3 october,  Kermis,  Koken,  Leiden,  Topdag,  Tradities,  Vrienden

Het feest der feesten

De eerste jaren dat ik in Leiden woonde, deed ik niet zoveel met de 3 october*-vieringen. Dat kwam doordat ik het gevoel had dat het niet echt mijn feest was (en dat was het op zich ook niet) en ook wel een beetje doordat ik redelijk snel een vriendje had waar van alles niet zo fijn aan was, maar zijn gebrek aan behoefte aan leuke dingen misschien wel het minst fijn. Hoe dan ook heb ik de laatste jaren het tekort ruimschoots ingehaald, zeker sinds ik raadslid ben, want nu slaag ik er elk jaar in om vrij te krijgen voor Leidens Ontzet, dus ik ben er op volle kracht bij. En daarom heb ik de laatste jaren ook wat tradities weten op te bouwen – iedereen heeft op een feest als dit zijn eigen loopje met vaste items, en ik vermoed dat mijn unieke selectie van het ruim gebodene net zo uniek is als de selectie van alle andere Leidenaren. Zo begint voor mij de viering elk jaar op 1 oktober, met de gezellige buurtborrel bij restaurant Wielinga. Ik woon daar helemaal niet in de buurt, maar Michel en ik worden uitgenodigd, en het is daar geweldig, dus daar zijn we gewoon bij. Op 2 oktober eten alle Leidenaren ‘s middags hutspot bij de Hooglandse Kerkgracht, maar dat doe ik meestal niet, want ik houd niet zo van hutspot, dus ik eet gewoon thuis en dan ga ik naar het stadhuis, waar ik op het bordes naar de Taptoe kijk – altijd leuk om alle kindjes in hun sportkleding door de stad te zien lopen.

Na de taptoe is er een bijeenkomst op het stadhuis, waarbij de burgemeester traditioneel een goede speech houdt en de voorzitter van de 3 octobervereniging traditioneel een slechte. Daarna wordt de erepenning uitgereikt aan een belangrijke Leidenaar, en daar ben ik natuurlijk ook bij (bij de uitreiking dus, niet bij het regiment ‘belangrijke Leidenaren’). Dit jaar ging de penning naar Emile van Aelst, de onvolprezen fotograaf van bijna alles wat er in Leiden gebeurt. Na afloop van de uitreiking is er nog een borrel, met wat wordt omschreven als een ‘lichte maaltijd’ en in de praktijk een flinke maaltijd is. Dat is doorgaans geen enkel bezwaar, want inmiddels heeft iedereen ook wel weer trek. Veel mensen gaan daarna nog de stad in of naar de kermis, maar ik ben iets minder fit en ik houd niet zo van op straat bier drinken, en bovendien zou de wekker weer gaan om 6.00, dus Michel en ik gingen naar huis.

Waar de wekker op 3 october voor Michel ging omdat hij moest werken (in Utrecht hebben ze er geen boodschap aan dat wij in 1574 de Spanjaard de grens over hebben getrapt), moet ik om 6.45 weg om op tijd te zijn voor het Reveille: gezellig met alle brakke Leidenaren liederen zingen op het Stadhuisplein. Dat duurt traditioneel een half uur, en daarna ging het D66-contingent (dat traditioneel van samenstelling wisselt, maar Marjolein, IJsbrand, Bas en ik zijn vaste elementen) in de rij staan voor de distributie van haring en wittebrood. Toen we die buit binnen hadden (na ongeveer 45 minuten wachten), en de haringen door de dames die voor de Waag keihard staan te werken waren schoongemaakt, was het tijd voor het inmiddels ook traditionele ontbijt bij de Yoghurt Barn, want haring eten op een lege maag is niet zo verstandig en bovendien is een bodempje leggen voor de rest van de dag een goed idee. Vervolgens loste ons groepje weer op en ging ik met Bas mijn haringen thuis afleveren.

Dit jaar kon ik voor het eerst een oude traditie nieuw leven inblazen, want de Lakenhal is weer open, en dat betekent dat op de dag van het feest der feesten alle Leidenaren (en verder ook iedereen) gratis naar binnen konden om naar de Leidse kunst te kijken. Bas en ik pikten Marc op, die actief is in de 3 October Vereniging, en daarom op de foto staat in een fantastische outfit**, en we kregen van een officiële rondleider een uitgebreide toelichting op de oorspronkelijke hutspot (de pan dus, die staat in de Lakenhal – ga maar kijken) en de grote Leidse foto van Erwin Olaf. Na een korte pauze voor koffie en thee, want hoewel het pas 11.00 was, voelde het alsof we er al een hele dag op hadden zitten, gingen we gedrieën naar de kermis, waar ik kennismaakte met de kamelenrace en daarna Bas en Marc meesleepte in het reuzenrad – ik nog steeds met de hoge hoed van Marc op mijn hoofd, want ook dat is traditie. Toen was het weer tijd voor een pauze, dit keer met kibbeling en een broodje haring, waarna Bas en ik afscheid namen van Marc, want wij gingen naar de optocht kijken, en hij ging erin lopen. Verschil moet er zijn.

De optocht kijken doen we traditioneel al heel veel jaren bij Marlein, een oud-collega van Klassieke Talen en gewoon een goede vriendin, die uiterst gastvrij haar prachtige woning aan de Breestraat openstelt voor mensen die ze het gunt. Ik zit dan in een van de grote ramen op de eerste verdieping en lees voor uit de feestwijzer, zodat iedereen weet wat ze daadwerkelijk te zien krijgen. Het thema van de optocht dit jaar was ‘Jong geleerd’, waardoor de Universiteit Leiden zich kon presenteren met hoogleraren en hun kindjes (de ‘hoogleraren van de toekomst’ – dat vond ik een beetje vies, maar goed) en internationale studenten, en waardoor er een mooie deel van de optocht over de jonge Rembrandt was, inclusief een replica van de brug die dichtbij mijn huis was. Na afloop van de optocht had ik een afspraak met Luuk, om iets dat we vorig jaar eenmalig hebben gedaan, namelijk in de SuperMouse op de kermis gaan, definitief aan het Rijk der Tradities toe te voegen, maar Luuk was al misselijk, en ondergekotst worden is nou niet echt iets dat ik jaarlijks wil meemaken, dus nu is het vooralsnog traditie dat we dat in de even jaren doen.

Na de optocht gaat de Leidenaar traditioneel naar de kermis, maar ik niet, want ik was er al geweest en in je eentje naar de kermis is misschien wel een van de treurigste dingen die je in het leven kan doen. Ik ben een groot fan van masturdating, maar dat gaat zelfs mij te ver. Ik ging naar huis, om hutspot met klapstuk te maken voor Michel, die nog steeds aan het werk was – ik had er dus een hele dag met liedjes, haring, museumbezoek, kermis, kibbeling en een optocht opzitten, en die stakker moest nog uit Utrecht komen. Ik had een recept uit een boek van Herman den Blijker gehaald, ‘Peen en ui’, en daarin stond een min of meer traditioneel recept, dat mij vooral aansprak omdat er geen tot babyvoer gekookte wortelen en aardappels in voorkwamen. Het bleven gewoon herkenbare stukken, en dat maakte mij best blij. En Michel ook, dus wie weet: dit gerecht zou zomaar ook een traditie kunnen worden bij ons thuis…

* Ik weet ook niet waarom we het met een c schrijven, maar het is echt waar.
** Mijn outfit (de trui met de haring) had Marc ook voor me geregeld trouwens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.