Cursus,  D66,  Observaties,  Onderwijs,  School

Weerstand

Afgelopen weekend was ik op het Bestuurdersweekend van D66. Iedereen die een politieke functie namens de club vervult (en die zin heeft om te komen) gaat dan naar Papendal, waar we twee dagen lang mogen genieten van trainingen, portefeuilleoverleggen, plenaire sessies met interviews met kamerleden, enthousiasmerende speeches en vooruit, ook een borrel en een pubquiz. Een van de workshops die ik volgde was de Summerschool ‘Omgaan met weerstand’. Ik had me daarvoor aangemeld omdat ik als docent en leerlingcoördinator een heel gemakkelijke manier heb om om te gaan met weerstand bij leerlingen, namelijk in feite de weerstand ongegrond verklaren, een blik des doods versturen en doorgaan alsof er niks aan de hand is. Werkt vaak best goed, maar als politica zal ik toch iets meer variatie in mijn arsenaal moeten hebben – een betrokken burger zit er echt niet op te wachten om door mij als een vervelende puber behandeld te worden. Daar viel dus nog wel wat te leren, leek me. De training begon op een manier die bij mij extreem veel weerstand opriep, want we moesten onze schoenen uitdoen, en ik had geen sokken aan, dus ik stond op mijn blote voeten (en ik haat alle voeten, maar die van mij nog het meest), maar ja, als je al gelijk in de weerstand schiet ben je meteen zo’n test-case, dus ik heb me er maar bij neergelegd. In duo’s moesten we vervolgens 3 oefeningen doen die geïnspireerd waren op de Aikido, en als doel hadden te laten zien dat het gemakkelijker is om iemand pootje te lichten of zijn arm te buigen als hij weerstand biedt dan als hij gewoon rustig staat. Als bijkomend doel liet het mij overigens ook zien dat ik even moet checken of ik mijn benen heb geschoren voordat ik naar een Summerschool van D66 ga, want er is nu een raadslid mild getraumatiseerd terug naar Almere gegaan.


Toen begonnen we echt. Als huiswerk hadden we allemaal moeten vertellen wat weerstand volgens ons betekent, zodat er een sheet was met een enorme berg negatieve definities (‘Als iemand op de rem trapt/niet doet wat ik wil/mijn partij tegenwerkt/niet naar mij luistert’); de sheet die we daarvoor hadden gezien, met andere interpretaties van ‘weerstand’, was best confronterend in die zin dat niemand kennelijk had gedacht aan weerstand als gezondheid, of als verdedigende voetballer, of als een ding dat zorgt dat alle elektrische apparaten werken, maar goed, als je een workshop voor politici ‘Omgaan met weerstand’ noemt, zal het wel niet gaan over de vraag hoe je kunt omgaan met weerstand tegen bacteriën en virussen. We leerden dat er in het soort weerstand waar wij het over gingen hebben sprake is van een oordeel over het gedrag van de ander, en dat weerstand voor de ander geen bewust gekozen vorm van zijn is. Weerstand wordt dan bepaald door niet kunnen, niet weten, niet durven of niet willen – en ik had ineens een lightbulb moment omdat ik zelf, en veel D66’ers met mij, zo goed als alle weerstand benaderen als dat het voortkomt uit niet weten, en dan gewoon alles nog een keer ga zitten uitleggen, terwijl het heel goed zou kunnen dat iemand prima snapt wat er aan de hand is, maar het allemaal eng vindt. Als een kindje denkt dat er een monster onder zijn bed zit en zijn vader schijnt een zaklantaarn onder het bed om te laten zien dat er niks is, is daarmee de angst nog niet voorbij, want zodra pappa weg is en het licht weer uit is, is het monster gewoon weer terug. Het is dus niet altijd een gebrek aan kennis.

We leerden dat we, als we geconfronteerd worden met weerstand, die weerstand moeten ‘afpellen’, door goede vragen* te stellen en zo te achterhalen wat er nou eigenlijk aan de hand is. Dus niet meteen proberen de ander te overtuigen, maar de herkomst van die weerstand te onderzoeken. Daar kan ik wel wat mee. Als ik met leden van andere politieke partijen die weerstand hebben tegen mijn plannen praat en als ik met inwoners van de stad praat die weerstand voelen ten aanzien van iets dat de gemeente wil doen. Maar ook als ik mezelf betrap op weerstand zou het een verstandig idee zijn om eens even bij mezelf te rade te gaan over wat er echt aan de hand is, in plaats van te blijven hangen in ‘Nou gewoon, ik vind het stom’. Want als ik weet waar mijn weerstand vandaan komt, kan ik ook gaan kijken of er een manier is om die weerstand weg te halen. En er is nog wel een groep mensen die zijn voordeel kan doen bij mijn deelname aan deze Summerschool, want waar ik oorspronkelijk dacht dat ik mijn politieke contacten niet zou moeten benaderen als leerlingen, ben ik me er nu wel iets meer van bewust dat het een goed idee zou zijn om mijn leerlingen iets meer te behandelen als politieke contacten. Dus iedereen wint!

* Ik leerde ook over de ‘komma, sukkel’-vraag, die ik ongeveer 10 keer per dag stel: een vraag waar je heel gemakkelijk een komma en het woord ‘sukkel’ achter zou kunnen plakken. ‘Denk je nou echt het een goed idee is om een piemel op de muur van het klaslokaal te tekenen(, SUKKEL)?’

De bovenste foto (van de plenaire zaal tijdens de Politieke Tweedaagse) is gemaakt door Lodi van Brussel, waarvoor dank.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.