Cultuur,  Musical,  Muziek,  Theater

Maar liefst 2 musicals

Ik vind musicals eigenlijk een beetje eng. De gedachte dat ieder moment iemand in een enorm gezang zou kunnen losbarsten is voor mij eerder angstaanjagend dan enthousiasmerend, zeker als dat zou betekenen dat er ook nog spontaan gedanst zou kunnen worden. Als ik naar het theater ga, wil ik graag  mooie teksten mooi gebracht zien door goede acteurs, die zichzelf dan verder niet uiten door ineens random te gaan zingen of dansen – en daar selecteer ik mijn voorstellingen* ook op. Maar soms laat ik me leiden door verhalen van anderen, en voordat ik het weet heb ik ineens een kaartje gekocht voor een musical. Of zelfs twee, want ik heb het voor elkaar gekregen om in twee weken naar maar liefst twee musicals te gaan. Het begon met The Book of Mormon – een musical geschreven door de makers van South Park, met medewerking van een van de componisten van Avenue Q (de enige andere musical die ik gezien heb), waarvoor ik getipt was door Marc en Thomas. Ik kocht een goedkope ‘single seat’, want niemand wilde met me mee, dus ik had een topplek. Mijn blijdschap over mijn kaartje werd bijna gefnuikt door de mededeling van mijn moeder dat deze musical ‘racistisch en misogyn’ was, maar ik ben toch maar gegaan. Ik kan mijn moeder gelijk geven: The Book of Mormon is ook racistisch en misogyn, maar hij is ook heel erg grappig. Ik heb het hardst gelachen om Hasa Diga Eebowai, een fraai lied over de relatie van de Ugandezen, althans de fictieve Ugandezen, met God. Ik vond het een allemaal heel professioneel vormgegeven en uitgevoerd en ik heb een prima middag gehad.

Voor Lazarus zat het iets anders: dat leek me niet echt een musical, althans niet eentje met allerlei gekke dansjes en spontane zanguitbarstingen, maar eerder een soort scènische opvoering van de toch al mooie nummers van David Bowie. Ik ging erheen met 2 muzikale vrienden, Michel en Richard, en het viel me enigszins tegen, want er was wel een verhaal (waar ik me misschien iets beter op had moeten voorbereiden, want het duurde wel even voordat ik het snapte) hier en daar en er werd ook gedanst, maar ook ruimschoots mee, want de muziek was prachtig en werd door sommige leden van de cast heel goed gezongen. Ik heb aanzienlijk minder gelachen dan tijdens The Book of Mormon, namelijk helemaal niet, maar dat was ook niet zo erg, want ik heb met open mond gekeken naar het decor en de manier waarop er van alles op de achterwand geprojecteerd werd. Het treurige van Lazarus is natuurlijk het besef dat ik nooit meer op de manier waarop ik het het liefste zou willen muziek van David Bowie live ga horen – en eigenlijk is iedere variant op Bowie zelf horen zingen gewoon een beetje een lapmiddel, maar als dat dan zo is, was deze musical misschien wel het beste lapmiddel dat er zou kunnen zijn. Bij het applaus werd een grote foto van David Bowie getoond en aan de reactie daarop merkte ik wel dat ik niet de enige was die hem mist. Of ik binnenkort weer naar een musical ga? Ik denk het niet. Doe mij maar een mooi toneelstuk. En een mooi concert. Maar liever niet door elkaar.

 

* Opera is overigens iets heel anders voor mij, daar wordt niet ook gepraat. Opera is prima (al ga ik daar ongeveer eens in de twee jaar heen, dus zo veel doe ik daar nou ook niet echt mee), ballet ook. Het gaat om die vermenging – dat hoeft voor mij gewoon niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.