Corona,  Corona-diaries

De tijd doden

Terwijl ik dit schrijf is het dinsdag 31 maart, 18.39. Dat zal voor iemand die dit over een maand of een jaar leest ongetwijfeld een totaal onbelangrijk tijdstip zijn, maar voor alle kortetermijnlezers is het duidelijk dat het op het moment heel spannend is, want ‘rond 19.00’ zal er een persconferentie zijn waarin we te horen krijgen of, hoe en tot wanneer de corona-maatregelen verlengd zullen worden. Het antwoord op al onze vragen dus: wanneer mogen we weer naar school, mogen we nog een toets op papier afnemen bij de examenleerlingen, heeft het zin om te hopen op lekker weer of zit een terrasje er voorlopig nog niet in? Heel Nederland is op het moment vooral te tijd aan het doden – en ik ook. Ik heb net bijvoorbeeld na mijn workout van de dag (een idiote plank flow, een onderlichaamtraining met een elastiek om mijn knieën en een bizarre set met een bal) nog een bovenlichaamonderdeel gedaan omdat ik verder ook niet precies wist wat ik moest doen voor de persco. Als ik nu de televisie aanzet kan ik waarschijnlijk genieten van de voorbeschouwing, en als de conferentie is afgelopen vast ook een nabeschouwing, want nu er geen sport meer op de televisie is, zijn persconferenties de nieuwe Eredivisie Live. Het valt me nog mee dat er geen politieke plaatjes gespaard kunnen worden.

Ik heb overigens niet heel positieve verwachtingen van deze persconferentie. Althans, de persconferentie als zodanig wordt vast top, zeker als mijn persoonlijke heldin Irma Sluis, de gebarentolk, haar opwachting mag maken, zodat ook de doven en slechthorenden op hetzelfde moment als de rest van Nederland de laatste illusie dat we in april nog leuke dingen kunnen doen kunnen verliezen. Maar inhoudelijk vrees ik dus het ergste. Sterker nog: als we voor bevrijdingsdag nog de school van binnen kunnen zien trek ik een fles open. We zullen het zien. Ik begin inmiddels een kei te worden in het doden van de tijd – lezen, spelletjes, koken, wandelen, trainen, televisie kijken. Een van mijn favoriete citaten uit de literatuur komt uit Waiting for Godot van Samuel Beckett. Het is een dialoogje tussen Vladimir en Estragon, als er even iets gebeurd is: ‘Well, that passed the time.’ ‘It would have passed anyway.’ En dat is het inmiddels wel zo’n beetje, want de persconferentie gaat zo beginnen – de ministers drinken nog een glas water, Irma Sluis doet haar warming up, en ik ga met mijn billen bij elkaar op de bank zitten. Morgen laat ik weten wat ik ervan vond. Als het meezit, kan ik de komende weken gebarentaal gaan leren. Is ook een mooie tijdsbesteding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.