, maar toen niet kon omdat corona alles onderscheet. Dat beloofde dus een topdag te worden.

Bij de Lakenhal kon je timeslots van een uur reserveren, maar dat waren de slots waarbinnen je het museum in mocht; daarna mocht je zo lang blijven als je wilde. Ik was er om 10.30, dus de mensen uit mijn timeslot konden al een half uur binnen zijn. Omdat de meeste gasten eerst naar de Pilgrim-tentoonstelling gingen, kon ik een groot deel van de vaste collectie helemaal in mijn eentje bekijken, en daarna in relatieve rust naar de tentoonstelling kijken. Dat ging dus allemaal prima op anderhalve meter. Het was natuurlijk wel een beetje anders dan hoe het pre-corona was als ik naar een museum ging, want behalve de reservering en het gebrek aan ongedwongenheid in mijn bezoek aan het museumcafé* was iedereen heel alert op de anderhalve meter afstand en stonden er overal potten handgel. Gelukkig waren er ook veel dingen ongewijzigd, want er was prachtige kunst en er waren boomers die net iets te hard tegen elkaar aan het praten waren, dus al met al had ik toch het gevoel alsof ik een ouderwetse museumbeleving had. Ook in de bioscoop was de procedure iets aangepast: ik had een vaste plek in de zaal, er was geen pauze (die hebben we nog in Leiden, heerlijk is dat) en veel minder mensen hadden een kaartje voor de film kunnen kopen, want ander kon de afstand niet verwezenlijkt worden. Dat voelde in eerste instantie een beetje raar, maar ach, ook daarvoor geldt dat het geen zak uitmaakt zodra het licht uitgaat, en ik wilde de film zo graag zien dat ik iedere maatregel voor lief nam. Het was dus een heerlijke cultuurdag en ik kan bijna niet wachten tot mijn volgende museum- en bioscoopbezoek!

* Dat overigens volledig werd gecompenseerd door het feit dat ik in een museumcafé een cappuccino heb kunnen drinken. Over geluksmomentjes gesproken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.