Corona,  Corona-diaries,  Frankrijk,  Thuismuseum

Ons museum: De man met de dwarsfluit

Omdat we niet meer naar musea kunnen, zijn veel musea op het moment aangewezen op online presentatie van hun collectie. Ik vind dat enerzijds fijn, want nu kan ik nog steeds naar kunst kijken, maar anderzijds helemaal niet fijn, want ik heb helemaal geen zin om online naar kunst te kijken – ik wacht eigenlijk liever tot ik weer lekker met mijn museumkaart kan wapperen. Ik kies er dus voor om geen gebruik te maken van het online aanbod van musea waar ik als de corona-crisis voorbij is gewoon heen kan gaan, en wel te kijken bij musea die ik voorlopig niet of überhaupt nooit ga bezoeken (ik zie mezelf nog niet zo snel in Sao Paolo lopen, maar de website van het MASP ziet er prachtig uit). Maar Michel en ik hebben hier in huis ook nog wel een paar kunstobjecten, dus voor de mensen die het wel fijn vinden om online cultuur te halen presenteer ik nu de collectie Buijs-Herman.


Toen ik een jaar of 14 was, gingen wij voor het eerst op vakantie naar Argelès-Sur-Mer, een dorpje in Zuid-Frankrijk, in het gebied ten oosten van de Pyreneeën. Maar, de naam zegt het al, aan zee. Ik heb eigenlijk geen idee waarom we naar die specifieke locatie gingen – nu ik eraan terug denk, vermoed ik dat het iets te maken had met vrienden van mijn ouders, want die waren ook op de camping. La Sirène was het soort camping met sta-caravans, geen tenten, en een bescheiden zwembad, maar dat had je eigenlijk niet nodig, want het strand was heel dichtbij. Bij de camping ernaast, Le Dauphin, was een supermarkt en een pizzeria, dus verder hadden we niets nodig. Dat bleek ook, want mijn ouders hebben tamelijk snel een sta-caravan gekocht op La Sirène, en ze zijn er nog jaren heen gegaan. Toen mijn vader ziek was (hij had kanker, maar is volledig hersteld), heeft hij maanden in die caravan gewoond, en ook na zijn pensioen heeft hij daar wat tijd doorgebracht, voordat hij een Franse vrouw vond, van mijn moeder scheidde en in een echt huis in een echt dorp ging wonen. Maar tijdens die eerste jaren daar was hier allemaal nog geen sprake van: wij gingen naar het strand, aten van de barbecue en gingen op dagtochtjes met de auto. Een van de populairste bestemmingen was het dorpje Collioure, dat er niet alleen heel pittoresk uitzag, maar waar ook heel veel kunstenaars werkzaam waren, zodat we urenlang langs allerlei kleine galerieën konden wandelen. De schilder die het meeste indruk op ons maakte was Barry Blend, en mijn ouders hebben meerdere stukken van hem gekocht.
Ik was degene die Barry Blend ontdekt had – althans, ik was degene die als eerste van de familie zijn galerie binnenwandelde. Daarom vond ik eigenlijk dat ik recht had op een schilderij van hem, en mijn ouders gunden mij dat ook wel, maar ik moest het eerst verdienen. In 1993 ging ik studeren en rond 1998 gaf mijn vader, die toen al veel in Frankrijk was, Blend opdracht om voor mij een dwarsfluitist te schilderen (ik heb heel lang dwarsfluit gespeeld, dus die muzikant paste het beste bij mij). Het duurde echter nog wel even voordat ik afstudeerde; mijn vader had het er regelmatig over dat mijn Barry Blend inmiddels een soort Rembrandt was geworden, omdat ik maar niet over de brug kwam met die bul. Maar goed, uiteindelijk heb ik hem gekregen. Mijn ‘Man met de dwarsfluit’ hangt op een muur bij de trap. Hij is niet heel erg goed te zien, maar ik weet dat hij er hangt en ik ken zijn geschiedenis. Het was een mooi cadeau en ik vind het ook een heel goed geschenk voor iemand die afstudeert – een schilderij dat je associeert met je jeugd past wel in zo’n rite de passage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.