Corona,  Corona-diaries,  Cultuur,  Familie,  Kunst,  Museum,  Thuismuseum

Ons museum: exit through gift shop

Omdat we niet meer naar musea kunnen, zijn veel musea op het moment aangewezen op online presentatie van hun collectie. Ik vind dat enerzijds fijn, want nu kan ik nog steeds naar kunst kijken, maar anderzijds helemaal niet fijn, want ik heb helemaal geen zin om online naar kunst te kijken – ik wacht eigenlijk liever tot ik weer lekker met mijn museumkaart kan wapperen. Ik kies er dus voor om geen gebruik te maken van het online aanbod van musea waar ik als de corona-crisis voorbij is gewoon heen kan gaan, en wel te kijken bij musea die ik voorlopig niet of überhaupt nooit ga bezoeken (ik zie mezelf nog niet zo snel in Sao Paolo lopen, maar de website van het MASP ziet er prachtig uit). Maar Michel en ik hebben hier in huis ook nog wel een paar kunstobjecten, dus voor de mensen die het wel fijn vinden om online cultuur te halen presenteer ik nu de collectie Buijs-Herman.

In 2000 bezochten Michel en ik een overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum van Anton Corbijn, en die tentoonstelling was om meerdere redenen prachtig. Om te beginnen natuurlijk de onderwerpen die Corbijn fotografeert, want dat zijn vooral musici, en dan van alle musici eigenlijk verrassend vaak de musici van wie wij fan zijn. Er was een zaaltje waar de clips waaraan Corbijn heeft meegewerkt werden gedraaid, dus we konden zelfs genieten van de muziek waar we al aan moesten denken toen de de foto’s zagen, dus dat was ook heel fijn, maar het allermooiste waren misschien nog wel de ingelijste LPs. Dat wilden wij ook wel in ons huis (we woonden toen nog heel klein, maar we waren op zoek naar een nieuw huis, waar zeker ruimte aan de muur zou zijn voor alle kunst die we zouden willen hebben), dus we hadden goede hoop voor het aanbod in de winkel van het museum. Helaas – er lagen catalogi en andere Corbijn-gadgets, maar geen hoezen voor onze platen. Gelukkig had onze vriend Wouter een jongere broer die timmerman was, en hij heeft voor ons 5 eenvoudige lijstjes gemaakt. We hingen ze meteen op in ons nieuwe huis – in het begin was het een wisseltentoonstelling (Kerstplaten met Kerst, een themawand als er weer eens een held was overleden), maar de 5 platen die op bovenstaande foto te zien zijn, hangen er al jaren. De foto in het midden, van Nick Cave, is overigens gemaakt door Anton Corbijn. We hebben nog wel meer collector’s items, qua platen, bijvoorbeeld een exemplaar van Sticky Fingers van The Rolling Stones (ontworpen door Andy Warhol), maar die hangen we niet op, want het zou zonde zijn als die teveel zon zou krijgen.
En hiermee ben ik aangekomen bij de laatste aflevering van het thuismuseum. De kunst is namelijk op. Het zou raar zijn als ik, om de wekelijkse afleveringen van het thuismuseum te continueren, kunst zou gaan kopen (bovendien wil ik eigenlijk alleen nog maar een foto van Erwin Olaf, en daarvoor zal ik nog even moeten doorsparen), of dingen die ik niet echt tot de kunst vind behoren in het museum zou opnemen (ik heb nog wel wat design in huis, de citruspers die op een raket lijkt van Alessi bijvoorbeeld, en nog wat heel bijzondere sieraden). Dus dit is de laatste aflevering. Ik heb wel nog een paar belangrijke updates over eerder beschreven kunstwerken voor jullie. Over de naam van het werk Shinju van Casper Faassen, heb ik de kunstenaar zelf geraadpleegd, en dat leverde wel mooie informatie op, want het werk heette oorspronkelijk niet Shinju, maar Shunji, en er is wat misgegaan bij de naamgeving bij de galerie. Faassen vindt het niet erg, want ‘parel’ vond hij wel mooi (met de ‘dubbele zelfmoord’-optie doet hij niks), en Shinju is een mannelijkere naam, die volgens mijn schoonzusje (die Japans spreekt) ‘moment’ of ‘ogenblik’ betekent. Verder heeft mijn vader mij regelmatig gemaild met aanvullende informatie over werken in het thuismuseum. Het uithangbord van de Queen’s Head heeft hij op de antiekmarkt in Tongeren gekocht, van een Engels stel. De foto van de Beatles heeft hij in het MECC gekocht op een platenbeurs, toen hij naar eigen zeggen ‘nog geld had’, en de foto is oorspronkelijk meeverhuisd naar Frankrijk, en weer teruggekomen voor de promotie van Michel. Verder laat hij weten dat hij als hij moet kiezen tussen de Beatles of de Stones zal zeggen dat hij ze allebei goed vindt, maar dat de Animals ook belangrijk zijn, want die komen, net als hij, uit Darlington. Hij is overigens ook supporter van Darlington FC, een voetbalteam dat als belangrijkste oud-speler de keeper Kasper Schmeichel heeft, al zal hij daar harder hebben moeten werken dan de eenzame doelman van Hans van der Meer, want Darlington FC is, op zijn zachtst gezegd, geen topclub. De opdracht voor het schilderen van de dwarsfluitist is vijf jaar voordat ik daadwerkelijk ben afgestudeerd aan Barry Blend gegeven, wat een mooie indicator is van het optimisme van mijn ouders. Het schilderij van een deel van de Amerikaanse vlag van mijn vader maakte deel uit van een tentoonstelling die hij over vlaggen had, en de combinatie van de ene ster en de ene streep is symbolisch voor de twijfel die er in de wereld is over de Verenigde Staten en alles waar ze voor staan. Tot slot schrijft hij over zijn eigen kunstenaarschap: I have had more than ‘a few exhibitions’. I have had 38 solo exhibitions, been involved in 23 group exhibitions, and curated (and participated in) a further 6 exhibitions – a total of  71. And there are a further 6 solo exhibitions planned. In your own words, ‘inderdaad een echte kunstenaar’. Dat kan wel zo wezen, pa, maar ik ben inmiddels een echte curator. Van het thuismuseum.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.